Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Op 31 maart 1771 verscheen I.P.H. Muzelius, die woonde in Paramaribo maar op dat moment op zijn plantage Pabriam verbleef, voor Daniel Godeob Schlick, een ambtenaar van de kolonie Suriname. Muzelius verklaarde dat hij zijn vrouw, Susanna Muzelius-Nepveu, volmacht gaf om: Muzelius gaf haar dezelfde bevoegdheden als een officiële beheerder volgens de lokale wetten en gewoonten. Hij beloofde ook alles wat zijn vrouw in deze hoedanigheid deed te zullen goedkeuren en te erkennen. Als Muzelius later zou besluiten om naar het vaderland of elders te verhuizen en zijn vrouw zou kiezen om hem niet te volgen, mocht zij: Muzelius gaf haar hiermee de nodige toestemming. Dit alles werd vastgelegd in Paramaribo op de genoemde datum.
Bekijk transcriptie 


Johannes Dolyh van Claveren Berkhoff en Hermanus Willem Kerkhoven waren getuigen toen iemand (de comparant) beloofde om zichzelf en zijn bezittingen verantwoordelijk te houden voor beslissingen van de rechtbank. Deze afspraak gold speciaal voor het Hof van Civiele Justitie (een rechtbank voor burgerlijke zaken). Het document werd ondertekend op dezelfde datum en plaats als hierboven genoemd (9 [datum onvolledig] in Paramaribo). De getuigen bevestigden dit met hun handtekening, en S.S.G. Schuck, een beëdigd ambtenaar, maakte het officieel.
Bekijk transcriptie 


Op 14 juli 1710 verscheen Pieters Hailhoff, een beëdigd klerk van de secretarie van de kolonie Suriname (inclusief de rivieren en omliggende gebieden), voor notaris. Bij hem was P. Berkhoff, die in het bijzijn van getuigen een verklaring aflegde. Berkhoff verklaarde dat hij, volgens het vonnis van het Hof van Civiele Justitie in Suriname van dezelfde maand, zich borg stelde voor C.F. Georgie. Dit was ter zekerheid van J.D. Dutrij, die een rechtszaak tegen Georgie had aangespannen. Berkhoff gaf hierbij alle mogelijke juridische bezwaarprocedures op. De borgstelling betrof twee wisselbrieven, ondertekend door Js Wourques en C.F. Georgie op 25 augustus 1766. De bedragen waren: Deze wissels waren getrokken op naam van J.o. De Dutrij als betaling voor drie achtste deel van de koopsom van plantage Marias Lust. De kosten waren voor rekening van Herman van de Poll in Amsterdam. Berkhoff beloofde dat, als de wissels bij vervaldatum niet betaald zouden worden en met protest terugkwamen, hij Dutrij zou vrijwaren van alle schade en claims die hieruit konden voortvloeien. Dit gold specifiek voor Dutrij zijn handtekening (endossement) op de wissels.
Bekijk transcriptie 


Op 161 werd er grond verkocht op de heide Hader Kamp bij Twello:

Het totale bedrag dat met deze verkopen werd verdiend, was 2204 gulden.

Daarnaast:

Het totale transportbedrag (totaal van alle verkopen) was 2530 gulden.

Bekijk transcriptie 


Op 15 augustus 1786 verscheen voor Johannes Jacobus Wohljahre, beëdigd secretaris van de kolonie Suriname en de omliggende rivieren en districten, in aanwezigheid van twee genoemde getuigen: De betrokkenen, die allemaal in Paramaribo woonden, verklaarden het volgende: Toen M.E. Trey de plantages en grond eerder had overgedragen aan J.R. Morin (die toen zaakwaarnemer was van Dirk Luden en Jacob Speciaal), had zij als voorwaarde gesteld – en ook onder ede bevestigd – dat:
Bekijk transcriptie 


Op 13 februari 1771 werd een overeenkomst gesloten voor het Hof van Civiele Justitie in de kolonie Suriname. Deze overeenkomst werd goedgekeurd door het hof en betrof een hypotheek die geregistreerd stond in het hypotheekregister van Suriname (register nummer 3, pagina 382 en volgende).

De betrokkenen waren:

In de overeenkomst van 13 februari 1771 stond dat Pieter Wilkes zijn helft van de plantage Onverwagt afstond aan Nicolaas Olivier Pelichet. Vanaf dat moment werd Pelichet beschouwd als de enige eigenaar van de hele plantage, alsof hij deze vanaf het begin alleen had gekocht. Pieter Wilkes had vanaf dat moment geen rechten meer op de plantage.

Pelichet werd gemachtigd om de helft die oorspronkelijk van Wilkes was, op zijn eigen naam te zetten of over te dragen. Hij beloofde ook dat de erven van Pieter Wilkes geen aanspraak meer konden maken op de plantage.

De overeenkomst werd opgesteld in Amsterdam en later, op 17 maart 1773, bevestigd door notaris Isaac Pool. Op 12 juni 1786 werd de akte geregistreerd in Suriname door J.J. Fallmann, een beëdigd griffier.

Bekijk transcriptie 


Op 30 maart 1778 gingen Simon Visscher (uit Durgerdam, maar toen in Amsterdam) en Frans Gerard Eijsingh (uit Amsterdam) naar notaris Pieter de Wilde. Zij bevestigden dat ze eerder, op 10 oktober 1777, Johannes Louis de la Croix en Nicolaas Olivier Pelichet (uit Suriname) hadden aangesteld om zaken voor hen te regelen. Omdat Pelichet op 22 december 1777 in Suriname was overleden, benoemden Visscher en Eijsingh nu Unico Wilke als nieuwe vertegenwoordiger. Als Wilke of De la Croix zou overlijden, zou Jacques Caucanas hun taken overnemen. Deze nieuwe afspraak volgde dezelfde regels als de eerdere volmacht. De notariële akte werd ondertekend in Amsterdam met Pieter Berkman en Willem Scheper als getuigen. Op 6 april 1778 bevestigde Simon Visscher opnieuw bij notaris Pieter de Wilde dat de volmacht uit 10 oktober 1777 ook gold voor het beheer van de koopsom van plantages Bliekvelt en Houtgrond in Suriname.
Bekijk transcriptie 


Op 25 april 1760 verscheen RiH:s Johannes Raff, getrouwd met Maria Amilia de la Riviere, voor Lour. Goedgesworen Clercq op het secretariaat van Suriname en de rivierdistricten. Raff was eigenaar van een plantage en stond op het punt naar Nederland (het "vaderland") te vertrekken. Hij verklaarde eerst een eerdere volmacht van 21 oktober 1757 in te trekken. Die volmacht was toen gegeven aan Jean Fontane (oud-raadslid van het Hof van Civiele Justitie) en Nicolaas Olivier Pelichet, voor zover deze nieuwe volmacht daarmee in strijd zou zijn. Vervolgens benoemde Raff opnieuw dezelfde twee mannen, Jean Fontane en Nicolaas Olivier Pelichet (die nu directeur was op de plantage), als zijn officiële vertegenwoordigers. Zij kregen specifiek de macht om:
Bekijk transcriptie 


4 oktober 1827 om 12:00 uur trouwden in Amsterdam: De ambtenaar las voor: Na toestemming ("ja") verklaarde de ambtenaar hen volgens de wet getrouwd. Getuigen: --- 18 oktober 1827 om 11:00 uur trouwden in Amsterdam: De ambtenaar las voor: Na toestemming ("ja") verklaarde de ambtenaar hen volgens de wet getrouwd. Getuigen:
Bekijk transcriptie 


De Procureur Generaal merkte op dat de slechte staat van schoenen bij gevangenen kwam doordat ze niet werden onderhouden. Hij vroeg daarom om bij de maandelijkse uitdeling van spullen ook schoensmeer te mogen geven aan vrije gevangenen.

Hij stelde voor om de volgende kleding uit te delen aan mannelijke gevangenen:

Daarnaast kreeg:

Voor van Heeren werden extra spullen voorgesteld, zoals:

De Procureur Generaal wachtte op een beslissing van de Minister van Koloniën over een eerder voorstel (25 juni 1865), maar stelde voor om alvast toestemming te geven voor de uitdeling van kleding, schoenen en schoensmeer. Ook mochten er 3 paren schoenen gemaakt worden. De kosten hiervoor kwamen uit het budget van 1865.

De overheid ging akkoord met dit voorstel. De Procureur Generaal en de Administrateur van Financiën kregen een kopie van deze beslissing (23 juli 1865).

Op 2 juli 1865 vroeg Salomon Soesman, beheerder van plantage Adrichem (in de rivier Beneden-Cottica), toestemming om de slaaf Isack (geboren in 1831, zoon van Maria) over te schrijven op naam van D. S. Lanches. Isack was namelijk door Soesman verkocht aan Lanches voor zijn vrijheid. Omdat er geen bezwaar was gemaakt tegen dit verzoek, werd de overdracht goedgekeurd.

Bekijk transcriptie 


Op 31 oktober 1878 werd een officiële brief geschreven over een verzoek om een schuld af te lossen. De brief verwijst naar een lening met nummer Loed. 8 450, 1483 3 en benadrukt dat alle gegevens precies moeten worden overgenomen.

De gouverneur had het volgende gelezen:

Met verwijzing naar eerdere besluiten van de overheid (18 mei 1871 en 12 december 1872) werd besloten:

Het recht op beslag (vanwege niet-betaling) wordt opgeheven voor de verkoop van de plantage Adrichem (aan de Malapicakreek) aan N. S. Schouten voor een bedrag van ƒ5200.

Bekijk transcriptie 


Louis Cilbert, directeur van plantage Adrichem V in Paramaribo, bezocht op 20 juli 1809 een notaris. Hij was helder van geest en bevestigde dat zijn testament van 6 augustus 1807 (opgesteld voor dezelfde notaris en getuigen) nog steeds volledig geldig was. Wél trok hij een eerdere clausule in: die over het uitsluiten van onbekerde (niet-christelijke) familieleden van zijn erfenis. Deze beslissing schrapte hij nu. Vervolgens benoemde hij twee executeurs (personen die zijn testament moeten uitvoeren en zijn bezittingen afhandelen): Deze executeurs kregen volmacht om alles te doen wat nodig is voor een goede afwikkeling, inclusief het inschakelen van de rechtbank als dat nodig mocht zijn.
Bekijk transcriptie 


In 1543 vaardigde keizer Karel de Vijfde een nieuwe wet uit voor de Nederlanden. Deze wet verenigde 17 verschillende gebieden, zoals Holland, Zeeland en Vlaanderen, onder één bestuur. Hierdoor hoefden de gebieden niet langer apart belasting te betalen aan de keizer, maar konden ze samen beslissen over geldzaken. De wet had drie belangrijke regels: De gebieden behielden wel hun eigen bestuurders, zoals de Staten van Holland of de Staten van Vlaanderen. De keizer wilde met deze wet de Nederlanden sterker maken en makkelijker besturen. Ook hoopte hij zo meer steun te krijgen in de strijd tegen Frankrijk en de opstandige Duitse vorsten.
Bekijk transcriptie 


Op 8 en 9 juni 1784 werd op de plantages Onverwagt en Klein Onverwagt een inventaris opgemaakt. Hierin stond dat:

Aanwezig als getuigen waren: Jan Cornelis de Carenabe, Solan Brandet, H. Pollender, Johs Brandt (als gezworen klerk van de provincie). De inventaris werd ondertekend door: B. m. Roeters, A. D. de Graaff, S. F. Steevens en C. Lind (van Geenerenoue, als nieuwe pachter). De Carenabe bevestigde als getuige dat alles correct was verlopen.

Bekijk transcriptie 


Jan Nagel en zijn vrouw (de comparanten) beloven in deze overeenkomst het volgende:
Bekijk transcriptie 


Op 5 februari 1821 om 5 uur trouwden in Amsterdam twee stellen:

Bij beide huwelijken werden eerst de vereiste documenten voorgelezen, zoals uittreksels uit registers, doop- en overlijdensaktes van de ouders. Daarna vroeg de ambtenaar M.V. Bieker de Sonse (lid van de commissie voor de burgerlijke stand van Amsterdam) of de partners elkaar als man en vrouw aannamen. Na hun "ja" verklaarde hij hen volgens de wet van 20 Ventôse jaar 11 (Franse republikeinse kalender) tot echtpaar.

Op 14 maart 1821 om 12 uur herhaalde Cornelis van Isseldijk (53, zonder beroep, weduwnaar van Adriana Sakperom, wonend in Nieuwkoop) en Johanna Judith Zeelt (70, zonder beroep, wonend in Amsterdam) hetzelfde ritueel voor ambtenaar H.J. Backer de Sonse. Ook hier werden de vereiste akten voorgelezen, waaronder een uittreksel uit het register van Rijswijk (4 en 11 maart 1821) en overlijdensaktes van hun ouders. Getuigen waren opnieuw Arie van Berkel, David Hendrik Kok, Jan Balke en Gerrit Plantin.

Bekijk transcriptie 


Jacob Koppel, de ontvanger van Apeldoorn, handelde namens notaris C.L. Araars uit Twello. Op 6 februari 1841 meldde hij dat er een openbare verkoop zou plaatsvinden op 16 februari 1841 om 10 uur 's ochtends. Deze verkoop was in opdracht van boer Jan Tol uit Twello en betrof landbouwgoederen (geen goud of zilver). Bij de verkoop werden de volgende zaken verkocht aan verschillende kopers, soms met borgstelling door anderen: De totale opbrengst van de verkoop was 1829,10 gulden, plus extra kosten. De verkoop werd vastgelegd in het register van openbare verkopen.
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


De tekst gaat over uitkeringen van pensioenen en eenmalige beloningen (gratificaties) in de 18e eeuw. Hier volgt een overzicht van de betalingen en verzoeken:

Bekijk transcriptie 


Op 11 januari 1873 werden in Amsterdam verschillende geboortes officieel geregistreerd door de ambtenaar van de burgerlijke stand, Driessen:

Bekijk transcriptie 


Deze tekst bevat militaire gegevens over verschillende soldaten uit de 19e eeuw. Hier volgt een samenvatting per persoon:

Manel Voorsanri werd niet goedgekeurd voor militaire dienst wegens onbekende redenen. Hij werd op 22 oktober 1869 ingeschreven. Zijn dossier verwijst naar eerdere documenten uit 17 januari 1865 en 18 juli 1870. Op 23 augustus 1870 vertrok hij uit Batavia (nu Jakarta) met een certificaat van goed gedrag.

Carl Ludwig Drielem (39 jaar) raakte gewond door een schot op 24 april 1871. Hij diende bij de tweede bestorming van Atehin op 9 juli 1870 en ontving soldij. Hij werd op 17 december 1879 ontslagen uit Indië.

De namen, geboorteplaatsen, geboortedata, laatste woonplaatsen en signalementen van enkele soldaten zijn:

Signalementen van de soldaten:

Militaire loopbanen:

Een soldaat raakte gewond aan zijn linkerbeen en diende bij het 1e Regiment Infanterie vanaf 25 april 1558.

Een soldaat kreeg op 5 november 1663 de Bronzen Medaille zonder kwalificatie. Hij was korporaal-schrijver.

Een soldaat, Hruygen Le Amllerilien, werd op 16 september 1688 genoemd. Een andere soldaat, Dontr Jueri Eulr, werd op 15 augustus 1576 genoemd en had 310 jaar gediend.

Een soldaat vertrok op 12 oktober 1878 uit Madura en kwam op 24 november 1878 aan in Nieuwediep. Hij werd overgeplaatst op 7 december 1878.

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Elias kleding leveren aan zijn regiment in Oudenaarde.

Plattel, Morseau, Lemmens, Snoukaart, Krusius, Sonnemans, Fretiere, van Lith, Asser, Bodger, vande Pol en Warin, Wisson, Coris, Schoordyck en Vreeswyck, vander Hout en Huybers, Denis, Backhuysen, Huybertsen, Janssen en Santvliet, Terwen, Schemmel, Elin, Suyderend en Patyn, Nebbens, en Versuys reizen naar alle plaatsen (ad omnes Populos).

Lemmens kleding leveren aan de regimenten van Crommelin in Namen, Hirzel in Doornik, Mackay in Mons, Cronstrom in Lier, en een artilleriecompagnie in Sluis (Vlaanderen). De laatste drie vergunningen werden met 3 weken verlengd.

Smits kleding leveren aan de regimenten van Clabbeeck, een artilleriecompagnie in Maastricht, Namen, en Doornik. De levering aan Clabbeeck en de artilleriecompagnie in Maastricht werd met 3 weken verlengd.

Linkers 400 hoeden met veren, kokardes en handschoenen leveren aan het regiment van Heeuft van Oyen in Breda.

van Texel kleding leveren aan de regimenten van Pretorius in Doornik, Guards Dragonders in Lier, Eck van Panthaleon in Doornik, Buys in Mons, Buddenbroek in Brussel, en van Leyden in Namen.

Monnier en Renaud en Griesen kleding leveren aan respectievelijk het regiment van Sandouville in Ath en de regimenten van de Bedarides in Maastricht en de Guy in Ath.

Elin en Zoons kleding leveren aan het regiment van van Dorth in Oudenaarde en tlin en Zoons aan het regiment van van Oyen in Maastricht (beide verlengd met 3 weken).

van Maanen 100 sabel en degen leveren aan het regiment van van Oyen in Maastricht.

Burmania 700 hoeden, 700 paar kousen en ceintuurs (riemen) uitvoeren.

de Brose 600 karabijnen met bajonetten en 733 paren pistolen in- en uitvoeren.

Schmelingh 2 paarden uitvoeren naar Breda.

Eckhard 20 paarden, vander Worve 17 paarden, Bax wagens, paarden en karren, Buys 40 paarden, vander Beeke 26 paarden, Schack 8 paarden, vander Duyn 9 paarden, Roper 16 paarden, Ooms en Isseldyk 20 paarden, Grave 10 paarden, van Outenweerde 6 paarden, Schultz van Hagen 20 paarden, Aeronius 3 paarden, vander Gronden zijn uitrusting (equipagie), de Groot en Compagnie 100 paarden, Cronstrom 21 paarden, Hoolwerf 5 paarden, Buschman en Compagnie 410 paarden, Rumpf 13 paarden, de la Rocque 8 paarden, Coenders 8 paarden, Nassau-Beverweert 8 paarden, du Faget van Assendelft 16 paarden, van Kinschot 300 paarden, Trevor 1000 paarden, de Prince van Hessen-Philipsthal en Graaf van Rechteren 58 paarden, Schwartzenbergh 10 paarden, en Boetzelaar een koets uitvoeren naar Brussel.

Buck 6000 pond koperen platen invoeren.

Podewils postwagens van Keulen naar Kleef laten rijden tijdens de veldtocht.

Holland bommen en andere goederen uit Duitsland invoeren.

de Raad van State 108.000 pond buskruit van 's-Hertogenbosch naar Maastricht transporteren, 18.000 pond buskruit naar Namen, 20.000 pond buskruit van Amsterdam naar Brussel, levensmiddelen naar Namen, en goederen naar Duitsland uitvoeren.

Hoyman zijn goederen uit Antwerpen invoeren.

Schutier zijn meubels naar Namen en Carlen voedsel naar Doornik uitvoeren.

Steinhousen meubels uitvoeren.

de Gravinne van Sintzendorf en Mevrouwe van Steinhaus reizen naar alle plaatsen.

de St. Cil meubels uitvoeren.

Trevor de bagage van de Hertog van Cumberland in- en uitvoeren.

Seinsheim zijn vrouw, bedienden en bagage uitvoeren.

Bekijk transcriptie 


Nicolaas van Kampen was op 1 november 1791 in Rotterdam getrouwd met Jan Ouwejan. Op dat moment was de minderjarige pupille (een kind onder toezicht) van de betrokkenen, als enig kind van de overleden Willem van Kampen (een broer van Nicolaas van Kampen), de rechtmatige eigenaar van een kapitaal van 12.000 gulden. De betrokkenen (voogden of vertegenwoordigers) verklaren namens de pupille dat zij van Elisabeth Stertius – de weduwe van Nicolaas van Kampen, die nu hertrouwd is met Jan Ouweran – contant het volledige bedrag van 12.000 gulden hebben ontvangen. Hiervan is alleen 350 gulden, 13 stuivers en 8 penningen ingehouden. Dit bedrag was eerder door Nicolaas van Kampen in 1787 en 1788 besteed aan juridische procedures voor de minderjarige, gerelateerd aan de afhandeling van de erfenis van diens vaderlijke goederen. Daarnaast werd 43 gulden, 11 stuivers en 8 penningen ingehouden voor de rente over dit voorgeschoten bedrag, berekend tegen 3% per jaar tot 31 maart van dat jaar. De betrokkenen beloven namens de pupille dat Elisabeth Stertius, haar huidige man en hun erfgenamen geen verdere claims zullen indienen over dit kapitaal, onder geen enkele voorwaarde. Zij zullen hen ook vrijwaren van eventuele toekomstige vorderingen. Dit wordt bevestigd met afstand van alle mogelijke juridische uitzonderingen of voordelen. Om dit officieel vast te leggen, werd een notariële akte opgemaakt in Haarlem, in aanwezigheid van de getuigen Jan van Proosdij, Willem Arnoldus Haselaar en anderen. De notaris J.V. Proosdij en anderen ondertekenden de akte.
Bekijk transcriptie 


Op 30 mei 1792 gingen Jan Willem Hetius (uit Amsterdam), Francois Huurkamp van der Vinne en Lambert Jacob van der Smissen (beide uit Haarlem) samen met Maria Stetius (eerst getrouwd met Willem van Kampen, later met Gijsbert van IJsseldijk) naar notaris Johannes Petrus Kuena in Haarlem. Zij waren de voogden van de nog minderjarige Nicolaas Godfried van Kampen, de enige zoon van Willem van Kampen en Maria Stetius. Zij verklaarden dat Nicolaas van Kampen (een andere persoon) op 22 februari 1788 in Haarlem was overleden. Volgens zijn testament (opgemaakt op 8 april 1785 bij notaris Gerrit Kok Junior) was zijn enige erfgenaam zijn vrouw Elisabeth Stetius, maar onder één voorwaarde: De weduwe Elisabeth Stetius was nu... (de tekst breekt hier af)
Bekijk transcriptie 



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/