Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Op 27 november 1788 kwam de rechtbank bijeen in de ochtend onder leiding van president Johannes Isaak Rhenius. Alle leden waren aanwezig behalve Mappa die ziek was.

De aanklager was Hendrik Lodewyk Bletterman, koopman en landdrost van Stellenbosch en Drakensteyn. De aangeklaagde was David Malan, zoon van David, een kornet (officier) van de burgerwacht in Stellenbosch.

Omdat David Malan voor de derde keer niet kwam opdagen, vroeg de aanklager om:

De rechtbank stemde hiermee in en gaf de aanklager toestemming om over 6 weken een definitieve aanklacht in te dienen met bewijzen, waarop dan vonnis zou worden gewezen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0147  


Op 13 november 1788 kwam de Raad bij elkaar met als voorzitter de Johannes Isaak Rhenius. Mappa was afwezig door ziekte. Er werden verschillende zaken behandeld:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0139  


De onderzoeker Gabriel Egter heeft meerdere meldingen gedaan aan de Raad betreffende:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0175  


De landraad behandelde verschillende verzoeken en vertogen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0162  


Heinkes had meerdere keren bij de voorlopige officier van justitie Pestaal aangedrongen om vanwege zijn armoede en om hoge proceskosten te voorkomen, geen rechtszaak te beginnen over de mishandeling van zijn slavin. Pestaal besloot de zaak voor 200 rijksdaalders af te handelen omdat:

Pestaal had de slavin teruggegeven aan Heinkes onder de voorwaarde dat deze haar zo snel mogelijk moest verkopen. Bij overleg hierover werd opgemerkt dat hoewel artikel 13 van de instructies voor officieren van justitie toestond om boetes tot 200 rijksdaalders zelf af te handelen, deze ernstige mishandeling daar niet onder viel. Zulke mishandelingen konden door een rechter zelfs met lijfstraffen worden bestraft. Een officier mocht geen zaken zelfstandig afhandelen die een rechter de mogelijkheid ontnamen om wreedheden van eigenaren tegen hun slaven aan te pakken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0126  


Er werden diverse verzoeken en meldingen gedaan aan de Raad:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0185  


De rechtbank besprak twee zaken:

  1. Een zaak over een slaaf die door Heinkes was mishandeld. Vanwege:
    • de arme situatie van Heinkes
    • het brutale gedrag van de slaaf
    • de verwachting dat de slaaf volledig zou herstellen
    besloot de raad dat de slaaf moest worden verkocht, met de voorwaarde dat deze nooit meer onder het gezag van Heinkes mocht komen.
  2. Een rechtszaak tussen de tijdelijke officier van justitie en Gerrit Blikman, de scheepsarts van het schip Dregterland. De raad wees, namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden, de eis tegen Blikman af.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0127  


De Landdrost van de kolonies Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewyk Bletterman, ontving een melding van Elisabeth Malan, echtgenote van de burger-korporaal David Malan. David Malan had op 11 augustus 1788 hun woonplaats in Hottentots Holland verlaten. Hij had meegenomen:

David Malan werd ervan beschuldigd overspel te hebben gepleegd met de slavin Sara, die eigendom was van burger Jurgen Radyn. Sara was ook verdwenen. Elisabeth Malan vermoedde dat haar man naar de verbannen burger Carel Kruger was gevlucht.

Vanwege deze vlucht en het overspel moest David Malan zich voor het gerecht verantwoorden. Ook moesten er maatregelen worden genomen voor de verdeling van de gezamenlijke bezittingen, omdat zijn vrouw geen goederen mocht verkopen tijdens zijn afwezigheid.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0079  


De magistraten Smits en Den Raade rapporteerden dat ze bij een onderzoek van een slavin gruwelijke mishandelingen hadden aangetroffen. De billen en dijen van de slavin waren zo ernstig verwond, dat er diverse open wonden zichtbaar waren. Hoewel dit heel ernstig was, had de tijdelijke aanklager de slavin toch weer teruggestuurd naar de eigenaar Heinkes. De raad besloot de eerdere schikking ongeldig te verklaren en de aanklager op te dragen de slavin terug te halen. De aanklager moest ook op de volgende vergadering uitleg geven.

Op woensdag 8 oktober 1788 was er een buitengewone vergadering in Kaap de Goede Hoop. Aanwezig waren voorzitter Johannes Isaak Rhenius en alle leden behalve Meyer (door bezigheden) en De Wet (door ziekte). De tijdelijke aanklager Gabriel Ester verscheen om uitleg te geven over de schikking die hij zonder toestemming van de raad had gemaakt met burger Pieter Heinkes over de mishandeling van zijn slavin.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0125  


In deze verklaring zijn 3 getuigenissen opgenomen:

  1. Catrina Maria Voljoen verklaart op 18 mei 1783 dat ze in de Roodezandskerk de slavin van Fredrik Hendrik Conrade heeft gezien met het kind van mevrouw Onkruidt.
  2. Schalk Willem du Hoog, Christiaan Godlieb Lessing en Machtelt van heer Iacob Laurentze van ter Linnen verklaren op 26 januari 1786 in Brede Rivier dat Catarina Maria Villioen, vrouw van Pieter Conradi, door een voetblessure en andere gezondheidsproblemen niet naar de Kaap kan reizen.
  3. Gideon Goubert verklaart op 28 januari 1786 in Kaap de Goede Hoop dat de weduwe van J Moller hem verteld heeft dat de landdrost de slavin van Conradi heeft vastgehouden omdat zij een schandaal had veroorzaakt en omdat hij rechter was. Een andere rechter zou hetzelfde hebben gedaan. Deze verklaring werd bevestigd in aanwezigheid van R.D.V.D. Hiet, J.V. Echten en Jos Stuiks.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0096  


Op 29 juli 1784 kwam er een zaak voor bij het gerecht in Kaap de Goede Hoop. Hierbij waren aanwezig:

Afwezig waren:

De zaak betrof een verklaring van burger David Roux over de dienstmeid van Fredrik Hendrik Conradi. Deze meid was door de drost van Swellendam aangesteld als min (voedster) voor zijn kind bij Alwijn Smit. Deze verklaring werd onder eed afgelegd op februari 1786 in aanwezigheid van R.I.V.O. Riet, I.C. Konnenkamp en A.V. Schoor.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0097  


De kapitein vertelde dat hij de Valbonne, een Loillit en anderen had horen spreken over een plan. Hun doel was om iedereen die tegen ze in zou gaan overboord te gooien. Ze wilden de vrouw en oudste dochter van heer Basche (een voormalig commandant van het schip de Ganges) en hun bedienden in leven laten om ze te misbruiken. De 4 kinderen van Musche wilden ze doden. Daarna zouden ze naar een haven in Spanje varen om te vluchten.

De kapitein, die door dit bericht en eerdere misdragingen overtuigd was van hun kwade bedoelingen, had in het geheim betrouwbare soldaten en matrozen gewapend. Toen er per ongeluk een schot afging in de kajuit, dachten de opstandelingen dat dit het startsein was. Ze renden naar boven roepend "Hoera, val aan!" en probeerden met vishaken en bijlen het schip over te nemen. Door zwaar vuur vanaf het halfdek werden ze gedwongen te vluchten. De kapitein liet die nacht overal wacht houden. De volgende ochtend werd de Valbonne, die in de mast zat, gevonden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0100  


De tekst gaat over een rechtszaak waarin bewezen werd dat tijdens een aanval van opstandelingen de matroos Joseph Christile, ondanks een verwonding aan zijn hoofd door een slag met een sabel, de kajuit was binnengedrongen om wapens te stelen. Hij werd door het kajuitraam in zee gegooid. Op hetzelfde moment werd er iemand met een sabel bij de kajuit gezien. De scheepsraad concludeerde dat deze persoon dezelfde bedoelingen had als Christile, maar zijn plan opgaf toen hij zag hoe het met Christile afliep.

De vierde getuige Jean Baptiste Du Puis verklaarde dat verdachten naar het oorlogsschip de Amphitrite werden gebracht. Hij toonde zijn ongenoegen hierover en verweet de soldaat Simon Raimonde in aanwezigheid van matroos Louis Lambelin dat de kapitein deze gevangenen overdroeg aan de commandant van het oorlogsschip om bij hem in de gunst te komen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0105  


De vrouw van Joseph van Eeden verklaarde dat haar zoon thuis kwam van de plaats van burger Donald Andriesse. Hij vertelde dat een dienstmeid en twee jongens van Fredrik Hendrik Conradi naar Swellendam gingen om een klacht in te dienen. Zij stuurde haar zoon om deze slaven op te halen en bracht ze naar haar plaats.

Ze wilde de slaven naar huis sturen, maar toen de dienstmeid haar verwondingen liet zien, zag vrouw van Eeden dat ze vreselijk was geslagen. De dienstmeid verklaarde dat ze was mishandeld omdat haar meester Fredrik Hendrik Conradi wilde dat ze zou zeggen dat haar kind van Cornelis van Eeden was. Daarop stuurde haar man de slaven naar oudheemraad Jacobus Bota.

Uit deze verklaring blijkt dat de slaven niet door van Eeden zijn opgepakt en naar Swellendam zijn gebracht. Ook wordt duidelijk dat de slaven niet hebben verzonnen dat ze mishandeld waren om hun vlucht te rechtvaardigen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0021  


Jacob van Reenen, bevelhebber van de burgerij uit de Swellendam regio, geeft een verklaring op verzoek van landbouwer Fredrik Hendrik Conradi. Het gaat over een gebeurtenis eind januari 1783. Hij vertelt dat hij op weg was van zijn woonplaats naar het Houtniquasland. Daar kwam hij aan bij het huis van heemraad en kapitein van de Swellendam cavalerie Jacobus Steijn, waar ook burger-kapitein Jesacas Meyer aanwezig was.

Meyer vroeg aan Van Reenen of hij nieuws had. Na een ontkennend antwoord vertelde Meyer dat mevrouw Onkruid, de vrouw van de landdrost van Swellendam, een zoon had gekregen. Van Reenen reageerde dat dit snel was, omdat ze pas 3,5 maand getrouwd waren.

Ongeveer 14 dagen later keerde Van Reenen terug naar zijn huis. Hij vond zijn vrouw niet thuis - zij was naar zijn zwager Christiaan Storm gereden. Van Reenen besloot naar Swellendam te rijden om te informeren naar de gezondheid van de heer Onkruid en zijn vrouw. Hij trof hen in goede gezondheid aan. Kort daarvoor had Van Reenen mevrouw Onkruid nog gezien bij het Fort de Rietvallei, waar zij zichtbaar zwanger was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0070  


Jannetje ontkent dat zij ziek was door mishandeling van de verdachte en zijn vrouw. Terwijl ze ziek was, werd ze vaak door de vrouw van de verdachte met een zweep uit bed geslagen. Twee slaven genaamd Abraham en Batjoe hebben Jannetje aangemoedigd om naar de officier te gaan om een klacht in te dienen. Jannetje, Abraham en Batjoe zijn naar Wellendan gegaan om te klagen over de verdachte en zijn vrouw bij de officier. De verdachte werd vervolgens ontboden door de officier. Tijdens deze ontmoeting heeft de verdachte, in aanwezigheid van Jannetje, aan de rechter bekend dat het kind van hem was. Hij bekende dat hij niet wist hoe dit ongeluk had kunnen gebeuren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0062  


Op een dag werd Jannetje op een brutale manier door haar mevrouw geroepen. Op verzoek van zijn vrouw gaf de verdachte Jannetje een paar slagen met een zweepje. Toen dat zweepje brak, sloeg hij haar nog een paar keer met een sjambok (een soort zweep). Hij zegt niet meer te weten of zijn vrouw Jannetje ook geslagen heeft.

De verdachte ontkent dat hij, toen hij buiten stond, tegen Jannetje Kieft heeft gezegd dat ze tegen zijn vrouw moest zeggen dat het kind van Cornelis van Eeden is, en dat ze dan geen slagen meer zou krijgen.

Hij verklaart ook niet te weten:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0061  


Conradi moest uit wanhoop zijn slavin Jannetje van de Kaap en haar kind verkopen voor 100 rijksdaalders aan de ondergetekende. Dit deed hij om zijn andere slaven Abraham van Bengalen en Baatjae van Boegies terug te krijgen. Later werd verzocht deze gedwongen verkoop ongeldig te verklaren. Er werd geëist dat er 1200 rijksdaalders voor slavin Jannetje betaald zou worden, plus een schadevergoeding. Als dit geweigerd zou worden, zou mevrouw Conradi verdere juridische stappen kunnen nemen. De ondergetekende merkt op dat Conradi beweerde in mei of april van dit jaar te ziek te zijn om zaken te regelen, waardoor zijn vrouw dit moest doen. Echter was hij in december vorig jaar nog gezond genoeg om van zijn woonplaats in de Kogmans Kloof naar Swellendam en terug te rijden. De ondergetekende beweert dat Conradi ook nu nog net zo goed als zijn vrouw de reis had kunnen maken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0020  


Er wordt verslag gedaan van een verhoor over een voorval met een slavin genaamd Jannetje. Het gaat om twee zaken:

De verdachte ontkent:

Ook wordt vermeld dat de vrouw van de verdachte zou hebben gezegd dat ze alleen voor donkere kinderen wilde zorgen, niet voor blanke.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0060  


Elizabeth Rossoua, de vrouw van Fredrik Hendrik Conradi, diende op 5 juni een klacht in. Deze klacht bestond uit 3 hoofdpunten:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0019  


Er is overtuigend bewijs dat de slavin onmenselijk en barbaars is mishandeld. Ze heeft de tekenen hiervan laten zien aan de heren van de raad. De oorzaak van deze mishandeling wordt bevestigd door de vrouw van van Eede. De vrouw kreeg medelijden met de slavin vanwege de zichtbare tekenen van mishandeling en wilde haar helpen.

De slavin moest van haar eigenaar zeggen dat het kind waarvan ze was bevallen, van Cornelis was. De beschuldigde heeft met tranen in zijn ogen aan de officier bekend dat:

De officier heeft voldoende bewijs verzameld voor de beschuldigingen en vraagt nu om op basis van de toepasselijke wetten te bepalen welke straffen hiervoor gelden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0043  


Deze getuigenverklaring gaat over een rechtszaak waarbij Jannetje (toen ze nog Jong Kraaus heette) zwanger is geraakt. Adam Baster is mogelijk de vader. Er wordt onderzocht of:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0059  


Carpzovius zegt dat bij een kleine misdaad of gering nadeel, en bij bepaalde omstandigheden, één getuige genoeg kan zijn om een beklaagde te veroordelen. Belangrijke rechtsgeleerden denken dat zelfs uit vermoedens verbogen misdaden bewezen kunnen worden. Dit komt vooral voor bij hoererij en overspel, waarbij meestal geen getuigen aanwezig zijn omdat het in het geheim gebeurt. Deze opvatting van Carpzovius wordt verder ondersteund door Van Landen die zegt dat veel waarschijnlijke aanwijzingen (in plaats van harde bewijzen) genoeg kunnen zijn voor een rechter om iemand schuldig te verklaren. De aanklager verwijst naar:

om aan te tonen welke straffen bij deze misdaden horen en waarom de beklaagde deze straffen verdient.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0044  


De slaaf Jannetje zegt nee op beschuldigingen. De vrouw des huizes heeft hem met een kweepeertak geslagen, meer dan één keer. De beschuldigde ontkent dat Danner toen hij opnieuw flauwviel is behandeld met azijn en dat zijn lichaam met pekelwater is gewassen. Hij ontkent ook dat Jannetje is vastgebonden en met kweepeertakken is geslagen tot hij flauwviel en moest zeggen dat Bars niet bij hem had geslapen. Ook ontkent hij dat Jannetje met hulp van een Hottentot werd uitgekleed en aan een eikenboom werd vastgebonden. Hij ontkent dat hij de Hottentot, die nu bij burger Jacob Hege woont, heeft opgedragen om kweepeertakken te snijden en door het vuur te halen. De beschuldigde ontkent dat zijn vrouw hem vroeg of hij een relatie had met Jannetje. Jannetje zou dit voorval aan de vrouw des huizes hebben verteld, waarna zij flauwviel van ontsteltenis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0058  


Op een dag werd Fredrik Hendrik Couradi, een 43-jarige burger uit Swellendam, ondervraagd over een incident met een slavin genaamd Jannetje. Het ging over een voorval op een kafzolder, waar hij haar seksueel zou hebben misbruikt toen zijn vrouw Elizabeth Rossouw naar de rivier was gegaan om graan te halen. Jannetje beschuldigde Couradi er in zijn gezicht van dat hij:

Couradi ontkende alle beschuldigingen en zei van niets te weten. De zaak werd behandeld door de Raad van Justitie van het gouvernement, op initiatief van de landdrost van Swellendam, Constant van Nuld.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0057  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/