Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van historische documenten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Op 26 april 1907 gingen Jozef Baten (metselaar) en Cornelis Wit (timmerman), allebei wonend in Haarlemmermeer, naar notaris Carel Frederik Jan Heinsius in Haarlemmermeer. Daar verklaarden ze het volgende:
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Op 3 december 1716 werd een bedrag van 600 gulden door Frans Montenacq gegeven. Dit werd vastgelegd door Mick van Duck in aanwezigheid van Antje de Binnen, Gijsbert van Leeuwen, Barom Nieuwhoff en Johannes Goderus. Ieder van hen kreeg een deel van 150 gulden.

Gijsbert van Leeuwen, Barent Nieuishoff en Johannes Goderus, als voogden over de kinderen van Tanneke Montenacq (wonend in Nieuw Jorck), bevestigden op 6 januari 1717 in Haarlem dat zij 1200 gulden hadden ontvangen. Dit geld was door Frans Montenacq nagelaten aan de kinderen van Janneke Montenacq.

Dezelfde voogden bevestigden ook dat zij een erfenis van 1600 gulden hadden ontvangen voor de kinderen van Lysbeth Vereecke. Dit bedrag bestond uit:

Op 8 januari 1717 bevestigden dezelfde voogden dat Frans Montenacq van Leeuwe en Magdalena van Leeuwe elk 150 gulden hadden ontvangen. Dit bedrag kwam van een obligatie van 300 gulden op naam van Sara Franse, met een waarde van 261 gulden, plus achterstallige rente en een aanvullend bedrag van 36 gulden en 6 stuivers.

Op 6 januari 1712 bevestigden dezelfde voogden dat Johannes Nieuwhoff 200 gulden had ontvangen van Frans Montenacq.

Bekijk transcriptie 


Eduardo Pels, een notaris in Amsterdam, legde op 27 maart 1640 twee afspraken vast:
Bekijk transcriptie 


Franchois Consebant kwam op 19 november 1650 voor notaris Johan Colterman in Haarlem. Hij was de man van een erfgename van Gerrit Jacobsz Hulst en gaf Colterman volmacht om namens hem en zijn mede-erfgenamen op te treden in rechtszaken. Colterman mocht ook iemand anders aanwijzen om hem te vervangen. Consebant beloofde alle beslissingen van Colterman te accepteren, onder dreiging van boetes. Dit gebeurde in aanwezigheid van de getuigen Jan van den Vosch en Toirconden Vuyder.

Op dezelfde dag, 19 november 1650, ging notaris Nicolaes van Bosvelt naar het huis van de vrouw van Jacob Montenack in Haarlem, omdat Montenack zelf niet in het land was. De notaris vroeg of zij een wisselbrief wilde accepteren namens haar man. De brief was op 29 september 1650 in Leipzig opgesteld en ging over een lening van 1800 pond aan Pieter Aldewerelt, die binnen vier weken na ontvangst moest worden terugbetaald met rente. De vrouw van Montenack accepteerde de brief. Dit gebeurde in aanwezigheid van de getuigen Pieter Heydens en Lambert Suydere.
Bekijk transcriptie 


Arnoudt Montenack, een koopman uit Haarlem, verklaarde op 10 juli 1668 voor notaris Wittensteijn dat hij zijn broer St. Jacob Montenack machtigde om namens hem een bedrag van 88 gulden en 7 stuivers te innnen van Isaack Mendes de Crasto. Dit geld was verschuldigd voor geleverde goederen, volgens een rekening die Arnoudt aan zijn broer had gegeven. Jacob mocht, als De Crasto niet betaalde: Arnoudt beloofde dat deze volmacht geldig was, alsof hij zelf aanwezig was. De akte werd opgesteld in een herberg in Haarlem, met Ludelt Bistens als getuige.
Bekijk transcriptie 


Adriaen Lock, een notaris, schreef op 23 november 1650 een document op in Amsterdam. Hierin stonden de namen van vier mannen die optraden als beheerders (curatoren) van de erfenis van Manuel en Alfonso de Tovar: Deze vier mannen gaven Honoré de Jonge, die in Haarlem woonde, de officiële machtiging om namens hen op te treden. Honoré de Jonge mocht: Het document werd ondertekend door de getuigen Pr. van Buijtene en Jan van Wijningen, en door de vier curatoren zelf. Adriaen Lock bevestigde als notaris dat alles correct was opgesteld.
Bekijk transcriptie 


De Luikse revolutionairen roepen burgers op om zich te verenigen en te vechten voor hun vrijheid en hun huizen. Er wordt een regeling gemaakt voor de verzameling, mars en bestemming van vrijwilligers uit steden en dorpen. Vrijwilligers uit verschillende gebieden moeten zich verzamelen op de volgende locaties: Vrijwilligers die niet weten bij welk district ze horen, kunnen naar de dichtstbijzijnde verzamelplaats gaan. Stadsvrijwilligers kunnen zich melden bij het dichtstbijzijnde districtshoofd. 20 afgevaardigden van de Staten (de lokale regering) zullen met instructies klaarstaan op 23 verzamelpunten. Zij geven het sein om in actie te komen en laten de vrijwilligers een eed van trouw afleggen. Niet alle districten hoeven tegelijk in actie te komen. Ieder district wacht op verdere instructies van de afgevaardigde of speciale orders. Elke stad of gemeente moet haar vrijwilligers voorzien van eten voor minimaal 3 dagen. Als het mogelijk is, moeten ze ook 2 of 3 ruiters met paarden sturen. De Staten zullen de vrijwilligers verder ondersteunen.
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Op 30 september 1666 verklaarde Johannes Oli, een openbare notaris in Amsterdam, voor de rechtbank van Holland het volgende: Johannes Oli handelde namens: Deze drie waren erfgenamen van de overleden Servaes Montenacq. Zij eisten van François Montenacq dat hij binnen 3 of 4 dagen een volledige financiële verantwoording (rekening, bewijsstukken en restbedrag) zou geven over zijn beheer van de nalatenschap van Servaes Montenacq. François had deze taak gekregen via een volmacht, maar had ondanks herhaalde verzoeken nog niets laten zien. De erfgenamen trokken de volmacht in en waarschuwden dat ze François via de rechter zouden dwingen als hij niet meewerkte. Ze zouden hem ook aansprakelijk stellen voor alle kosten, schade en rente die hierdoor ontstonden. Daarnaast wilden ze zo snel mogelijk de verdeling van de resterende bezittingen en geld van de nalatenschap regelen. François Montenacq vroeg om een kopie van dit verzoek en om een officiële akte hiervan. De verklaring werd opgesteld in Amsterdam, in aanwezigheid van de getuigen Chacles Vignor en Dirck Rendorp.
Bekijk transcriptie 


Geertruyt Cornelis bepaalt in haar testament wie haar bezittingen erft. Deze bezittingen zijn vrij en niet belast met schulden of andere verplichtingen. De erfenis wordt als volgt verdeeld: Daarnaast krijgt Meijchgen Cornelis, een dochter van Cornelis Jansz van Maurick, uit deze helft een bedrag van 200 als voorrecht (een soort voorrang op de erfenis). Geertruyt Cornelis stelt ook regels voor de verdeling als een erfgenaam zonder nakomelingen overlijdt: Geertruyt Cornelis verbiedt dat iemand de erfenis aanvecht op grond van wettelijke regels over verplichte erfporties (een vast minimum voor bepaalde erfgenamen). Tot slot benoemt zij:
Bekijk transcriptie 


Johan Carel de Leeuw, dijkgraaf in de Anna Paulownapolder (gemeente Wieringermeer), treedt op als toeziend voogd over de minderjarige kinderen Johanna Jacoba Zocher en Maria Elisabeth Kocher. Deze kinderen zijn geboren uit het huwelijk van hun vader Louis Paul Kocher en hun overleden moeder Wilhelmina Geertruida Santbergen. Omdat de belangen van de kinderen botsen met die van hun vader, is De Leeuw benoemd door de kantonrechter in Haarlem op 17 juni 1867. Johanna Jacoba Ratelband, getrouwd met Jan David Kocher (architect en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw) onder huwelijkse voorwaarden (zonder gemeenschap van goederen), staat haar man bij in deze akte. Hun huwelijk is gesloten op 22 maart 1849 voor notaris Pieter Mabé Junior in Haarlem. Albertus Perk, notaris in Hilversum en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, handelt namens James de Ryk (kunstschilder) en diens echtgenote Anna Catharina Machtilda van Delden. Zij zijn getrouwd zonder huwelijkse voorwaarden (in wettelijke gemeenschap van goederen) en wonen in Hilversum. De Ryk is tevens vader van de minderjarige Maria Ambrosina Geertruida de Ryk, wiens belangen hij behartigt. Anna Catharina Machtilda van Delden en Maria Ambrosina Geertruida de Ryk zijn de enige erfgenamen van de overleden kunstschilder Johannes de Waal Malefyt, die op 19 november 1851 in Hilversum kinderloos en zonder nabestaanden stierf. Van Delden erft twee derde van de nalatenschap, De Ryk (als minderjarige) een derde. Haar deel wordt beheerd door haar ouders tot haar meerderjarigheid, zoals bepaald in het testament van De Waal Malefyt uit 24 december 1850, opgemaakt bij notaris Aart Jacob Croll in Amsterdam en geregistreerd in Weesp op 28 november 1851. De akte vermeldt ook het overlijden van Hendrikje van der Horst, weduwe van Adriaan de Waal Malefyt Junior, die op 7 april 1849 in Haarlem kinderloos stierf.
Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


In 1676 overleed in Amsterdam de eerbare Guurtje Sons, weduwe van Pieter Aelbertse Noorman. Zij liet een onverdeelde erfenis achter, bestaande uit huisraad en inboedel (de rest was al eerder verdeeld door de erfgenamen). De erfgenamen waren: Later, in 1693, vond er een verdeling plaats van de nog niet verdeelde goederen. Hierbij waren betrokken: Maritje Jans van der Hart was de weduwe en erfgename van Jasper Cornelisse Stilte (die eerder was overleden). Zij vertegenwoordigde ook haar overleden kind, dat door Jasper Cornelisse Stilte was erkend. Hierdoor had zij recht op een vierde deel van de erfenis, bestaande uit 40 grote stukken, stuivers en penningen. Deze volmacht (vertegenwoordiging) was vastgelegd in een akte bij notaris Pieter Baas op 3 mei 1693.
Bekijk transcriptie 


Op 1 februari 1814 verscheen Gerrit Albas, een 32-jarige arbeider uit Westveen, bij notaris Jacobus Arnijk van Bergen in Ouder-Amstel. Albas was eerder in Zevenhoven ingeschreven voor de landmilitie (een soort loting voor militaire dienst) en had in Alphen aan den Rijn lotnummer 268 getrokken.

Ook Teunis Verweij, een boerenknecht uit De Warre (bij Ouderkerk aan de Amstel), was aanwezig. Hij had bij de loting op 7 januari 1814 in Ouderkerk nummer 19 getrokken.

Beide mannen spraken af om hun lotnummers te ruilen. Hierdoor zou Albas in dienst hoeven als vervanger (romplaçant) voor Verweij. Albas beloofde vanaf die dag als soldaat te zullen dienen, zo lang de overheid dat nodig vond.

Als tegenprestatie zou Verweij aan Albas in totaal 100 gulden betalen:

  • 25 gulden direct bij het tekenen van de akte (die Albas meteen ontving),
  • 75 gulden zodra Albas daadwerkelijk in actieve dienst werd gesteld.
Beide mannen beloofden zich aan de afspraak te houden en gaven hun woonadres op als officiële contactplek.

De akte werd opgesteld in Ouderkerk, in het huis van Pieter Kok (kasteelbewaarder) en zijn vrouw Tictie van Rooijen. Omdat Albas en Verweij niet konden schrijven, tekenden alleen de getuigen (Pieter Kok, Pater van Roogen) en de notaris.

De akte werd later, op 1 februari 1834, geregistreerd in Amsterdam. De notaris de Haan ontving hiervoor 1 gulden, 6 stuivers en 8 penningen (omgerekend ongeveer €0,52).

Bekijk transcriptie 


In haar testament benoemt de vrouw de volgende personen als haar enige erfgenamen, die alles gelijk verdelen:

Er is één voorwaarde: de erfgenamen moeten akkoord gaan met hoe Jacob van Vaerlem en Martina Montenac (weduwe van Francoijs Mons) de goederen van de overledene hebben beheerd en verdeeld. Ze moeten tevreden zijn met de staat en inventaris die deze twee aan hen presenteren. Als ze dat niet doen, verliezen ze hun erfdeel. Dat deel gaat dan naar degenen die wel akkoord gaan.

De vrouw bevestigt dat dit haar laatste wil is. Het document is opgesteld in Haarlem op onbekende datum (in document "binnen dese st. 355" genoemd), in aanwezigheid van de getuigen Pieter Soutman en Willem van Beveren. De notaris is Assuerus Beuns.

Bekijk transcriptie 


Bekijk transcriptie 


Op 18 maart 1735 verscheen Cornelis Ariense van der Meer (64 jaar) en Jan Willemse van der Hoeven (58 jaar), beide inwoners van Schiedam, voor notaris Jan van Lijken. Zij verklaarden op verzoek van:

dat zij Cornelis Ariensz van Duijn goed hadden gekend. Deze was in 1717 als jonge, ongehuwde soldaat in dienst getreden van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) bij de Kamer van Zeeland in Middelburg. Hij vertrok met het schip 't Vaderland naar Oost-Indië, waar hij later was overleden.

Volgens de getuigen had Cornelis Ariensz van Duijn de volgende familieleden achtergelaten:

Zij bevestigden dat Cornelis Ariensz van Duijn geen andere (half)broers, (half)zussen of nakomelingen had. Zijn ouders, Arij van Duijn en Trijntie Cornelis, waren al jaren eerder overleden en begraven in Schiedam.

De getuigen kenden de familie al jaren en waren bereid hun verklaring onder ede te bevestigen. Aanwezig als extra getuigen waren Jan Hooningh en Johannes Schuijnsteijn.

Bekijk transcriptie 


J. Geelvinck meldt in een brief vanaf 1 april 1711 uit Brussel dat er ongeveer 10.000 soldaten verdeeld worden over verschillende steden in de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België). De verdeling ziet er als volgt uit:
  • Luxemburg: het hele regiment van Saxen Gotha, twee grenadiercompagnieën van Murrai en een compagnie artilleristen.
  • Mons (Bergen): twee bataljons van Dlinze, zes eskadrons dragonders (bereden soldaten) van Sintignon en een detachement (groep) artilleristen.
  • Ath: een compagnie van D'Einse en een detachement artilleristen.
  • Brugge: twee bataljons van Vierset en een detachement artilleristen.
  • Gent: twee bataljons van Los Rios en een detachement artilleristen.
  • Oostende: een bataljon van Vierset en een detachement artilleristen.
  • Dendermonde: een bataljon van Los Rios, dat het bataljon van Ferrari vervangt. Dit laatste bataljon gaat naar Luxemburg om zich bij de rest van het regiment te voegen en vervolgens samen op mars (verplaatsing) te gaan.
  • Brussel: twee bataljons van Murrai, zes grenadiercompagnieën (twee van Los Rios, twee van D'Einse en twee van Vierset), een compagnie huzaren (lichte cavalerie), een eskadron dragonders van Sintignon en een detachement artilleristen.
  • Mechelen: de niet-uitgezonden artilleristen (in totaal 811 man).
  • Antwerpen: een bataljon van Murrai en een detachement artilleristen.
De veldbataljons, grenadiers, dragonders en artilleristen van de vijf genoemde regimenten hebben voorlopige orders gekregen om klaar te staan voor een mars. Of ze daadwerkelijk vertrekken, hangt af van hoeveel troepen keizer Karel VI (keizerlijk) en de koning (koninklijk) nodig achten voor hun plannen, die nog niet bekend zijn. Er gaan geruchten, zelfs onder het volk, dat Franse troepen deze gebieden zouden komen bezetten, omdat ze Oostende in de laatste oorlog verdedigd hadden. Geelvinck belooft nauwkeurig verslag te doen van alle troepenbewegingen in de regio en zal de Mint (de geadresseerde) hierover informeren. De brief is ondertekend in Brussel op 1 april 1711 en ontvangen op 14 april 1711.
Bekijk transcriptie 


Gouverneur John Murray gaf op 26 januari 1873 aan Brigadegeneraal Dene de opdracht om een vonnis uit te voeren in de kolonie Berbice. William Threlfall, plaatsvervangend vennootschapsbestuurder (tweede man) van de kolonie, diende een verzoek in. Hij eiste namens Peter Coner en een zekere kapitein betaling van een schuld van 567 gulden van J.A. Leisner en L.S. Gallen. Deze twee waren borg (garant) voor een lening. Threlfall wilde dat Leisner en Gallen als borgstelling betaalden, omdat zij volgens de wetten (officiële documenten) hiertoe verplicht waren. De schuldenaren hadden echter geen geld.
Bekijk transcriptie 


Op 5 november 1890 dienden Han Pielle Jannette en Willem Abraham Mulder, beiden werkzaam voor de firma Tiedeman en van Kerchem, een verzoek in bij de overheid in Batavia (nu Jakarta). Zij wilden graag een tijdelijke vergunning (voor 1 jaar en 6 maanden) voor het aanleggen en exploiteren van een hoofdspoorweg van:

  • De rechteroever van de rivier de Tjiliwoeng (nu Ciliwung),
  • via Meester Cornelis (nu Jatinegara), Oosnelio, Aseet,
  • naar Sangjong, Plok (met een aftakking naar de staatsspoorweg in Weltevreden (nu centraal Jakarta) en Harmoni).

De totale lengte van het traject zou 47,7 kilometer bedragen. De aanvragers boden 2000 gulden voor de vergunning.

De Resident van Buitenzorg (nu Bogor) bevestigde op 31 oktober 1890 dat Jannette en Mulder Nederlanders waren en in Nederlands-Indië woonden.

In de beoordeling van het verzoek werden een paar punten gemaakt:

  • Als de overheid deze vergunning verleende, zou de staat afzien van het zelf aanleggen van deze spoorlijn.
  • Het geven van de vergunning zou garanties bieden voor de plannen die de overheid had voor spoorlijnen rond Batavia en Buitenzorg.
  • Het afwijzen van de vergunning zou gelijkstaan aan het opgeven van een belangrijke kans, vooral omdat eerdere pogingen om een spoorwegmaatschappij op te zetten waren mislukt. Een afwijzing zou kunnen leiden tot het voortbestaan van een onhoudbare situatie.

De Resident vond dat er nog geen definitief besluit genomen kon worden, omdat de onderhandelingen met de aanvragers nog niet waren afgerond. Hij stelde voor om de uiteindelijke beslissing over te laten aan het Opperbestuur (de hoogste overheid in de kolonie). Wel adviseerde hij om de minister op de hoogte te brengen van het verzoek van de firma Tiedeman en van Kerchem, voor zover dat per telegram mogelijk was.

Bekijk transcriptie 


Op 18 maart 1595 verschenen voor een notaris in Haarlem twee mannen:

Zij verklaarden onder ede (maar zonder een echte eed af te leggen, alleen op hun eer en geweten) dat ze zich herinnerden dat Jan Jacobsz Volck op een dinsdag een huis had gehuurd. Dit huis was eigendom van fremyn Laurens ten Nys, die woonde in de Warmoesstraat. Het huis was eerder gekocht door Jacobsz Calck, een kalkverkoper. De huurperiode was 3 jaar, beginnend in mei 1595, en de huurprijs was 22 pond Vlaams per jaar. Deze verklaring werd opgetekend in het huis van Jan ter Letten op de Burchwal, in aanwezigheid van:

Op 29 maart 1595 verschenen voor dezelfde notaris:

Zij handelden namens Jonge Merre Maninxche, de erfgenamen van wylen Kenn. Symons (een overleden persoon) en diens moeder. Zij gaven Roen van Soutelande volmacht om namens hen op te treden bij de Hoge en Provinciale Raad in Holland. Deze volmacht was bedoeld om een rechtszaak te voeren tegen Baert Claesz Bierman en anderen, zowel in civiele zaken als bij de heren van de rechtbank. Roen van Soutelande mocht ook anderen aanstellen om hem te vervangen en alle nodige stappen ondernemen. Claes Jansz en Joost Cornelisz beloofden deze volmacht te bevestigen en te respecteren. De akte werd opgesteld in aanwezigheid van:

Bekijk transcriptie 


Op 4 december 1662 werd een officiële akte opgemaakt door een notaris in Haarlem, in aanwezigheid van twee getuigen:

Op verzoek van Andries Palinck bevestigden de getuigen onder ede dat:

  • Cilletgen, de vrouw van Rut Reynertsz Baker, op vrijdag (de dag voor de akte) had toegegeven dat zij:
    • de huishoudelijke spullen en kleding van de weduwe van Joos van Casel (die in haar kamer was overleden) door een tweedehandsverkoper had laten verkopen,
    • het geld had ontvangen en
    • een deel daarvan had gebruikt om schulden van de weduwe af te betalen.

Ook Fremijn Laurens, een 52-jarige zijdelakenkoopman, bevestigde op verzoek van Andries Palinck dat:

  • de tweedehandsverkoper, Lijsbeth Pieters, de dag ervoor bij hem thuis had bekend dat zij:
    • op verzoek van Rut Reynertsz Baker’s vrouw de spullen van de weduwe van Joos van Casel uit diens sterfkamer had gehaald,
    • de spullen op een veiling "op de Vlaamse wijze" (met opbod) aan verschillende mensen had verkocht en
    • daarvoor 15 stuivers had gekregen van Rut Reynertsz Baker’s vrouw, terwijl eigenlijk alleen 10 stuivers was afgesproken.

De getuigen beloofden hun verhaal later nogmaals te bevestigen als dat nodig was. De notaris, N. W. van Triers, maakte hiervan een officiële akte in zijn huis aan de Batterijstraat in Haarlem, met als extra getuigen:

De akte werd ondertekend door de notaris en de getuigen.

Bekijk transcriptie 



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/