Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Op basis van de tekst blijkt dat Marthinus Janssen de Bruin verbannen is uit het land namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden. Als hij zou terugkeren, zou hij gestraft worden. Hij moet ook de proceskosten betalen. De tijdelijk aanklager Jacob Pieter Deneys heeft op 8 december een verklaring ingediend over de gevangen slaaf Ontong uit Makassar, die eigendom was van burger Jacob van Rheenen. De leden hebben dit document en de bijbehorende stukken gelezen en besproken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0407  


Nel vertelde dat hij in de maand oktober 1789 naar de Kaap was gegaan. Hij had toen zijn kinderen achtergelaten bij hun schoolmeester Gerbrands Zoetelieff. In november kwam hij terug naar zijn woonplaats. In februari 1790 ging Nel weer met al zijn kinderen op reis. Onderweg ontdekte hij dat zijn dochter Rachel Elisabeth, die hij had gekregen met zijn eerste vrouw Cornelia van Jaarsveld, zwanger was. Ze was toen nog geen 13 jaar oud. Eerst ontkende ze dit. Bij haar grootmoeder, de weduwe van Willem van Jaarsveld in Riebeeks Casteel, bekende Rachel Elisabeth uiteindelijk dat Louis Coetrée haar had zwanger gemaakt. Coetrée was getrouwd met Martha van Wyk, de zus van haar stiefmoeder Christina Magdalena van Wyk. Dit was gebeurd tijdens de afwezigheid van haar vader. Begin juli beviel Rachel Elisabeth van een dochter. Door ziekte van moeder en kind, en door het winterseizoen, kon Nel pas later actie ondernemen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0396  


De vrouw van Jan Smit van Dilburg, Hendrika Jansen, deed een verzoek aan de Raad van Justitie. Haar man was op 22 november 1787 veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf op Robbeneiland en kreeg daarna levenslange verbanning uit het gebied. Op 26 maart 1789 vroeg zij toestemming om met de fiscaal Johan Nicolaas Steven van Lynden te onderhandelen over de straf van haar man, zodat ze hun laatste levensdagen samen in rust konden doorbrengen. De Raad van Justitie besloot het verzoek door te sturen naar de fiscaal voor zijn overwegingen. Op 31 maart 1789 diende de fiscaal een uitgebreid schriftelijk antwoord in.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0205  


In november stuurde raadslid F. H. Meyer zijn slaaf, Damon van de Kaap, naar de gevangenis voor kleine overtredingen. Damon meldde zich bij de waarnemend officier van justitie Jacob Pieter Deneys. Deze officier deed later aangifte tegen de slaven Jonas, Ontong en October. De eerste slaaf was eigendom van burger Jacob Schreuder, de andere twee waren van de chirurgijn Jan Morel.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0392  


Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0434  


Jacob Pieter Denerfs dient een verslag in over het dodelijk verwonden van burger Lambertus Paulsen door medeburger Martinus Jansse de Bruin. De zaak betreft verschillende partijen:

Er wordt verzocht om een bastaard-Hottentot genaamd Casper op Robbeneiland te plaatsen. Daarnaast wordt er melding gemaakt van:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0426  


De rechtbank ondervroeg Ontong meerdere keren over de vermeende moord. Ontong ontkende niet alleen volledig schuldig te zijn, maar ontkende ook alle omstandigheden die naar meer bewijs zouden kunnen leiden. Hij beweerde dat de verwondingen aan zijn hoofd en elders waren veroorzaakt door 6 of 7 slaven met een stalen voorwerp en opgeraapte botten tijdens een vechtpartij om 7 uur 's avonds.

Hoewel er verdenkingen tegen Ontong waren, vond de openbaar aanklager het bewijs niet sterk genoeg om marteling als ondervragingsmethode toe te passen. Volgens de procedureregels was er niet genoeg bewijs voor een 'halve bewijsvoering'. De aanklager vond de zaak te twijfelachtig om over te gaan tot marteling, omdat de gevolgen voor het slachtoffer onomkeerbaar zouden zijn. Ook wilde de aanklager niet het risico lopen zich schuldig te maken aan onrechtvaardigheid.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0376  


Toen de gewonde slaaf was weggebracht naar het hospitaal, keerde de bewaker met twee andere bewakers terug naar de plek waar de gewonde slaaf was blijven liggen. Tot hun verbazing was hij verdwenen, ondanks dat ze overal zochten.

Een maand later, op 19 augustus, werd een weggelopen slaaf genaamd Ontong, die eigendom was van burger Jacob van Rheenen, naar de gevangenis gebracht. Bij inspectie werden bij hem verschillende wonden gevonden die sterk leken op de wonden die eerder door bewaker Deker waren toegebracht aan de slaaf die Angerbeek had gestoken.

Ook de kleding van Ontong leek overeen te komen met wat de gewonde slaaf droeg, maar Deker kon niet met zekerheid zeggen dat Ontong dezelfde persoon was als degene die Angerbeek had verwond en die door hem was neergeslagen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0375  


Er zijn verschillende gerechtelijke besluiten genomen over onder andere:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0415  


Jonas Ontong en October werden gevangen gezet op het Robbeneiland, totdat er nieuwe bewijzen werden verzameld. Johannes Andreas Truter, de assistent officier van justitie, namens de regionale bestuurder van Stellenbosch en Drakenstein Hendrik Lodewyk Bletterman, diende een verslag in met twee bijlagen. Het verslag was gericht aan voorzitter Olof Godlieb de Wet en de andere leden van de rechtbank. De burger Albert Nel uit Hantam deed op 15 december van het voorgaande jaar aangifte.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0395  


In deze zaak blijkt dat gevangenen tot 8 uur bij elkaar waren gebleven. Na verhoor door de Rechterlijk Officier zijn ze erin geslaagd de zaak zo te verklaren dat er geen nadeel uit kon volgen. De Rechterlijk Officier had niet genoeg bewijs om strenger tegen de gevangenen op te treden. Hij legt dit voor aan het bestuur om een beslissing te nemen.

De Rechterlijk Officier, I.P. Deneis, vond het gedrag van de slaven zeer verdacht, ook al ontkenden ze alles. Hij vraagt toestemming om de slaven Jonas, Ontongen en October naar het Rakkers Eiland te sturen totdat er meer bewijs is. Anders kunnen ze terug naar hun eigenaren, onder voorwaarde dat ze altijd aan justitie overgedragen moeten worden als dat nodig is.

Dit verzoek is ingediend op 22 oktober 1791.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0394  


De rechtbank behandelde de verzoeken van de burgers Jan Smit Jurriaans en Jacobus Johannes van den Berg. Zij vroegen toestemming om de onafhankelijke aanklager Van Lynden voor deze rechtbank te dagen. Ze wilden hem dwingen een borgsom te betalen voor zijn vertrek naar Europa. Dit vanwege de proceskosten in lopende rechtszaken die Van Lynden tegen hen had aangespannen en die nog in hoger beroep waren bij de Raad van Justitie in het kasteel van Batavia. De rechtbank besloot hierover eerst een brief te sturen aan de gouverneur en de Raad van Politie over de borgsom van de aanklager. Op de verzoeken kwam daarom het antwoord dat ze in beraad werden gehouden. In de brief aan de gouverneur zou ook melding worden gemaakt van de verzoeken van Smit en Van den Berg. Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop, ondertekend door W.S. van Ryneveld Boets.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0200  


De verteller vond het verdacht dat de Jager niet meteen naar veldwachtmeester Gideon van Zeil was gegaan toen een slaaf was overleden na met een zweep (sjambok) te zijn geslagen. Volgens de regels moest een lijk worden geschouwd.

De Jager vertelde uiteindelijk de waarheid, maar vroeg bescherming omdat er volgens hem veel onrecht gebeurde waar niemand vanaf wist. Hij verklaarde dat hij en zijn vrouw Sara op het erf van burger Daniel Lambregts werkten. Op donderdag 28 april had zijn vrouw kleding gemaakt voor de slaven van Feit. Feit vertelde aan De Jager dat zijn schaapherder Lestor een schaap had gestolen en gebraden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0194  


De Johannes Andreas Pruter heeft namens de hoofdaanklager Johan Nicolaas Steven van Linden op 7 juni een verklaring ingediend. Deze verklaring ging over soldaat Johan Christoph Hitzrood en bevatte een bijlage met getuigenissen van twee slaven, Filander en January, die eigendom waren van vaandrig Sebastiaan Valentyn van Reenen. De verklaring werd voorgelegd aan de rechters van het Kasteel in Kaap de Goede Hoop. Ook wordt Godfried Gabriel Hauptfleischen genoemd in relatie tot de weduwe van de overleden ouderling Daniel Rossouw.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0190  


Op zaterdag 7 van die maand ontving Hendrik Lodewyk Bletterman, de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, bericht via de Hottentot Piet de Jager. Dit bericht kwam van de burger Hendrik Albert Feit, gedateerd op 1 van die maand. Bij dit bericht zat een verklaring van de burger Johannes Louw Jacobusz.

Het bericht ging over een overleden slaaf die enkele dagen daarvoor was gestraft door Feit. Deze slaaf, die schaapherder was, had volgens Feit een schaap gestolen en gebraden. Als straf had de slaaf een afranseling op zijn billen gekregen. Louw was gevraagd om de situatie te komen bekijken, zowel de slaaf als de plek waar het schaap was gebraden. Piet de Jager was hier bij aanwezig geweest.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0193  


Op een zaterdag kwam burger Johannes Louw op verzoek kijken naar het lichaam van een slaaf genaamd Lestor. Lestor had een schaap gestolen en gebraden, waarvoor hij een kleine afranseling had gekregen. De avond ervoor was hij overleden. Louw inspecteerde ook de plek waar Lestor het gestolen schaap had verstopt. Louw verklaarde dat hij geen dodelijke verwondingen op het lichaam had aangetroffen. Het lichaam werd daarna begraven. De volgende ochtend werd Piet de Jager gevraagd om een brief te bezorgen. Hij zou twee paarden krijgen voor de reis en 6 rijksdaalders voor zijn moeite. De Jager moest vertellen dat de slaaf Lestor een kleine afranseling had gekregen voor het stelen en braden van een schaap, en dat hij de dag erna was overleden. De Jager beloofde dit te doen en vertrok maandagochtend. Na deze informatie te hebben ontvangen, en om zeker te zijn van de lijkschouwing, werd er geschreven naar de veldwachtmeester. Deze moest Louw zeggen zo snel mogelijk naar Stellenbosch te komen. Er werd ook gevraagd om een reispas te regelen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0196  


De officier van justitie (Prueter) heeft verzocht aan het bestuur om 2 mensen uit het bestuur aan te stellen om samen met hem een onderzoek te doen in het verblijf van de soldaat Johan Christoph Hitzrood. Ze wilden kijken of ze gestolen goederen konden vinden. Als ze iets verdachts vonden, vroeg de officier toestemming om Hitzrood te arresteren en een rechtszaak tegen hem te beginnen.

Dit verzoek werd voorgelezen op 9 juni en goedgekeurd. Het onderzoek moest direct na deze vergadering plaatsvinden. De assistent-officier deed dit namens de landdrost van de kolonies Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewyk Bletterman. Het verzoek was gericht aan de voorzitter Johannes Izaak Rhenius en andere bestuursleden in 1791.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0192  


De burger Freit werd opgeroepen om voor de rechtbank te verschijnen op donderdag 1 september om 9 uur 's ochtends. Hij moest luisteren naar de aanklacht tegen hem, deze beantwoorden en de procedure volgen zoals de wet voorschrijft. Het document was ondertekend door H.L. Bletterman en ingediend bij de rechtbank in Kaap de Goede Hoop op 9 juni 1791.

Na het voorlezen en samenvatten van de bijlagen, kreeg de officier toestemming om burger Hendrik Albert Teil persoonlijk voor de rechtbank te dagen. De dagvaarding zou worden verzegeld met het grote zegel van de raad voor 1 september.

Daarna bracht de plaatsvervangende officier van justitie aan de raad het bericht dat de landdrost was geïnformeerd over een diefstal bij burger Fredrik Kannemeyer. Uit zijn kist was geld gestolen, waaronder een papieren munt van 40 rijksdaalders. De landdrost had meteen maatregelen genomen om deze diefstal te onderzoeken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0198  


Een slaaf genaamd Lestor had een schaap gestolen en gebraden. Als straf had eigenaar Teyt de slaaf door de slaven Damon en Castor en de Hottentotten Jan en Tigerhoef op zijn buik laten leggen. Teyt sloeg Lestor toen met een zweep op zijn billen tot het vel openlag. Daarna moest Lestor weer schapen gaan hoeden.

De volgende dag ging Teyt samen met de jager en een jonge slaaf genaamd Ferray te paard naar de schaapskudde. Ze zagen Lestor op ongeveer 200-300 passen afstand staan. Toen ze ongeveer 20 passen van hem vandaan waren, reed Teyt op Lestor in. Hij sloeg hem al rijdend met een zweep en reed hem omver. Daarna liet Teyt zijn paard 2 tot 3 keer over het lichaam van de slaaf heen lopen.

Toen de jager en Ferray bij Lestor kwamen, zagen ze dat zijn rechterscheenbeen gebroken was en dat hij stervende was. Bij zonsondergang reden ze terug naar huis. Teyt stuurde de eerdergenoemde Hottentotten en slaven om Lestor op te halen. Ze brachten hem dood terug. Op bevel van Teyt werd het lichaam in het onderkomen van de schaapherder gelegd en werd dit afgesloten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0195  


De hoofdbestuurder van de kolonie heeft via de secretaris W.S. van Ryneveld aan de president van de vergadering gevraagd om:

Tot zijn verbazing kreeg hij in plaats daarvan een onvolledig uittreksel van de rechtszaak van de buitengewone vergadering van 21 maart. Het verzoek was afgewezen zonder opgaaf van redenen.

Hij stelt dat een gouverneur van alles op de hoogte moet zijn wat er in zijn kolonie gebeurt, vooral van rechtszaken, omdat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0136  


Op 9 april 1791 kwam het Raad van Justitie bijeen in Kaap de Goede Hoop onder leiding van president Johannes Izaak Rhenius. Alle leden waren aanwezig behalve de onafhankelijke fiscaal Johan Nicolaas Steven van Linden. De vergadering betrof een brief over processtukken van Jacobus Johannes Le Sueur, die opperkoopman, keldermeester en lid van de politieke raad was. De Wet, die zwager was van Le Sueur, verliet de vergadering vanwege deze familieband.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0135  


Op 21 december werd besloten om het verzoekschrift aan de gouverneur en de politieke raad over de onafhankelijke rechter niet meteen in te dienen. Ze wilden wachten tot de zaak tegen Le Sueur helemaal was afgerond. Dit gebeurde bij de Kaap de Goede Hoop. De secretaris W.C. van Zyneveld was hierbij aanwezig en ondertekende het document.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0134  


De plaatsvervangend openbaar aanklager P. H. Truter verklaarde namens de hoofdaanklager dat er geen misdaad was gepleegd door de gevangen burger Stephanus Cornelis Botma. Hij adviseerde om Botma vrij te laten uit zijn burgerlijke hechtenis, mits hij de kosten zou betalen. Hoewel Botma de rechtbank mogelijk had misleid, verdiende hij volgens Truter eerder medelijden dan straf. Dit document werd voorgelegd aan de rechtbank op 31 maart 1791. Na lezing werd besloten Botma vrij te laten op voorwaarde dat hij de kosten zou betalen. Daarna meldde Truter namens de hoofdaanklager dat er in de voorgaande week een onvoldragen kind was gevonden op het strand.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0132  


Sebastiaan Valentyn van Reenen meldde bij justitie dat zijn slaaf Philander van Madagascar zilveren lepels en vorken had gestolen. Philander werd in de gevangenis geplaatst en kreeg straf. Tijdens het straffen bekende hij dat hij ook 6 gouden knopen en een schoengesp had gestolen. Op verzoek van slavin Rosina had hij deze verpand bij soldaat Johan Christoph Hitzrood. Medeslaaf January van Boegies was hiervan op de hoogte en gaf dit ook toe. De rechterlijk officier informeerde met toestemming van de president soldaat Hitzrood over de verpanding van de knopen en gesp. Toen Hitzrood dit ontkende, liet de officier zijn kamer afsluiten om te voorkomen dat eventueel gestolen goederen zouden verdwijnen voordat er onderzoek kon worden gedaan. De officier hoopte hiermee ook meer te weten te komen over de vele inbraken die op dat moment plaatsvonden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0191  


De slaaf Mentor, die eigendom was van artilleriechef Gilquin, trof begin oktober in het huis van de vrijgemaakte slaaf Akier in Batavia drie andere slaven aan:

Deze drie spraken in het Buginees met elkaar tijdens het eten. Volgens Mentor, die ook Buginees sprak, maakten ze plannen om geld te stelen. In de nacht van 30 september op 1 oktober werd er ingebroken bij burger Jan Cederlouw. Twee slavinnen van Schreuder vertelden dat Jonas, Ontong en October die nacht samen buiten waren geweest. Daarop werden de drie gearresteerd en verhoord door de rechtbank. Ze ontkenden echter alles.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10990 / 0393  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/