Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Er werden verschillende besluiten genomen over rechtszaken, waaronder:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0414 De landdrost kreeg van de bode in Stellenbosch, Ernst Fredrix Fautsman, een oud papiergeldstuk van 10 rijksdaalders. Dit was ingeleverd door Sabina, een slavin van de vroegere hoofdchirurg van het ziekenhuis, Pieter Domus. De landdrost riep de slavin bij zich en vroeg haar hoe ze aan zo'n groot bedrag kwam, wat ongewoon was voor een slaaf. Ze zei eerst dat haar man uit de Kaap het haar had gestuurd. Dit bleek een leugen. Later vertelde ze dat ze het geld had gekregen van burger Hermanus Combrink, ook bekend als Batjoe. Toen de slaaf Batjoe werd ondervraagd, zei hij dat hij via een andere slaaf wel geld aan Sabina had gegeven om een deken te kopen. Het was echter maar 5 rijksdaalders waard, niet 40 zoals Sabina beweerde. De landdrost vermoedde dat Sabina meer wist van een diefstal en liet daarom zowel haar als slaaf Batjoe gevangen zetten. Hij vroeg de adjunct-fiscaal om goedkeuring van de raad voor deze actie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0199 Deze tekst gaat over verschillende rechtszaken en besluiten in de koloniale tijd. De volgende zaken werden behandeld:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0413 Er was een rechtszaak waarbij Hendrik Lodewijk Bletterman als openbare aanklager optrad tegen verschillende mensen. Dit waren onder anderen:
Ook waren er rechtszaken tegen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0420 Er werd een ongeboren baby van 5 of 6 maanden gevonden. De onafhankelijke rechercheur ontdekte dat de moeder een slavin was genaamd Amelia van Bali, die eigendom was van de handelscompagnie's kok Denner. Toen Amelia werd verhoord door de commissie van de Raad bleek duidelijk dat zij geen schuld had. De baby was per ongeluk van haar afgekomen toen ze op het toilet zat. Hoewel er geen reden was om Amelia te vervolgen, kon ze niet worden vrijgelaten zonder uitdrukkelijke toestemming van de Raad. Vanwege deze omstandigheden werd besloten Amelia terug te sturen naar haar eigenaar omdat ze onschuldig was bevonden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0133 Bij een onderzoek in de districten van Stellenbosch en Drakenstein werd de officier van justitie door Marthinus Rijleveld op een dusdanig beledigende manier behandeld dat het onderzoek moest worden gestaakt. Dit bracht de veiligheid en rust van de inwoners en hun bezittingen in gevaar. De officier van justitie heeft nog nooit eerder zo'n beledigende behandeling meegemaakt tijdens zijn werk. Hij vraagt nu aan de raad om Rijleveld op een door hen te bepalen dag voor de raad te laten verschijnen. Als straf wordt voorgesteld om Rijleveld voor een periode van 14 dagen op water en brood te zetten vanwege zijn beledigende uitspraken tegen de officier van justitie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0496 H.L. Bletterman diende op 9 december 1790 een verzoek in bij de rechtbank in Kaap de Goede Hoop. Hij moest 100 ducatons betalen aan de kerkelijke armenzorg van de gemeente Stellenbosch. De rechtbank zou hierover nog een besluit nemen. De secretaris W. Rijneveld ondertekende dit document.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0497 De boodschapper vroeg of hij binnen mocht komen. De vergadering was compleet. Sommige leden vertelden dat Bijleveld zich met bepaalde verzoeken tot hen had gericht. Ze hadden hem verteld dat hij daar niet mee in de vergadering moest komen. Ze waren het allemaal eens met het voornemen omdat ze overtuigd waren van Bijleveld's eigengereide en brutale gedrag.
Toen hij binnen werd gelaten, vroeg hij direct wie de kosten zou betalen omdat zijn slaaf door de rechter was vastgezet. De leden antwoordden dat hij met zulke zaken niet bij hen moest komen. Hierop vertrok hij.
Een van de leden, Jacob Eksteen, overhandigde daarna aan de ondergetekende de bijgevoegde verzoeken. Hij gaf aan dat hij deze had laten kopiëren omdat hij enkele dagen geleden zelf had gemerkt dat er te veel toegeeflijkheid was getoond richting Bijleveld. Het werd noodzakelijk geacht om Bijleveld tot de orde te roepen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0495 Stephanus Cornelis Botma heeft bekend dat hij in een dronken bui in Graaff-Reinet met een mes zijn oom Smith wilde steken. Bhatnia beschermde Smith, nam het mes af en werd in zijn linkerzij gestoken. De heer Landdaart was hier getuige van. De volgende ochtend werd Katenbrink dood aangetroffen. Botma is toen met secretaris Maijnier naar zijn oom Andries Smith gereden. Later is hij bij Cloete gekomen, van plan om dit bij de hoofdaanklager in Kaap te melden. Hij wist dat hij straf verdiende. Voor deze bekentenis is Botma gearresteerd en onder begeleiding van opzichter Andriessen naar Kaap gestuurd. De zaak wordt doorgestuurd naar de landdrost in Graaff-Reinet omdat daar de misdaad is gepleegd. Bletterman heeft dit op 11 december 1790 in Stellenbosch opgeschreven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0500 De bestuurder beschuldigt Bijleveld van ongepast gedrag. Bijleveld reageerde brutaal en zei dat hij al zijn slaven zou sturen. Hij zei ook dat waar de bestuurder durfde te komen, hij ook zou komen. De volgende dag stuurde de bestuurder een bode naar Bijleveld om hem hierover te ondervragen. Bijleveld ontkende toen grotendeels wat er was gebeurd. Vanwege zijn herhaaldelijke dreigementen en brutaal gedrag, waarvan er veel bewijzen zijn, verscheen Bijleveld op maandag 6 van deze maand voor de vergadering van Heemraden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0494 De commissaris liet een jongen tijdelijk in de gevangenis plaatsen. Hij stuurde direct een tweede politieman naar Bijleveld met het verzoek om de kist van de slaaf-jongen te doorzoeken. Bijleveld gaf aan dat de jongen de sleutels bij zich zou hebben en zelf naar de commissaris zou komen.
De commissaris, hoewel overtuigd dat er niets bij de slaaf-jongen te vinden was, liet hem nogmaals fouilleren. Opnieuw werd niets gevonden. Een half uur later kwam Bijleveld in de tuin. De commissaris vroeg hem of de jongen de sleutel had, waarop Bijleveld antwoordde dat zijn vrouw die had.
Toen de commissaris vroeg of hij de kist had doorzocht, antwoordde Bijleveld ontkennend. Hij kwam alleen informeren hoe het met zijn jongen ging en vroeg waarom de slaven van Domus niet waren opgehaald. Na het horen van het verhaal van Domus gaf Bijleveld toe dat hij zelf de sleutel had verstopt. Hij vond het onverstandig om een jongen met politiemensen en bewakers te laten ophalen, wat onrust onder het volk zou kunnen veroorzaken, alleen op basis van wat de dienstmeid van Domus had gezegd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0493 Een slaaf genaamd Meij, eigendom van Bijleveld, was verdacht van enkele inbraken in provisiekamers in het dorp Stellenbosch. De inbraken waren gepleegd in kamers die door de metselaars van Bijleveld waren gebouwd of verbouwd. De ordonnantieruiter Adam Reim werd met 2 helpers naar het huis van Bijleveld gestuurd om Meij op te halen voor ondervraging. Bijleveld zei dat het niet nodig was om met helpers te komen omdat dit onrust onder het volk zou veroorzaken. Na ondervraging en fouillering werd Meij voorlopig vastgehouden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0492 De vrouw van Bijleveld vertelde dat zij met een slavin in haar tuin aan het werk was bij het molenwaterkanaal. De slavin zag toen een kistje voorbij drijven. Het kistje bleek gestolen te zijn, met een beschadigd slot. In een verborgen laatje vonden ze een muntstuk van 3 rijksdaalders, wat knopen en een paar zilveren kniegespen.
Domus vroeg aan Bijleveld en zijn vrouw om de sleutel, zodat hij dit bij de landdrost kon melden. Ze gingen hiermee akkoord. Er was een verhaal dat een aap van Jan Heijneke de sleutel, die met drie andere sleutels aan een touwtje zat, van de slaaf Meij zou hebben afgepakt. Deze sleutel werd later gevonden op of bij de scheidingsmuur tussen het erf van Domus en de nieuw gebouwde huizen van Bijleveld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0491 De assistent-aanklager Johannes Andreas Pruter stelde voor om een huiszoeking te houden bij burger Johannes Engel, waar de commissieleden mee instemden. Pruter diende ook een verzoekschrift in over burger Marthinus Bijleveld. Dit verzoekschrift was gericht aan de voorzitter van de Raad van Justitie, Johannes Isaak Rhemius, en de overige raadsleden. Het stuk werd ingediend namens de landdrost van de kolonies Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Louwijk Bletterman.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0489 De officier van justitie vraagt op 9 december 1790 toestemming aan de rechtbank om huiszoeking te doen bij Johannes Engel. Er waren in die tijd veel diefstallen gepleegd in de stad. De officier denkt dat er gestolen goederen in het huis van Engel liggen. Hij wil ook Engel persoonlijk voor de rechtbank laten verschijnen. De rechter I.N.S. van Lijnden heeft het verzoek ontvangen en er is over gestemd door de raadsleden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0488 De tekst gaat over een rechtszaak waarbij een soldaat zich voordeed als Engelse matroos en gestolen goederen verkocht aan Johannes Engel. Dit gebeurde in twee keer:
De totale waarde was 13,25 rijksdaalders. Engel verdedigde zich door te zeggen dat hij dacht dat het een Engelsman was die hij niet kende. Hoewel dit aannemelijk lijkt, is het duidelijk dat de verkoper een gedeserteerde soldaat uit het kasteel was. Door de eerste verkoop werd de dief aangemoedigd om meer te stelen.
Engel had voorzichtiger moeten zijn en de regels beter moeten volgen. Hij was al om half 6 bereid om de spullen voor een lage prijs te kopen zonder veel vragen te stellen. Hij had moeten bedenken dat het verdacht was dat iemand zo vroeg kwam met hoofdkussens en andere goederen die niet van een soldaat of matroos konden zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0487 De onafhankelijke aanklager (fiscaal) diende een verklaring in met 3 bijlagen. Hij meldde dat op 11 november de militaire rechter (kapitein-auditeur) hem vertelde over een soldaat, Conraad Schreib, die uit het kasteel was weggelopen maar weer was gepakt. Bij zijn verhoor bekende Schreib dat hij verschillende spullen had gestolen en deze had verkocht aan iemand die bij de Boeren Plein woonde. Hij kon niet precies zeggen wie dit was. De militaire rechter vroeg om een gerechtsbode bij het verhoor. Later bleek dat de onbekende koper de burger Johannes Engel was. Engel kon niet ontkennen dat hij spullen van Schreib had gekocht en gaf deze direct terug.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0486 De rechtbank heeft uitspraak gedaan over het illegaal verhuren van kamers in Kaapstad. Willem Rudolph, Cornelis Brits, Carel Meijer, Godfried Rittenhausen en de vrijgemaakte zwarte personen Johannes en Clara werden aangeklaagd. Ze hadden kamers verhuurd aan soldaten, wat verboden was volgens de wet. Hoewel Luitenant Hamel toestemming had gegeven voor één geval en sommige verhuurders armoede als excuus gebruikten, oordeelde de rechtbank dat dit geen geldige redenen waren om de wet te overtreden. De rechtbank, die sprak namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden, heeft alle beklaagden veroordeeld tot een boete van 1000 gulden per persoon, plus de proceskosten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0485 Naar aanleiding van een brief van 18 november 1749 is Godfried Fredrik Koch bij aankomst bij de Honing Klip onverwacht gearresteerd door een plaatsvervanger. Deze zorgde ervoor dat Koch geen contact kon hebben met zijn slaven. Daarna zijn twee bestuursleden (Hillegard Muller en Petrus Sienaar), samen met een secretaris, eerst naar de Honing Klip en later naar de Mossel Baai gegaan. Op beide plekken hebben ze een inventarislijst gemaakt. Ze vonden niets van de lading van het schip de Maria, dat in de Plettenbergbaai was gestrand. Na het opmaken van de lijst werden de slaven apart ondervraagd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0076 De raad accepteerde het verzoek en leverde een kopie van het document dat de onafhankelijke aanklager op 8 oktober 1789 had ingediend. Ook werd het verzoek goedgekeurd om de notulen van 21 oktober 1789 samen met het ingediende verzoek toe te voegen aan de officiële stukken en deze naar de rechtbank van het kasteel in Batavia te sturen. Vervolgens werd, in aanwezigheid van de assistent-aanklager, een brief voorgelezen die de landdrost van de kolonie Swellendam had geschreven aan president Johannes Isaak Rhenius, die de rang van opperkoopman had.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0075 De Landdrost van de kolonies Stellenbosch en Drakenstein diende een klacht in over de burger Pieter Roux, die woonde aan de Heerivier. Roux moest op 18 maart voor de rechtbank verschijnen om te horen welke aanklachten er tegen hem waren. De zaak ging over het feit dat Roux, nadat hij schriftelijk was opgedragen om de Hottentot Lambert Boer zijn verdiende loon te betalen en hem met zijn vrouw te laten vertrekken, deze Lambert Boer met een riem had vastgebonden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0057 Dit is een lijst van rechtszaken en vonnissen van de VOC rechtbank, waarbij:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0529 Op donderdag 2 (maand onbekend) om ongeveer 5 uur 's middags kwam de oud-opperchirurgijn Pieter Domus bij de drost van Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman. Domus toonde twee grote sleutels en vertelde over diefstallen in het dorp.
Hij vertelde dat zijn slavin Sabina bij hem was gekomen met het verhaal dat:
Toen Domus via Rosetta de sleutel bij Bijleveld liet opvragen, liet mevrouw Bijleveld weten dat hij zelf moest langskomen omdat ze hem wilde spreken. Bij zijn bezoek vroeg hij de sleutel te zien.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0490 Enkele belangrijke besluiten en verzoeken:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0515 De tekst gaat over een slavin die Rosie heet en in opdracht van de rechtbank verkocht zou kunnen worden aan Coenraad Warner. De vertegenwoordiger van de rechtbank laat het aan het oordeel van de rechtbank over om te beslissen wat er moet gebeuren met de 3 kinderen van Rosie, die bij haar in de gevangenis verblijven. Het oudste kind is 7 jaar, het tweede 4 jaar en het jongste 2 jaar oud. De tekst is ondertekend door plaatsvervangend aanklager I. A. Fruter op 21 januari 1790.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0055 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/