Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Bernhardus van Biljon kwam op een avond bij zijn huis in Stellenbosch. Een klein slavinnetje vertelde hem dat er een jonge slaaf was gekomen. Hij ging naar de galerij om met deze slaaf te praten. De slaaf, die Fortuijn heette, vluchtte toen hij Van Biljon zag. Van Biljon ging via de achterdeur naar buiten om Fortuijn te zoeken, maar vond hem niet. Hij ging terug naar de slaapkamer. Even later merkte hij dat Fortuijn in de keuken was. Van Biljon ging erheen, vroeg wat hij daar deed en greep hem vast. Hij gooide Fortuijn op de grond. De vrouw van Van Biljon riep dat de slaaf een mes had. Hun dochter Regina hield Fortuijn's arm vast, terwijl ze zei dat ze bij haar vader wilde blijven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0996 De politiechef meldt met respect aan het bestuur dat de burger Bernardus van Biljon in juni een slaaf genaamd Fortuijn van Bengalen in Stellenbosch heeft laten straffen. Na terugkomst in de Kaap klaagde Van Biljon dat Fortuijn had geprobeerd hem te vermoorden en vroeg om straf. De politiechef nam eerst een verklaring op van Van Biljon. Daarin staat dat Fortuijn, die was aangesteld op zijn andere boerderij in Moddergat, eind juni naar Van Biljon's woonplaats was gekomen. Dit werd gerapporteerd aan de voorzitter Rijk Tulbagh en de Raad van Justitie van Kasteel de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0995 Op 15 augustus 1744 verscheen Willem van Cijlon, 32 jaar oud, voor Arnold Schephansen, secretaris van Stellenbosch en Draakenstijn. Van Cijlon lag ziek in bed maar was helder van geest. Hij was lijfeigene van de weduwe van Jacob Hasselaar. Hij legde een verklaring af op verzoek van landbouwer Christoffel Groenewald. Hij verklaarde dat hij op een zaterdag in juni met een boodschap van zijn meesteres naar het terrein van Groenewald bij de Clapmuts was gegaan. Daar trof hij aan:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0991 Toen ze in de kraal bezig waren met het vangen van ossen om te ploegen, werd slavin Sanna geroepen. Ze moesten naar binnen komen omdat de baas hen riep. Toen ze in de keuken van het woonhuis kwamen, zagen ze slaaf Philip dood bij de vuurhaard liggen. Ze kregen opdracht om een zeil te halen, de dode slaaf erop te leggen en hem naar het slavenhuis te brengen. De dag erna hebben ze Philip begraven, niet ver van het woonhuis. Slaven Casar en September gingen twee dagen later naar de Kaap om het voorval te melden. Ze durfden niet via Stellenbosch te gaan omdat ze bang waren dat hun meester hen zou vinden en terugbrengen. Dit blijkt uit het verslag van slaaf Casar van Batavia, die kort geleden in het hospitaal is overleden. Slaaf September is in Stellenbosch ook overleden aan een heersende ziekte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0962 De slaven Philip September en Caesar waren aan het ploegen op het land van hun baas toen de beschonken eigenaar langskwam in de namiddag. Hij schold Philip, die de ploeger was, uit omdat hij een stuk land niet goed had omgeploegd. De eigenaar pakte de ploegstok en sloeg Philip twee keer op zijn rug, waardoor deze op de grond viel. De eigenaar ging zelf achter de ploeg staan. Philip bleef een kort half uur liggen, kwam weer bij bewustzijn en ging naar het slavenhuis. Toen de andere slaven Creset en September bij zonsondergang klaar waren met ploegen en terugkwamen in het slavenhuis, vonden ze Philip op zijn bed liggen. De derde nacht nadat Philip was geslagen, kwam er heel vroeg in de ochtend een slavin genaamd Sanna naar het slavenhuis. Ze vroeg aan Caesar en September waar Philip's deken was. Nadat Caesar dit had aangewezen, vertelde Sanna dat de jonge Philip naar de keuken van het woonhuis was gegaan en dat hij erg stil was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0961 Er was een slaaf genaamd Philip die werd begraven door een andere slaaf September, niet ver van het woonhuis. September ging een paar dagen later met een andere slaaf naar Kaap om te vertellen wat er was gebeurd. Ze durfden niet naar Stellenbosch te gaan omdat ze bang waren dat hun meesters hen zouden vinden en naar huis zouden brengen. Deze verklaring werd vertaald van het Portugees naar het Nederlands bij Kaap de Goede Hoop op 9 juli 1742. De verklaring werd afgelegd voor de raad van justitie van het kasteel van Kaap de Goede Hoop en een slaaf genaamd Caesar uit Batavia.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0979 De officier van justitie kreeg te horen dat Philip in Klapmuts een ploegarbeider had doodgeslagen. De officier ging daarop met twee slaven naar de plaats waar het gebeurd was. In aanwezigheid van de heemraden werd het lichaam opgegraven. De chirurgijn Honnoratus Maijnier uit Draakenstijn onderzocht het lichaam. Hij vond:
Om meer te weten te komen nam de officier een verklaring af van de slaaf Caesar. Dit gebeurde in juni van dat jaar.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0960 De slaaf Caesar van Batavia, eigendom van landbouwer Christoffel Groenewalt, vertelde op verzoek van landdrost Pieter Lourensz het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0977 De landbouwer Christoffel Groenewald werd aangeklaagd door landdrost Pieter Lourensz bij rechtbankvoorzitter Rijk Tulbagh in het kasteel van Kaap de Goede Hoop. In de maand juni hadden twee slaven, Casar en September, bij belastingambtenaar Pieter Reede van Outshoorn geklaagd dat hun eigenaar een andere slaaf genaamd Philip uit Batavia zodanig had geslagen dat hij was overleden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0959 Cozijn de Bruijn van 24 jaar oud, die uit Kaap de Goede Hoop kwam, was matroos op het retourschip Dregterland. Op 2 maart was hij bij de woningen van burgers Jan Ackerman en Carel Otto van Hlaan. Daar kwam matroos Abraham Gerritsz hem waarschuwen dat de boot al volgeladen was en ze terug naar het schip moesten. De Bruijn wilde echter eerst zijn maat ophalen bij het huis van burger Frans Henderick Mark, zoals hij had beloofd. Gerritsz wilde hier niet op wachten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0951 De chirurg Honnoratus Maijnier verklaarde op verzoek van landdrost Pieter Lourensz dat hij op 23 juni in Stellenbosch een onderzoek heeft uitgevoerd. Dit gebeurde in aanwezigheid van de landdrost en twee heemraden, Gerard van der Bijl en Jacob Cloeten. Het onderzoek vond plaats bij het huis van burger Christophel Groenewald en betrof het lichaam van zijn overleden slaaf Philip van Batavia.
Bij de lijkschouwing werd het volgende gevonden:
De chirurg concludeerde dat deze verwondingen dodelijk waren. Hij verklaarde zich bereid dit onder ede te bevestigen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0973 De chirurg Honnoratus Maijneer verklaart op verzoek van de hoofdbestuurder Pieter Lourensz dat hij in juni samen met de lokale bestuurders Gerard Vander Bijl en Jacob Cloeten naar het huis van burger Christophel Groenewald in Stellenbosch is gegaan. Daar onderzocht hij het lichaam van een overleden slaaf genaamd Philip van Batavia, die eigendom was van Groenewald.
Bij het onderzoek vond de chirurg:
De verwondingen waren dodelijk. Dit verklaarde hij op 23 juni in Stellenbosch en hij was bereid dit onder ede te bevestigen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0971 Pieter Reede Van Oudthoorn, de belastingambtenaar van het bestuur, heeft een rechtszaak aangespannen tegen Izart Cornelisz uit Sapendregt. Cornelisz was matroos op het schip de Ida en wordt beschuldigd van geweld en diefstal op de openbare weg. De zaak werd voorgelegd aan gouverneur Rijk Tulbagh en de rechtbank in Kaap de Goede Hoop. Er zijn verschillende bewijsstukken en een bekentenis van de verdachte verzameld onder de labels A tot en met F.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0277 De boer Mattijs Greeff verscheen voor de afgevaardigden van de raad van justitie van het bestuur. Na het voorlezen van zijn verklaring bevestigde hij dat deze volledig juist was. Hij wilde er niets aan toevoegen of vanaf halen en verklaarde dat alles de zuivere waarheid bevatte. Dit gebeurde in Kaap de Goede Hoop op 5 maart 1744. De verklaring werd ondertekend door de raadsleden N. Heyning en J.P. Chehn, samen met Mattijs Greeff zelf en de secretaris Tiermondot. A.D. Sthoor bevestigde dat dit document overeenkwam met het origineel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0275 Mattijs Greeff, een landbouwer, heeft aan Pieter reede van Oudshoorn, de onafhankelijke aanklager, het volgende verklaard: Op donderdag 6 februari kwam hij 's ochtends van de Kaap terug naar zijn boerderij bij de Klipheuwel. Na het eten ging hij even liggen rusten. Rond 4 uur 's middags ging zijn slavin Flora van de Kaap naar het slavenhuis om vuur te halen voor de keuken van het woonhuis. Ze deed gloeiende kolen in een hoorn van een koe en ging daarmee naar een stapel gerst die op het erf stond. Ze wilde wat stro pakken om makkelijker vuur te kunnen maken in de keuken. Ze legde het stro en de hoorn met vuur bij een hoek van de stal neer. Daarna ging ze naar de schuur naast de stal om voer voor de kippen te halen. Toen ze terugkwam zag ze dat door de sterke oostenwind:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0273 Flora van de Caiab, een 14-jarige slavin van landbouwer Mattijs Greeff, heeft een verklaring afgelegd voor de rechtbank. De aanklager was Pieter reede van Oud Hhoorn. Flora vertelde dat ze ongeveer een maand geleden vuur wilde maken in de keuken van het woonhuis van haar meester. Ze ging naar het slavenhuis om vuur te halen in een hoorn van een dier. Daarna ging ze naar een gerstberg om wat stro te pakken om het vuur beter te laten branden. Ze legde de hoorn met vuur op een hoek van de stal neer en ging naar de schuur ernaast om veevoer te halen. Toen ze terugkwam zag ze dat door de sterke oostenwind het vuur uit de hoorn was verspreid. De stal stond al van onderen in brand en er waren vonken op het dak gewaaid die ook al brandden. Flora probeerde het vuur te blussen, maar kon dat niet alleen omdat de andere slaven ver weg aan het werk waren. Daarom rende ze naar haar meester die nog in bed lag om hem te waarschuwen dat de hoek in brand stond. Haar meester sprong direct op om te proberen de brand te blussen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0269 De rechtbank in het Kasteel de Goede Hoop heeft op 13 maart 1744 een uitspraak gedaan. De straf werd op 14 maart 1744 uitgevoerd. De uitspraak werd ondertekend door een groep bestuurders en rechters:
De secretaris C Siemmendoof was aanwezig. Het document werd ook nog goedgekeurd door H poellengre, A Schoor en Gem Eleriq.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0268 Op zaterdag 22 februari bleek uit de bekentenis van Tarkat van Timor, een 30-jarige slaaf van oud-raadslid Abraham Cloppenburg, het volgende: Toen zijn meester rond 10 uur 's avonds thuiskwam, ging deze eerst naar de kamer van zijn vrouw. Daarna kwam hij naar Tarkat in de voorkamer, waar deze de tafel had gedekt. De meester vroeg waarom het eten niet op tafel stond. Toen Tarkat antwoordde dat zijn meester dat nog niet had opgedragen, greep deze hem bij zijn haar. Na hem enkele klappen in het gezicht te hebben gegeven, bracht hij Tarkat naar de keuken. Daar gaf hij andere slaven opdracht om Tarkat uit te kleden en hem aan een paal vast te binden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0261 Op 10 maart 1744 legde de slavin Flora van de Kaap een verklaring af voor de raadsleden Heijning en Jan Prehn. Deze verklaring werd officieel vastgelegd door secretaris P.J. Tiemmendorff. Op 11 maart 1744 werd de verklaring voorgelezen aan Flora in aanwezigheid van de raadsleden Van Kerkhoff en Prehn. Flora bevestigde dat alles de waarheid was en er niets aan toegevoegd of verwijderd hoefde te worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0270 Pieter Reede van Oudshoorn diende als officier van justitie een aanklacht in bij de president Rijk Tulbag en de rechtbank van Kaap de Goede Hoop. De zaak betrof een slaaf genaamd Fortuijn van Maccasser, die eigendom was van burger Augustinus Coebergen. Fortuijn werd beschuldigd van huishoudelijke diefstal. De aanklager overhandigde drie documenten als bewijs:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0163 De scheepschirurg Leendert Sisimus heeft op 2 januari 1744 in de gevangenis de zeelieden Jan Lion uit Luik en Christoffel Iansz uit Colbergen onderzocht en behandeld. Jan Lion had drie verwondingen:
Christoffel Iansz had twee verwondingen:
Alle verwondingen waren door geweld veroorzaakt maar niet ernstig. De mannen werden daarna in het ziekenhuis behandeld tot ze hersteld waren. Dit werd vastgelegd aan de Kaap de Goede Hoop op 11 januari 1744 op verzoek van de heer J. Schoor.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0159 De getuige verklaart dat hij rond 21:00 uur 's avonds in een huis was waar een ruzie plaatsvond. Hij kent iemand genaamd Christofel maar woont daar niet. Bij de ruzie waren verschillende mensen betrokken, waaronder:
De ruzie ontstond over een schelling (munt) die verschuldigd was aan de tamboer. De soldaten hadden ook twee flessen wijn besteld, één rode en één witte. De getuige weet niet precies wie er allemaal bij betrokken waren en heeft niet met hen gedronken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0148 Hans Lendenkam van Kopenhagen is een 26-jarige Lutherse bootsman. Hij werkte eerst op een Engels handelsschip en is nu werkzaam op de werf. Op de vragen van het gerechtshof van Justitie gaf hij antwoorden in aanwezigheid van de onafhankelijke aanklager Pieter Reede van Oudhoorn. Het ging over een gebeurtenis die plaatsvond in de kroeg van Roelof van der Buk, waar Dirk Pleijn uit Zutphen als tapper werkte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0147
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0144 Eerst sprong een man uit het raam, gevolgd door een andere matroos die zich ook in het huis had verstopt. Deze matroos had een lange stok gepakt uit een hoek van een kamer. Ze zijn uit het raam gesprongen, waarop zij met twee stokken probeerden om ze bij de deur weg te krijgen. Ze waren namelijk bang dat de mannen hen met stenen of messen zouden aanvallen.
De matroos, die in het dagelijks leven Hans de Engels werd genoemd, was op de werf. Zij zijn maar één keer uit het huis geweest. Een van hen heeft de matroos enkele klappen met een stok gegeven omdat deze matroos op hem afkwam. Hij was bang dat de matroos hem met een mes zou verwonden. De matroos had eerder bij hem aangedrongen en wilde niet weggaan, waarna hij hem met die stok heeft geslagen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0140 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/