Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Een slaaf van raadslid Jan de With, genaamd Hans, werd bedreigd met de dood als hij niet zou helpen met vluchten en het dragen van gestolen goederen. Hoewel de beschuldigde dit ontkent, zijn er verschillende bewijsstukken:

De Khoikhoi hadden een nauwkeurige beschrijving gegeven van de Europese verdachte voordat ze hem in Kaap hadden gezien. Ze verklaarden dat deze Europeaan bij de post van Jan Dissel, gelegen over de Olifantsrivier, was aangekomen met twee zwarte voortvluchtigen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0013  


De tweede verdachte ging samen met Augustus naar de eerste verdachte. De verdachten beweerden tijdens hun verhoor dat de slaaf Augustus na 3 of 4 dagen 's avonds of 's nachts was weggegaan met een geweer. Ze zeiden dat ze zich tijdens hun afwezigheid hadden schuilgehouden in de slange hoek en alleen bij Francois du Soit waren geweest.

Volgens de aanklager blijkt uit verklaringen dat de eerste verdachte samen met de slaaf Augustus zich bevonden op het terrein van boer Ian Dissel bij de Piketbergen. Daar hebben ze:

Daarna gingen ze naar een andere locatie van Dissel over de Olifantsrivier, waar ze:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0012  


Hij had verblijf gekregen in het ziekenhuis van de VOC in Kaapstad en in plaats van dankbaar te zijn voor deze hulp heeft hij op 17 april 1729 voor de tweede keer geprobeerd te vluchten. Hij verbrak hiermee bewust zijn verbanning. Volgens zijn eigen bekentenis en de verhoren van de tweede verdachte ging hij weer naar zijn oude schuilplaats in de bergen bij de Wagenmakersvallei, dicht bij de plaats van du Toit. De eerste verdachte kwam daar verschillende keren 's nachts en werd door de tweede verdachte van eten voorzien. Dit leidde ertoe dat hij zowel de tweede verdachte als een andere slaaf van du Toit, genaamd Augustus, overhaalde om weg te lopen. Vervolgens hebben Catrijn (de tweede verdachte) en de slaaf Augustus op 13 december 1729 hun meesters dienst verlaten. Bij hun vlucht namen ze mee:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0011  


De bestuursraad van Kaap de Goede Hoop onder gouverneur Jan de Lafon behandelde een aanklacht van opperkoper Adriaan van Kervel, die tijdelijk ook als aanklager werkte. De zaak was tegen:

Beiden zaten gevangen vanwege diefstal van vee, inbraak en roof.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0009  


Francois du Toit, een lid van het bestuur van de VOC-werf, had een werknemer genaamd Pieter Hollebroek. Deze Hollebroek gedroeg zich zo slecht dat Du Toit hem terugstuurde naar de VOC als matroos. In plaats van zijn werk te doen, ging Hollebroek zwerven over het land. Hij haalde de slavin Catrijn over om met hem mee te gaan. Toen ze na enige tijd werden gepakt, werd Hollebroek op 28 oktober 1728 door de rechtbank veroordeeld tot:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0010  


Pieter Holle uit Maastricht kwam als matroos aan in Kaap de Goede Hoop. Hij werd later als gevangene vastgeketend en moest werken bij de batterij. Hij was 40 jaar oud. Op verzoek van Adriaan van Kervel, die hoofdhandelaar en tweede in rang was in het gebied, en tijdelijk ook aanklager, bekende hij het volgende:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0019  


De gevangene Catrijn van Madagascar en de jongen Augustus hebben op 13 december 1729 hun vrijheid genomen bij Pieter Hollebroek. Ze verlieten hun meester en namen mee:

Augustus bleef 2 dagen bij de gevangenen en verdween toen 's nachts met bijna alle spullen, behalve een geweer en een waakrok die hij achterliet. De twee gevangenen bleven samen en gingen af en toe naar de Slangenhoek om eten te zoeken. Daar bleven ze soms 14 dagen. Bij een riviertje in de Slangenhoek kwamen ze 6 of 7 zwarte jongens tegen en een of twee slavinnen die van Wagenaar kwamen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0059  


Aan het begin van het jaar kwam er in de schuilplaats in het gebergte bij de gevangene een slavin genaamd Catharin en een slaafjongen genaamd Augustus die bij François du Toit hoorde. De gevangene had hen niet uitgenodigd. Ze brachten mee:

Na 2 dagen vertrok Augustus 's nachts en nam bijna alles mee behalve een geweer en een deken. De gevangene bleef alleen achter met Catharin. Samen gingen ze af en toe honing zoeken in Slangenhoek, waar ze soms wel 14 dagen bleven. Op een keer zagen ze daar bij de brede rivier 6 of 7 zwarte jongens en 1 of 2 slavinnen. Deze liepen door zonder met de gevangene te praten en lieten spullen achter bij de rivier.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0020  


De slaaf Pieter Hollebroek en de slavin Catrijn van Madagascar waren ontsnapt, maar werden later beiden opgepakt. Pieter Hollebroek werd op 28 oktober 1728 door de rechtbank in boeien geslagen en moest 18 maanden werken voor de VOC. In plaats van zijn straf uit te zitten, ontsnapte hij op 17 april 1729 uit het ziekenhuis waar hij verbleef. Hij vluchtte naar zijn eerdere schuilplaats in de bergen bij de Wagenmakersvalleij, vlakbij het terrein van Du Toit. Catrijn van Madagascar bracht hem daar 's nachts eten. Pieter Hollebroek liet via een slaaf genaamd Augustus, die bij Du Toit werkte, aan Catrijn weten dat hij haar wilde zien.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0058  


De slavin Sabina van de Kaap verscheen voor commissarissen van de rechtbank. Ze kreeg haar eerdere verklaring voorgelezen en bevestigde dat deze helemaal klopte. Ze wilde er niets aan toevoegen of van verwijderen. In aanwezigheid van de slaaf Jan verklaarde ze dat alles de zuivere waarheid was. Dit werd vastgelegd in de Kaap de Goede Hoop op 26 februari 1731, ondertekend door secretaris J. de Grandpreez en commissarissen J.F. Kleniis en H. Sevellen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0207  


Op 19 september 1730 werd in Stellenbosch een lijst opgesteld van gestolen goederen die werden gevonden bij de gevangen matroos Pieter Hollebroek en Catrijn, een slavin van landbouwer Francois du Hit. De volgende items werden aangetroffen:

Dit document werd ondertekend door P. Lourensz en bevestigd door secretaris P. de Grantpreet.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0053  


Johannes Tamesz van der Veur bepaalde in zijn testament dat zijn erfgenamen of beheerders van zijn nalatenschap van de heer Chappius of diens vrouw geen opgave mochten eisen van meubels, linnen of huisraad. Dit gold niet voor zijn eigen kleding. De verklaring van Chappius of zijn vrouw over deze bezittingen moest worden geaccepteerd alsof de goederen aan hen waren verkocht of geschonken. Hij benoemde zijn broers Willem van der Veur en George van der Veur uit Rotterdam als uitvoerders van zijn testament. Zij kregen alle wettelijke macht om:

Hij wilde dat als hij in Rotterdam zou overlijden, zijn lichaam op de goedkoopste manier zou worden bijgezet in de Grote Kerk of op een nabijgelegen kerkhof. Als erfgenamen benoemde hij zijn broer Willem van der Veur, zijn zuster Gysberts van der Veur (getrouwd met Jan Cornelis van den Berg) en zijn broer George van der Veur, elk voor een gelijk deel. Het testament werd opgesteld in Schiedam op 11 augustus 1813 om 9 uur 's ochtends, in aanwezigheid van de getuigen Jan Snywint, Arij Woensdrecht, Sebastiaan van Brugge en Christiaan Adolf van Griesheijm bij notaris Isaac Penning Junior.

Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 2938446 / 210  


Op het kantoor van notaris Isaac Penning in Schiedam verscheen Johannes Thamesz van der Veur, een handelaar die woonde in Rotterdam aan de Nieuwe Haven. Hij wilde zijn testament opstellen en was helder van geest. Hij bepaalde het volgende:

Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 2938446 / 209  


Op 7 augustus 1697 verscheen voor notaris Isaac Penning Junior in Schiedam:

Ze verklaarde dat:

Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 2930784 / 203  


Johannes van der Veur heeft zijn testament laten opstellen. Hij bepaalt dat Petronella Duffeke en haar man Charles Chappius geen vergoeding voor kost en inwoning mogen vragen.

Hij verdeelt zijn bezittingen in 3 gelijke delen onder:

Als hij in Rotterdam sterft, wil hij zo goedkoop mogelijk worden begraven in de Grote Kerk. Hij benoemt als uitvoerders van zijn testament:

Het testament is opgesteld in Schiedam op het kantoor van notaris Haac Senning Junior in de West Molestraat op 27 mei 1800. Als getuigen waren aanwezig: Jan Snijwind, Jan Risse, Sebastian van Brugge en Arij Woensdrecht.

Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 2930784 / 202  


Op 3 februari 1913 werden de volgende geboortes geregistreerd in Amsterdam:

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2433449 / 9  


Johannes Thamesz van der Veur, een handelaar wonend in Rotterdam, verscheen voor notaris Penning Junior in Schiedam. Hij wilde zijn testament opstellen en verklaarde bij zijn volle verstand te zijn.

Hij verdeelde zijn nalatenschap als volgt:

Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 2930784 / 201  


Nicolaas Arnoldus Entrop Muller, lid van de rechtbank in Amsterdam en wonend aan de Keizersgracht tussen de Vijzelstraat en Reguliersgracht, verklaart samen met zijn zus Johanna Charlotta Entrop Muller (getrouwd met Harman van de Poll) en zijn broer Evert Entrop Muller recht te hebben op een erfenis van 60.000 gulden. Deze erfenis is nagelaten door hun tante Anna Everarda Muller, de echtgenote van Derhardt Blank, na het overlijden van haar man. Hij verklaart, zowel voor zichzelf als namens zijn broer Evert Entrop Muller, dat hij Fredrik van de Poll (directeur van in- en uitgaande rechten en accijnzen te Amsterdam, wonend aan de Keizersgracht tussen de Spiegelstraat en Vijzelstraat) aanwijst als zijn vertegenwoordiger.

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6700948 / 207  


De rechtbank van het gebied heeft een vonnis uitgesproken over de gevangene Jephta uit Batavia. De aanklager was Adriaan van Kervel. Hij handelde namens de Staten-Generaal van de Republiek der Verenigde Nederlanden. De straf voor de gevangene bestaat uit:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11007 / 0753  


Barend vertelt over een voorval waarbij Maria uit een kroeg vluchtte. Een dronken jongeman genaamd Testa volgde haar tot bij het wachthuis en stak haar met een mes in de borst. Maria viel, maar stond meteen weer op en vluchtte naar voren. Terwijl ze langs Barend rende, riep ze zijn naam twee keer. Barend zei tegen Testa, die hij altijd als een goede jongen had gezien, dat hij moest nadenken over wat hij deed en wat de gevolgen zouden zijn. Testa antwoordde dat het hem niet uitmaakte als hij geradbraakt zou worden - hij wilde haar vermoorden en haar longen opeten. Barend wist Testa met kalme woorden te kalmeren, greep hem van achteren vast, ontwapende hem en bond hem vast. Daarna leverde hij hem over aan de gerechtsdienaar. De verklaring werd afgelegd in Kaap de Goede Hoop in aanwezigheid van klerken Johannes Haricus Blanckenberg en Joachim Nicolaus van Dessin als getuigen. Barend ondertekende met een kruisje als zijn merk.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11007 / 0744  


In het Kasteel de Goede Hoop werd op 13 oktober 1729 een vonnis uitgesproken. Dit vonnis werd op 15 oktober 1729 uitgevoerd. Het document werd ondertekend door:

Het document werd bevestigd in aanwezigheid van secretaris Jan de Grandpreez.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11007 / 0754  


Op 2 september 1729 verscheen Johanna Lens voor Josephus de Grandpreez, secretaris van de rechtbank in het gouvernement. Ze legde een verklaring af voor Adriaan van Kervel, een onafhankelijke aanklager. Ze verklaarde dat de slaaf Sephtha van Batavia, eigendom van burger Johannes Heufke, het volgende had gedaan:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11007 / 0739  


Maria van Ceijlon, een slaafgemaakte van burger Johannes Heufke, vertelt dat gisteravond rond 8 uur haar medeslaaf Testa van Batavia haar in de voorraadkamer aanviel. Terwijl zij een pot atjar oppakte, stak hij haar in haar linkerzij. Toen zij probeerde te vluchten, stak hij haar bij de deur nogmaals, nu in haar borst. Om zich te verdedigen greep zij naar het mes dat Testa vasthield. Bij het terugtrekken van het mes door Testa raakte haar hand gewond. Maria verklaart ook dat Testa, die erg dronken was, haar eerder had bedreigd dat hij haar hart stukje bij beetje zou opeten met een mes.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11007 / 0735  


De slaaf Jepitha van Batavia verscheen voor afgevaardigden van de Raad van Justitie in het gouvernement. Zijn eerdere bekentenis werd hem voorgelezen en hij bevestigde deze volledig. Hij wilde er niets aan toevoegen of vanaf halen, behalve dat hij erg dronken was toen hij de woorden "ik zal haar vermoorden, ik zal haar hart opvreten, ik zoek mijn dood" uitsprak.

Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 1 oktober 1729. Het document werd ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11007 / 0733  


Jeptha van Batavia achtervolgde een meisje naar binnen. Op de trap hielden ze stil waar hij haar vasthield. Nadat ze loskwam vluchtte ze naar de voorraadkamer die in de keuken lag. Hij volgde haar en stak haar met een mes dat hij altijd bij zich droeg. Het meisje vluchtte naar de keuken waar hij haar nogmaals stak, waardoor ze viel. Toen ze weer opstond, vluchtte hij naar voren.

De burgervrouw Johanna Lens en de metselaar Barend Smit zeiden tegen hem: "Jeptha, wat doe je daar? Weet je wel dat je Maria verwond hebt?" Hij antwoordde dat hij haar zou vermoorden en haar hart zou opeten, en dat hij zijn dood zocht.

Hij bekende uiteindelijk dat het mes dat hem getoond werd van hem was en dat hij daarmee Maria van Ceylon verwond had.

Dit werd opgetekend aan Kaap de Goede Hoop op september 1728 en ondertekend door Jeptha van Batavia met een kruisje, in aanwezigheid van secretaris De Grandpreez, en de commissarissen Heijningh en Lafebre.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11007 / 0732  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/