Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
De getuige verklaart dat hij de tweede matroos buiten het kantoor heeft gezet en de deur achter hem heeft gesloten. Toen de matroos buiten stond smeekte hij om weer binnen te mogen komen. Hij wilde weten of de matroos buiten moest blijven staan of weer naar binnen mocht komen. Daarna is de soldaat alleen weer naar binnen gegaan, waar een andere soldaat was achtergebleven die een glas wijn zat te drinken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0139 Rond half 11 uur heeft een matroos ruzie gemaakt bij een huis. Hij was samen met 3 andere mensen buiten gesloten. De matroos heeft toen:
De persoon binnen is niet naar de deur gegaan maar uit een raam aan de achterkant gesprongen, via de zijkant van het huis.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0136 Christoffel Tan had een ruzie over geld met een matroos. De matroos was hem een schelling schuldig voor een halve fles wijn die hij op kerstdag had beloofd te betalen. Terwijl er andere mensen aan het dansen waren, heeft Tan deze schelling van de matroos geëist. Er was ook een discussie tussen 4 personen over hoeveel flessen wijn ze samen hadden gedronken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0134 Isabella parera, de vrouw van majoor Adriaen Anthonisz, heeft voor de rechtbank in Batavia een verklaring afgelegd. Ze vertelde dat ongeveer 7 jaar geleden, toen ze bij fort Diamant woonde, haar stiefdochter Annica door haar man ongepast werd behandeld. Annica wilde niet bij hem zijn en een slavin vertelde dit aan Isabella.
Isabella werd jaloers en stuurde haar dochter het huis uit. Toen Annica later terugkwam, ging het ongepaste gedrag door. Recent heeft Annica op haar sterfbed bekend dat ze seks had gehad met Adriaen. Ze vroeg haar stiefmoeder om vergiffenis.
Door deze gebeurtenissen kreeg Isabella een afkeer van haar man. Ze begon ongeveer 8 maanden geleden een relatie met Joan Ferdinandes, een mesties. Vier maanden voor de dood van Annica vroeg Joan haar om met hem via Solor naar de Filipijnen te vluchten. Ze weigerde eerst.
Na Annica's dood en meerdere verzoeken van Joan stemde Isabella toe. Ze was bang voor:
Ruim een maand voor haar verklaring maakten ze vluchtplannen. Op zondag 28 maart zou Steven Tomes, een vrijgemaakte Filippijn, haar 's avonds ophalen in ruil voor 30 realen of een slavin. Joan had zaterdag al haar sieraden en kostbaarheden ingepakt. Maar Steven kwam zondag niet opdagen en de vluchtpoging mislukte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9339 / 0259 Op nieuwjaarsdag rond half 9 's avonds kwamen er 4 personen om te drinken. Dit waren onder andere:
De ondervraagde persoon kon zich niet alle namen herinneren omdat mensen kwamen en gingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0132 Voor de rechtbank van het gouvernement verscheen Dirk Reijn uit Zutphen. Hij was 30 jaar oud en volgde het gereformeerde geloof. Hij werkte als tamboer in het kasteel. Daarvoor was hij werkzaam als schoenmakers knecht bij de burger Roeloff van der Burg aan de Kaap, waar hij woonde tegenover diens huis.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0131 Er woonde een dienstmeisje, Rosetta Gent, bij een man. De man herinnerde zich niet hoeveel wijn er gedronken was en hoe lang ze bleven. Het was in ieder geval tot de burgerwacht kwam. Hij wist ook niet of iemand van de 4 mensen tijdens het drinken was gaan dansen. Ze hadden 2 flessen wijn besteld, 1 rode en 1 witte wijn, en dronken die met het vrouwelijke huispersoneel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0133 De verdachte beweerde dat hij niet wist dat zijn mes een spleet in de schede had. Dit waren duidelijke leugens, want de spleet was voor een groot deel oud en niet nieuw. Hij gebruikte het mes dagelijks, dus hij moest het wel geweten hebben. De verwondingen die hij zijn tegenpartij toebracht aan de hals en rechterwang moeten dus met voorbedachte rade zijn toegebracht. De getuigen Jan Tollé en de slavin Rosetta, die zich in het huis bevonden, wilden hier in hun verklaringen niets over zeggen. Hoewel de verwondingen niet ernstig waren volgens de verklaring van de artsen, die alleen spraken over veel bloedverlies door de steekwond, was het puur geluk en niet de voorzichtigheid van de verdachte dat de verwondingen niet erger waren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 1177 Bij een vechtpartij werd een dronken zeeman aan zijn haren van een stoep getrokken. Hij werd op de grond gegooid en over straat gesleept, waarbij hij vuistslagen kreeg. De zeeman verzette zich niet. Een persoon dreigde met het gooien van stenen. Drie andere zeelieden, die bij de mishandelde matroos hoorden, keken toe. Een soldaat kwam tussenbeide en zei dat ze hem met rust moesten laten omdat hij dronken was. Zowel een soldaat als een zeeman probeerden de vechtenden uit elkaar te halen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0137 Op nieuwjaarsdag ontstond er een ruzie over 1 schelling (oude munt). De betrokkene was dronker dan normaal en kan zich niet alles herinneren. Er waren soldaten en andere mensen bij betrokken. Matthijs werd samen met iemand anders tegen de grond gegooid. Nadat omstanders hielpen, werd hij bij zijn armen gepakt en naar buiten geduwd. De deur werd achter hem op slot gedaan. Het is onduidelijk of Matthijs daarna huilde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0135 Andrea Pizzalla uit Milaan, soldaat van het kasteel, heeft een verklaring afgelegd voor Pieter Reede van Oudshoorn, de aanklager. Dit gebeurde op 2 januari rond 15:00 uur. Pizzalla stond toen als wacht met twee gevangenen die aan elkaar waren vastgeketend:
Ze gingen naar de voet van de Tafelberg om brandhout te halen. Bij de tuin van Daniel Godfried Carnspeck (oud-secretaris van de Raad van Justitie) hakten de gevangenen hout. Frans Meijer kwam naar Pizzalla toe met een houweel en wilde hem iets vertellen. Toen Pizzalla weigerde te luisteren en zei dat Meijer door moest werken, schold Meijer hem uit voor Italiaanse scheldwoorden en beschuldigde hem ervan bang te zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0043 De Hoge Heren Staten Generaal hebben een vonnis uitgesproken tegen de gevangene Pagie van Tranquebaar. Het vonnis werd uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop op 16 januari 1744, nadat Pieter Reede van Oudshoorn als openbaar aanklager de aanklacht had voorgelezen. Na het horen van de bekentenis van de gevangene werd het volgende vonnis bepaald:
Het vonnis werd uitgevoerd op 18 januari 1744 en ondertekend door P. Tulbagh.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0041 Leander van de Kust, een slaaf van kapitein Rudolph Sigfried Alleman, legde op 7 januari 1744 een verklaring af voor secretaris Jan Frederik Siemmendorff van de Raad van Justitie in het Kasteel de Goede Hoop. Dit deed hij op verzoek van Pieter Reede van Oudshoorn, de fiscaal.
Hij verklaarde dat op zondag 5 januari zijn meester vrienden op bezoek had gehad, die hij had bediend. Rond half 11, nadat de gasten waren vertrokken, ging hij naar beneden naar de keuken. Toen hij de trap afkwam, zat hij in het voorportaal op een kist met de slavenjongen Pagie en de slavin Leijs. Hij hoorde lawaai vanuit de keuken waar hij met de slaven Samson en Meij had zitten praten. Toen hij opstond zag hij dat Leijs plotseling bij de drempel van de keukendeur op de grond viel terwijl ze "God help me" zei, waarna ze direct overleed.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0035
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0033 De slaaf Pagie stond vooraan in de kombuis met een mes in zijn hand. Hij smeedde dit mes op een paal in de kombuis. De getuige nam het mes van de paal en ging samen met de slaaf Samson naar boven. Ze klopten op de kamerdeur van hun heer en vertelden wat er was gebeurd. Hun heer liet een korporaal met twee mannen uit de hoofdwacht roepen. Deze hebben de slaaf Pagie direct uit het huis gehaald en naar de kerker gebracht. De getuige verklaarde dit onder ede bij het gerechtelijk secretariaat van het kasteel de Goede Hoop. De klerken Hendrik Emanuel Blankenberg en Otto Wilhelm Rotenburg waren getuigen en hebben samen met de getuige en de secretaris het document ondertekend.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0036 De slaaf Galant kreeg antwoord dat het te laat was en het gedaan was. Hij ging samen met de slaven Leander en Pamson naar boven. Nadat ze op de kamerdeur van hun meester hadden geklopt, vertelden ze hem wat er was gebeurd. Kort daarna werd de slaaf Pagie op bevel van zijn meester uit het huis gehaald en naar het donkergat (de gevangenis) gebracht.
Dit gebeurde op het secretariaat van justitie in het kasteel de Goede Hoop, in aanwezigheid van de klerken Hendrik Emanuel Blanckenberg en Otto Wilhelm Rotenburg als getuigen. Zij hebben samen met de opsteller en de secretaris het document ondertekend.
Later verscheen de slaaf Galant van Bulij voor de leden van de Raad van Justitie, waar zijn verklaring woord voor woord aan hem werd voorgelezen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0032 Op 7 januari 1744 legde Sarant van Balij, slaaf van kapitein Rudolph Sigfried Alleman, een verklaring af voor secretaris Jan Frederik Siemmen aan het kasteel de Goede Hoop. Hij deed dit op verzoek van fiscaal Pieter reede van Oudshoorn.
Sarant verklaarde dat op zondag 5 januari:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0031 Na de moord die de slaaf Leijs pleegde, was de slaaf Pints van plan om ook de slaaf Galant te vermoorden. Toen Galant echter naar zijn kamer bij zijn kinderen liep, besloot Pints hiervan af te zien. Hij legde het mes op de kist neer. Hij verklaarde dat dit de waarheid was. Dit werd vastgelegd aan de Kaap de Goede Hoop op 8 januari 1744 door raadsleden A. Deiker en W. Kenkhoff. De verklaring werd ondertekend door de bekennende persoon en secretaris J. Siemmendorff, en bevestigd door griffier A. Ochoor.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0029 Een slaaf genaamd Pagie uit Trancquebaar, die eigendom was van militair kapitein Rudolph Sigfried Alleman, heeft een verklaring afgelegd voor de Raad van Justitie. Pagie was ongeveer 39 jaar oud. De verklaring werd afgenomen op verzoek van onafhankelijk aanklager Pieter Reede van Oudshoorn. Pagie vertelde het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0027 Leander vande Cust verscheen voor rechters van de Raad van Justitie. Zijn eerdere verklaring werd aan hem voorgelezen. Hij bevestigde dat alles correct was en dat er niets aan toegevoegd of verwijderd hoefde te worden. In aanwezigheid van de slaaf N Pagie bevestigde hij dat alles de waarheid was. Dit gebeurde in Kaap de Goede Hoop op 8 januari 1744. De rechters waren Cr. Decker en Willem Van Kerkhoff. De secretaris Jan Jakob Tiemmendorsf en klerk JZ ASchoor hebben het document ondertekend.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0037 De Heer Reede van Oudshoorn schreef op 16 januari 1744 aan de rechtbank van Oudshoorn dat een dood lichaam buiten de rechtplaats moest worden gesleept. Dit lichaam moest daar blijven liggen tot het door de lucht en vogels was vergaan. De kosten van deze rechtsgang moesten ook worden betaald.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0023 De aanklager verwijst naar het werk van Simon van Leeuwen over Romeins-Hollands recht. Daarin staat dat de straf voor misdaden vaak aan het oordeel van de rechter wordt overgelaten, omdat de omstandigheden kunnen verschillen. Bij doodslag moet gekeken worden naar hoe, op welke manier, door wie en tegen wie de misdaad is gepleegd. Dit bepaalt of er een normale of buitengewone straf moet worden gegeven. Op basis hiervan eist de aanklager dat de gevangene, Pagie van Francquebaar, veroordeeld wordt tot:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0022 De rechtbank besprak het geval van een slaaf die iemand had vermoord. De slaaf had ook nog het plan om een andere slaaf genaamd Galant te vermoorden, maar heeft zich bedacht toen hij zag dat Galant vreedzaam met zijn kinderen speelde. De dader had daarop het moordwapen (een mes) op een kist neergelegd. Hij werd toen gearresteerd en aan justitie overgedragen.
De rechter legt uit dat deze moord is bewezen door documenten met letter B. Er zijn geen verzachtende omstandigheden omdat de dader heeft bekend en hij een kwaadaardig plan had voor een tweede moord. De rechter gaat daarom over tot het bepalen van de straf. Hij merkt op dat alle moorden, zowel volgens religieuze als wereldlijke wetten, met de doodstraf worden bestraft.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0021 Op 5 januari werd in het gouvernement een rechtszaak gehouden. Rijk Tulbagh was voorzitter van de rechtbank. Pieter Reede van Oudshoorn was aanklager namens het bestuur. Een slaaf genaamd Pagie van Trancquebaar, eigendom van kapitein Rudolff Sigfried Alleman, werd beschuldigd van moord op een medeslavin. De aanklager eiste de doodstraf. De verdachte had al een bekentenis afgelegd waarin stond dat hij de moord had gepleegd rond 10:30 uur 's avonds in het voorportaal van zijn meesters woning.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0019 In Kasteel de Goede Hoop zijn op 31 december 1744 drie aanklachten behandeld:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11016 / 0015 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/