Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


23 januari 1759 verklaarden de ondergetekende directeuren van de lading namens de handel van de Generale Nederlandse Geoctrooieerde Oost-Indische Compagnie in Canton in China het volgende. Op verzoek van schipper Jan Zacharias Nauwman verklaarden zij dat het contante geld dat hij met zijn schip Renswoude had aangevoerd, goed en naar tevredenheid was afgeleverd. Ook de goederen die in Patra en Batavia waren geladen, waren in orde volgens een opgemaakt en correct ondertekend verslag. Voor de 200 Spaanse matten die aan hem waren verstrekt als nodige verversing voor de uitreis, was een passende rekening opgemaakt. Het document was ondertekend door Michael Graac en Martijn Willem Huller.

Bekijk transcriptie 


Vanuit Malacca werd 12 oktober 1752 bericht gestuurd. Dit bericht bevatte verschillende documenten:

Bekijk transcriptie 


De burgers Hahn en van Cillas hebben inlichtingen verstrekt over zaken die in de vorige vergadering zijn behandeld. De afgevaardigden van de provincie Zeeland hadden echter nog geen opdracht van hun opdrachtgevers ontvangen over de onderwerpen die in de eerder genoemde resolutie stonden. De afgevaardigden van de Staten van Zeeland en van Stad en Lande hebben hun advies over deze zaak op dinsdag naar de vergadering gebracht.

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


2 december 1800 om 11 uur voor de middag werd het overlijden ingeschreven van Anna Maria Coerten. Zij overleed op 30 november om 10 uur 's ochtends op de leeftijd van 3,5 jaar. Zij woonde op O.Z. Achterburgwal nummer 186 in wijk 2 en overleed daar ook. Zij was geboren in Amsterdam en was dochter van Matthius Coerten en Maria van Deursen. De overledene had geen onroerend goed nagelaten en liet een kind achter. De verklaring werd afgelegd door Petrus van Deursen, 28 jaar oud, wonend in de Koningstraat, beroep winkelknecht, oom van de overledene, en door Jacob Simon Coerten, 21 jaar oud, wonend op de Korte Amstel, beroep banketbakker, neef van de overledene.

2 december 1800 om 11 uur voor de middag werd het overlijden ingeschreven van Johan Daniel Escherich. Hij overleed op 30 november om 11 uur 's ochtends op de leeftijd van 84 jaar. Hij woonde in de Elandstraat nummer 111 in wijk 5 en overleed daar ook. Hij was geboren in Frankfurt am Main en was weduwnaar van Catharina Amerentia Beuning. Zijn beroep was varkenslager. De overledene had geen onroerend goed nagelaten en liet kinderen achter. De verklaring werd afgelegd door Hendrik Escherich, 30 jaar oud, wonend op hetzelfde adres, beroep varkenslager, zoon van de overledene, en door Johannes Daniel Escherich, 22 jaar oud, wonend op de Prinsengracht nummer 568, beroep koopman, kleinzoon van de overledene.

2 december 1800 om 11 uur voor de middag werd het overlijden ingeschreven van Henrietta Christina de Lange. Zij overleed op 1 december om 2 uur 's middags op de leeftijd van 3 jaar. Zij woonde in de Kapelsteeg nummer 32 in wijk 2 en overleed daar ook. Zij was geboren in Amsterdam en was dochter van Gerardus de Lange en Christina ter Wieme. De overledene had geen onroerend goed nagelaten en liet geen kinderen achter. De verklaring werd afgelegd door de vader, 50 jaar oud, wonend op hetzelfde adres, beroep ambtenaar, en door Johannes Willemse, 95 jaar oud, wonend aan de Lauriergracht, zonder beroep, bekend aan de overledene.

2 december 1800 om 11 uur voor de middag werd het overlijden ingeschreven van Johan Friederich Georg Wilhelm Erbrink. Hij overleed op 29 november om 11 uur 's nachts op de leeftijd van 69 jaar. Hij woonde in de Bloemstraat nummer 49 en overleed daar ook. Hij was geboren in Dissen bij Osnabrück en was gehuwd met Johanna Groothuys. De overledene had geen on

Bekijk transcriptie 


Aiel Johannes Cintst Regus werd geboren in Babilonienbroek op 8 september 1834. Zijn vader was Johannes en zijn moeder was Maria Jacoba Vinger. Hij was ongehuwd.

Johan Frederik Hendrik Schullt werd geboren te Samarang op 4 december 1847. Zijn vader was Johan Wilhelm F. en zijn moeder was Anna Martha Alexandrina Esche. Hij was ongehuwd.

Bekijk transcriptie 


Jacob Hendrik Mathiaan, Anna Paulina en Johan Maikin werden geboren uit het huwelijk tussen Adra Thielo Hanwerig en Alaes in Bandoeng.

Jeslie Frectrien Beguser trouwde 8 augustus 1948 in Dodpburg (mogelijk Doesburg). Kinderen waren Verenissse Marianse Jullie, Aonique Frandisea Celope, Mareebde Gerardiore Amtende en Mexamdre Julido Alped.

31 januari 1952 werd een bevrijding of afprijzing uitgesproken met vermelding van staatsdienst.

Vader Hemrl Afamroasi (lengte 1,80 meter) en moeder Colane werden genoemd. Een andere persoon werd geboren in Albusin (mogelijk Alkmaar) 12 maart en woonde laatst in 's-Gravenhage. Opvallende kenmerken: litteken op voorhoofd.

Vader Aar Lamtus en moeder Aaad. Antorna van Maissenburg werd geboren te Auw 28 maart 1881 en woonde in gemeente Auutel. Lengte 1,62 meter. Opvallende kenmerken: litteken linker voorhoofd, moedervlek rechter been.

26 augustus 1833 werden personen aangenomen voor overzese militaire dienst buiten Europa voor verschillende jaren, ingaand vanaf de dag van geschiktbevinding. Ze werden toegelaten als soldaat.

24 oktober 1833 werden ze geschikt bevonden voor uitzending met premie van 100 gulden. 28 november 1833 vertrok het schip Maxmaar van Amsterdam.

Militaire loopbaan omvatte bevorderingen:

26 juli 1946 vond een onderscheiding plaats. 30 juli 1946 onderscheidde sergeant van Hinluctil zich tijdens een actie zuidelijk van Stintlal door moed en vastberaden optreden. Toen zijn geniesoldaten-peloton in een vuuroverval kwam met automatische wapens, sprong hij zonder aarzeling in de scout-car en bracht met de tweede mitrailleur zo gericht vuur uit dat het vijandelijke vuur werd gestaakt en 2 geniesoldaten-secties konden opstellen.

Tussen 21 september 1946 en 12 september 1946 in sector Detot werden ongeveer 25 bruggen van gemiddelde lengte vernield door zijn technisch inzicht en organisatievermogen, waarbij hij het enthousiasme van zijn troep wist te behouden ondanks moeilijke omstandigheden.

Tijdens acties van 21 juli 1947 voerde hij, ondanks een gebroken en nog niet geheel herstelde ledemaat, opdrachten nauwgezet uit en

Bekijk transcriptie 


Jan Pbbes werd geboren in Gent, Gelderland, op 22 mei 1616. Zijn vader was Herman en zijn moeder Elisabet Theunissen. Hij woonde het laatst in Gent. Hij overleed in Welvrede op 27 oktober 1850. Bij aankomst bij het korps was hij 1 ellen 6 palmen 9 duimen lang.

Otto Aendritues werd geboren in Amsterdam, Noordholland, op 4 mei 1621. Zijn vader was Theodoruls en zijn moeder Jacoba van Stuijl. Hij woonde het laatst in Leiden. Hij was 1 ellen 6 palmen 2 duimen lang. Hij werd aangesteld tot 2e luitenant.

Lijbe Geertes werd geboren op 18 september 1620. Zijn vader was Geert en zijn moeder Ruttje Dans. Hij woonde het laatst in Opsterland. Hij overleed in Samarang op 13 februari 1859. Bij aankomst bij het korps was hij 1 ellen 1 palmen 1 duimen lang. Hij werd op 8 september 1659 naar Nederland teruggestuurd met het schip Cornelis Smit en kwam aan bij het Nieuwe Diep.

Friedrich Reinhard Eduard Ferdinand Baron von Obteel (ook genoemd Vriedrich Ladwig Carl Reinharel) werd geboren in Loudwigsburg, Wurtemberg.

Willem Frederit George werd geboren op 25 december 1829 in 's Gravenhage, Zuidholland. Zijn vader was Johan Frederite en zijn moeder Wilhelmina Geertauida Johanna Ftraatman. Hij woonde het laatst in 's Gravenhage. Bij aankomst bij het korps was hij 1 ellen 6 palmen 6 duimen lang.

Willem Frederik Karel Lodewijk werd geboren op 5 november 1621 in 's Hage, Zuidholland. Zijn vader was Willem George Paederitl en zijn moeder Casperina Patrina Melena Bisschops. Hij woonde het laatst in 's Hage. Hij werd geboren op 25 februari 1325. Bij aankomst bij het korps was hij 1 ellen 6 palmen 4 duimen lang. Hij werd aangesteld tot 2e luitenant.

Een persoon met moeder Mathilda Louisa Menriettal leonora Feckendorff werd geboren in Opsterland Wuurweld, Vriesland. Hij overleed in Galembarg op 23 februari 1853 aan de gevolgen van dysenterie. Bij aankomst bij het korps was hij 1 ellen lang.

Loopbaan en diensten:

Bekijk transcriptie 


Bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 6 juni 1932 is uitgesproken dat het hieronder vermelde huwelijk ontbonden wordt door echtscheiding. Dit is ingeschreven in het register van Huwelijken en Echtscheidingen nummer 1, folio 47 verso te Amsterdam op 19 juni 1932.

Op 26 maart 1931 verschenen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van Amsterdam om te trouwen:

De moeder van de bruid verklaarde in te stemmen met dit huwelijk. De aankondiging voor dit huwelijk is onverhinderd geschied in Amsterdam op 14 maart 1931. De ambtenaar vroeg bruidegom en bruid of zij elkaar namen tot echtgenoten en getrouwelijk alle plichten zouden vervullen die door de wet aan de huwelijkse staat verbonden zijn. Na bevestigende antwoorden verklaarde hij in naam van de wet dat zij door het huwelijk aan elkaar verbonden waren.

Als getuigen waren aanwezig:

Op 26 maart 1931 verschenen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van Amsterdam om te trouwen:

De ouders van de bruid verklaarden in te stemmen met dit huwelijk. De aankondiging voor dit huwelijk is onverhinderd geschied in Amsterdam op 14 maart 1931. De ambtenaar vroeg bruidegom en bruid of zij elkaar namen tot echtgenoten en getrouwelijk alle

Bekijk transcriptie 


Op 18 september 1823 werd niets bekendgemaakt. Uit de achtergelaten boedel bleek dat een verlaten boedel in zijn geheel had moeten worden overgedragen aan de Raad van Justitie te Samarang. De openbare verkoop van de achtergelaten goederen was daarom ten onrechte geschied.

Het Hof besloot:

Het Hof verstond en besloot het besluit van 16 mei nummer 198 buiten werking te stellen. De Resident van Rembang werd aangeschreven om de gelden uit de verkoop van de achtergelaten goederen van de Chinees Winseang over te dragen aan de Raad van Justitie te Samarang om daarmee volgens de bestaande bepalingen te handelen.

Verder werd de Resident te kennen gegeven dat wanneer zich in de toekomst opnieuw gevallen voordeden van verlaten boedels, zoals die van de pandhuizen van Van der Waal en de Chinees Geredoeg die verlaten leken te zijn, hij daarmee moest handelen zoals in het jaar 1819 met de boedel van eerstgenoemde was gebeurd. Hij was niet bevoegd om zo'n verlaten boedel zelf bij openbare verkoop te gelde te maken, maar verplicht om die in zijn geheel over te dragen aan de Raad van Justitie. Alleen wanneer zich onder de achtergelaten goederen zaken bevonden die aan bederf of vermindering onderhevig waren, was de Resident als eerste plaatselijke autoriteit bevoegd, ja zelfs verplicht, om deze goederen ter voorkoming van schade op de voordeligste wijze te verkopen.

Een uittreksel zou worden verleend aan het Hoog Gerechtshof, de Raad van Justitie te Samarang en de Resident van Rembang ter informatie en kennisgeving.

Op 18 september 1824 ontving men een missive van de Commandant en Directeur van de Koloniale Marine gedateerd 30 augustus nummer 374. Deze brief ging naar aanleiding van een marginale dispositie van 21 augustus en een brief van de minister voor de koloniën van 29 maart nummer 76. Het betrof een verzoek om informatie over de klasse van rang voor enkele onderofficieren en manschappen van de Koloniale Marine die ten gevolge van de Palembangse expeditie benoemd waren tot Ridder van de Militaire Willems-orde. Er werd gevreesd voor moeilijkheden bij de bepaling van hun soldij bij de kanselarij van de orde.

De Commandant en Directeur stuurde daartoe een lijst waarop de gages van de bedoelde personen waren uitgetrokken. Hij merkte bij deze gelegenheid op dat de persoon van de stuurman Pietersen die in de brief voorkwam, niet werd gevonden onder de manschappen van de Koloniale Marine die de Palembangse expeditie hadden bijgewoond. Wel was er een bootsman bekend onder de naam J. Pietersen, eigenlijk genaamd Johan Dietend, die toen ter tijd op de kanonneerboot nummer 17 had gediend. Ook de aanstelling als Ridder van de Militaire Willems-orde voor een stuurman

Bekijk transcriptie 


21 januari 1619 verschenen voor een notaris in de Sint-Jansstraat te Haarlem meerdere personen. Symon le Feure, getrouwd met Janneken vander Cruijgen, Guilliame vander cruijcen, Abraham Leven als man en voogd van Judith vander cruijcen, Cornelisz, en Jonas segers als vader en voogd van zijn 2 onmondige kinderen Janneken en Pieter, verwekt bij Susanna vander cruycen. Ook was aanwezig Pieter Baes als door de weesmeesters van de stad aangestelde voogd over Cornelia en Maria vande cruyce, die nog onmondig waren.

Zij waren allen kinderen en erfgenamen van wijlen Pieter vande cruycen, die in zijn leven brouwer was van de Drie Kruik alhier in Haarlem. Ze verklaarden de processen die hun vader had uitstaan aan te nemen. Deze processen hingen nog onbeslist bij zowel de Hoge Raad als het Hof van Holland, Zeeland en West-Friesland, en waren gericht tegen de onmondige kinderen van wijlen Jan Willemssz bosch.

Ze gaven volledige volmacht aan Cornelis vander Poll, procureur voor de Hoge Raad en het Hof van Holland, om:

Ze beloofden alles wat door hun procureur gedaan zou worden als rechtsgeldig te erkennen. De akte werd opgemaakt in het huis van de notaris. Later, op 6 april 1619, werd de akte door alle aanwezigen bevestigd.

Als getuigen waren aanwezig Willem symonsz backer, Ysack pietersz en Cornelis symonsz, koster van de Sint-Janskerk.

Bekijk transcriptie 


Johannes Conrades werd 9 juni 1647 geboren te Nijmegen. Zijn vader was Julius en zijn moeder Johanna Juliana Nijssen.

13 september 1869 werd hij ter beschikking gesteld van de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië om benoemd te worden tot ambtenaar bij de burgerlijke dienst daar. Hij ontving een bedrag van 400 gulden voor uitrusting. 29 september 1869 vertrok hij per schip Cornelis Wernard Eduard naar Indië.

2 maart 1870 werd hij benoemd tot ambtenaar ter beschikking van het binnenlands bestuur in de residentie Palembang met een salaris van 225 gulden. 31 maart 1871 werd hij benoemd tot controleur der 3e klasse aldaar bij de quarantaine op 225 gulden. In 1873 werd hij benoemd tot controleur 2e klasse op 300 gulden.

Hij werd overgeplaatst van de residentie Mirus naar de residentie Palembang. 26 oktober 1876 werd hij benoemd tot controleur 1e klasse op 400 gulden. Hij werd verplaatst naar de residentie Riouw en later naar de residentie Lampong in de afdeling Kalimantan.

Met ingang van 1 februari 1888 werd hij benoemd tot assistent-resident van Marta, tevens veldmeter aldaar, op 600 gulden per maand. 16 juni 1891 werd hij benoemd tot assistent-resident van Banjarmasin en Ommelanden op 600 gulden. 1 juli 1894 werd hij benoemd tot resident der afdeling van Borneo op 1.250 gulden.

Op verzoek werd hij wegens volbrachte diensttijd met eervol ontslag uit 's lands dienst ontslagen.


Johan Martin Esche werd 15 april 1849 geboren te Jaggernath Goeram. Zijn vader was Cazel David.

14 augustus 1888 werd hij benoemd tot assistent-resident van Limbangan (Preanger regentschappen), tevens veldmeter aldaar, op 600 gulden per maand. Met ingang van 5 juli 1888 werd hij benoemd tot assistent-resident van Kuningan (Cheribon), tevens veldmeter aldaar, op 600 gulden.

Hij kreeg verlof naar Europa wegens meer dan 15 jaar trouwe dienst in Indië. Hij werd benoemd tot assistent-resident, tevens veldmeter te Plara op 600 gulden. Op verzoek werd hij januari 1898 eervol uit 's lands dienst ontslagen.


Johannes werd 12 juni 1646 geboren. Zijn moeder was Emma Wattimena.

18 september 1869 werd hij ter beschikking gesteld van de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië om benoemd te worden tot ambtenaar bij de burgerlijke dienst daar. Hij ontving 400 gulden voor uitrusting. 29 september

Bekijk transcriptie 


16 december 1921 verschenen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van Amsterdam Anton Jacobus Belser, aanspreker, 44 jaar, wonende in Amsterdam, en Piet Bakker, aanspreker, 41 jaar, wonende in Amsterdam. Zij verklaarden dat op 14 december 1921 's ochtends om 10 uur in Amsterdam was overleden Franciscus Johannes Ham, zonder beroep, wonende in Amsterdam, 2 jaar oud, geboren in Amsterdam, zoon van Willem Ham, smid, en Aaltje Bruystens, zonder beroep, beiden wonende in Amsterdam.

16 december 1921 verschenen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van Amsterdam Willem Fermie, aanspreker, 51 jaar, wonende in Amsterdam, en Paulus Leidner, bode, 32 jaar, wonende in Amsterdam. Zij verklaarden dat op 14 december 1921 's ochtends om half 8 in Amsterdam was overleden Luberta Oversteege, onderwijzeres, wonende in Amsterdam, 49 jaar oud, geboren in Amsterdam, dochter van Dirk Oversteege en Hendrika Bergmeijer, beiden overleden.

16 december 1921 verschenen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van Amsterdam Anton Jacobus Belser, aanspreker, 44 jaar, wonende in Amsterdam, en Piet Bakker, aanspreker, 41 jaar, wonende in Amsterdam. Zij verklaarden dat op 13 december 1921 's ochtends om 9 uur in Amsterdam was overleden Cornelia Gijsbertje van der Reijden, zonder beroep, wonende in Amsterdam, 63 jaar oud, geboren in Buurmalsen, weduwe van Gerrit Jan van Hees, dochter van Cornelis van der Heyden en Neeltje Michielse, beiden overleden.

16 december 1921 verschenen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van Amsterdam Henricus Spaan, aanspreker, 43 jaar, wonende in Amsterdam, en Jan Hendrik Hettelingh, aanspreker, 64 jaar, wonende in Amsterdam. Zij verklaarden dat op 14 december 1921 's middags om 2 uur in Amsterdam was overleden Leonard Antoinette Henriette Alexandrina de Renasse, zonder beroep, wonende in Amsterdam, 59 jaar oud, geboren in Willem I residentie Samarang, weduwe van Johan Marthin Esche, dochter van Johannes August Eduard de Renasse en Magdalena Leonora Abrahamsz, beiden overleden.

16 december 1921 verschenen voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van Amsterdam Willem Fermie, aanspreker, 51 jaar, wonende in AmsterdamBekijk transcriptie 


12 februari 1718. De Staten schreven naar de Staten van Doornik. Ze gaven hun commissaris, Ernest Posters, de opdracht om namens hen de gebruikelijke voorstellen en verzoeken te doen. Dit ging over hulp (aides) en vrijstelling van het inkwartieren van soldaten. De Staten vroegen om volledig te vertrouwen op wat de commissaris namens hen zou zeggen. De brief was gericht aan de burgemeester, schepenen en de raad van de stad Doornik.

De Staten stuurden hun commissaris naar de vergadering van de Staten van Doornik en het Doornikse gebied, zoals elk jaar gebruikelijk was. Ze gaven opdracht om bijeen te komen en te luisteren naar de voorstellen die hun commissaris namens hen zou doen. Ze hoopten dat er besluiten genomen zouden worden die voordelig waren voor hun belangen.

12 februari 1718. Resident Petters stuurde brieven waarin de Staten van Doornik bijeengeroepen werden en waarin geloofsbrieven stonden voor het vragen van hulp (aides).

14 februari 1718. De Keurvorstelijk Paltsische regering te Düsseldorf ontving een brief van 23 januari over een rechtszaak. Baron Scheiffart de Merode had via het gerecht van Gulpen een procedure gestart, op verzoek van Johan Bernhard, tegen de licentiaat Cox, raadsman en syndicus van de stad Aken. Er was beslag gelegd. De regering stuurde de zaak door naar de schout van Gulpen om informatie te krijgen, omdat ze zelf niet bekend waren met de zaak. Uit het antwoord bleek dat het gerecht van Gulpen op correcte wijze had gehandeld, zoals gebruikelijk was in zaken van beslag.

Bekijk transcriptie 


Op 10 januari 1749 deed Harmen van Voorst de eed af als secretaris van de rechtbanken van Helvoirt en Esch in de Meierij van 's-Hertogenbosch. De Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden maakten bekend dat door het overlijden van Johan Heren van Dompselaer, die secretaris was van Helvoirt en Esch, een nieuwe secretaris moest worden aangesteld. Vanwege de goede rapporten over Harmen van Voorst en zijn bekwaamheid en betrouwbaarheid benoemden zij hem tot secretaris van de rechtbanken van Helvoirt en Esch in de Meierij van 's-Hertogenbosch.

Hij kreeg volledige macht en bevoegdheid om dit ambt uit te oefenen. Dit hield in dat hij:

  • alle akten, open en gesloten brieven moest opstellen
  • alles moest doen wat het plaatselijk bestuur hem opdroeg
  • documenten moest opstellen, verzenden en ondertekenen
  • alles moest doen wat een goed en betrouwbaar secretaris hoort te doen

Harmen van Voorst was verplicht de juiste eed af te leggen. Na het afleggen van de eed bevalen de Staten-Generaal het plaatselijk bestuur van Helvoirt en Esch om Harmen van Voorst als secretaris te aanvaarden en te erkennen. Hij mocht het ambt rustig en ongestoord uitoefenen en de bijbehorende inkomsten ontvangen. Harmen van Voorst was verplicht zijn vaste woonplaats te nemen in een van de genoemde dorpen en het secretarisambt persoonlijk uit te oefenen. Dit besluit werd gegeven in Den Haag op 9 januari 1749, onder het zegel van de Staat.

Ook werd er een benoeming gedaan voor Hendrik van Darth als schepen van de stad Venlo. Door het overlijden van Ick van Darth was een schepenpositie in Venlo vacant gekomen. De Staten-Generaal benoemden daarom Mr. Hendrik van Darth, advocaat bij het Hof van het Overkwartier van Gelderland, voor deze functie. Hij deed de eed af op 15 januari 1709.

Bekijk transcriptie 


30 april 1888 werd een proces-verbaal ondertekend door notaris H. Bronsdijk te Zaandam. Er werd een bedrag van 13 gulden en 35 cent ontvangen.

26 april 1888 verscheen voor notaris Bartholomeus Arnoldus van der Saden te Haarlem de heer Johan Adriaan Esche, zonder beroep, wonende te Haarlem. Hij gaf een volmacht aan de heren J. F. Jannette, jonkheer H. A. Band en J. B. A. Kesler, allen wonende te Batavia. Zij waren chefs van de firma Tiedeman en van Kerchem, een administratiekantoor te Batavia. De volmacht gaf hen toestemming om namens Esche zijn onroerende goederen in Nederlands Oost-Indië uit de hand te verkopen aan personen en voor een prijs die zij geschikt vonden. Zij mochten de koopprijs ontvangen en kwijting geven, en alles doen wat nodig was. Dit alles gebeurde onder belofte van goedkeuring en bekrachtiging door Esche.

De akte werd verleden te Haarlem op het kantoor van de notaris, in aanwezigheid van getuigen Frans Alphonse Wijnhoven, kandidaat-notaris, en Herman Bronsdijk, kantoorbediende, beiden wonende te Haarlem. De akte werd na voorlezing ondertekend door de verschenen persoon, de getuigen en de notaris.

De akte werd geregistreerd te Haarlem op 26 april 1888. Er werd 1 gulden en 20 cent aan recht ontvangen.

Bekijk transcriptie 


17 maart 1753 werd vanuit Malacca bericht dat de inkomsten uit tin uit dat rijk niet waren gedaald. Volgens een brief van het opperhoofd, die 22 februari per expresse was aangekomen en gedateerd was op 15 februari, waren er sinds 24 januari al weer meer dan 100 bharen tin bij hem op de markt gebracht. De nieuw aangestelde sia bandhaar kon echter geen enkele bhaar verkrijgen, ondanks dat hij een schriftelijke toestemming van de koning had. Er werd opnieuw sterk aangedrongen op een snelle verzending van Radja Alam. Verder werd gemeld dat de koning was afgereisd tot op 3 mijl boven de Nederlandse vestiging, waar hij een fort voor zichzelf liet bouwen en 3 andere forten, waaronder 1 voor de Chinezen en 1 voor de moren.

Tijdens het boekjaar 1752 was er in totaal 425.081 pond tin ingezameld:

  • 379.117,5 pond van Pera
  • 8.552 pond van Laroet
  • 956,5 pond als geschenk ontvangen
  • 36.455 pond hier ingekocht

Er lag 42.508,3 pond bij de pakhuizen, en naast wat op Pera in voorraad was, ging het om ruim 155.000 pond, zodat men hoopte China voldoende te kunnen voorzien.

De algemene inventarisatie van alle bezittingen van de Compagnie was eind augustus volgens de gebruikelijke regels uitgevoerd. Bij de controle op 5 januari werden tekorten gevonden: 131 pond staal dat door de overleden luitenant-commandant van Pera, Johan Levin Esche, bij zijn terugkeer 468 pond te weinig was uitgeleverd, werd verhaald op zijn nalatenschap. Ook moest de erfgenaam van de overleden equipage-opzichter Ackerman 1.600 pond te kort bevonden spijkers betalen. Een nieuw aangemaakte waterkar en 3 maten smeekkolen die extra aangetroffen waren, werden in de boeken opgenomen. Beschadigde goederen die gerepareerd konden worden, werden verbeterd.

Bekijk transcriptie 


Jan Hendrik Cornelis Blaauw werd geboren te Arnhem op 28 augustus 1845. Hij woonde in Epamen en wilde geëxamineerd worden in geschiedenis, land- en volkenkunde, kennis van de staatsinrichting van Nederlands-Indië, beginselen van de Maleise taal, godsdienst, wetten, volksinstellingen en gebruiken in Nederlands-Indië.

Willem Rutger de Greve werd geboren te 's-Gravenhage op 16 september 1847. Hij woonde in Leiden en wilde geëxamineerd worden in staatsrecht, land- en volkenkunde, geschiedenis van Nederlands-Indië, de Maleise taal en het Mohammedaanse recht.

Marie Alphonse Vezans Goossens werd geboren te Venlo op 27 september 1845. Hij wilde geëxamineerd worden in geschiedenis, land- en volkenkunde en kennis van de staatsinrichting van Nederlands-Indië, de beginselen van de Maleise taal, godsdienst, wetten, volksinstellingen en gebruiken van Nederlands-Indië.

Eeltje Jelles Jellesma werd geboren te Groede op 14 april 1851. Hij woonde in Wageningen en wilde hetzelfde examen afleggen als de vorige kandidaten.

Michael Henricus Witbols Feugen werd geboren te Batavia op 5 oktober 1846. Hij wilde hetzelfde examen afleggen als de vorige kandidaten.

Johan Marthin Esche werd geboren te Jaggernaikpoeram op 15 april 1849. Hij wilde hetzelfde examen afleggen als de vorige kandidaten, maar met Javaanse taal in plaats van Maleise taal. Hij had een voldoende eindexamen aan een hogere burgerschool afgelegd.

Bekijk transcriptie 


31 september 1880 heeft de Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië in Batavia besloten dat aan Jan Albert Scheuerman Johan, geboren op 11 april 1830, wordt medegedeeld dat hij vanaf 1 oktober 1880 een pensioen krijgt van 1.540 gulden per jaar. Dit bedrag komt ten laste van de begroting van Nederlands-Indië. Het pensioen is ingeschreven bij het departement van Koloniën in register A, folio 737.

30 december 1880 heeft de Minister van Koloniën in 's-Gravenhage een brief ontvangen van de Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië van 19 november. De Minister heeft besloten over de rekening van boekwerken en kaarten die met het stoomschip Drenthe in 1880 naar Batavia zijn verzonden voor het Depot van Zeekaarten.

Bekijk transcriptie 


Johannes Freere eiste tegen Piete des Raad dat hij zilverwerk terug moest geven dat aan des Raads overleden vrouw als onderpand was gegeven. Hij wilde dat Des Raad de kosten zou betalen. Beide mannen kwamen persoonlijk. De eiser toonde een betaalopdracht die hij op Johannes Seer had getrokken en zei dat hij deze aan de gedaagde had aangeboden voor betaling. Omdat Johannes Seer de betaalopdracht niet schriftelijk had geaccepteerd, werd gezegd dat hij dit moest laten accepteren. Partijen gingen naar buiten en de zaak werd uitgesteld.

Dinsdag 18 augustus 1750 werd het Hof van Civiele Justitie weer bijeengeroepen.

Christiaen Emanuel van den Bergh eiste tegen Johan Hendrik Linde dat deze moest luisteren naar de conclusie vanwege het verkopen van een zieke slavin. Hij wilde dat de kosten vergoed werden. Beide mannen kwamen persoonlijk. De eiser vertelde dat hij voor de plantage Heervlies op het woord van de gedaagde en op voorwaarde dat hij goede slaven zou ontvangen, van de gedaagde 3 mannelijke slaven en 1 vrouwelijke slaaf had gekocht voor 1250 gulden. Toen hij thuiskwam, ontdekte hij dat 1 slavin niet levensvatbaar was en 1 slaaf waterzucht had. Dit bewees hij met een verklaring van chirurgijn Pierre Lerrotet. De eiser liet de niet levensvatbare slavin door gerechtsbode Jan van Gennep terugbrengen naar het huis van Johan Hendrik Linde & Compagnie. Hij eiste dat de gedaagde werd veroordeeld om hem 4 goede slaven te leveren of de som van 1250 gulden terug te betalen. De gedaagde antwoordde dat de eiser hem had gevraagd om 4 slaven te verkopen. Hij had de eiser 2 mannelijke slaven en 2 vrouwelijke slaven laten zien en gezegd dat de eiser ze kon laten onderzoeken. Hij toonde een brief van de eiser waaruit hij beweerde dat de eiser diezelfde dag bij 1 van de slaven de pols had gevoeld. Hij zei dat de eiser die slaaf diezelfde dag had moeten terugsturen. Er werd besloten om gerechtsbode Jan van Gennep binnen te roepen. Hem werd gevraagd hoe dit was gebeurd, waarop hij antwoordde dat de huidige directeur van de plantages Westland

Bekijk transcriptie 


7 april 1859 stuurde de Minister van Buitenlandse Zaken vanuit 's-Gravenhage een brief aan de Minister van Staat en Minister van Koloniën. De Pruisische Gezant had 5 april 1859 een verzoek ingediend om uitlevering van de Pruisische onderdaan Johann Heinrich David Klemm. Klemm had zich in 1856 laten aanwerven voor de Nederlandse koloniale dienst door te beweren dat hij uit Hongarije kwam. Hij was dienstplichtig in Pruisen en diende momenteel bij het 4e Eskadron van het Regiment Oost-Indische Cavalerie. De minister vroeg of Klemm, die in de registers voorkwam onder nummer 37822, kon worden teruggestuurd naar Nederland, ondanks de diensttijd die hij nog moest vervullen. Dit moest gebeuren volgens de gebruikelijke manier waarop door de Pruisische Regering gereclameerde militairen werden behandeld. De minister verzocht om te worden geïnformeerd over de beslissing in deze zaak.

Bekijk transcriptie 


Vanuit Malacca werd 31 januari 1753 gemeld dat er meer informatie nodig was over hoeveel winst de Compagnie in een heel jaar zou kunnen maken, om daarna verder te beslissen.

Er werd een Maleise vertaling gemaakt van een contract tussen de koning van Pera en luitenant-militair Johan Levin Esche namens de Verenigde Oostindische Compagnie over de zouthandel.

In het jaar volgens de islamitische kalender 1164, op de 7e dag van de maand Rajab, had de koning van Pera met zijn toestemming de pacht van het zout aan de Compagnie gegeven. Dit gebeurde toen Essche daar werkzaam was als koopman van de Compagnie. De voorwaarden waren:

  • De Compagnie moest jaarlijks 1 koijang aan de koning geven
  • Niemand behalve de Compagnie mocht in zout handelen

De koning was hiermee akkoord gegaan en het papier was bovenaan bekrachtigd met zijn zegel.

Dit werd vertaald volgens opgave van de Maleise tolk Intje Oemak door F. L. Piazzoll, klerk van de Compagnie.

Genoemde luitenant Esch had in eerdere brieven al meerdere malen met oneerbiedig en aanstootgevend taalgebruik lastige verzoeken gedaan om van daar weg te mogen. Hierover was al eerder gevoelig gereageerd in een brief van 13 april van het vorige jaar, als antwoord op zijn brief van 15 februari.

Bekijk transcriptie 


Op 6 oktober 1750 werden in Malacca verschillende documenten achtergelaten. Dit waren:

  • Een kopie van een verslag gegeven door een zekere Intje Abuala over de vlucht van Radja Mohomed van Boeantang naar Colboe.
  • Een brief van de koning van Pera met klachten over de voormalige luitenant-commandant Johan Conrad Fleisheldt.
  • Een brief van de huidige luitenant-commandant Jan Levin Esche die daar lag, gedateerd 23 maart 1750.
  • Een verantwoording van genoemde Fleisheldt over de punten die in bovengenoemde brieven te vinden waren.
  • Een bericht van de koopman en fiscaal mijnheer Thomas Schippers over de zaak van de militair schrijver Hendrik Muller.
  • Een verhoor van secretaris van justitie Trans Lodewijk Piazzol over het originele proces van de Benjaan Seijdjumal Hemmetjen tegen de Souratse Mahomet Soup, dat was opgevraagd voor hun hoogedelachtbare maar zoekgeraakt was bij het secretariaat.
  • Een kopie van een bericht van de fiscaal hierover.
  • Het proces van genoemde Zajoemal voor zover het uit de civiele rechtsrollen, protocollen en andere officiële stukken bij elkaar had kunnen worden verzameld.
  • Het originele contract voor de tinhandel in Pera.

Het document werd getekend door L. Piazzol, beëdigd klerk, in Malacca op 6 oktober 1750, en gericht aan Batavia.

Bekijk transcriptie 


Dr. Ol. AhAEll, voormalig kapitein bij de infanterie van het Nederlands-Indisch leger en gepensioneerd, verbleef tijdelijk in het land. Hij diende een verzoek in voor een schadevergoeding die hem toekwam als regeringspassagier van de 1e klasse aan boord van het stoomschip Prins Hendrik. De vergoeding had betrekking op zijn verplichte verblijf aan land in Batavia met zijn echtgenote en 2 kinderen. Deze kinderen waren geboren op 10 augustus 1887 en 21 januari 1869. Het verblijf duurde van 31 maart 1895 tot en met 3 april 1895, in totaal 5 dagen, tegen een tarief van een bepaald bedrag per dag, wat neerkwam op 150 gulden.

De ondertekenaar verklaarde dat bovenstaande rekening correct en onbetaald was tot een bedrag van 150 gulden. Dit gebeurde te Arnhem op 2 juni 1895.

De verklaring moest bij het Departement van Koloniën worden ingediend in tweevoud, waarvan 1 exemplaar op Nederlands papier en 1 ongeregeld, met de verklaring van de belanghebbende, eveneens op Nederlands papier of voor een Nederlands kantoor gewaarmerkt.

J. D. J. Merche, 2e officier van justitie van Johan Hendrik Jacob Merche.

Bekijk transcriptie 


20 september 1862 ontvingen de commissarissen van de Nationale Militie in de provincie Zuid-Holland een certificaat. Dit certificaat was voor Karel Johan Adriaan Ligvoet, geboren 29 augustus 1838 in Soerabaja (Oost-Indië). Hij was de zoon van ingenieur Willem Carolina en woonde in Brussel. Volgens artikel 17 van de wet had hij zijn militaire dienstplicht volbracht.

Het document werd geregistreerd onder nummer 2388, 2de afdeling, op 4 oktober 1861.

Het certificaat was afgegeven door de Commissaris van de Koning in de provincie Zuid-Holland in 's-Gravenhage op 29 augustus 1862. Het was ondertekend door de Secretaris-Generaal namens de Minister van Koloniën.

Het document verwees naar de wet van 18 augustus 1861 (Staatsblad nummer 72), het Koninklijk besluit van 11 december 1861 (Staatsblad nummer 127), en de regels voor vrijstelling van militaire dienst.

Bekijk transcriptie 



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/