Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Een slavin ging naar de Raad-Ordinaris Vertrek (een soort rechtbank) om toestemming te vragen een overleden slavenkind te begraven. Ze vertelde dat haar eigenaar het kind aan een schoorsteenketting had opgehangen en vervolgens zo hard had geslagen dat het kind was overleden. De Raad-Ordinaris heeft toen het lichaam laten onderzoeken om te zien of deze beschuldiging waar was. Bij de inspectie door commissarissen van de Raad, samen met tweede oppermeester Leuwer, werden geen tekenen van mishandeling gevonden. De Raad-Ordinaris was daarom in eerste instantie van mening dat de slavin haar eigenaar valselijk had beschuldigd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0052 De Raad heeft geoordeeld over de zaak waarin slavin Rosie beweerde dat Coenraad Warner haar kind had mishandeld. Ze klaagde hem aan na de dood van haar kind. Warner had het kind inderdaad gestraft voor diefstal van geld, maar niet zo erg als Rosie had beweerd. De Raad vond haar klacht enigszins begrijpelijk omdat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0053 's Avonds zijn er vanuit Plettenbergsbaai bij de Hoeningklip goederen uitgeladen die aan Koch toebehoorden. Deze waren ongeveer een maand eerder daar naartoe gebracht. Omdat alle verklaringen hetzelfde waren, is alleen die van de slavin Pieternel bijgevoegd. De slaaf Caesar, die dit aan Bouve en Goliad zou hebben gemeld maar nu alles ontkent, wordt ook naar de Kaap gestuurd. De autoriteiten kunnen hem daar ondervragen in aanwezigheid van Bouve en Goliad.
Dit werd ondertekend door A.A. Faure in Swellendam op 12 januari 1790. De plaatselijke rechter verzocht daarna dat de landdrost de volgende personen naar de Kaap zou sturen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0077 De openbaar aanklager zegt dat C. Warner tijdens de inspectie door de hoogwaardigheidsbekleders zo dronken was dat hij nauwelijks vragen kon beantwoorden. De aanklager kon niet besluiten om de slavin zoals gebruikelijk terug te geven, omdat hij haar niet wilde blootstellen aan de dagelijkse dronkenschap en wraakzuchtige buien van Warner. Om ongelukken te voorkomen, die zowel de eigenaar als de slavin zouden treffen, heeft hij zich tot de rechtbank gewend met de vraag of zij in dit bijzondere geval zouden willen ingrijpen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0054 De onafhankelijke openbare aanklager Johan Nicolaas Steven van Lijnden verscheen voor de rechtbank van het kasteel in Kaap de Goede Hoop. Op 8 januari was er een slavin genaamd Rosie, eigendom van burger Coenraad Warner, naar de gevangenis gekomen. Ze was daar door haar eigenaar naartoe gestuurd om een briefje op te halen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0051 De Raad besprak een melding over de slaaf Rosie en haar 3 kinderen. De eigenaar Coenraad Warner stemde in met de verkoop. De Raad besloot dat vanwege het gedrag en karakter van burger Warner, de slaaf Rosie en haar kinderen via de rechter verkocht moesten worden. Dit was om problemen te voorkomen. Er werd als voorwaarde gesteld dat Rosie nooit meer onder de macht van Warner mocht komen. De plaatsvervangend officier van justitie Johannes Andreas Tuiter werd door het bestuur aangesteld in deze zaak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0056 De gedaagde werd verzocht direct een antwoord te geven op de beschuldiging. De aanklager stelde dat dit nodig was omdat de gedaagde al een kopie van de verklaring had ontvangen en was opgeroepen om te reageren om lange rechtszaken te voorkomen. De gedaagde verdedigde zich met deze punten:
De aanklager reageerde dat dit allemaal zinloze excuses waren en dat zijn schuld duidelijk bleek uit de verklaring.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0104 In 1737 gaf Johan Gesro Cramer een machtiging aan ambtenaar Quist Möllerstrom. Möllerstrom vluchtte in 1788 weg nadat hij geld had verduisterd. Deze zaak wordt nu behandeld door Jacobus ver Cuieil.
Het ging om de volgende bedragen:
De aanklager vreest dat hij bij de afhandeling van Möllerstrom's bezittingen moet concurreren met andere schuldeisers voor het terugkrijgen van zijn geld. Hij vindt dit oneerlijk omdat het geld hem in goed vertrouwen was toevertrouwd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0348 De Raad behandelde een zaak. Hierin diende Marinus Marinussen een duplicaat in als vertegenwoordiger van de Oost-Indische Compagnie. Op 20 deed Johan Philip Snegelsbergen, de onderbaas van het bedrijfsmagazijn, afstand van verdere procedures en zijn verzoek. De aanvrager zei ook af te zien van verdere stappen.
De Raad hield deze zaak aan voor beraad, maar eerst moesten de verklaringen worden gecontroleerd en onder ede bevestigd. Na afloop van de zitting presenteerde Jacobus Pereeuil, als vertegenwoordiger van burger Jan Jacob Meijer, een verzoekschrift aan president Johannes Isaak Rhenius en de andere raadsleden.
Johan Nicolaas Steven van Lijnden, de onafhankelijke aanklager van het gouvernement, werd gevraagd op zijn ingediende repliek een duplicaat in te dienen. Dit was tegen Johan Nicolaas Steven van Lijnden, die op zijn repliek een duplicaat moest indienen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0345 Op een donderdag werd een rechtszaak gehouden in Kaap de Goede Hoop. De onafhankelijke aanklager E.O. Eyser diende een strafzaak in tegen Jacobus Johannes van den Bergh, een burger uit Batavia die lijfeigene was. De raad hield de zaak in beraad. De zaak werd bijgewoond door notaris W.H. Ryneveld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0233 De raad heeft geoordeeld over drie soldaten van het Johann Michael Kalmbacher, Jacob Krieger en Joseph Schligter van het regiment van Württemberg, die in Breda gelegerd waren. Na een verzoek tot uitstel van 24 uur en een verzoek om bijstand van een advocaat, heeft de raad besloten dat de verdachten persoonlijk moeten verschijnen om vragen te beantwoorden die hen door de aangewezen commissarissen zullen worden gesteld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0230 De overheid is ontevreden met de verklaringen die uit Graaffe Reinet komen. Deze zijn niet officieel opgenomen en niet beëdigd. Dit is niet volgens de regels uit artikel 4 van de instructie voor de Landdrost, en ook niet volgens artikel 14 van het reglement voor Landdrost en Heemraden van Graaffe Reinet van 19 juli 1786. De Landdrost moet zorgen dat heemraden verklaringen van Hottentotten en slaven goed opnemen en dat anderen hun verklaringen onder ede afleggen.
Verder kwam er een brief binnen van veldwachtmeester Willem Adriaan Nel uit de Hantam. Deze brief gaat over een taak die hem op 15 januari was gegeven. Het betreft vee dat op 27 maart 1788 door een vonnis was afgenomen van twee verbannen burgers, Adriaan van Zeijl en Johannes Wiezer, ten gunste van de Compagnie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0121 De verdachte was ervan overtuigd dat de Hottentot niet door zijn toedoen was overleden, maar door eigen onvoorzichtigheid. Toch heeft de koopman en landdrost van de kolonie Graaffe Reinet, Morits Herman Otto Woeke, besloten om de verdachte voor de rechtbank te dagen. Omdat de verdachte ver weg woonde en niet lang in Kaap kon blijven, heeft hij via zijn advocaat G. D. Kotree verzocht om de zaak als civiele zaak te behandelen. De aanklager had begrip voor de situatie en wilde:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0118 De burger Gerhardus Dirk Lotze woonde op een kleine veeplaats ver in het binnenland, in de buurt waar rovende Bosjesmannen-Hottentotten leefden. Hij had een Hottentot in dienst die "Gezwind" of "Kogelman" werd genoemd. Deze helper kreeg goed te eten en te drinken en werd goed betaald. Toch liet de Hottentot meerdere keren 's nachts het vee los in het veld, waardoor de Bosjesmannen-Hottentotten veel schade konden aanrichten.
Lotze sloeg daarop Gezwind een paar keer met een zweep. De Hottentot rende weg en kreeg tijdens zijn vlucht nog meer slagen. Toen Gezwind later terugkwam bij het huis, dronk hij veel koud water terwijl hij nog verhit was van het rennen. Hij viel flauw en ondanks dat Lotze probeerde hem te helpen, overleed de Hottentot twee dagen later.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0117 De openbare aanklager wil dat de koopman en landdrost van de kolonie Graaffe Reinet persoonlijk komt antwoorden op vragen in een strafzaak. De zaak is tussen:
De zaak gaat over de mishandeling van een Khoi (Hottentot) genaamd Geswind, die kort daarna is overleden. Het verzoek is gericht aan de president Johannes Jzaak Thenius en de raad van justitie van het gouvernement. De openbare aanklager Pieter Hugo zal de aanklacht indienen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0116 Geertruida Johanna Herhold, weduwe van Stijtler, werd veroordeeld tot een boete van 20 ducaten voor de schatkist. De zoon van Geertruida Johanna Herhold zou streng worden berispt door de Raad. De weduwe moest ook de proceskosten betalen. Het ging om een rechtszaak tussen de Fiscaal als aanklager en de weduwe van Nicolaas van der Hugo als gedaagde. De weduwe beweerde dat het verslag vol onwaarheden stond.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0115 Op een rechtszitting kwam een strafzaak aan de orde. De landrechter (landdrost) beschuldigde de landbouwer Pieter Zou dat hij zijn slaaf Fortuijn van Mallebaar zo erg had mishandeld dat deze overleed. De slaaf was na de mishandeling weggelopen, werd teruggebracht en stierf 12 dagen na het ontvangen van de slagen. Hij was begraven zonder dat dit was gemeld. Pieter Zou verdedigde zich door te zeggen dat hij de jongen alleen een normale afstraffing had gegeven die hij verdiende. Hij beweerde dat hij niet wist dat er iets met de slaaf aan de hand was en dat deze uit kwaadaardigheid had geweigerd te eten. Beide partijen bleven bij hun standpunt en zagen af van het indienen van verdere bewijsstukken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0119 Op 5 februari 1789 was er een rechtszitting in Kaap de Goede Hoop. De voorzitter was Johannes Izaak Rhenius. Van Echten was afwezig wegens ziekte.
De voorlopige officier van justitie meldde dat geen van de gedaagden was verschenen. Het ging om:
De officier van justitie verzocht om deze personen te verbannen uit het gebied. Als ze later opgepakt zouden worden, zouden ze volgens verdienste gestraft worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0041 De vonnisuitspraak beschrijft dat een man uit Bengalen veroordeeld wordt tot een zware doodstraf namens de Staten-Generaal. Hij zal op een executieplaats door een beul worden:
Na zijn dood zal:
De veroordeelde moet ook de proceskosten betalen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0040 De rechter heeft besloten dat de dader op de gebruikelijke plek voor het uitvoeren van doodstraffen moest worden gestraft. Daar zou hij door de beul met gloeiende tangen worden vastgegrepen. Vervolgens moest hij worden geradbraakt, zijn rechterhand afgehakt en met die hand in zijn gezicht worden geslagen. Zijn lijk zou naar een plaats buiten de stad worden gesleept en op een rad worden gelegd totdat het door de elementen en vogels zou zijn vergaan. De dader zou daarnaast de proceskosten moeten betalen.
De veroordeelde reageerde hierop door te zeggen dat het slachtoffer zijn vrouw was die vreemdging. Hij verklaarde de anderen te hebben gestoken omdat zij hem sloegen. De officier van justitie verzocht om uitvoering van het vonnis. De rechtbank had bij het vonnis rekening gehouden met de extreme woede van de dader.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0039 Een gevangene genaamd Laijer had meerdere mensen verwond met een mes in Evengem. Hij stak de fourier Helleberger van het regiment Wurtenberg in de wang, maar die kon ontsnappen door te vluchten naar het huis van de dominee van Lien. Daarna stak Laijer ook nog een slaaf genaamd Junri, die eigendom was van de Compagnie. Uiteindelijk werd Laijer met veel moeite gearresteerd en aan justitie overgedragen. Tijdens zijn arrestatie raakte Laijer zelf gewond aan zijn hoofd. Volgens de hoofdchirurgen was deze verwonding zo ernstig dat hij bij de kleinste complicatie plotseling zou kunnen overlijden. Om te voorkomen dat deze opzettelijke moordpoging ongestraft zou blijven, eiste rechter Eyss een snelle veroordeling vanwege het dringende karakter van de zaak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0038 Na een rechtszaak op Stellenbosch en Drakenstein besloot de koopman en landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman het volgende over twee slaven:
In beide gevallen moesten de proceskosten nog betaald worden. Dit gebeurde aan Kaap de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0036 Een rechtszaak over een drankvergunning in Stellenbosch en Drakenstein laat het volgende weten:
Jacobus van Leeuwen trad op als verdediger van Kannemijer. De aanklager was landdrost Hendrik Lodewijk Bletterman die de boete van 1000 gulden plus proceskosten eiste.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0008 Er werden verschillende besluiten genomen over:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0368 Op 8 januari 1789 komt de raad bij elkaar onder leiding van president Johannes Izaak Rhenius. De leden Van Echten, Maasdorp en Mappa zijn ziek afwezig.
Jacobus van Leeuwen dient namens Jan Barendse vier verklaringen in voor een rechtszaak. Raadslid Rino Johannes van der Riet heeft hier geen bezwaar tegen.
De koopman en landdrost van de kolonies Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, klaagt David Malan aan. Malan is kornet (officier) van de burgerdragonders in Stellenbosch. Hij wordt beschuldigd van:
De tijdelijke officier van justitie Gabriel Exter moet volgens een besluit van 11 december bewijzen aanleveren in deze zaak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0007 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/