Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


9 juli 1837 werd er in 's-Gravenhage een besluit genomen. Er was een verzoek ingediend door Mickel Eitzinge uit Zwitserland. Hij vroeg of er in Indië onderzoek gedaan kon worden naar de nalatenschap van zijn oom Leonard Ertzinger, die daar in 1777 in dienst van de voormalige Compagnie was overleden. De Minister voor de Marineverdediging liet weten dat hij niet kon helpen met dit onderzoek. Eitzinge werd doorverwezen naar:

Bekijk transcriptie 


Jacob Ortzingen werd geregistreerd als burger. Hij kwam uit Soerabaya op 25 februari 1825 en overleed als burger.

Leonard Ertzinger was afkomstig uit Soerabaya en werd eveneens geregistreerd.

Bekijk transcriptie 


19 en 28: Van Djeroh gedeeltelijk over de rivier Ngudie met paard naar Aec Merso en dan langs de grens via het voetpad bij Logong.

29: Van Doemewvouw naar Nedesch.

31: Van Ranten naar Ngoho.

Er werden verschillende beekjes overgestoken, waaronder Ro, Wringin, Ballal, Radiwa, Vendik en Proepoh. Het voetpad was in het begin geschikt voor paarden, daarna alleen voetpad. Ook werden de beekjes Panct, Siia en Loyang overgestoken, evenals bij Mingor en vele andere beekjes.

Afstanden in palen:

Afleesbaar.

20: Over de rivier Gemrele in de vallei van de rivier Bahal, vervolgens langs de voet van het Dambresche gebergte. Op en neer door de berg Sawas, door vlakten en valleien langs Vetas, Bendo, Paijong. Vanaf Dapoe naar het westen tot 16 naar boven bergachtig gebied.

Bekijk transcriptie 


Op 8 oktober 1665 werd besloten dat de heer Wilhelm Surs, geheimschrijver en raadsheer, op grond van de capitulatie van de krijgslieden die werden aangesteld voor de verdediging en bescherming van het Buurmandshuus en omliggende dorpen, geld mocht uitgeven. De tractaten waren opgesteld op 25 oktober, behalve de capitulatievoorwaarden van Hubans, die op een andere datum in oktober waren vastgesteld. Deze uitgaven waren nodig voor de verdediging. Het ging om verschillende kosten:

Het totale bedrag dat via betalingsbewijzen uitgegeven mocht worden was 80 pond Schots.

Bekijk transcriptie 


22 juni 1858. N. de Gije heeft ermee ingestemd om het contract dat wijlen G. S. Servatius met het land had afgesloten voor het maken en leveren van thee uit Toembseloen over te nemen. Dit gebeurde nadat zijn erfgenamen en rechthebbenden dit hadden overgedragen.

23 augustus 1862. Er is kennis genomen van de beslissing over de theeaanplantingen die horen bij de onderneming Esatie Mingor aan M. N. H. Baud.

Aan de Gije zijn de opmerkingen daarop ook meegedeeld.

30 juli 1861. Er zijn inlichtingen gevraagd over de aanstaande regeling van de theecontracten. Deze inlichtingen zijn gegeven.

Bekijk transcriptie 


Wat betreft de kerk die onder het bevel van Gale valt: deze werd bediend door de eerwaarde Johan Philip Smit en Andreas Frederik Schultse. Van de Nederlandstalige gemeente aldaar werd gemeld dat deze in verhouding tot het aantal inwoners niet zo bloeiend en talrijk was als men zou wensen. De gemeente bestond slechts uit:

Onder hen waren er echter maar weinig die de plichten van het christendom met ernst naleefden.

Over de Nederlandstalige scholen aldaar werd bericht dat:

Het inlandse christendom aldaar was in een zeer slechte en beklagenswaardige toestand bevonden door de eerwaarde Schultze, die dit jaar de schoolinspectie had gedaan. Hij verklaarde dat het onkundig en blind was in de leer van de waarheid, traag en lusteloos in de godsdienst, en helemaal geen geneigdheid of liefde had om lid te worden van de ware kerk.

Bekijk transcriptie 


21 april 1747 werd besloten dat aan de minister van de Staten-Generaal, Seure Buys, op zijn verzoek een afschrift werd gegeven van het verhoor dat 7 april op de hoofdwacht was afgenomen van de Hollandse onderofficier Johan Ludwig Voigt.

Getekend door W Schede, secretaris.

Bekijk transcriptie 


17 februari werd aan L. A. Schultre, schoenmaker te Bremen, medegedeeld dat de nalatenschap van militair G. A. Schultze, ter waarde van 104,20, via een betalingsbewijs aan zijn gemachtigde Ober F. C. de Roode is uitbetaald.

16 januari 1877 richtte de ondergetekende Johan Chris. Kiaan de Hooele, advocaat wonend in 's-Gravenhage, zich tot de minister. Hij legde de volgende stukken over:

Op basis van deze documenten verzocht de ondergetekende dat de nalatenschap van G. A. Schultze aan hem zou worden uitbetaald.

Bekijk transcriptie 


Dit is een lijst met namen van soldaten met informatie over wat er met hen gebeurde. De lijst bevat twee delen uit verschillende jaren.

Eerste deel uit 1695-1747:

Tweede deel uit 1719-1798:

Bekijk transcriptie 


Jan Arnout Bleumer, vaandrig, kreeg 480 gulden betaald die hij nog te goed had, welk bedrag uitbetaald moest worden aan Pideman en Silo, kooplieden in Amsterdam.

Johan Andries Schultz, vaandrig, verdiende 480 gulden op een rekening, welk bedrag opgehaald moest worden door dezelfde Tideman en Silo in Amsterdam.

Johan David Warnik, vaandrig, had 337 gulden, 14 stuivers en 10 penningen tegoed op een rekening. Dit bedrag moest uitbetaald worden aan Aaltje Swart, weduwe van wijlen Lambertus Swaan, en Steven Swart, wonend in Amsterdam.

Carel Fredrik Brink, vaandrig, kreeg 480 gulden.

Bekijk transcriptie 


Er werd een lijst opgesteld van burgers die in Soerakarta woonden. De lijst bevatte 16 namen:

  1. Johan Christoffel Smith
  2. Johan Smith
  3. Christoffel Smits
  4. Andries Schultz
  5. Frans Daniel Hendriks
  6. Andries Beem
  7. Frans Lodewijk Kreeft
  8. Servaas van Effen
  9. Bernard Roux
  10. George Fels met zijn zoon
  11. Iacob Ertzinger
  12. Christiaan Ertzinger
  13. Coenraad Zimmerman
  14. Hendrik Lee met zijn zoon
  15. Herman Kops
  16. Barend Samuel

De lijst werd opgesteld in Soerakarta op 30 april 1791. Het document werd ondertekend door J. F. B. van Reede tot de Parkeler en bekrachtigd door J. P. V. Reede tot de Carkeler.

Bekijk transcriptie 


Jehan Daniel, 52 jaar oud, geboren in Segal, werkzaam als korporaal, gepensioneerd soldaat. Hij woonde vanaf 27 december 1818 op deze plek.

Jan Jehant, 30 jaar oud, geboren in Sammang, burger en gepensioneerd sergeant. Hij woonde vanaf 9 juli 1797 op deze plek.

Frederik, 62 jaar oud, geboren in Saparas, burger zonder beroep. Hij woonde vanaf 10 juli 1776 op deze plek.

Johan Barend, 59 jaar oud, geboren in Tocrahaita, burger. Hij woonde vanaf 10 oktober 1797 op deze plek.

Schans Andries, 46 jaar oud, geboren in Socratarta, zonder beroep. Hij woonde vanaf 8 januari 1811 op deze plek.

Johan Bernard, 17 jaar oud, geboren in Socratarta, burger. Hij woonde vanaf 20 december 1800 op deze plek.

Johan August, 23 jaar oud, geboren in Soana, zonder beroep. Hij woonde vanaf augustus 1789 op deze plek.

Er werd opgemerkt dat dit allemaal zonder toestemming van het gouvernement was. In januari zijn zij naar Oost vertrokken.

Bekijk transcriptie 


Een overzicht van het aantal inwoners op verschillende locaties:

Het totaal aantal Europeanen bedroeg 81, verder waren er 48 personen, 54 personen, 27 personen, 35 personen, 26 personen en 44 personen op de verschillende locaties.

Bekijk transcriptie 


Fremin Laurens uit Artois en Jozijne van der Cruijssen uit Meent waren getrouwde mensen die in Haarlem woonden. Fremin Laurens was ziek en lag op bed, Jozijne was helder van geest en gezond. Ze maakten samen hun testament bekend op 5 oktober 1609 rond 1 uur 's middags.

Ze hadden afgesproken dat:

Dit gebeurde in Haarlem in het huis van de testamentmakers in de Kerkstraat. De getuigen waren Andries Palinck uit Beveren en Adriaen Manau uit Leuven, beide poorters van Haarlem. De notaris was Adriaen Willemsz.

Op 9 oktober 1609 rond 7 uur 's avonds kwam Jacobmijntgen Jacobs, dochter en echtgenote van Jan Pietersz Linnenbeener, poorter van Haarlem, persoonlijk. Ze was helder van geest en gezond.

Bekijk transcriptie 


Gerryt Præs, een schoenmaker uit Haarlem van ongeveer 18 jaar oud, verklaarde op verzoek van Fremijn Laurens en Pieter Janssen Hors het volgende. Op 28 maart 1590 voer hij van Leiden naar Haarlem in de schuit. Er was geschikt vaarweer met een matige wind zonder storm, zodat de schipper zijn jongen opdracht kon geven te gaan slapen. Rond 2 uur in de middag kwamen ze in de Haarlemmermeer tussen Vennep en de ton bij de monding van het Spaarne. Daar kwam een groot schip dat ballast had ingenomen vanaf de Zandsloot bij Hillegom zeilen. Dit schip zeilde van de zijkant op de schuit af waar hij met Fremijn in zat en dreef hen bijna aan de grond. Hierdoor kwamen ze in groot gevaar voor hun leven, maar konden ze zich redden met hulp van andere schippers.

Jan Folpertsz, een koopmansschipper en poorter van Haarlem van ongeveer 47 jaar oud, verklaarde dat hij diezelfde middag met zijn schuit van Amsterdam naar Haarlem voer en geen storm of ongeschikt weer merkte waardoor een schuit of schip in gevaar zou kunnen komen. Hij was bereid dit met een eed te verklaren indien nodig.

Dit werd gedaan op 4 juli 1590, in aanwezigheid van de getuigen Jan Bont en Jan Lambertsen.

Jan Cornelisz Corff, als man en voogd van Hillegont Symons (de enige dochter en erfgename van Symon Cornelisz), kwam tot een akkoord met Jan Willemsz en Jacob Cornelisz in de Basterdpijp. Zij handelden namens de nagelaten weeskinderen van wijlen Jan Matheusz Wapensteen. Jan Cornelisz Corff was tevreden dat 312 gulden aan achterstallig loon uit 1572 betaald zou worden in 6 termijnen op meye-dagen in de jaren 1590, 1591, 1592, 1593, 1594 en 1595, elk een zesde deel. De eerste termijn van mei 1590 was al verschenen en zou direct betaald worden. Jan Willemsz en Jacob Cornelisz beloofden deze bedragen op elke termijn eerlijk te betalen en verbonden hiertoe hun persoonlijke, roerende en onroerende goederen, zowel huidige als toekomstige, waar deze ook gelegen waren, zonder uitzondering.

Bekijk transcriptie 


16 april 1609 verklaarde Gabriel Bloemaert, weduwnaar uit Brugge en zijdewerker wonend in Haarlem, voor notaris dat hij met Janneken, dochter van Fremijn Laurens (zijdekramer), met toestemming van haar ouders was overeengekomen te trouwen onder de volgende voorwaarde: als Gabriel voor Janneken zou overlijden zonder kinderen bij haar te hebben, zou Janneken de volledige inboedel en huisraad mogen behouden. De onroerende goederen zouden dan verdeeld worden tussen Janneken en Gabriels kinderen uit een eerder huwelijk volgens de wet. Louwijs Fremijn, broer van Janneken, accepteerde deze voorwaarden namens zijn zus. Dit werd vastgelegd in Haarlem in de Sint Jansstraat, met als getuigen Lucas Andries (kleermaker) en Benjamin Caerlsz (horologe- of uurwerkmaker).

23 april 1609 maakte Willem Gerrits (ook wel Willem Gich genoemd), poorter van Haarlem, zijn testament. Hij was gezond en bij zijn volle verstand. Hij verklaarde alle eerdere testamenten nietig. Hij legateerde aan Maritgen Thijmans de som van 500 Carolus guldens van 40 groot per stuk, naast haar erfdeel in zijn overige bezittingen. Zij werd mede-erfgenaam van al zijn roerende en onroerende goederen.

Bekijk transcriptie 


3 september 1811 om half 11 's ochtends verscheen Dirk Matthijes Munnik, wonende op de Roozengracht nummer 5 Canton nummer 5, van beroep verlakkerknecht, voor Gerrit ten Sande, plaatsvervangend burgemeester van de stad Amsterdam als ambtenaar van de burgerlijke stand. Hij werd bijgestaan door 2 getuigen:

Dirk Matthijes Munnik verklaarde dat zijn vrouw Dorothaa Edeleman, wonende in het huis van haar man en zonder beroep, op 1 september 's ochtends om half 10 was bevallen van een zoon. De zoon kreeg de voornaam Theodorus Everhardus Matthijs. De vader tekende de akte na voorlezing. De 2 getuigen verklaarden niet te kunnen schrijven.

3 september 1811 om 11 uur 's ochtends verscheen Jan Lodewijk Guij Bloys van Treslong, wonende in de Koestraat nummer 11 Canton nummer 2, betaalmeester van de marine, voor Gerrit ten Sande, plaatsvervangend burgemeester van de stad Amsterdam als ambtenaar van de burgerlijke stand. Hij werd bijgestaan door 2 getuigen:

Jan Lodewijk Guij Bloys van Treslong verklaarde dat zijn vrouw Anne Caroline Madelaine Willet, wonende in het huis van haar man en zonder beroep, op 14 augustus 's middags om 4 uur was bevallen van een zoon. De zoon kreeg de voornaam Louis Caterinus. De vader en de 2 getuigen tekenden de akte na voorlezing.

Bekijk transcriptie 


27 oktober 1802 werd dit kind gewettigd door een huwelijk in Amsterdam.

2 september 1811 's middags om half 3 verscheen voor ambtenaar van de burgerlijke stand Gerrit ten Sande, adjunct-maire van de stad Amsterdam, Willem van Driel. Hij woonde in de Louwerier Dwarstraat in de Schildersteeg nummer 16, kanton nummer 5, en was van beroep sjouwerman. Hij werd bijgestaan door 2 getuigen:

Willem van Driel verklaarde dat zijn vrouw Geertruy Elisabeth Bigant, wonend bij haar man en van beroep schoonmaakster, op 30 augustus 's nachts om 2 uur was bevallen van een zoon. Aan deze zoon werd de voornaam Willem gegeven. De akte werd door de eerste getuige en Gerrit ten Sande getekend na voorlezing. De vader en de tweede getuige verklaarden niet te kunnen schrijven.

3 september 1811 's morgens om 10 uur verscheen voor Gerrit ten Sande, adjunct-maire van de stad Amsterdam als ambtenaar van de burgerlijke stand, Hendrien Comma. Zij was huisvrouw van Jan Polder, wonend op het Schippersgrachtje nummer 16, en van beroep vroedvrouw. Zij werd bijgestaan door 2 getuigen:

Hendrien Comma verklaarde dat zij op 30 augustus 's middags om half 12 Maria Hymans had verlost. Maria Hymans was huisvrouw van Jan Molenaat, wonend in de Jonkerstraat nummer 26, kanton nummer 2, en zonder beroep. Zij beviel van een zoon aan wie de voornaam Jan werd gegeven. De akte werd door de vroedvrouw en de 2 getuigen na voorlezing getekend samen met Gerrit ten Sande.

Bekijk transcriptie 


2 september 1811, 's middags kwart voor 2 uur, verscheen voor Gerrit ten Sande, hulp-burgemeester van de stad Amsterdam en ambtenaar van de burgerlijke stand, Mattijs van der Lugt. Hij woonde in de Tuijnstraat nummer 37 en was van beroep werkman. Hij werd bijgestaan door 2 getuigen:

Mattijs van der Lugt verklaarde dat zijn vrouw Pietertje Koop, die bij haar man woonde en van beroep visverkoopster was, op 31 augustus 's avonds half 10 was bevallen van een dochter. Het kind kreeg de voornaam Johanna. De vader verklaarde niet te kunnen schrijven. De 2 getuigen tekenden met Gerrit ten Sande.


2 september 1811, 's middags om 2 uur, verscheen voor Gerrit ten Sande, hulp-burgemeester van de stad Amsterdam en ambtenaar van de burgerlijke stand, Lodewijk Meijer. Hij woonde in de Lingelarstraat nummer 199 en was van beroep bierslijter. Hij werd bijgestaan door 2 getuigen:

Lodewijk Meijer verklaarde dat zijn vrouw Alida De Lisze, die bij haar man woonde en geen beroep had, op 2 september 's morgens om 6 uur was bevallen van een zoon. Het kind kreeg de voornaam Pieter Wilhelmus. De eerste getuige verklaarde niet te kunnen schrijven. De vader en de tweede getuige tekenden met Gerrit ten Sande.

Bekijk transcriptie 


7 juli 1894 verscheen notaris Johannes Willems uit Haarlem bij het kantoor van de Registratie in Haarlem om aan te geven dat hij op 11 en 12 juli 1894, telkens om 10 uur 's ochtends, in het verkooplokaal aan de Nassaulaan nummer 1 in Haarlem een openbare verkoping zou houden.

De verkoping vond plaats in opdracht van:

Op 11 juli 1894 om 10 uur 's ochtends begon de verkoping.

Bekijk transcriptie 


Bruyn Beleiszoon, notaris te Haarlem, en Jan van Meer, ster van keuven en hulpnotaris te Bloemendaal, traden op als getuigen samen met de verschenen personen, die bekend waren bij de notaris. Na voorlezing werd het proces-verbaal ondertekend door de verschenen personen, de getuigen en de notaris.

Het document werd geregistreerd te Haarlem op 27 januari 1800. Er werd 1 gulden en 50 cent aan recht ontvangen.

Op 1 februari 1921, 's avonds om 8 uur, bevond notaris Jacob Warmen Wildervanck de Blécoeert, werkzaam in de gemeente Bloemendaal, zich te Overveen in het Hotel "Van Ouds het Raadhuis". Daar verscheen voor hem de heer Jan Heuperman, notarisklerk te Bloemendaal, die handelde als gemachtigde van:

De gemachtigde handelde op basis van een onderhandse volmacht, die door hem in aanwezigheid van de notaris en de getuigen als echt werd erkend. Deze volmacht werd door allen ondertekend en aan de akte gehecht. De gemachtigde verklaarde voor de notaris dat hij wilde overgaan tot de definitieve toeslag van het onroerend goed zoals omschreven in het eerder genoemde proces-verbaal van veiling op 25.

Bekijk transcriptie 


Herman Carl Anton Thieme en Carolina Jacoba Louisa Thieme, een echtpaar uit Arnhem, verzochten 14 juni 1847 aan de Minister van Koloniën om toestemming voor vertrek naar en tijdelijk verblijf in Nederlands-Oost-Indië. Ze wilden voor eigen rekening aan het eind van de maand vertrekken met het schip genaamd Tertude, kapitein A. Schaap, dat toebehoorde aan de firma van Hoboken & Konen uit Rotterdam.

Om deze toestemming te krijgen, overlegden ze de volgende documenten:

Bekijk transcriptie 


Dit is een naamlijst uit 1817 van militairen met hun voornamen en wat er met hen gebeurde. Veel soldaten zijn overleden. Enkele soldaten gingen weg met een paspoort. Saris werd gedeserteerd. Spauijtenbesg werd aangesteld als luitenant. Simons werd als invalide teruggestuurd.

De lijst vermeldt onder andere de volgende personen:

Bekijk transcriptie 


Vrijdag werd er een verzoek behandeld aan de secretaris om vrijdomsbrieven (letters of manumission) af te geven. Het ging om John Wilson, die woonde in Demerary, en John Douglas. Zij waren beiden executeurs testamentair in de kolonie van het testament van wijlen Joseph Rowell. Het verzoek betrof de vrijheid van 3 tot de suikerplantage behorende tot slaafgemaakte personen, die in het testament hun vrijheid waren toegezegd. Hun namen waren Manny, Christmas en Old John.

Ook was er een verzoek van Claes, die woonde in de kolonie, samen met Philip Bernhard Bender. Zij waren door het testament van wijlen P.A.L. Schroden van 1 november 1805 (gepasseerd bij notaris Johannes Twent, klerk van het secretarieel kantoor van de kolonie, I.J. van der Hoop, in aanwezigheid van getuigen) aangesteld als executeurs. Het ging hier om een vrijdomsbrief voor een tot slaaf gemaakte vrouw genaamd Johanna, die aan genoemde plantage toebehoorde en bij het testament haar vrijheid was toegezegd.

Beide verzoeken stonden geregistreerd in het Register van Verzoeken nummer 88, pagina's 2442 tot 2498. Na onderzoek van de bijlagen bleek dat de verzoeken naar behoren waren afgekondigd en dat er geen bezwaren tegen waren ingediend. Daarop werd het volgende besluit genomen:

Het Hof gaf de secretaris van de kolonie toestemming om de gevraagde vrijdomsbrieven af te geven, op voorwaarde dat eerst aan hem werd aangetoond dat de voorgeschreven bedragen waren betaald aan de daarvoor bestemde fondsen en aan de kas voor goede doelen, evenals de verschuldigde rechten.

Na het lezen van het verzoek werd de vergadering verdaagd tot de volgende dag.

Bekijk transcriptie 


Wilschult voldeed aan de eisen door de bijgevoegde stukken te sturen. Hij gaf te kennen dat hij graag de reis wilde aanvaarden met het schip de Friton, met schipper Scheij als gezagvoerder. De reders waren N. van Wobokens v. Looren uit Rotterdam. Het schip zou rond 2 oktober vertrekken.

Onderstaande lijst bevat gegevens van ambtenaar Johan Frederick Wendrik Schult, die bestemd was voor een reis:

Dit document werd naar waarheid opgemaakt in Delft op 8 september 1868 door Witschult.

Bekijk transcriptie 



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/