Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


De getuige verklaart dat hij een kan wijn heeft gekregen uit de kelder van het huis. Hij zegt niet betrokken te zijn geweest bij een vechtpartij. Hij verklaart ook dat Magteld meerdere verwondingen had, waaronder:

Er wordt gevraagd of hij, mogelijk door drank beïnvloed of uit oude woede of haat, Magteld deze verwondingen heeft toegebracht. Ook wordt onderzocht of het wijn of brandewijn betrof.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0051  


Magteld werd onderzocht door een commissie van rechters vanwege verwondingen die haar waren toegebracht. Ze had de volgende verwondingen:

Volgens de chirurg waren deze wonden oppervlakkig en gingen ze niet diep. Magteld vertelde dat ze een dag eerder met het zoontje van haar werkgever Marthinas en haar kleine zus Avia naar de Knolhoek was gegaan. Daar werd ze door Carolus achtervolgd met een mes. Bij de wijngaard gooide hij haar op de grond en probeerde haar keel door te snijden. Door haar verzet en doordat ze zijn hand met het mes vasthield, kon hij alleen oppervlakkige wonden maken. Uiteindelijk wist ze het mes uit zijn handen te wringen en in de bosjes te gooien, waarbij ze een snee aan haar linkerhand opliep.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0032  


Hottentot vond Vergee dronken bij een sloot. Vergee was daar samen met anderen wijn aan het drinken. Door zijn dronkenschap viel Vergee in de sloot. Hottentot hielp hem eruit en legde hem op de grond langs de wal. Hottentot nam toen het volgende van Vergee af:

Hij deed dit omdat hij bang was dat anderen deze spullen van de dronken Vergee zouden stelen. Hottentot wilde deze spullen aan Vergee's vrouw geven. Nadat hij wat verder was gelopen, viel Hottentot zelf op de grond en viel in slaap. Later werd Vergee dood gevonden in het veld. Het is niet bekend hoe Vergee om het leven is gekomen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0023  


De bestuurder van Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewyk Retterman, bericht aan Johannes Isaak Rhenius (voorzitter) en de andere leden van de rechtbank het volgende: Op maandag 19 april van het vorige jaar meldde burger Jan David Byer dat zijn slavin Magteld was aangevallen. Dit gebeurde toen zij onderweg was van zijn woonplaats, genaamd De Driespring, naar zijn andere plaats De Knolhoek die een half uur lopen verderop lag. Ze was met een mes gestoken door haar mede-slaaf Carolus van Mosambique. Byer hoorde dit van zijn slaven toen hij terugkwam van een wandeling in zijn tuin.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0031  


Moulin vraagt aan Baerends waarom hij niet komt tekenen nadat hij een betaling heeft ontvangen. Baerends antwoordt dat het geld klaarligt en Moulin kan komen tekenen. Moulin reageert dat Baerends naar het pakhuis moet komen, en dat als hij dit niet doet, hij een slecht persoon is. Baerends verlaat daarop zijn huis uit angst voor ruzie en gaat naar zijn stoep naast de deur. Daar ziet hij Moulin op de grond liggen met Baerends bovenop hem. De getuige gaat er naartoe en scheidt de twee mannen. De getuige verklaart ook dat enkele dagen voor dit voorval:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0156  


Eijzen probeerde Magteld over te halen om seks met hem te hebben. Magteld weigerde dit steeds. Hij werd boos over haar afwijzing en schold haar uit. Op zondag 8 april zag hij Magteld 's middags met een kind, haar meester Marthinus en haar kleine zus Crte wandelen bij de woonplaats Knolkoek. Eijzen volgde hen naar de wijngaard, viel Magteld van achteren aan en gooide haar op de grond met een mes in zijn hand. Hij ontkent dat hij haar kwaad wilde doen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0040  


De verdachte zegt dat hij bij zijn meester altijd goed heeft opgelet. In Batavia heeft hij het zilver van zijn vrouw, die een slavin was, weggenomen en vergokt. Hierover heeft die slavin geklaagd bij haar eigenaar. Dit was de reden dat zijn eigenaar hem heeft verkocht en naar hier heeft gestuurd. Er wordt gevraagd of hij weet dat er bij zijn huidige eigenaar van den Berg na enige tijd kledingstukken zijn vermist. De verdachte zegt dat hij die kleding niet heeft gestolen en niet weet wie dat wel heeft gedaan. Er wordt ook gevraagd welk werk hij in Batavia deed en of hij een speciaal beroep heeft geleerd voordat hij aan van den Berg werd verkocht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0553  


Een man werd ondervraagd over geweld tegen een slavin. Hij zei dat hij het mes speels in zijn handen had. Hij ontkende haar te hebben gesneden of gestoken, maar gaf toe haar per ongeluk te hebben getroffen. Omdat zij kleding om haar hals had, heeft hij haar twee keer in de hals gestoken en ook op de borst verwond. Hij heeft haar van achteren aangevallen, op de grond gegooid en geprobeerd haar keel door te snijden. Hij werd ook gevraagd waarom hij haar met een onbedekt mes achtervolgde.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0049  


De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, heeft een rechtszaak aangespannen tegen de slaaf Carolus uit Mozambique, die eigendom was van burger David Beijer. Het dossier bevat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11022 / 0054  


De diefstal van zilveren kandelaars werd bekend. Deze waren gestolen uit het huis van boekhouder van der Riet en op 3 verschillende momenten aan Hertel gegeven. Hertel had verteld dat hij in grote problemen zat en veel geld nodig had. Hij dreigde zichzelf iets aan te doen als hij het geld niet zou krijgen. Niemand anders in het huis van van der Riet wist hiervan. Hertel had gezegd dat hij het geld voor vlees van een deurwaarder had vergokt. De dader vraagt om een milde straf vanwege medelijden met Hertel.

Dit is vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 14 november 1788, voor de raadsleden Rino Johannes van der Riet en Gerrit Hendrik Meyer. Het document is ondertekend door griffier W. van Rineveld.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0566  


De dief Van der Riet had zilverwerk gestolen. De burger Jan Hendrik Smit uit de marktstad had dit zilverwerk overgekocht voor 5 schellingen en 3 stuivers, waaronder vorken, lepels, messen en schenkborden. Nadat de diefstal ontdekt was, kreeg Van der Riet het grootste deel van het gestolen zilverwerk weer terug van Jan Hendrik Smit. De Raad van Justitie, onder leiding van interim-officier van justitie Gabriel Exter, heeft deze zaak behandeld. De verdachten Johan Hertel en Silvia van de Caab zijn veroordeeld namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden, omdat diefstal in een land met rechtspraak niet getolereerd kan worden en gestraft moet worden als voorbeeld voor anderen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0579  


Van der Riet was boekhouder bij militair kapitein Bleumer. Slavin Silvia was verhuurd voor een bedrag in zilver. De beschuldigde Vervald ontkende 5 keer en bleef volhouden dat hij het zilver 's avonds had gevonden.

Hij werd ondervraagd over:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0589  


De soldaat Johan Hertel van Neurenberg, 23 jaar oud, en Silvia van de Kaap, 21 jaar oud, werden verhoord door de Raad van Justitie. Silvia was een slaaf van kapitein Ian Arnold Bleumer. Beiden waren op dat moment gevangenen. Op 21 november 1788 bevestigde Johan Hertel zijn eerder gegeven antwoorden tijdens het verhoor aan de Kaap de Goede Hoop. Omdat hij niet kon schrijven, plaatste hij een merkteken als handtekening. Dit document werd ondertekend door R.I. van der Riet, G.H. Meijer en W.S. van Ryneveld.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0577  


Op 21 november 1788 verschenen er mensen voor de rechtbank aan Kaap de Goede Hoop. Het ging om een zaak waarbij Silvia, een slaaf van kapitein Johan Arnold Bleumer, werd ondervraagd. De ondervraging gebeurde op verzoek van openbaar aanklager G. Exter. De commissieleden van de Raad van Justitie waren:

De beëdigd klerk W.S. van Ryneveld was ook aanwezig bij deze zitting.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0565  


In deze tekst wordt verklaard dat Silvia, een slaaf van kapitein Johan Arnold Bleumer, gehoord werd door de Raad van Justitie. De ondervraging ging over gestolen zilveren voorwerpen uit het huis van boekhouder Van der Riet. Silvia bekent dat ze de zilveren spullen heeft gestolen en in drie verschillende keren aan Hertel heeft gegeven. Ze deed dit omdat Hertel zei dat hij in grote problemen zat en veel geld nodig had. Hij dreigde zichzelf iets aan te doen als hij het geld niet kon krijgen. Silvia verklaart dat niemand anders in het huis van Van der Riet hiervan wist. De verklaring is ondertekend door klerk W.S. van Rijneveld.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0595  


De volgende gebeurtenissen vonden plaats in Kaap de Goede Hoop:

Silvia, een 21-jarige slaaf die eigendom was van kapitein Jan Arnold Bleumer, werd ondervraagd door leden van de Raad van Justitie. Ze werkte als min (voedster) bij boekhouder Petrus van der Riet.

Ze werd ondervraagd over haar contacten met soldaat Jan Hertel, die haar 's avonds regelmatig bezocht. Ook werd ze ondervraagd over gestolen zilveren voorwerpen van mevrouw Knokker, waaronder:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0593  


De verdachte wordt niet alleen gezien als iemand die gestolen goederen heeft verborgen of er een klein voordeel uit heeft gehaald, maar vooral als de hoofddief. Hij heeft een slavin gebruikt en haar volgens haar verklaring verleid en overgehaald om de diefstal te plegen. Zijn koppigheid en kwaadaardigheid blijken uit zijn gedrag tijdens het onderzoek. Dit maakt zijn schuld nog groter. Het enige wat in zijn voordeel spreekt is dat hij de diefstal waarschijnlijk niet in zijn eentje had kunnen plegen en er zonder hulp geen gelegenheid voor had gehad. De rechter moet hem op een passende manier straffen, rekening houdend met alle omstandigheden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0543  


Het gaat over een ondervraging in een strafzaak over gestolen zilverwerk. De ondervraagde zegt dat alleen de dienstmeid schuldig was en dat hij niet heeft geholpen. Er was ook een jongen bij betrokken die af en toe de dienstmeid riep, maar de ondervraagde zegt deze jongen niet te kennen.

De ondervraagde zegt aan een zekere Harin Silria niet gevraagd te hebben hoe zij aan het zilver kwam. Hij beweert slechts 1 rijksdaalder aan de slavin te hebben gegeven, zonder te weten of dit geld van het verkochte zilver kwam.

Er wordt gevraagd:

Er werd gezegd dat het zilver moest worden gesmolten zodat de diefstal niet ontdekt zou worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0575  


Een slaaf genaamd April gedroeg zich brutaal tegen zijn meester. Toen de meester hem waarschuwde, zei April dat hij niet zijn zogenaamde koksmaatje was maar een jongen van Leeman. Hij zei ook dat zijn meester hem niet durfde te slaan en dat als hij dat wel zou doen, April wel wist wat hij zou doen. Later vertelde een jonge slavin dat April een mes had gepakt en door een scheur in de keukendeur naar zijn meester had gekeken. Toen hij niet werd opgemerkt, sprong April door het keukenraam en rende naar de sloot naast het huis en de tuin. De jonge slavin meldde dit aan haar meester.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0523  


De dokter verklaarde dat hij bang was voor scheurbuik vanwege de kleine ruimte waar de gevangenen verbleven. Daarom werden ze naar een burgelijke gevangenis gebracht. Ze mochten toen wandelen op het halfdek tussen de keuken en de loopplank, en aan de gewone tafel eten.

Eind november hadden Keulenaar en Bassonje twee verzoekschriften ingediend bij de scheepsraad. Ze gaven toe dat alles was gebeurd door woede en te veel drankgebruik. Ze vroegen om vergeving. De scheepsraad vond hun misdaden te ernstig en besloot bij hun eerdere besluit te blijven. Keulenaar en Bassonje zouden in Kaap de Goede Hoop worden overgedragen aan de politie.

De verteller verklaarde ook dat de slavin eerst aan tafel mocht zitten, wat was toegestaan door de bestuurders en officieren. Later tijdens de terugreis stuurde hij haar naar haar hut vanwege ruzies aan boord. Hij zorgde wel dat ze daar eten kreeg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0211  


De tijdelijke officier van justitie G. Eeeter klaagde voor de rechtbank in het Kasteel de Goede Hoop de soldaat Johan Hertel uit Neurenburg aan. De aanklacht betrof het volgende:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0541  


Harin heeft voor een rechtbank moeten uitleggen hoe hij zilveren voorwerpen in zijn bezit had gekregen. Bij verhoor bij de Kaap de Goede Hoop op 24 september 1788 voor de heren Salomon van Echten en Johannes Smits legde hij het volgende uit:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11021 / 0591  


In de rechtszaak was Boers aanklager namens de overheid tegen Abel van Maccassen, een slaaf van commissaris Jan Willem Hurter. Dit gebeurde in Kaap de Goede Hoop. De aanklager verwees naar:

Volgens die wet moest een slaaf of slavin ter dood veroordeeld worden als deze zijn of haar eigenaar sloeg, zelfs zonder wapen. De aanklager eiste daarom de doodstraf voor de verdachte.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0267  


De slaaf Alij die in de keuken was, werd naar buiten gestuurd om te kijken wat er aan de hand was toen er geschreeuw werd gehoord. Jan Wagemakers kwam binnen en vertelde dat de slaaf Julij buiten mensen had aangevallen met een speer. Julij had eerst Christoffel Dafel, de zoon van de verteller, op de borst gestoken zonder hem te verwonden omdat de speer bot was. Toen Wagemakers vroeg wat er aan de hand was, viel Julij ook hem aan. Wagemakers sloeg daarop Julij met een hooivork.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0233  


Johan Hendrik Phlers vertelt dat hij ongeveer 5 maanden geleden een slaaf genaamd Julij van Timor heeft gekocht van Caba Coenraad voor 197 rijksdaalders. De afspraak was dat Phlers de slaaf 4 à 5 maanden op proef kon houden. Als de slaaf hem niet beviel, kon hij hem teruggeven aan de verkoper tegen een huur van 4 rijksdaalders per maand. De slaaf Julij gedroeg zich goed tot zondag 31 maart. Die avond ging Phlers om half 9 naar bed samen met zijn zoontje Jacobus Dafel, omdat zijn vrouw niet thuis was. Tot dan toe had hij niets verdachts op zijn erf gemerkt.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 11020 / 0230  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/