Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Een vrouw genaamd Johanna Cornelia, die een kind was van een Hottentotse vrouw, woonde aan de Kaap bij de weduwe Hoppe. Ze had een kind genaamd Leentje. Haar vader was Pieter van der Veen, die werkte als knecht bij Gijsbert Verweij. Later is haar stiefvader Jan Adam Bouwer met haar moeder getrouwd en heeft hij met de ondervraagde vrouw geslachtsgemeenschap gehad. Ze heeft dit aan haar moeder Maria verteld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0306 Een timmerman die bij Jan Hendrik Eelders bij Stellenbosch werkte, lag te slapen in een gebouw buiten het woonhuis. In hetzelfde gebouw sliep Christoffel Tafel, de voorman van Eelders. Op de laatste dag van maart tussen 11 en 12 uur 's nachts werd de timmerman wakker gemaakt door Eelders. Die vertelde dat hij dacht een dief in zijn kamer te hebben gehoord. De sleutels uit zijn kast waren gestolen en er lag een wagenwiel op de grond.
Op verzoek van Eelders ging de timmerman mee naar het slavenhuis om onderzoek te doen. Ze verdachten een slavin genaamd Eva. Ze doorzochten haar bed, waar ze samen met haar man, de slaaf Amsterdam, lag te slapen. Ook doorzochten ze hun kisten maar vonden niets. Ze zagen wel de slaaf Juli op een bed liggen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0239 Willem is in 1762 als matroos met het schip 'de Liefde' aangekomen. Hij is getrouwd met Johanna Cornelia, die een onvrije slavin was van weduwe Hoppe. Johanna Cornelia had al een dochter genaamd Nelle voordat ze met Willem trouwde. Johanna Cornelia woonde bij een sloof en haar vader in de buurt. Johanna Cornelia is in het afgelopen jaar overleden. Willem is eerst soldaat geworden en daarna burger. Hij heeft daarna gewerkt als boer.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0303 Op 3 september verklaarde de soldaat Joseph Burth van Keppingen, die werkte als knecht bij de weduwe van de overleden raadslid Jan Hendrik Hop, het volgende. Hij werkte op haar boerderij genaamd de Paardevallei, gelegen over de Bergrivier in het district Drakenstein. Op verzoek van de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Adriaan van Schoor, vertelde hij over de slaaf Meij die gevangen zat. Deze slaaf, die eigendom was van mevrouw Hop, had 15 maanden onder zijn bevel gestaan. In die tijd was Meij altijd:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0551 De lijfeigenen van juffrouw Hop gedroegen zich goed onder het commando van de verklaarder. Het gaat om de slaven Februarij, Slammat, Cupido en Augustus. Ze hadden nooit ruzie met elkaar. Deze verklaring werd afgegeven in Kaap de Goede Hoop op 8 september 1750. Het document werd ondertekend door raadsleden Hendrik de Ruijter en Van der Heijde, samen met de verklaarder en de beëdigde klerk.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0553 De soldaat Joseph Burtz verscheen voor de commissieleden van de Raad van Justitie in het kasteel in Kaap de Goede Hoop. Zijn eerdere verklaring werd hem voorgelezen en hij bevestigde dat deze helemaal klopte. Hij wilde er niets aan toevoegen of weghalen. Dit gebeurde op 9 september 1750 voor de raadsleden Hendrik de Ruijter en Hendrik van der Heijde. De verklaring werd ondertekend door Burtz, de commissieleden en de beëdigde klerk C.L. Neethling. Het document werd voor echt verklaard door klerk Veetheins.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0554 Op 15 E diende Pieter Reede van Oudshoorn, als onafhankelijk aanklager, een aanklacht in bij gouverneur Rijk Tulbagh en de Raad van Justitie tegen:
De eerste twee werden aangeklaagd voor inbraak en diefstal. De derde werd aangeklaagd voor het helpen bij deze diefstal.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0555 Op 29 augustus probeerden enkele gevangenen opnieuw te ontsnappen. Ze hadden eerder gestolen zwavel in twee delen verkocht: één deel voor 1 rijksdaalder en het andere voor 6 schellingen. Ook verkochten ze gestolen arak (een alcoholische drank) voor 2 rijksdaalders en een leeg vat voor 3 schellingen. Het geld verdeelden ze onder elkaar.
Bij deze nieuwe ontsnappingspoging gebruikten ze weer een bamboestok. Bij het houten venster merkten ze dat deze goed afgesloten en vergrendeld was. Een van de gevangenen gebruikte toen een meegebracht stuk ijzer om stenen uit een nabijgelegen ovaal gat te breken, inclusief het ijzeren kruis dat zich daarin bevond.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0560 Op een dag in de wijngaard waren er meerdere slaven aan het werk. Maij, Julij, Slammat, Februarij en Cupido kregen van knecht Joseph verschillende porties wijn. Ze kregen 's ochtends een borrel en na het ontbijt wijn. Als ze 's middags terugkwamen van het werk en na het middageten kregen ze weer wijn.
Maij en Julij kregen ruzie in de wijngaard. Op dat moment waren Cupido en Slammat bezig met het dragen van wijnstokken. Februarij, Slammat en Cupido waren buiten de wijngaard toen het voorval gebeurde. Februarij, Maij en Julij werkten in hetzelfde vak waar ze de wijnranken moesten snoeien. Er wordt gevraagd of Februarij en Slammat Maij hebben vastgepakt, de een bij zijn been en de ander bij zijn haar.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0540 Cupido van Nias, ongeveer 28 jaar oud, was een slaaf die toebehoorde aan de weduwe van de voormalige burgerraad Jan Hendrik Hop. Hij werd ondervraagd door de rechtbank van het gouvernement op 3 september. Het verhoor ging over gebeurtenissen die plaatsvonden op 24 juli op de plaats Paardevalleij, gelegen over de bergruvier bij Drakenstijn. Die dag had hij samen met andere slaven, Maij, Julij, Slammat, Februarij en Augustus, en de knecht Joseph, slechts twee kommen wijn gedronken, één om 8 uur 's ochtends en één tijdens het middageten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0527 Bij een nacontrole (recollement) verscheen Slammat voor enkele vertegenwoordigers van de rechtbank van Kaap de Goede Hoop. Op 9 september 1750 werden zijn eerdere antwoorden op vragen voorgelezen. Hij bevestigde dat alles klopte en wilde niets toevoegen of weghalen. De aanwezige raadsleden waren Hendrik de Ruijter en H. van der Heyde. Het document werd ondertekend door beiden, samen met Slammat en de beëdigde klerk C.L. Neethling. De kopie werd voor waar verklaard door beëdigde klerk Weetheig.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0523
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0517 Op 3 september 1750 is er in Kaap de Goede Hoop een rechtszitting gehouden. Voorzitter was gouverneur Rijk Tulbagh. Aanwezig waren alle leden behalve Pieter Reede van Oudshoorn en Isaac Meinertzhagen (die bezet waren) en Willem van Kerckhoff (die ziek was). Als vervanging waren de burgerraadsleden Henning Joachim Prehn en Hendrick van der Heijde aanwezig. De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Adriaan van Schoor, diende een aanklacht in. De beklaagde was Meij van Nias, een slaaf. De zaak ging over doodslag op een andere slaaf genaamd Juli van Boegies. Meij bekende zijn daad en vertelde dat de slaven Februari en Slammat, die eigendom waren van de weduwe van oud-burgerraad Jan Hendrick Hop, hebben gezien hoe hij Juli met een bijl in het hoofd heeft geslagen. Hij vroeg om genade. De landdrost bleef bij zijn aanklacht, en de beklaagde bleef bij zijn bekentenis en verzoek om genade.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0503 De burger-chirurg Willem Ferdinand Roijer verklaarde op verzoek van landdrost Adriaan van Schoor het volgende: Op 24 juli 1750 reed hij naar het landgoed van de weduwe van oud-burgerraad Jan Hendrik Hop, gelegen over de bergrivier in Drakenstein. Hij ging daar kijken naar zieke slaven. Toen hij in het huis was, kwamen twee jongens binnen rennen die riepen dat de slaaf Maij de slaaf Julij aan het vermoorden was in de wijngaard. Kort daarna ging hij naar de wijngaard waar hij zag dat de genoemde slaaf Julij op zijn rug op de grond lag uitgestrekt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0491 Op 26 juli 1750 werd in de plaats Paardevallei aan de Bergrivier bij Drakenstein het lichaam onderzocht van de slaaf Julij van Bongis. Dit gebeurde bij de weduwe van oud-burgerraadslid Jan Hendrik Hop, die de eigenaar was van de slaaf. De inspectie werd uitgevoerd door Charle Marais de oude, een oud-heemraad, in aanwezigheid van secretaris J.B. d'Ailly en plaatsvervangend landdrost Jan Bernard Hofman.
Op het lichaam werden 4 wonden gevonden:
Volgens andere slaven op dezelfde plaats waren deze wonden toegebracht door medeslaaf Maij van Bougis, die op dat moment voortvluchtig was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0487 De boer Pieter del Port deed op 21 augustus 1750 verslag aan de rechtbank in Kaap de Goede Hoop. Het verslag werd voorgelezen door commissieleden D'Hillij en H.J. Prepn. Na het voorlezen verklaarde Del Port dat hij bij zijn verklaring bleef. Hij wilde alleen toevoegen dat ene Meij hem had verteld dat hij ruzie had gehad met een jongen die hem met een bijl had geslagen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0482 De jonge Meij bevond zich in het bakhuis en vroeg of de verteller thuis was. Er werd bevestigend geantwoord. Meij zei dat hij zich wilde overgeven. De verteller ging er direct naartoe. Meij kwam hem bij de deur tegemoet en wierp zich voor zijn voeten neer. Hij had geen mes meer bij zich, omdat hij dat in het bakhuis had weggegooid. De zoon van de verteller heeft dit gezien en het mes opgeraapt. De verteller heeft de jonge Meij toen gevangen genomen en hem overgedragen aan burger Hendrik Hop op diens terrein aan de Paarel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0481 Een slaaf had ruzie met de gevangene. De slaaf gaf de gevangene een klap op zijn hoofd, waarop de gevangene de slaaf met een mes stak. Twee andere jongens zouden de gevangene ook hebben aangevallen. De slaaf Julij kreeg in totaal 4 verwondingen:
Chirurgijn Willem Ferdinand Hoier, die zich bij de Hop bevond, heeft deze verwondingen bevestigd in een verklaring.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0438 Bij een ruzie werden er slaven dronken gevoerd door de knecht Joseph Burk. Augustus en andere getuigen spreken de beschuldigde tegen over hoeveel drank de slaven kregen. Zij verklaren dat de slaven elk 2 bekers wijn kregen, niet 1 borrel en 3 bekers zoals beweerd werd. De aanklager gelooft dat alle slaven, of tenminste een deel van hen, te veel gedronken hadden. Dit blijkt ook uit de verklaring van Augustus die zegt dat de kelderjongens die dag dronken waren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0435 Burx verklaarde dat hij tijdens het voorval binnen was. Bij nadere ondervraging zei hij dat de slaven niets te zoeken hadden in het park waar het voorval zou zijn gebeurd, omdat dat deel al geoogst was en ze ergens anders moesten werken. Dit lijkt in eerste instantie verdacht, maar de aanklager gaat ervan uit dat Burx niet precies kan weten waar het voorval plaatsvond, aangezien hij binnen was. Hij kan alleen weten waar hij het lichaam heeft zien liggen. Bovendien lijkt Burx niet erg oplettend te zijn geweest en hield hij niet goed bij wat zijn slaven precies moesten doen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0436 Op 24 juli bekeken verschillende mensen op een buitenplaats de sporen van een moord. De dader was eerst gevlucht, maar werd een paar dagen later gepakt en aan de aanklager overgeleverd. Om uit te zoeken hoe de moord precies was gebeurd, hebben ze de bekentenis van de dader vergeleken met de verklaringen van de slaven die erbij waren geweest. De verklaringen liepen erg uiteen. De verschillende bewijsstukken zijn gelabeld van A tot E. De dader heeft een bekentenis afgelegd die in bewijsstuk A staat.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0428 De officier van justitie Adriaen van Schoor in Stellenbosch en Drakensteijn heeft een aanklacht ingediend bij gouverneur Rijk Tulbagh en de Raad van Justitie tegen de slaaf Maij van Nias. Deze slaaf was eigendom van de weduwe van oud-raadslid Jan Hendrik Gop. Maij wordt beschuldigd van moord op zijn medeslaaf Juli van Bougis. De misdaad vond plaats op de boerderij 'Paardevallei' van de weduwe Gop, gelegen over de Bergrivier bij Drakensteijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0427 Op 27 augustus 1750 legde Andries van Cormandel, een slaaf van kapitein ter zee Jacobus Buijs, een verklaring af voor secretaris Jan Frederick Tiemmendorf van de Raad van Justitie van het Kasteel in Kaap de Goede Hoop. Andries van Cormandel verbleef toen bij de burger Hermanus Smuts. Hij verklaarde op verzoek van fiscaal Pieter Reede van Oudshoorn dat op 20 augustus, een vrijdag, om ongeveer 11 uur 's avonds een situatie plaatsvond met de slaaf September van Boegies, die eigendom was van Hermanus Smuts. September moest toen al geboeid naar de gevangenis worden gebracht door Andries samen met de slaven Adonis van Madagascar en Willem van de Kaap. Onderweg sprak September in het Maleis tegen Andries.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0419 September van Boegies, een slaaf van Hermanus Smuts, was ongeveer 40 jaar oud. Op verzoek van hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn verklaarde hij het volgende:
Op donderdag 20 augustus was hij 's avonds stiekem het huis uit gegaan om tabak te zoeken. Toen hij rond 9 uur thuiskwam met een brandende tabakspijp in zijn mond, kreeg hij 2 of 3 klappen in zijn gezicht van zijn eigenaar, die hem bij de keukendeur tegenkwam.
De volgende ochtend ging hij met andere slaven naar de tuin van zijn eigenaar. Daar sleep hij zijn mes om gras te snijden, zoals hij dat dagelijks deed. Hij werkte die dag in de tuin en ging tegen de avond met 4 medeslaven naar huis. Hij ging in de keuken slapen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0415 De slaaf Adoms van Madagascar, eigendom van burger Harmanus Smuts, heeft het volgende verklaard aan de officier van justitie Pieter Reede van Oudshoorn:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11019 / 0411 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/