Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Rabecca van de mallabaar, een 18-jarige slavin van Hendrik Thomas, legde een verklaring af voor de Raad van Justitie. Dit deed zij op verzoek van hoofdaanklager Daniel van den Henghel. Ze vertelde het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11010 / 0431 Alexander van Bengalen, een 30-jarige slaaf van burger Hendrik Thomas, bekende aan hoofdaanklager Daniel van den Henghel dat hij ongeveer 2 maanden geleden was weggelopen met een slavin genaamd Rebecca. Ze gingen naar Valsbaai waar ze een maand bij het strand verbleven. Toen ze richting de Kaap wilden gaan, ontmoetten ze in de duinen 3 weggelopen slaven:
Claas had een speer en geweer bij zich, Nero had een olifantengeweer. Ze dwongen Alexander en Rebecca met hen mee te gaan onder bedreiging van doodgeschoten te worden. In het donker kwamen ze bij de kleine boerderij van Jacob van Bochem.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11010 / 0427 De slaaf bekende dat hij met een slavin aan de overkant van de rivier in de bosjes was gebleven. Rond 20:00-21:00 uur kwamen er 3 jongens vertellen dat ze geen buskruit hadden kunnen vinden. Ze zouden de volgende dag de bergen ingaan om buskruit te halen. Terwijl de jongens weg waren, had hij de slavin Rebecca verteld wat ze moest zeggen. Toen de jongens terugkwamen, vertelde zij dat hij een zere voet had en niet ver kon lopen. De jongens lieten hem daarom bij de slavin achter en zeiden dat ze in de bosjes op hen zouden wachten. Ze zouden de volgende avond terugkeren. Nadat ze zijn spullen hadden afgepakt en hem in ruil een speer hadden gegeven, gingen ze de berg op. Hun bagage werd gedragen door de jongen van Schot. De volgende dag, net voor zonsopgang, wilde hij met de slavinnen naar Kaap gaan, naar de zuster van Leijfhe, om haar te vragen een goed woordje voor hem te doen bij zijn baas. Hij werd gevangengenomen bij de plaats van Jacob van Boeh.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11010 / 0428
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11009 / 0560 Van den Henghel die toezicht hield op de rechtshandhaving, vroeg aan de chirurgen van het ziekenhuis om een verklaring. Die stelden vast dat molenaar Jan Wolgtast vanaf begin augustus 1732 waanzinnig was. In die toestand had hij volgens de beschuldiging zijn slavin met een stuk hout op haar hoofd geslagen. Wolgtast zat daarom meer dan 2 maanden opgesloten in een aparte kamer van het ziekenhuis. De verklaring werd op 12 november 1732 ondertekend in het ziekenhuis van de Oost-Indische Compagnie aan Kaap de Goede Hoop door de eerste en tweede chirurg, Schoor en St. Jean, en werd bekrachtigd door secretaris De Grand Breel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11009 / 0599 Op 10 oktober 1732 legde Rabecca van Rio de Lagor, een slavin van burger Jacob van Bochem, een verklaring af bij secretaris Josephus de Grandpreez van de Raad van Justitie. Ze deed dit op verzoek van hoofdaanklager Daniel van den Henghel.
Ze vertelde dat ongeveer 3 weken eerder zij en de dienstmeid Lena 's avonds na het eten van de keuken naar het slavenhuis liepen. Onderweg werden ze aangevallen door een weggelopen slaaf genaamd Antonij, die achter een hek vandaan kwam. Antonij greep Lena bij haar haar, gooide haar op de grond en stak haar met een mes. Rabecca rende naar de keuken om hulp te halen, maar voordat die hulp er was, had Lena al verschillende verwondingen opgelopen. Lena wist zelf nog terug naar de keuken te komen.
De verklaring werd afgelegd op het gerechtssecretariaat van Kaap de Goede Hoop in aanwezigheid van klerken Martinus Heems en Johannes Henricus Blanckenberg als getuigen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11009 / 0559 De fiscaal (aanklager) meldt dat de voormalige molenaar van de Compagnie, Jan Wolgast, in Kaap de Goede Hoop in september bij de vrijgemaakte slavin Isabel thuis kwam. Daar was ook zijn eigen slavin aanwezig. Hij sloeg alles stuk en verwondde zijn slavin met een houten steel van een schop aan haar hoofd.
Toen de fiscaal dit hoorde, ging hij met enkele commissarissen en de hoofdarts kijken. De slavin had een ernstige hoofdwond maar geen andere verwondingen. De burgerwacht had Wolgast al opgepakt. Hij gedroeg zich daar compleet krankzinnig, sprak wartaal en kroop op handen en voeten. Ze brachten hem naar een donkere cel in het fort en later naar een aparte kamer in het ziekenhuis van de Compagnie. Daar lijkt hij nu hersteld.
De slavin overleed enkele dagen na de verwonding. De fiscaal legt dit nu voor aan het bestuur met twee verklaringen van de hoofdarts waaruit blijkt dat:
De fiscaal vraagt zich af of een krankzinnige gestraft kan worden voor een misdaad. Rechtsgeleerden zijn het erover eens dat iemand die een misdaad pleegt tijdens krankzinnigheid niet gestraft moet worden, omdat het missen van het verstand al straf genoeg is.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11009 / 0591 Op de rechtskundige afdeling van Kaap de Goede Hoop vond een bijeenkomst plaats met klerken Martinus Heems en Johannis Henricus Blanckenberg als getuigen. De slavin Lena uit Batavia heeft haar verklaring ondertekend. J. de Grandpreez was de secretaris.
Later verscheen Lena voor de commissieleden van de Raad van Justitie. Haar verklaring werd voorgelezen en ze bevestigde dat alles klopte, zonder dat er iets toegevoegd of weggehaald moest worden. Ze verklaarde in aanwezigheid van de slaaf Anthonij dat alles de waarheid was.
Deze herziening vond plaats in Kaap de Goede Hoop op 11 oktober 1732. De verklaring werd ondertekend door Lena en secretaris De Grandpreez. Brand en P. Artoijs waren de commissieleden. E.D. Weijland Breel was de eerste secretaris die deze kopie bevestigde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11009 / 0556 Op 13 februari 1712 legde iemand een verklaring af in het Kasteel de Goede Hoop. De verklaring werd voorgelezen en de persoon bevestigde dat het klopte. Hij wilde niets toevoegen of weghalen. Hij bekrachtigde dit met een eed aan God. Dit gebeurde voor de raadsleden Johannes Swellengrebel en R.J.E. Slotsboo. De secretaris D.S. Thibault ondertekende het document, en Bibault bevestigde het als secretaris.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008B / 0246 De rechters veroordeelden twee misdadigers. De eerste dader werd gebracht naar de gebruikelijke plek voor het uitvoeren van straffen. Hier werd hij door de beul gegeseld en gebrandmerkt. Daarna werd hij voor 25 jaar verbannen naar Robbeneiland. Al zijn verdiende maandloon werd afgepakt.
De tweede dader werd als medeplichtige aan diefstal ook met stokslagen gestraft. Hij werd voor 5 jaar naar Robbeneiland verbannen. Al zijn bezittingen werden afgepakt. De rechters konden nog andere straffen opleggen als ze dat nodig vonden. De uitspraak was ondertekend door Jens Mulder.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008B / 0208 Op Kaap de Goede Hoop heeft de waarnemend officier van justitie Willem van Pullen een aanklacht ingediend bij gezaghebber Willem Helot en de Raad van Justitie tegen twee gevangenen:
Beiden waren soldaten in dienst van de VOC op het schip Popkensburg. Ze negeerden het scheepsreglement dat bij aankomst van schepen werd voorgelezen en opgehangen bij de kajuit. Dit reglement bepaalde hoe scheepsvolk zich aan land moest gedragen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008B / 0249 Johannes Mulder heeft als landdrost een aanklacht ingediend bij gezaghebber Willem Helot en de Raad van Justitie tegen twee personen:
De aanklacht tegen Jan Janszoon van Zee bevat drie punten:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008B / 0209 Johannes Swellengrebel en R.I. Slotsboo, leden van de raad van justitie van het gouvernement, hebben op 18 februari 1742 in het Kasteel de Goede Hoop samen met de secretaris getuigen gehoord. De getuigen hebben hun eerdere verklaringen bevestigd na voorlezing. Ze wilden niets toevoegen of weghalen. Ze hebben allemaal onder ede verklaard met de woorden "zo waarlijk helpe mij God almachtig".
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008B / 0219 Uit een getuigenverhoor en een beëdigde verklaring blijkt dat de eerste beklaagde alle aanklachten die hij probeerde te ontkennen, door de opgeroepen getuigen volledig wordt tegengesproken. Ook blijkt dat de tweede beklaagde bomen, die eerder speciaal daarvoor waren omgehakt en ingekort, samen met enkele takken met zijn wagen naar huis heeft vervoerd. De eerste beklaagde geeft dit ook toe in het verhoor bij vraag 10. De tweede beklaagde probeert zich er vanaf te maken met het smoesje dat er slechts enkele takken tussen de bomen zaten. De aanklager blijft daarom bij zijn eerder ingediende eis.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008B / 0211 Ongeveer 7 maanden geleden gaf de korpschef aan de eerste twee wachtposten opdracht om enkele eikenbomen om te hakken die hij eerder had gemarkeerd. Ongeveer 14 dagen later kwam burger Christoffel Groenewalt met zijn zoon en een slaaf met een wagen naar de post. De eerste twee wachtposten hebben toen het hout gesnoeid, gehakt en uit het bos op een hoop gedragen. Groenewalt heeft dit vervolgens op zijn wagen geladen en is ermee weggereden. De derde wachtpost verklaart dit gezien te hebben en erbij aanwezig te zijn geweest. De wachtposten verklaren gezamenlijk dat het vaak voorkwam dat de korpschef slechts één nacht per week op de post sliep zonder verder naar de post om te kijken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008B / 0216 In dat jaar ging het hooi op het veld verloren door nalatigheid van de Korporaal. Toen ze hem waarschuwden om het hooi op te stapelen, antwoordde hij dat het hen niets aanging en dat hij zelf verantwoordelijk was. De eerste drie getuigen verklaarden dat een jaar geleden de Korporaal aan de tweede getuige Jan Jacobsz had opgedragen het veld bij de fontein in brand te steken. Dit deed hij omdat er volgens hem een stokstaartje zat die zijn kippen opat.
Jan Jacobsz schoot het stokstaartje dood, maar de brand verspreidde zich via de eikenbomen, die de jonge bomen vernietigde. Het vuur ging richting het korenveld van Elsevier, waar het koren nog op het land lag. De eerste drie getuigen verlieten toen hun post om de brand te blussen. Bij het korenveld van Elsevier konden ze door hun harde werk en omdat de wind gunstig draaide de brand blussen. Als de wind niet was gedraaid, was het koren en alle woningen van Elsevier verloren gegaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008B / 0217 Joris Hanekam, Jan Jacobsz van Gervel, Fredrik Witvogel en Michiel Bloedong waren soldaten in dienst van de Compagnie in het kasteel. Ze dienden onder bevel van korporaal Jan Jansz van Lee. De soldaten merkten dat hun dagelijkse voedselrantsoen van de Compagnie steeds minder werd. Ze vermoedden dat de korporaal hun eten stal en doorverkocht. De soldaten bespraken dit onder elkaar en zeiden dat als dit zo door zou gaan, ze een klacht zouden indienen bij de gouverneur. Toen de korporaal dit hoorde, sprak hij de eerste twee soldaten hierop aan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008B / 0215 Op 13 februari 1712 verscheen voor Daniel Thibault, secretaris van de rechtbank van dit gebied, de soldaat Harme Franke. Hij werkte voor de Compagnie bij de Kloofwachtpost in het Grasveld. Op verzoek van landdrost Johannes Mulder verklaarde hij het volgende:
Ongeveer 3 maanden geleden vroeg korporaal Jan Jansz van Lee hem om een zakje rijst van ongeveer 11 tot 12 pond, dat hij uit zijn kist had gehaald, aan te geven toen hij te paard zat. De korporaal vroeg hem dit niet te vertellen aan de andere mensen die in het veld werkten. De korporaal reed daarna naar de post van Maurits van Stoade, waar de bewoners op dat moment niet thuis waren maar bij de Kaap. De korporaal gaf de rijst aan de slavin die daar woonde. Hovin heeft dit later bevestigd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008B / 0223 Elsevier werd beschuldigd van nalatigheid. Toen er brand uitbrak op een post bij Kaap de Goede Hoop, bleef de korporaal zich vermaken met een slavin van de boer Mauris van Staaden. De brand heeft het kanon beschadigd. De korporaal had aan Fredrik Witvogel wat houtwerk verkocht voor 4 schellingen, wat hij eerder in het struikgewas had bewaard. Dit feit is bekend bij 3 posten. De verklaring werd afgelegd voor Swellengrebel en Slotsbor in het kasteel van Kaap de Goede Hoop op 12 februari 1712.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008B / 0218 Jan Jacobsz van Gervel zag hooi op het veld en graan van Heer Elsevier op het land. Hij gaf opdracht het veld in brand te steken omdat er volgens hem bij de fontein een jachthond was die de kippen doodde. Jan Jacobsz stak het veld bij de fontein in brand en schoot de jachthond dood. De brand verspreidde zich naar het hooiveld en graanland. Hij ging samen met andere wachtposten de brand blussen. In zijn haast liet hij de sleutel in zijn kist zitten. Ze konden met moeite de brand bij het graanland van Heer Elsevier blussen. Als de wind niet gunstig was geweest en ze niet hard hadden gewerkt, waren het graan en de wachtpost van Heer Elsevier helemaal verbrand. Ondertussen bleef de Korporaal met een slavin van boer Mauris van Staden in het huis bij de wachtpost. De Korporaal heeft uit de kist van de wachtpost een wit hemd gepakt en aan de slavin gegeven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008B / 0244 De slaaf van de VOC Jan van de Kaap, 25 jaar oud, verscheen voor de rechtbank. Hij werkte bij de molenaar Josias Bliek. Op verzoek van Adriaan van Kervel, hooggeplaatste VOC-handelaar die tijdelijk als rechter optrad, verklaarde hij het volgende over een voorval:
Een andere VOC-slaaf, Jacob, die ook bij Josias Bliek werkte, was op een zondag in januari zonder toestemming vertrokken. Hij had de paarden niet verzorgd. Jan nam toen de verzorging van de paarden over tot 5 uur 's middags. Toen ging hij met toestemming van Bliek weg en kwam rond half 8 terug. Jacob was er toen niet, dus Jan moest weer voor de paarden zorgen. Daarna bracht hij op bevel van Bliek twee scheepsvrienden naar het huis van burger Michault, waar hij een glas wijn dronk.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0233 De fiscaal van het bestuur, Mr. Daniel van den Henghel, kreeg te horen dat een slaaf was doodgeslagen met stokken. Deze slaaf was eigendom van burger Jan Hendrik van Helsdingen. De fiscaal ging daarop, na overleg met de gouverneur, naar het landgoed van Van Helsdingen bij Constantia. Hij nam mee:
Dit gebeurde op 16 augustus. Ze onderzochten het lichaam van de overleden slaaf genaamd Cupido. De dokter vond:
De dokter verklaarde dat noch de verwonding, noch de slagen die op bevel van zijn eigenaar waren toegebracht, de doodsoorzaak waren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0237 De gemeentesecretaris De Grandpreez was aanwezig bij het merken van slaaf Jan. Als commissarissen waren J.F. Khenius en H. Swellengrebel aanwezig. Het ging om een slaaf die een merkteken kreeg.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0235 De slaaf Aron getuigde dat hij bij terugkomst van het kippenhok zag hoe Jan een klap gaf in het gezicht van de slaaf Jacob en hem vervolgens met een mes in zijn linkerzij stak. Aron rende er naartoe, pakte de jonge Jacob op en bracht hem naar het hospitaal. De dienstmeid Cabina heeft dit ook gezien. Dit gebeurde aan Kaap de Goede Hoop in aanwezigheid van klerken Johannes Henricus Blanckenberg en Joachim Nicolaus van Dessin als getuigen. Aron zette zijn merkteken en secretaris De Grandpreez ondertekende het document. Toen Aron later zijn verklaring voorgelezen kreeg door leden van de Raad van Justitie, bevestigde hij dat alles klopte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0210 De tekst gaat over een rechtszaak waarbij een jongen verwond is geraakt met een mes. De verdachte ontkent alles rondom het mes en de steek, maar geeft wel toe dat er een ruzie met de jongens is geweest en dat hij een vuistslag heeft uitgedeeld. Volgens Petrus Bort mocht de pijnbank alleen gebruikt worden als:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11008A / 0199 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/