Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Een groep van 8 slaven, eigendom van verschillende burgers in Batavia en omstreken, zijn gevlucht:
Ze hebben vrijwillig bekend dat ze ongeveer 10-11 weken geleden op een zondag in de avond zijn weggelopen. Ze wilden naar Madagascar vluchten. Ze namen het volgende mee:
Samen met twee kleine kinderen van grote en kleine Marie hebben ze zich verstopt in een kloof boven op de Duivelsberg, waar ze 7 dagen verbleven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0095 Anthonij van Bengalen, een slaaf van ongeveer 30 jaar oud, verscheen voor de rechtbank van het kasteel in de Kaap de Goede Hoop op 18 november 1707. Hij was eigendom van de vrije burger Fredrik van der Linden. Anthonij vertelde dat hij met een groep weggelopen was, bestaande uit:
Ze vertrokken op een zondagavond en namen mee:
De groep trok achter de Windberg in de Kloof.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0071 Na het plegen van een moord zat de dader Augustijn met bebloede handen en mes Hottentot-vijgen te eten. Jannetje zei dat hij zijn mes eerst had moeten schoonmaken. Augustijn antwoordde dat hij het bloed net zo goed kon drinken. Verschillende slaven, slavinnen en twee kinderen gingen vervolgens naar de Saldanhabaai. Daar werden ze door personen van de Compagnie en enkele Hottentotten gevangen genomen. Na enkele dagen, toen Jannetje hoorde dat ze weggevoerd zouden worden, bekende ze twee moorden. Ze hadden met elkaar afgesproken om op voorstel van Augustijn alleen de laatste moord te bekennen. Uiteindelijk werden ze naar Kaap de Goede Hoop gebracht en gearresteerd.
Deze bekentenis werd afgelegd in het kasteel van Kaap de Goede Hoop op 19 november 1707. Later, op 25 november 1787, voegde verdachte Aaron van Cochin toe dat ze na de moord in de Groene Kloof het slachtoffer op voorstel van Augustijn met messen in stukken hebben gesneden. Ze verspreidden de lichaamsdelen om de moord te verbergen, zodat men zou denken dat wilde dieren het slachtoffer hadden gedood.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0060 7 weggelopen slaven en 2 kinderen staken op maandagavond de Zoutrivier over bij De Zalen nadat ze een schaapherder van burger Johannes Huiske hadden vermoord. Na enkele dagen rondzwerven in de Groene Kloof zagen ze een Europeaan met een geweer en twee honden.
De jongens slepen eerst hun messen op een platte rots. Daarna vroegen ze de man om water. Hij bracht hen naar een bron waar ze samen dronken. Augustijn vroeg om een pijp tabak die ze samen rookten. De slavin Jannetje en de bekennende vrouw waarschuwden de Europeaan voor de jongens, maar hij zei dat hij niet bang voor hen was.
Nadat de man zijn geweer had geladen, vielen Augustijn hem van voren aan en Titus, Aaron en Antonij van achteren. Ze gooiden hem aan zijn haar op de grond. De man smeekte om zijn leven en beloofde hen niet te zullen aangeven. Augustijn riep de bekennende vrouw te hulp. Zij kwam uit angst, omdat ze onderweg al door haar partner Titus was geslagen. Ze hield één hand van het slachtoffer vast.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0038 Augustijn vertelde dat Jannetje en kleine Marie op een afstand stonden. Kleine Marie klapte in haar handen en riep blij naar Augustijn "tijn bon" (wat "goed zo" betekent). Dit deed ze omdat ze een man zo erg hadden mishandeld omdat hij niet wilde bekennen. Ze lieten het verminkte lichaam achter zodat mensen zouden denken dat wilde dieren het hadden gedood.
Toen ze in het veld zaten, sneed Augustijn met zijn bebloede mes vijgen en at die op. Jannetje zei "foei Augustijn, waarom veeg je dat mes niet af?" Hij antwoordde dat hij het bloed wel wilde drinken om sterk te worden. Grote Karon beaamde dit.
De slaven, slavinnen en kinderen gingen daarna naar Saldanhabaai. Daar werden ze opgepakt door de bewakers van de Compagnie en enkele Hottentotten. Na enkele dagen, toen Jannetje hoorde dat ze weggebracht zouden worden, bekende ze beide moorden. Ze hadden samen met Augustijn afgesproken om alleen de laatste moord te bekennen als het erop aan kwam. Uiteindelijk werden ze naar het gerecht gebracht.
Dit werd vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10994 / 0032 Hij werd veroordeeld om naar de plaats gebracht te worden waar normaal criminele straffen worden uitgevoerd. Daar werd hij aan de beul overgedragen, die eerst zijn rechterhand moest afhakken. Daarna moest hij opgehangen worden totdat de dood erop volgde. Al zijn maandelijkse inkomsten werden in beslag genomen door de schatkist, behalve de waarde van alle weggehaalde spullen. De kosten van het rechtssysteem moesten ook betaald worden. Het document werd ondertekend door C.S. Simons.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10992 / 0073 Een verdachte werd vervolgd voor wangedrag met vee. Hij maakte zich schuldig aan:
De aanklager stelt dat de verdachte zich niet kan verdedigen door te zeggen dat het een ongeluk was. Hij eist dat de Raad een vonnis uitspreekt. De straf voor veediefstal kon destijds de galg zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10992 / 0072 De tekst gaat over het verschil tussen twee soorten moordenaars. Het legt uit dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10992 / 0071 Er ontstond een woordenwisseling over een dood dier dat niet naar het fort gebracht was. De beschuldigde antwoordde onbeleefd dat hij het op het pad had laten liggen en dat anderen het maar naar het fort moesten brengen als ze dat wilden. De Baas reageerde daarop met "Als je het niet wilt brengen, prima." Daarna gingen ze uit elkaar. De beschuldigde ging zijn huisje in en pakte een mes en tabak uit zijn kist. De Baas bleef voor het huisje staan en zei in zichzelf dat hij naar Constantia wilde gaan. Toen de beschuldigde dit hoorde, kwam hij weer naar buiten met een geweer in zijn hand en vroeg of de Baas over hem wilde klagen. Hij zei ook dat hij dan wel mee zou gaan. De Baas antwoordde dat hij nu niet met hem wilde praten, maar dat hij hem de volgende ochtend wel zou laten weten wat hij ervan vond. Daarna liep de Baas van het vuur naar het huisje.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10992 / 0067 Een verdachte sprong van de wagen toen een beest was neergevallen. Hij probeerde het dier eerst bij de staart overeind te krijgen. Toen dat niet lukte bond hij het beest met een touw zo strak bij de muil dat het stierf. De verdachte legde toen zijn hoofd op de kop van het dode dier en zei dat ze samen moesten slapen. Daarna spande hij ook het andere voordier uit en liet het weglopen.
Tegen zijn maat Willem Scheefhals, die hem aanraadde rustig weg te gaan, zei hij dat hij alle 6 beesten de hals wilde doorsnijden. Hij pakte zijn geweer van de wagen en zei dat hij de baas, die hij een gegeselde en gebrandmerkte hond noemde, zou neerschieten. Hij ging vooruit naar het ronde bosje terwijl Willem Scheefhals en Carel Janse van Utrecht met de wagen naar het posthuis reden.
Bij het ronde bosje aangekomen was hij van plan om baas Arent aan te vallen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10992 / 0065 Jacob Deneys diende een verslag in bij de raad over de antwoorden van 3 gevangenen op vragen tijdens hun verhoor:
Uit hun verklaringen blijkt dat de bastaard-Hottentot Casper, die eerder na marteling naar Robbeneiland was verbannen, onschuldig is aan de diefstal van een horloge. Deze diefstal vond plaats tijdens een inbraak in het huis van Johannes Myndertz Cruywagen, vice-voorzitter van de huwelijkse en kleine rechtszaken. Hoewel Domingo van Boegies eerder bij het Fort had beweerd dat Casper hem het horloge te koop had aangeboden, blijkt dit nu niet waar te zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10991 / 0103 De pro interim officier van justitie Jacob Pieter Deneys heeft het volgende besluit genomen: de vrouw van Charles Naudé is onschuldig bevonden aan de beschuldigingen tegen haar. De slaven Galant, Samson en Cupido zullen in bijzijn van hun eigenaar worden gestraft door een commissie van justitie. Daarna presenteerde de pro interim officier een verklaring over de bastaard-Hottentot Casper aan de president en raadsleden van justitie van kasteel de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10991 / 0102 De bewijzen pleiten voor onschuld van de beschuldigde, terwijl de verklaringen van de slaven tegen hun eigenaar niet zomaar werden toegelaten als bewijs. Dit was namelijk geen goed voorbeeld en was tegen de geschreven wetten. De moeder van het kind heeft geen verklaring gegeven over wat er is gebeurd, zoals vermeld in document nummer 9. De vertegenwoordiger van het gerecht zegt daarom dat er niet genoeg bewijs is om Charles Naudé's vrouw aan te klagen. Hij vraagt het gerecht om haar vrij te spreken en om over de klagende slaven, genaamd Galant, Samson en Cupido, een passende uitspraak te doen. Dit document was ondertekend door I.P. De Neys en werd aan het gerecht voorgelegd op 15 maart 1792.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10991 / 0101 De pro interim aanklager Jacob Pieter Deneys diende een vertoog in met 9 bijlagen. In februari hadden 3 slaven van burger Charles Naudé uit het district Drakenstein een klacht ingediend bij het gerechtelijk kantoor. Er werd een verzoek tot uitstel van betaling toegekend met een termijn van 92 dagen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10991 / 0098 De advocaat Wagener vraagt namens zijn eerste cliënt om een kopie en 4 weken tijd, omdat hij enkele personen in de buitengebieden moet oproepen om te getuigen. De advocaat Kolver vraagt namens zijn tweede cliënt om een kopie en 2 weken tijd.
Advocaat Iacobus Vercueil vraagt namens burger Petrus Gerhardus Goubert 14 dagen uitstel in een zaak tegen aanklager Johannes Andreas Pruter. Deze laatste vertegenwoordigt de landdrost van de kolonies Stellenbosch en Drakenstein.
De zaak betreft een antwoord op een repliek tegen burger Rudolph Laubscher en soldaat Casper Knippe. Landdrost Hendrik Lodewyk Bletterman is de aanklager in deze zaak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10991 / 0097 De aanklager vroeg om Jacob Pieter Deneys te veroordelen om vragen te beantwoorden voor de commissarissen. Dit was vanwege ongehoorzaamheid aan de bevelen van gezaghebber Johannes Izaak Rhenius en de burgerkrijgsraad van de stad. De beklaagde Joachim Daniel Hiebner wilde een normale rechtszaak en wilde een advocaat. De aanklager hield vast aan zijn verzoek. De Raad besliste dat de beklaagde persoonlijk moest verschijnen voor de commissarissen om de vragen van de aanklager te beantwoorden. De beklaagde werd bijgestaan door advocaat van Leeuwen. De plaatsvervangend aanklager was Johannes Andreas.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10991 / 0095 De dader was moe en ging slapen op het bed van een vrouwelijke slaaf genaamd Angora uit Madagascar. Hij legde zijn geladen geweer op een kast. De slaaf werkte op dat moment in de wijngaard. Toen de slaaf terugkwam en de dader wakker werd, merkte hij dat zijn geweer weg was. De slaaf vertelde hem dat Baas Arent het onder het bed van onderbaas Jacob had verstopt. Op verzoek van de dader gaf de slaaf het geweer terug aan hem.
De dader vertrok daarna, waarbij de slaaf hem nariep dat Baas Arent het geweer had afgeschoten. Bij de woning van vrijburger Albert Barentsen laadde de dader het geweer opnieuw met een kogel om zijn eerdere dreigementen uit te voeren. Vervolgens ging hij naar zijn post waar hij bij de anderen ging zitten met het geladen geweer naast zich. Daar kwam Baas de wagenrijder bij hem, die een stukje achter hen heen en weer liep.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10992 / 0066 Bij de woning Gerrit kwam aan bij de boerderij genaamd 'De Zoobloemen'. Daar laadde hij zijn geweer met los kruit. Carel Janze dreef de wagen en dieren harder vooruit. Omdat de dieren volgens Gerrit niet snel genoeg liepen, laadde hij zijn geweer opnieuw met los kruit. Hij dreigde het dier te zullen schieten. Hij dreef de dieren zo hard vooruit dat hij tegen de wagen van oud-raadslid Jan Curpe de Bau aanreed. Hij wilde de slaaf die de wagen bestuurde dwingen ook sneller te rijden. Toen de slaaf weigerde, schoot Gerrit zoals gedreigd op een dier. Omdat de slaaf bleef weigeren en zijn dieren niet opzij gingen, sprong Carel Janse van de wagen. Hij leidde de dieren langs de wagen. Gerrit dreef zijn dieren toen zo snel voort dat een van zijn dieren na een flink stuk rijden neerviel, voor de woning van vrijburger Jan van Breemen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10992 / 0064 Op 19 februari 1692 diende Cornelis Johan Simons, als officiële aanklager, een rechtszaak in tegen Gerret Steenhart van Isum. Deze Steenhart was een adelborst en wagenrijder bij het kasteel. Op 30 januari van dat jaar had hij:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10992 / 0063
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10992 / 0068 De aanklager stelt dat er voor dit bewijs geen nadere rechtvaardiging nodig is. De beklaagde heeft zelf de moord al toegegeven. De aanklager stelt dat deze moord met voorbedachte rade is gepleegd op een ongewapend persoon die zijn meerdere was. Dit maakt het volgens hem meer een opzettelijke moord dan een simpele doodslag tussen twee bewapende personen.
Volgens de wet is de standaard straf voor moord met voorbedachte rade onthoofding, zoals vastgelegd door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10992 / 0070 Het verzoekschrift met bijlage dat door S.A. Fruter is ondertekend, werd op 19 juli 1792 aan de rechtbank voorgelegd. De voorzitter meldde dat vaandrig Coenraad Nelson hem had verzocht om zijn rechtszaak snel af te handelen. Deze zaak was aangespannen door Fiscaal van Lynden. De rechtszaak had vertraging opgelopen omdat majoor Rischer van de artillerie, die enkele vragen moest beantwoorden voor Nelson, al lange tijd in een kuuroord verbleef. Daardoor kon Rischer zijn verklaringen niet onder ede bevestigen en kon het proces niet doorgaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10991 / 0019 Deze strafzaak gaat over een slaaf genaamd Claas en een slavin genaamd Anna. Claas had Anna overgehaald om samen weg te lopen. Uit Anna's gedrag bleek dat ze hier gewillig in meeging. De rechtbank oordeelde dat:
De rechtbank adviseerde daarom om Claas te geselen en hem daarna te verbieden zich nog in het district Paarl of omgeving te vertonen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10991 / 0018 De echtgenote van Naude heeft begin februari een slavin genaamd Sara geslagen met een zweep. Sara droeg op dat moment een baby van 3 dagen oud op haar rug. Door de slagen is het kind kort daarna overleden. De andere slaven hebben dit gemeld bij de officier van justitie en hebben het lichaam van het kind opgegraven en naar de stad gebracht. Bij het onderzoek van het lichaam werden echter geen sporen van slagen gevonden. De officier heeft Charles Naude ontboden om hierover te praten. Naude ontkende alles rustig en zei dat zijn slaven logen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10991 / 0099 De slavin Sara kreeg een kind dat vanaf de geboorte stuiptrekkingen had. Deze werden steeds erger tot het kind de volgende middag overleed. Sara lag vanaf de bevalling tot de dood van haar kind in bed. Charles Naudé verklaarde dat hij dit kon bewijzen met verklaringen van mensen die aanwezig waren voor, tijdens en na het overlijden van het kind. Naudé gaf verklaringen met nummers 5, 6, 7 en 8 en liet ook Sara naar de Kaap brengen voor ondervraging. De verklaringen kwamen overeen met Naudé's verhaal. Hoewel de verklaringen niet helemaal voldeden aan alle eisen voor een volledig bewijs, werden ze toch als zeer belangrijk beschouwd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10991 / 0100 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/