Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De vonnisuitspraak beschrijft dat een man uit Bengalen veroordeeld wordt tot een zware doodstraf namens de Staten-Generaal. Hij zal op een executieplaats door een beul worden:
Na zijn dood zal:
De veroordeelde moet ook de proceskosten betalen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0040 De rechter heeft besloten dat de dader op de gebruikelijke plek voor het uitvoeren van doodstraffen moest worden gestraft. Daar zou hij door de beul met gloeiende tangen worden vastgegrepen. Vervolgens moest hij worden geradbraakt, zijn rechterhand afgehakt en met die hand in zijn gezicht worden geslagen. Zijn lijk zou naar een plaats buiten de stad worden gesleept en op een rad worden gelegd totdat het door de elementen en vogels zou zijn vergaan. De dader zou daarnaast de proceskosten moeten betalen.
De veroordeelde reageerde hierop door te zeggen dat het slachtoffer zijn vrouw was die vreemdging. Hij verklaarde de anderen te hebben gestoken omdat zij hem sloegen. De officier van justitie verzocht om uitvoering van het vonnis. De rechtbank had bij het vonnis rekening gehouden met de extreme woede van de dader.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0039 Een gevangene genaamd Laijer had meerdere mensen verwond met een mes in Evengem. Hij stak de fourier Helleberger van het regiment Wurtenberg in de wang, maar die kon ontsnappen door te vluchten naar het huis van de dominee van Lien. Daarna stak Laijer ook nog een slaaf genaamd Junri, die eigendom was van de Compagnie. Uiteindelijk werd Laijer met veel moeite gearresteerd en aan justitie overgedragen. Tijdens zijn arrestatie raakte Laijer zelf gewond aan zijn hoofd. Volgens de hoofdchirurgen was deze verwonding zo ernstig dat hij bij de kleinste complicatie plotseling zou kunnen overlijden. Om te voorkomen dat deze opzettelijke moordpoging ongestraft zou blijven, eiste rechter Eyss een snelle veroordeling vanwege het dringende karakter van de zaak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0038 Na een rechtszaak op Stellenbosch en Drakenstein besloot de koopman en landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman het volgende over twee slaven:
In beide gevallen moesten de proceskosten nog betaald worden. Dit gebeurde aan Kaap de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0036 Een rechtszaak over een drankvergunning in Stellenbosch en Drakenstein laat het volgende weten:
Jacobus van Leeuwen trad op als verdediger van Kannemijer. De aanklager was landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman die de boete van 1000 gulden plus proceskosten eiste.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0008 Er werden verschillende besluiten genomen over:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0368 Op 8 januari 1789 komt de raad bij elkaar onder leiding van president Johannes Izaak Rhenius. De leden Van Echten, Maasdorp en Mappa zijn ziek afwezig.
Jacobus van Leeuwen dient namens Jan Barendse vier verklaringen in voor een rechtszaak. Raadslid Rino Johannes van der Riet heeft hier geen bezwaar tegen.
De koopman en landdrost van de kolonies Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, klaagt David Malan aan. Malan is kornet (officier) van de burgerdragonders in Stellenbosch. Hij wordt beschuldigd van:
De tijdelijke officier van justitie Gabriel Exter moet volgens een besluit van 11 december bewijzen aanleveren in deze zaak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0007 Perceuil heeft namens Jan Camer een verzoek ingediend. Een verbannen slavin genaamd Bima had zonder toezicht kinderen in het huis van de aanvrager achtergelaten. Tijdens haar verbanning is ze volgens de aanvrager sterk verbeterd in haar gedrag. Dit kan bevestigd worden door Kuuht, de opzichter van de slavenloge van de Vereenigde Oostindische Compagnie. De aanvrager wil daarom de slavin uit de slavenloge halen zodat zij weer voor zijn kinderen kan zorgen.
Dit verzoek werd op 24 december 1739 voorgelegd aan de Raad van Justitie, met Johannes Isaak Rhenius als president. De Raad wees het verzoek af.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0347 Op 8 januari 1789 kwam de raad bijeen in de ochtend met Johannes Izaak Rhenius als voorzitter. Enkele leden waren afwezig door ziekte: van Echten, Maasorp en Mappa.
Jacobus van Leeuwen trad op als gemachtigde van Jan Barendse. De raad stemde in met zijn verzoek.
De landdrost van de koloniën Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, diende een strafzaak in tegen David Malan (zoon van David), die kornet was bij de burgerdragonders van Stellenbosch. De aanklachten tegen hem waren:
De tijdelijke openbaar aanklager Gabriel Exter moest volgens de aanstelling van de raad van 11 december het bewijs aanleveren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0005 De rechter hoorde een zaak tegen enkele slaven, aangeklaagd door Johan Nicolaas Steven van Lijnden, de officier van justitie van het bestuur. De volgende personen werden opgepakt en in de gevangenis gezet:
De slaven Josie en Jan Batist Baajoe werden ondervraagd door adjunct-officier Jan Denner. Vanwege tijdgebrek konden niet alle verdachten grondig worden verhoord. Toen de aanklacht werd voorgelezen, gaven de verdachten aan dat ze het begrepen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0231 De assistent Jacobus Verceul kende namens de burger Jan Jacob Meijer het volgende rechtsgeval. In 1785 had Meijer zijn slavin Tima van de Kaap gevangen laten zetten vanwege diefstal. Ze moest daarvoor gestraft worden. Het gerechtshof (officium fiscaal) startte een strafproces tegen Tima van de Kaap. De raad veroordeelde haar tot:
Meijer had echter veel zaken te regelen en een huis vol kinderen die sinds de dood van hun moeder toezicht nodig hadden. Tima was zeer bekwaam in deze taken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0346 De Raad heeft, namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden, de volgende straffen uitgedeeld:
De veroordeelden moeten worden teruggestuurd naar hun eigenaren, die de kosten moeten betalen. De Raad bepaalt dat de gevangenen direct door hun eigenaren buiten het district moeten worden verkocht, verhuurd of gehuisvest. Ze mogen nooit meer terugkeren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0232 Op zaterdag 31 januari 1789 kwam er een speciale vergadering bijeen. Aanwezig waren president Johannes Isaak Rhenius en alle leden behalve Ronnenkamp en Mijer.
De tijdelijke aanklager meldde dat de verdachte Gabriel Exter de vorige dag laat in de middag naar het huis was gegaan van een vrijgelaten zwarte man uit Bengalen genaamd Laijer. Daar had hij de slavin Flora, die eigendom was van brandmeester Casper, met wie de verdachte eerder een relatie had, op moorddadige wijze 4 messteken toegebracht. Volgens de medische verklaring waren 2 van deze verwondingen dodelijk.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0037 De Raad heeft een rechtszaak behandeld tegen Pieter Fourie. Na het horen van de aanklacht en het verweer heeft de Raad namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden besloten dat:
Deze zaak houdt verband met een andere rechtszaak tegen burger Gerhardus Dirk Kobze.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0120 David Malan vertrok naar zijn veeboerderij in het district Graaffe Reinet. De eigenaren van het verzoekschrift hebben in Warnick met een slaaf en twee paarden gestuurd in september om hem terug te laten komen. De ondergetekende had al in augustus twee keer contact opgenomen met de secretaris van de kolonie, omdat de landdrost Woeke afwezig was. Op 10 september werd een dagvaarding gestuurd met het verzoek om Malan en Sara Zigelders te arresteren als ze gevonden werden.
Als Malan op zijn veeboerderij of ergens anders in het district verblijft, kan hij niet beweren dat hij niets wist van de rechtszaak tegen hem. Als dat niet zo is, betekent het dat hij op de vlucht is. In beide gevallen hoeft het verzoek van de indieners niet in behandeling genomen te worden.
De ondergetekende wil uitleggen waarom een afwezige verdachte geen verdediger kan krijgen, volgens Carpzoo. Hiervoor zijn twee redenen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0141 De Raad krijgt een verzoek uit de kolonie Stellenbosch en Drakensteyn. Dit verzoek wordt afgewezen. Daarna geeft raadslid Ryno Johannes van der Riet namens burgemeester Morits Herman Otto Woeke van Graaffe Reinet een belangrijke mededeling door. De burgemeester wil dat twee zaken tegen burger Louis Kotze worden samengevoegd:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0143 Deze juridische tekst uit 13 november 1788 behandelt de vraag of een afwezige verdachte zich mag laten verdedigen. De belangrijkste punten zijn:
Het advies is ondertekend door H.L. Bletterman.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0142 Bij de rechtszaak over Louis Kotze die beschuldigd werd van overspel, werd de zaak overgedragen aan de tijdelijke officier van justitie.
De vrouw van Stephanus Fauche kwam naar de rechtszaal om hem te vertegenwoordigen op basis van een volmacht. Dit werd afgewezen omdat Fauche persoonlijk moest verschijnen voor de strafzaak. Er werd een nieuwe oproep verstuurd voor 5 februari, met dreiging van arrestatie bij niet verschijnen.
De zaak kon niet behandeld worden omdat de magistraat van de kolonie Swellendam geen bewijs had gestuurd dat de oproep was bezorgd. Dit was niet de eerste keer dat deze magistraat nalatig was. Een soortgelijk geval deed zich voor bij een zaak over Carel Sterrenberg op 12 juni, waarbij Ryno Johannes van der Riet betrokken was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0144 Op 29 mei werd een dagvaarding uitgebracht tegen Susanna Holtshausen, de vrouw van Jacobus Steyn Jacobusz. Beide personen verschenen op de vastgestelde dag, maar er kwam nooit bericht over de betekening van deze dagvaarding. De raad besloot daarom:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0145 De rechtbank heeft het verzoek van de vrouw van David Malan gelezen. Ze vroeg om haar eigen zaken te mogen beheren, zoals ze dat nuttig vond voor haar man en kinderen. E. Malan heeft dit ondertekend op 4 september 1783.
De officier stemde in met het opheffen van het beslag op de bezittingen. Hij merkte op dat er de laatste jaren veel problemen waren tussen David Malan en zijn vrouw, wat leidde tot wangedrag van slaven en ongelukken. De officier vond wel dat er niets van de gezamenlijke bezittingen verkocht mocht worden.
De Raad besloot het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0111 In oktober behandelden rechters een verzoek van David Malan de oude, ouderling van de kerk in het Zwartland, en Elisabeth Malan. Het verzoek ging over hun voortvluchtige zoon/man David Malan Davidszoon, die kornet (officier) was bij de burgercavalerie in Stellenbosch.
De rechters hadden de ondertekende 14 dagen gegeven om hierop te reageren. Hij merkte op dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0140 De ondertekenaar van de brief begrijpt niet wat de aanleiding is voor alle onrust. Mogelijk hebben enkele ongeruste schuldeisers ongegronde zorgen geuit over:
Ze legt uit dat de schuldeisers helemaal geen problemen hebben met de betalingen. Ze willen hun kapitaal graag bij haar laten. Over haar afwezige man zegt ze dat niemand kan oordelen voordat hij terugkeert. Ze vertrouwt erop dat hij niets verkeerds heeft gedaan waarvoor hij zou moeten vluchten.
Ze vraagt of de boedel onder haar beheer mag blijven omdat:
Ze verzoekt daarom om de boedel vrij te geven en haar tijdens de afwezigheid van haar man het beheer toe te vertrouwen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0110 Op de dag erna rond 11:00 uur werd de verteller bij het koloniale gebouw door een ordonnans ruiter geïnformeerd dat mevrouw Malan bij de drostdij (bestuurskantoor) was aangekomen en hem dringend moest spreken. Bij zijn aankomst trof hij mevrouw Elisabeth Malan en haar zwager heemraad Crum aan op een van de zitbanken.
Nadat Crum was vertrokken, ging mevrouw Malan met de verteller naar binnen in een van de voorkamers. Ze vertelde hem dat ze in de nacht tussen 11 en 12 een geluid had gehoord. Ze dacht eerst dat het haar man was die zoals gewoonlijk laat thuiskwam. Toen ze 's ochtends opstond en merkte dat er nog geen wijn was uitgegeven aan het personeel, liet ze haar zoon op zijn kamerdeur kloppen. Na herhaaldelijk kloppen zonder antwoord, liet ze een raam van buitenaf openen om binnen te komen.
Ze ontdekte toen dat haar man weg was en had meegenomen:
Ook de dienstmeid van Radyn was die nacht verdwenen. Mevrouw Malan wilde dit direct melden, eerst aan de verteller en daarna in Kaap. Ze vroeg ook of haar aanstaande veiling door kon gaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0095 De vrouw van burger David Malan Davidsz had toestemming gevraagd aan de Raad van Justitie in Kaapstad om een vrijwillige openbare verkoop te houden op 18 van die maand. Haar man was kort daarvoor weggegaan, vermoedelijk om zijn veeboerderijen te bezoeken. Zij dacht dat de verkoop gewoon door kon gaan omdat ze het samen hadden afgesproken. Ze wilde wachten tot het laatste moment of tot haar man terug was om het eventueel nog af te zeggen.
Tot haar grote verbazing had de landdrost de verkoop verboden. Hij had waarschijnlijk bij de Raad van Justitie een verzoek ingediend om hun bezittingen onder toezicht van justitie te plaatsen. Daarna hebben afgevaardigden van de Raad een inventaris opgemaakt van hun bezittingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0109 Het volgt over een zaak voor een rechtbank tussen de landdrost en koopman van de kolonie Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewyk Bletterman, en Elisabeth Malan, vrouw van burger kornet David Malan Davidszoon. Op 4 september 1788 verklaart zij dat ze uit onwetendheid heeft ontkend bij de landdrost te hebben geklaagd over haar man die weggelopen was. Echter beweert zij dan dat ze het niet als officiële klacht bij de landdrost heeft ingediend, maar het slechts in een privégesprek met hem heeft besproken. Ze toont spijt over haar eerdere uitspraken en benadrukt dat ze haar man nog steeds respecteert.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10987 / 0108 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/