Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De verdachte zegt dat hij bij zijn meester altijd goed heeft opgelet. In Batavia heeft hij het zilver van zijn vrouw, die een slavin was, weggenomen en vergokt. Hierover heeft die slavin geklaagd bij haar eigenaar. Dit was de reden dat zijn eigenaar hem heeft verkocht en naar hier heeft gestuurd. Er wordt gevraagd of hij weet dat er bij zijn huidige eigenaar van den Berg na enige tijd kledingstukken zijn vermist. De verdachte zegt dat hij die kleding niet heeft gestolen en niet weet wie dat wel heeft gedaan. Er wordt ook gevraagd welk werk hij in Batavia deed en of hij een speciaal beroep heeft geleerd voordat hij aan van den Berg werd verkocht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0553 De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, heeft een rechtszaak aangespannen tegen de slaaf Carolus uit Mozambique, die eigendom was van burger David Beijer. Het dossier bevat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0054 Een man werd ondervraagd over geweld tegen een slavin. Hij zei dat hij het mes speels in zijn handen had. Hij ontkende haar te hebben gesneden of gestoken, maar gaf toe haar per ongeluk te hebben getroffen. Omdat zij kleding om haar hals had, heeft hij haar twee keer in de hals gestoken en ook op de borst verwond. Hij heeft haar van achteren aangevallen, op de grond gegooid en geprobeerd haar keel door te snijden. Hij werd ook gevraagd waarom hij haar met een onbedekt mes achtervolgde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0049 De diefstal van zilveren kandelaars werd bekend. Deze waren gestolen uit het huis van boekhouder van der Riet en op 3 verschillende momenten aan Hertel gegeven. Hertel had verteld dat hij in grote problemen zat en veel geld nodig had. Hij dreigde zichzelf iets aan te doen als hij het geld niet zou krijgen. Niemand anders in het huis van van der Riet wist hiervan. Hertel had gezegd dat hij het geld voor vlees van een deurwaarder had vergokt. De dader vraagt om een milde straf vanwege medelijden met Hertel.
Dit is vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 14 november 1788, voor de raadsleden Rino Johannes van der Riet en Gerrit Hendrik Meyer. Het document is ondertekend door griffier W. van Rineveld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0566 De dief Van der Riet had zilverwerk gestolen. De burger Jan Hendrik Smit uit de marktstad had dit zilverwerk overgekocht voor 5 schellingen en 3 stuivers, waaronder vorken, lepels, messen en schenkborden. Nadat de diefstal ontdekt was, kreeg Van der Riet het grootste deel van het gestolen zilverwerk weer terug van Jan Hendrik Smit. De Raad van Justitie, onder leiding van interim-officier van justitie Gabriel Exter, heeft deze zaak behandeld. De verdachten Johan Hertel en Silvia van de Caab zijn veroordeeld namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden, omdat diefstal in een land met rechtspraak niet getolereerd kan worden en gestraft moet worden als voorbeeld voor anderen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0579 Van der Riet was boekhouder bij militair kapitein Bleumer. Slavin Silvia was verhuurd voor een bedrag in zilver. De beschuldigde Vervald ontkende 5 keer en bleef volhouden dat hij het zilver 's avonds had gevonden.
Hij werd ondervraagd over:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0589 De soldaat Johan Hertel van Neurenberg, 23 jaar oud, en Silvia van de Kaap, 21 jaar oud, werden verhoord door de Raad van Justitie. Silvia was een slaaf van kapitein Ian Arnold Bleumer. Beiden waren op dat moment gevangenen. Op 21 november 1788 bevestigde Johan Hertel zijn eerder gegeven antwoorden tijdens het verhoor aan de Kaap de Goede Hoop. Omdat hij niet kon schrijven, plaatste hij een merkteken als handtekening. Dit document werd ondertekend door R.I. van der Riet, G.H. Meijer en W.S. van Ryneveld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0577 Op 21 november 1788 verschenen er mensen voor de rechtbank aan Kaap de Goede Hoop. Het ging om een zaak waarbij Silvia, een slaaf van kapitein Johan Arnold Bleumer, werd ondervraagd. De ondervraging gebeurde op verzoek van openbaar aanklager G. Exter. De commissieleden van de Raad van Justitie waren:
De beëdigd klerk W.S. van Ryneveld was ook aanwezig bij deze zitting.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0565 In deze tekst wordt verklaard dat Silvia, een slaaf van kapitein Johan Arnold Bleumer, gehoord werd door de Raad van Justitie. De ondervraging ging over gestolen zilveren voorwerpen uit het huis van boekhouder Van der Riet. Silvia bekent dat ze de zilveren spullen heeft gestolen en in drie verschillende keren aan Hertel heeft gegeven. Ze deed dit omdat Hertel zei dat hij in grote problemen zat en veel geld nodig had. Hij dreigde zichzelf iets aan te doen als hij het geld niet kon krijgen. Silvia verklaart dat niemand anders in het huis van Van der Riet hiervan wist. De verklaring is ondertekend door klerk W.S. van Rijneveld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0595 De volgende gebeurtenissen vonden plaats in Kaap de Goede Hoop:
Silvia, een 21-jarige slaaf die eigendom was van kapitein Jan Arnold Bleumer, werd ondervraagd door leden van de Raad van Justitie. Ze werkte als min (voedster) bij boekhouder Petrus van der Riet.
Ze werd ondervraagd over haar contacten met soldaat Jan Hertel, die haar 's avonds regelmatig bezocht. Ook werd ze ondervraagd over gestolen zilveren voorwerpen van mevrouw Knokker, waaronder:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0593 De verdachte wordt niet alleen gezien als iemand die gestolen goederen heeft verborgen of er een klein voordeel uit heeft gehaald, maar vooral als de hoofddief. Hij heeft een slavin gebruikt en haar volgens haar verklaring verleid en overgehaald om de diefstal te plegen. Zijn koppigheid en kwaadaardigheid blijken uit zijn gedrag tijdens het onderzoek. Dit maakt zijn schuld nog groter. Het enige wat in zijn voordeel spreekt is dat hij de diefstal waarschijnlijk niet in zijn eentje had kunnen plegen en er zonder hulp geen gelegenheid voor had gehad. De rechter moet hem op een passende manier straffen, rekening houdend met alle omstandigheden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0543 Een slaaf genaamd April gedroeg zich brutaal tegen zijn meester. Toen de meester hem waarschuwde, zei April dat hij niet zijn zogenaamde koksmaatje was maar een jongen van Leeman. Hij zei ook dat zijn meester hem niet durfde te slaan en dat als hij dat wel zou doen, April wel wist wat hij zou doen. Later vertelde een jonge slavin dat April een mes had gepakt en door een scheur in de keukendeur naar zijn meester had gekeken. Toen hij niet werd opgemerkt, sprong April door het keukenraam en rende naar de sloot naast het huis en de tuin. De jonge slavin meldde dit aan haar meester.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0523 Het gaat over een ondervraging in een strafzaak over gestolen zilverwerk. De ondervraagde zegt dat alleen de dienstmeid schuldig was en dat hij niet heeft geholpen. Er was ook een jongen bij betrokken die af en toe de dienstmeid riep, maar de ondervraagde zegt deze jongen niet te kennen.
De ondervraagde zegt aan een zekere Harin Silria niet gevraagd te hebben hoe zij aan het zilver kwam. Hij beweert slechts 1 rijksdaalder aan de slavin te hebben gegeven, zonder te weten of dit geld van het verkochte zilver kwam.
Er wordt gevraagd:
Er werd gezegd dat het zilver moest worden gesmolten zodat de diefstal niet ontdekt zou worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0575 De dokter verklaarde dat hij bang was voor scheurbuik vanwege de kleine ruimte waar de gevangenen verbleven. Daarom werden ze naar een burgelijke gevangenis gebracht. Ze mochten toen wandelen op het halfdek tussen de keuken en de loopplank, en aan de gewone tafel eten.
Eind november hadden Keulenaar en Bassonje twee verzoekschriften ingediend bij de scheepsraad. Ze gaven toe dat alles was gebeurd door woede en te veel drankgebruik. Ze vroegen om vergeving. De scheepsraad vond hun misdaden te ernstig en besloot bij hun eerdere besluit te blijven. Keulenaar en Bassonje zouden in Kaap de Goede Hoop worden overgedragen aan de politie.
De verteller verklaarde ook dat de slavin eerst aan tafel mocht zitten, wat was toegestaan door de bestuurders en officieren. Later tijdens de terugreis stuurde hij haar naar haar hut vanwege ruzies aan boord. Hij zorgde wel dat ze daar eten kreeg.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0211 De tijdelijke officier van justitie G. Eeeter klaagde voor de rechtbank in het Kasteel de Goede Hoop de soldaat Johan Hertel uit Neurenburg aan. De aanklacht betrof het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0541 Harin heeft voor een rechtbank moeten uitleggen hoe hij zilveren voorwerpen in zijn bezit had gekregen. Bij verhoor bij de Kaap de Goede Hoop op 24 september 1788 voor de heren Salomon van Echten en Johannes Smits legde hij het volgende uit:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0591 In de rechtszaak was Boers aanklager namens de overheid tegen Abel van Maccassen, een slaaf van commissaris Jan Willem Hurter. Dit gebeurde in Kaap de Goede Hoop. De aanklager verwees naar:
Volgens die wet moest een slaaf of slavin ter dood veroordeeld worden als deze zijn of haar eigenaar sloeg, zelfs zonder wapen. De aanklager eiste daarom de doodstraf voor de verdachte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0267 De slaaf Alij die in de keuken was, werd naar buiten gestuurd om te kijken wat er aan de hand was toen er geschreeuw werd gehoord. Jan Wagemakers kwam binnen en vertelde dat de slaaf Julij buiten mensen had aangevallen met een speer. Julij had eerst Christoffel Dafel, de zoon van de verteller, op de borst gestoken zonder hem te verwonden omdat de speer bot was. Toen Wagemakers vroeg wat er aan de hand was, viel Julij ook hem aan. Wagemakers sloeg daarop Julij met een hooivork.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0233 Johan Hendrik Phlers vertelt dat hij ongeveer 5 maanden geleden een slaaf genaamd Julij van Timor heeft gekocht van Caba Coenraad voor 197 rijksdaalders. De afspraak was dat Phlers de slaaf 4 à 5 maanden op proef kon houden. Als de slaaf hem niet beviel, kon hij hem teruggeven aan de verkoper tegen een huur van 4 rijksdaalders per maand. De slaaf Julij gedroeg zich goed tot zondag 31 maart. Die avond ging Phlers om half 9 naar bed samen met zijn zoontje Jacobus Dafel, omdat zijn vrouw niet thuis was. Tot dan toe had hij niets verdachts op zijn erf gemerkt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0230 De slaaf werd wakker gemaakt en moest een kaars aansteken bij het bed. Het kind kon de kaars niet vinden. Toen er geluiden bij de deur waren alsof iemand de kamer verliet, stond de eigenaar op en ging via de keuken naar buiten. Ondanks het heldere maanlicht zag hij niemand.
Na het aansteken van een kaars ontdekte de eigenaar dat een kast open stond en de sleutels waren weggenomen. Ook lag er een nieuw wagenwiel op de grond. Hij ging toen naar een kamer buiten het huis waar twee wagenmakers sliepen:
Hij maakte hen wakker en vertelde wat er was gebeurd. Ze besloten samen naar het slavenhuis te gaan om te kijken naar de slavin Eva, die het bed had opgemaakt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0257 Een slaaf genaamd Eva en haar man Amsterdam van Mosambique werden uit hun bed gehaald en hun spullen werden doorzocht, maar er werd niets verdachts gevonden. Juli lag op dat moment op zijn slaapplaats te doen alsof hij sliep. Net als Jan Wagenmakers ging iedereen naar zijn eigen slaapkamer. Na ongeveer een half uur hoorde men geluiden buiten, alsof iemand met een stok op een vat sloeg en rond het huis liep. Men ging naar buiten kijken maar zag niemand. Later hoorde men een harde klap op de voordeur alsof deze werd ingeslagen. Er werd naar buiten geroepen wie daar was, maar er kwam geen antwoord. Na een kwartier hoorde men opnieuw op de deur slaan. Op de vraag wie daar was kwam een grof antwoord met de opdracht om open te maken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0232
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0231 Julij van Timor, een slaaf van burger Johan Hendrik Ehlers, werd ondervraagd in Stellenbosch en Drakenstein. Hij gaf de volgende antwoorden:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0249 De straf-aanklacht is ingediend bij de voorzitter en raad van justitie van het bestuur door de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein. De beschuldigde is Julij van Bougis, een slaaf van de Stellenbosche burger Johan Hendrik Ehlers. Hij wordt ervan verdacht een diefstal te hebben gepland en daarbij de rust te hebben verstoord. Ook zou hij gewelddadig en gewapend verzet hebben gepleegd op het landgoed van zijn eigenaar tegen diens zoon Christoffel Dafel en knecht Jan Wagenmakers.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0211 Johan Hindrik Ehlers heeft zijn eerder afgelegde verklaring bevestigd toen deze hem werd voorgelezen in het kasteel van De Goede Hoop. Hij voegde alleen toe dat er helder maanlicht was tijdens het voorval. Hij bevestigde in aanwezigheid van de slaaf Juli van Boegies dat alles de waarheid was.
Dit werd vastgelegd in het kasteel van De Goede Hoop op 25 april 1776, in aanwezigheid van:
Op 23 april 1776 verscheen men voor secretaris Christiaan Ludolph Neethling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0235 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/