Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Op 7 maart om ongeveer 20:00 uur heeft een slavin aan Johan Hendrik Ludolph gemeld dat zijn slaaf Caster van Bougies iets had gedaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0588 Dit is een rechtszaak van Jacob Pieter Deneijs, die tijdelijk het ambt van officier van justitie uitoefende namens de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), tegen Caster van Bougies, een slaaf van burger Johan Hendrik Ludolp. Olof Godlieb de Wet zat als opperkoopman van de VOC de rechtszaak voor.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0587 Op 25 september 1790 gaf Petrus Michiel Eksteerd een verklaring af voor secretaris Johannes Stephanus van Ryneveld van de rechtbank in Kaap. Hij deed dit op verzoek van Jacobus Augustus Bierman. Eksteerd verklaarde dat hij ongeveer 4 maanden eerder had gehoord dat zijn weggelopen slavin Rebecca zich samen met een weggelopen Hottentot-vrouw (van Bierman) ophield in een gang achter de VOC-stal. Daar woonden twee artillerie-soldaten. Eksteerd vertelde dit aan Bierman en samen gingen ze naar die woning. Ze troffen daar inderdaad Rebecca en de Hottentot-vrouw aan en namen hen mee naar hun eigen woningen in de Kaap. Twee uur later kwam Eksteerd bij het huis van Bierman, waar de Hottentot-vrouw al was gestraft.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0314 De getuigen waren toegesneld om de slaaf tegen te houden toen hun meester om hulp riep nadat hij was gevallen. Ze hadden met veel moeite het mes van de slaaf kunnen afpakken. In opdracht van hun meester hadden ze de slaaf vastgebonden en naar de gevangenis gebracht. Tijdens deze gebeurtenis had Caster hardop gezegd dat als hij weer in het huis van zijn meester zou komen, hij de slavin Regina zou vermoorden. Caster en Regina hadden vaker ruzie gehad.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0605 Toen een andere slaaf te hulp kwam, werd het mes afgepakt. De eigenaar liet deze slaaf Castor vastbinden en naar de gevangenis brengen. Terwijl Castor werd vastgebonden, zei hij tegen zijn eigenaar dat die hem maar moest laten ophangen, want anders zou hij bij terugkomst de slavin Regina vermoorden. Ten slotte verklaarde de eigenaar dat hij niet zeker wist of Castor het mes had gepakt om hem te doden of alleen te verwonden, omdat Castor werd tegengehouden voordat hij iets kon doen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0611 Er was een rechtszaak waarbij een slaaf of slavin genaamd Aletta werd gestraft met een zweep (sjambok). De verdediger vond geen bewijs dat de eigenaar verkeerd handelde. Hij beargumenteerde dat een eigenaar volledige macht had over zijn of haar slaven. Hij verwees zelfs naar de Bijbel, waarin God volgens hem wetten over slavernij had gemaakt voor de Israëlieten. Ook stelde hij dat een slaaf die eerder was gestraft bij het gerechtsgebouw, de helft van zijn waarde verloor.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0690 Anna Sophia van Elve, echtgenote van de hoofdschilder van de Oost-Indische Compagnie Johannes Oostendorp, diende een antwoord in bij de rechtbank. Dit antwoord was gericht aan rechter Johannes Isaac Rhenius en de andere rechters. De zaak ging tussen haar als verdachte en hoofdaanklager Johan Nicolaas Steeven Van Lijnden over vermeende mishandelingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0679 Op 29 werd het volgende stappenplan voorgesteld voor een rechtszaak over slavernij:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0681 De eigenaar besloot om de slavin Aletta van Batavia huishoudelijke straf te geven, met het doel om haar in de toekomst van stelen te weerhouden. De eigenaar nam een zweep (jambok) en greep Aletta bij de hand. Tijdens het worstelen werd Aletta over haar hele lichaam geslagen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0685 De eigenaresse van een slavin had het recht om haar slavin te straffen voor meerdere diefstallen. De slavin genaamd Aletta had zich eerder schuldig gemaakt aan kleine diefstallen. Ze werd daarvoor steeds gecorrigeerd, soms met waarschuwingen en soms met 2 of 3 slagen met een zweep. Uiteindelijk stal ze iets van grotere waarde door twee zilveren lepels tussen haar beddengoed te verstoppen. De gedaagde (de eigenaresse), die vooral tin en koper in haar huishouden had, ontdekte deze voor haar aanzienlijke diefstal direct.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0683 De eigenares betrapte haar jonge slavin Aletta herhaaldelijk op diefstal. Aletta had eerst kleine diefstallen gepleegd maar was nu grotere diefstallen gaan plegen. De eigenares twijfelde over een passende straf. Omdat Aletta nog jong was, ongeveer 13 of 14 jaar, besloot de eigenares haar niet naar de gevangenis te sturen voor een lijfstraf door de beul. Ze vond dat dit een te zware straf zou zijn die alle schaamte bij een meisje van die leeftijd zou wegnemen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0684 De verweerder stelt dat de zweep (sjambok) een gebruikelijk strafmiddel was waarmee inwoners van dit land hun slaven straften. Er was geen bijzondere kracht nodig om met een zweepslag de huid open te halen. Dit gebeurde zelfs bij ossen die het juk droegen. De verweerder was er zeker van dat als de rechter alle slaven zou willen zien die littekens en open wonden van zweepslagen van hun meesters hadden, het grootste deel van de inwoners aangeklaagd zou worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0687
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0609
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0589 Bij mishandelingen gaat het om het geven van verboden straffen - zoals slaven slaan met niet-toegestane voorwerpen, hen martelen, vastbinden en naar willekeur kwellen. Maar het geeft logisch gezien weinig reden tot een klacht over mishandeling als een slaaf voor zijn misdaden enkele zweepslagen krijgt. Het is ook niet logisch om te denken dat een eigenaar van een slaaf zo'n zware straf zou geven dat er ernstige gevolgen ontstaan - dat zou tegen zijn eigen belangen en welzijn ingaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0686 De beklaagde wil geen opmerking maken over de grote schade die de aanklager heeft geleden door het langdurige gemis en overlijden van haar slavin. Hij laat dit oordeel volledig over aan de edelachtbare. De aanklager verklaart plechtig dat de genoemde slavin Aletta een ongehoorzame en kwaadaardige persoonlijkheid had. Ze trok vaak uit pure kwaadwillendheid of na een straf haar eigen haar uit. Het zou daarom goed mogelijk zijn dat ze de lichte striemen die ze met een zweep van de aanklager had gekregen, met opzet heeft opengekrabd om een klacht in te kunnen dienen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0700 De eigenaar van een slavin had het recht om haar bij de rechtbank te laten straffen. De vraag was of iemand die meerdere keren per week zijn slaven moet laten straffen, elke keer 4 schellingen per slaaf moet betalen. Als het vastbinden en losmaken erbij kwam, kostte het per slaaf een ducaton. Dit zou voor veel mensen een enorme uitgave zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0689 Als een slaaf of slavin hun eigenaar sloeg, zelfs zonder wapen, werden zij ter dood veroordeeld. Dit was vastgelegd in de wetten van India in artikel 11 en 18. De verdediging vroeg zich af of in dit geval de slaaf Amsterdam wel echt was mishandeld door de aanklager, en liet dit oordeel over aan het gerecht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0129 De ondervraagde persoon vertelt dat hij soms ruzie had met zijn slavin. Hij zegt dat de reden hiervoor was dat een slaaf genaamd Philis, die eigendom was van zijn huisbaas Van der, vaak bij zijn dienstmeid kwam. Als dit gebeurde moest de ondervraagde de keuken verlaten. De ondervraagde heeft Philis daarom wel eens geslagen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0616
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0615 Er was een slavenmeisje genaamd Aletta die kleine diefstallen pleegde en kinderachtige misdrijven beging. Ze werd hiervoor gestraft zonder dat ze hoefde te worden vastgebonden. Een zekere Deezen was er vaak de oorzaak van dat slaven en slavinnen slaag kregen, omdat hij kleine onbenulligheden doorgaf aan Oostendurp, die daar vervolgens naar handelde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0708 Op 7 maart rond 8 uur 's avonds werd aan Hendrik Ludolph door zijn slavin Clarinde verteld dat zijn slaaf Castor uit Macassar ruzie had met zijn zogenaamde vrouw, de slavin Regina uit Bougier. Beide slaven waren eigendom van Hendrik Ludolph. Dit werd gerapporteerd aan rechter Johan Nicolaas Steven van Lijnden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0608 De beschuldigde persoon forceerde op een gewelddadige manier een deur. Toen hem werd gevraagd naar de redenen voor zijn onbeheerste gedrag, werd hem er aan herinnerd dat hij al eerder was gewaarschuwd om een slavin genaamd Regina met rust te laten. Deze eerdere waarschuwingen hadden echter geen enkel effect gehad op zijn gedrag.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11024 / 0590 De onafhankelijke aanklager Johan Nicolaas Steven van Lijnden klaagde Maria Malang, weduwe van burger Hendrik Engelar, aan. Dit gebeurde nadat een slaaf genaamd Pieter van de Kaap in november van het vorige jaar had geklaagd over de behandeling van zijn vrouwelijke medeslaaf. De aanklager liet hem direct in de gevangenis plaatsen. Vervolgens liet hij arts Leeuwer onderzoeken of de weduwe bij het straffen of laten straffen van deze slaaf over de schreef was gegaan en of Pieter terecht had geklaagd over mishandeling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0283 De bedienden vertellen dat ze zakdoeken naar het bos hadden gebracht en aan de slaven hadden gegeven. Dit deden ze in opdracht van hun werkgeefster. De slaven kregen voor 2 dagen eten mee, dat ook door de werkgeefster was meegegeven. Na die 2 dagen kwamen er 2 mensen naar de plaats: één dikke persoon en één lange magere persoon. Deze gingen met hun meester naar het bos waar de slaven zich bevonden. De bedienden wezen aan waar dit bos was. De 2 personen namen de slaven toen mee. De bedienden verklaarden dit onder ede.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11023 / 0264 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/