Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Op
26 april 1907 gingen
Jozef Baten (metselaar) en
Cornelis Wit (timmerman), allebei wonend in
Haarlemmermeer, naar notaris
Carel Frederik Jan Heinsius in
Haarlemmermeer. Daar verklaarden ze het volgende:
- Baten verkocht een huis met erf en grond aan Wit. Het huis staat in de polder Haarlemmermeer, in het dorp Vijfhuizen bij Hoofddorp, aan een binnenweg. Het perceel is bekend als sectie C, nummer 2724, en is 390 m² groot.
- Baten had het huis gekocht via twee eerdere akten:
- Een deel via een officiële koopakte op 13 maart 1886 bij notaris Petrus Ledeboer in Aalsmeer, ingeschreven in Haarlem op 29 maart 1886.
- Een deel via een privé-akte op 18 december 1893, ingeschreven in Haarlem op 21 december 1893 en 27 december 1893.
- De verkoopprijs was 2000 gulden, met de volgende afspraken:
- Het huis en de grond gaan vanaf vandaag over naar Wit, inclusief alles wat eraan vastzit (zoals bomen, gebouwen) en alle rechten of plichten (bijvoorbeeld erfdienstbaarheden).
- Baten garandeert alleen dat hij de eigenaar is, maar niet meer. Eventuele problemen met het eigendom zijn voor risico van Wit – de prijs verandert niet en de koop gaat gewoon door.
- Wit krijgt meteen de huurinkomsten van het huis, maar moet zelf zorgen dat eventuele huurders vertrekken als dat nodig is. Baten hoeft niet te helpen met ontruiming.
- Vanaf 1 mei 1907 betaalt Wit alle belastingen en kosten voor het huis en de grond.
- Wit betaalt alle kosten voor de overdracht (zoals notaris- en inschrijfkosten).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5351774 / 173
- De bestuurders van Helmond (burgemeesters, wethouders en deken-magistraat) vroegen toestemming om een lening af te sluiten van 2000 gulden. Dit bedrag waren ze verschuldigd aan een zekere Agent Moerkercken. De zaak werd doorgestuurd naar de Raad van State voor advies.
- Matthijs Franke, consul (diplomatiek vertegenwoordiger) van de Republiek in Barbarije (Noord-Afrika) in de stad Salé, stuurde een verzoek met een overzicht van zijn uitgaven voor de staat: in totaal 12.455 gulden en 4 stuivers. Zijn verzoek en de rekening werden doorgestuurd naar de Raad van State en de Generaliteits Rekenkamer (financiële controle-instantie) om na te kijken, te controleren en goed te keuren volgens de regels van het land.
- Op 20 oktober werd een brief besproken van tijdelijke bestuurders, aangesteld door de Staten-Generaal (de hoogste bestuurders van de Republiek), die de nalatenschap van de overleden koning van Groot-Brittannië beheerden. Ze meldden dat de secretaris en griffier van de leenhof (een rechtbank voor leenrecht) van Leerdam was overleden. Zijn functies waren nu vrij. Ze stelden voor om Dirck Jansze Maurick aan te stellen als nieuwe secretaris en griffier, op voorwaarde dat hij 7000 gulden betaalde aan de schatkist van de overleden koning. Dit geld zou terugbetaald worden als Maurick ooit ontslagen zou worden door een toekomstige heer of graaf van Leerdam. De Staten-Generaal gingen akkoord met dit voorstel. Maurick moest wel beloven dat hij niets extra had betaald of beloofd om de baan te krijgen, en hij moest een eed afleggen.
- Op 24 oktober werd een andere brief besproken van dezelfde tijdelijke bestuurders. Ze meldden dat Antonij Brants, dijkgraaf van de poldergebieden Crauwelgors, Zonzeel, Vlassel, Kickvorsschen en omgeving (in de Baronie van Breda), was overleden. Zijn functie was nu vrij en er moest een nieuwe geschikte persoon worden aangesteld. De zaak werd op dezelfde manier afgehandeld als die van Maurick.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3377 / 0527
- Op 9 februari 1713 maakte Magdalena van Daalen, een weduwe uit Haarlem, een testament bij notaris Cornelis Baart. Dit testament werd later bevestigd.
- De erfgenamen en uitvoerders van het testament van Magdalena van Daalen hebben de volgende legaten (erfenissen) uitgekeerd:
- Op 15 december 1716 ontving Hendrik Nieuwkerk een bedrag van 300 gulden, zoals vastgelegd in het testament.
- Op 6 januari 1717 ontvingen de voogden Gysbert van Leeuwen, Barent Nieuwhoff en Johannes Godems (die de kinderen van Gysbert van Leeuwe en Maria van Heuckelom vertegenwoordigden) een legaat van 4000 gulden. Dit bedrag bestond uit:
- Vier obligaties (schuldbrieven) van elk 1000 gulden, uitgegeven door het Gemeeneland van Holland en West-Friesland, met een waarde van 930 gulden per stuk (nummer 8, 9, 10 en 11).
- Nog openstaande rente over deze obligaties van 5 april tot 1 november 1716, in totaal 86 gulden en 12 stuivers, tegen een rentepercentage van 3,5%.
- Een extra bedrag van 193 gulden en 8 stuivers in contant geld om het totaal op 4000 gulden te brengen.
- De ontvangers verklaarden dat ze tevreden waren met de uitkering en beloofden de erfgenamen en uitvoerders van het testament niet verder aansprakelijk te stellen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5843018 / 845
- Op 2 februari 1635 verscheen Ghrietje Jacobs, een vrouw van ongeveer 39 jaar en echtgenote van Jan Thuenisz, bij notaris Cornelis de Ghijp.
- Zij verklaarde, namens Jacob Meeusz van Sanen en in aanwezigheid van Jan van Ede als getuige, het volgende:
- Ongeveer 3 jaar eerder had Aaltjen Eghberts, weduwe en erfgename van Andries Dirksz van Sanen, aan Jacob Meeusz van Sanen een stuk land geschonken.
- Dit land lag in Amsterdam, aan het einde van de Brouwersgracht bij de Haarlemmerpoort.
- De schenking was een beloning voor de vele diensten en moeite die Jacob Meeusz van Sanen voor haar had verricht.
- Naast het land gaf Aaltjen Eghberts ook alle openstaande rekeningen, vorderingen en claims door die zij had op Anthoni Getjens, toenmalig burgemeester, en anderen.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1936990 / 44
Op 3 december 1716 werd een bedrag van 600 gulden door Frans Montenacq gegeven. Dit werd vastgelegd door Mick van Duck in aanwezigheid van Antje de Binnen, Gijsbert van Leeuwen, Barom Nieuwhoff en Johannes Goderus. Ieder van hen kreeg een deel van 150 gulden.
Gijsbert van Leeuwen, Barent Nieuishoff en Johannes Goderus, als voogden over de kinderen van Tanneke Montenacq (wonend in Nieuw Jorck), bevestigden op 6 januari 1717 in Haarlem dat zij 1200 gulden hadden ontvangen. Dit geld was door Frans Montenacq nagelaten aan de kinderen van Janneke Montenacq.
Dezelfde voogden bevestigden ook dat zij een erfenis van 1600 gulden hadden ontvangen voor de kinderen van Lysbeth Vereecke. Dit bedrag bestond uit:
- een obligatie (schuldbrief) van 500 gulden van het Gemeene Land van Holland en West-Vriesland, op naam van Hendrik Leven, met een waarde van 435 gulden en achterstallige rente van 13 gulden en 3 stuivers.
- een obligatie van 1000 gulden, op naam van David Beurs, met een waarde van 880 gulden.
- een aanvullend bedrag van 264 gulden en 5 stuivers in contant geld.
Op 8 januari 1717 bevestigden dezelfde voogden dat Frans Montenacq van Leeuwe en Magdalena van Leeuwe elk 150 gulden hadden ontvangen. Dit bedrag kwam van een obligatie van 300 gulden op naam van Sara Franse, met een waarde van 261 gulden, plus achterstallige rente en een aanvullend bedrag van 36 gulden en 6 stuivers.
Op 6 januari 1712 bevestigden dezelfde voogden dat Johannes Nieuwhoff 200 gulden had ontvangen van Frans Montenacq.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5843018 / 844
Eduardo Pels, een notaris in
Amsterdam, legde op
27 maart 1640 twee afspraken vast:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1936804 / 54
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 11983701 / 20
Arnoudt Montenack, een koopman uit
Haarlem, verklaarde op
10 juli 1668 voor notaris
Wittensteijn dat hij zijn broer
St. Jacob Montenack machtigde om namens hem een bedrag van 88 gulden en 7 stuivers te innnen van
Isaack Mendes de Crasto. Dit geld was verschuldigd voor geleverde goederen, volgens een rekening die
Arnoudt aan zijn broer had gegeven.
Jacob mocht, als
De Crasto niet betaalde:
- een rechtszaak beginnen (zowel eisen als verdedigen),
- in hoger beroep gaan,
- kwitanties (bewijzen van betaling) ontvangen,
- De Crasto vrijwaren van verdere claims.
Arnoudt beloofde dat deze volmacht geldig was, alsof hij zelf aanwezig was. De akte werd opgesteld in een herberg in
Haarlem, met
Ludelt Bistens als getuige.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975061 / 7
Adriaen Lock, een notaris, schreef op
23 november 1650 een document op in
Amsterdam. Hierin stonden de namen van vier mannen die optraden als beheerders (curatoren) van de erfenis van
Manuel en
Alfonso de Tovar:
Deze vier mannen gaven
Honoré de Jonge, die in
Haarlem woonde, de officiële machtiging om namens hen op te treden.
Honoré de Jonge mocht:
- een eerdere rechterlijke beslissing (arrest) uitvoeren over een lading tarwe. Deze tarwe was door de gebroeders Tovar naar Honoré de Jonge gestuurd om te verkopen voor hun rekening;
- het geld dat Honoré de Jonge al had ontvangen (of nog zou ontvangen) van de verkochte tarwe, innemen;
- indien nodig, opnieuw beslag leggen op de tarwe, zowel bij Honoré de Jonge als bij anderen;
- voor alle nodige rechtbanken verschijnen om de zaak te verdedigen;
- het beslagleggen op geld dat nog ontvangen moest worden;
- namens de erfenis optreden in rechtszaken, zowel als eiser als als verdediger;
- alles doen wat de beheerders zelf ook zouden kunnen doen als ze erbij waren.
Het document werd ondertekend door de getuigen
Pr. van Buijtene en
Jan van Wijningen, en door de vier curatoren zelf.
Adriaen Lock bevestigde als notaris dat alles correct was opgesteld.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 965471 / 111
De Luikse revolutionairen roepen burgers op om zich te verenigen en te vechten voor hun vrijheid en hun huizen. Er wordt een regeling gemaakt voor de verzameling, mars en bestemming van vrijwilligers uit steden en dorpen.
Vrijwilligers uit verschillende gebieden moeten zich verzamelen op de volgende locaties:
- Hesbaye en Montenach:
- 1e district: Bassenge
- 2e district: Noumalle
- 3e district: Prustem
- 4e district: Gingelom
- 5e district: Hannut
- Moha, Condroz en Amont:
- 1e district: Vaux
- 2e district: Vinmont
- 3e district: Les Fraineux
- 4e district: Havelange
- 5e district: Custinne
- Tussen Sambre en Meuse (gebied van Florennes):
- 1e district: Mettet
- 2e district: Montigny-le-Tilleul en Le Tilleul
- 3e district: Gosée
- 4e district: Villers-deux-Églises
- 5e district: Romerée
- Franchimont en Outremeuse:
- 1e district: Theux
- 2e district (inclusief Herstal): Barrière du Crompté bij Fléron
- Looz en Stockhem:
- 1e district: Overpelt
- 2e district: Neerpelt
- 3e district: Koersel
- 4e district: Eksaarde (mogelijk Opeteren)
- 5e district: Munsterbilzen
- 6e district: Kerniel
Vrijwilligers die niet weten bij welk district ze horen, kunnen naar de dichtstbijzijnde verzamelplaats gaan. Stadsvrijwilligers kunnen zich melden bij het dichtstbijzijnde districtshoofd.
20 afgevaardigden van de Staten (de lokale regering) zullen met instructies klaarstaan op 23 verzamelpunten. Zij geven het sein om in actie te komen en laten de vrijwilligers een eed van trouw afleggen.
Niet alle districten hoeven tegelijk in actie te komen. Ieder district wacht op verdere instructies van de afgevaardigde of speciale orders. Elke stad of gemeente moet haar vrijwilligers voorzien van eten voor minimaal 3 dagen. Als het mogelijk is, moeten ze ook 2 of 3 ruiters met paarden sturen.
De Staten zullen de vrijwilligers verder ondersteunen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3650 / 0417
-
Op 16 november 1944 trouwden in Amsterdam:
De moeder van de bruidegom en de ouders van de bruid gaven toestemming. De vader van de bruidegom gaf schriftelijk toestemming. Het huwelijk werd aangekondigd in Amsterdam en Haarlem zonder bezwaar.
-
Op 16 november 1944 trouwden in Amsterdam:
De ouders van de bruid gaven toestemming. Het huwelijk werd aangekondigd in Amsterdam zonder bezwaar.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2377329 / 37
Op
30 september 1666 verklaarde
Johannes Oli, een openbare notaris in
Amsterdam, voor de rechtbank van
Holland het volgende:
Johannes Oli handelde namens:
Deze drie waren erfgenamen van de overleden
Servaes Montenacq. Zij eisten van
François Montenacq dat hij binnen 3 of 4 dagen een volledige financiële verantwoording (rekening, bewijsstukken en restbedrag) zou geven over zijn beheer van de nalatenschap van
Servaes Montenacq.
François had deze taak gekregen via een volmacht, maar had ondanks herhaalde verzoeken nog niets laten zien.
De erfgenamen trokken de volmacht in en waarschuwden dat ze
François via de rechter zouden dwingen als hij niet meewerkte. Ze zouden hem ook aansprakelijk stellen voor alle kosten, schade en rente die hierdoor ontstonden. Daarnaast wilden ze zo snel mogelijk de verdeling van de resterende bezittingen en geld van de nalatenschap regelen.
François Montenacq vroeg om een kopie van dit verzoek en om een officiële akte hiervan. De verklaring werd opgesteld in
Amsterdam, in aanwezigheid van de getuigen
Chacles Vignor en
Dirck Rendorp.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1937203 / 290
Geertruyt Cornelis bepaalt in haar testament wie haar bezittingen erft. Deze bezittingen zijn vrij en niet belast met schulden of andere verplichtingen.
De erfenis wordt als volgt verdeeld:
Daarnaast krijgt
Meijchgen Cornelis, een dochter van
Cornelis Jansz van Maurick, uit deze helft een bedrag van
200 als
voorrecht (een soort voorrang op de erfenis).
Geertruyt Cornelis stelt ook regels voor de verdeling als een erfgenaam zonder nakomelingen overlijdt:
- De bezittingen gaan dan naar de overgebleven erfgenamen binnen dezelfde familietak.
- Als de laatste erfgenaam van een tak sterft, gaan de goederen naar de andere familietak.
- Als er helemaal geen nakomelingen meer zijn, gaat de erfenis naar de dichtstbloedende familieleden van de overleden personen.
Geertruyt Cornelis verbiedt dat iemand de erfenis aanvecht op grond van wettelijke regels over
verplichte erfporties (een vast minimum voor bepaalde erfgenamen).
Tot slot benoemt zij:
- Dirck Anthonisz van Broeckhuysen, haar man, als uitvoerder (degene die het testament uitvoert).
- Hij mag iemand anders aanwijzen om hem te helpen of vervangen.
- Zij vraagt Andries van Rijck (waarschijnlijk een rechtsfunctionaris) om toezicht te houden op de uitvoering.
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 6507148 / 616
Johan Carel de Leeuw, dijkgraaf in de
Anna Paulownapolder (gemeente
Wieringermeer), treedt op als
toeziend voogd over de minderjarige kinderen
Johanna Jacoba Zocher en
Maria Elisabeth Kocher. Deze kinderen zijn geboren uit het huwelijk van hun vader
Louis Paul Kocher en hun overleden moeder
Wilhelmina Geertruida Santbergen. Omdat de belangen van de kinderen botsen met die van hun vader, is
De Leeuw benoemd door de kantonrechter in
Haarlem op
17 juni 1867.
Johanna Jacoba Ratelband, getrouwd met
Jan David Kocher (architect en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw) onder
huwelijkse voorwaarden (zonder gemeenschap van goederen), staat haar man bij in deze akte. Hun huwelijk is gesloten op
22 maart 1849 voor notaris
Pieter Mabé Junior in
Haarlem.
Albertus Perk, notaris in
Hilversum en Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, handelt namens
James de Ryk (kunstschilder) en diens echtgenote
Anna Catharina Machtilda van Delden. Zij zijn getrouwd
zonder huwelijkse voorwaarden (in wettelijke gemeenschap van goederen) en wonen in
Hilversum.
De Ryk is tevens vader van de minderjarige
Maria Ambrosina Geertruida de Ryk, wiens belangen hij behartigt.
Anna Catharina Machtilda van Delden en
Maria Ambrosina Geertruida de Ryk zijn de
enige erfgenamen van de overleden kunstschilder
Johannes de Waal Malefyt, die op
19 november 1851 in
Hilversum kinderloos en zonder nabestaanden stierf.
Van Delden erft
twee derde van de nalatenschap,
De Ryk (als minderjarige)
een derde. Haar deel wordt beheerd door haar ouders tot haar meerderjarigheid, zoals bepaald in het
testament van
De Waal Malefyt uit
24 december 1850, opgemaakt bij notaris
Aart Jacob Croll in
Amsterdam en geregistreerd in
Weesp op
28 november 1851.
De akte vermeldt ook het overlijden van
Hendrikje van der Horst, weduwe van
Adriaan de Waal Malefyt Junior, die op
7 april 1849 in
Haarlem kinderloos stierf.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 6701549 / 253
- Op de Voorburgwal (Nieuwe Zijde, Amsterdam) waren tussen de huisnummers 120 en 334 in de jaren 1920-1930 veel bedrijven, organisaties en verenigingen gevestigd. Hier een overzicht per adres:
- 120-126: Instituut voor Commerciële Documentatie, Canditex (N.V.), Hinders-Agency, Erkel (N.V.), American Publications, Fanfold Continental Office, Louis Fles, W.L. Cohen, Conimex (Naaml. Venn.), N.V. Maatschappij voor Uurwerk-Industrie, Uitgeverij Candida, Internationale Federatie van Bonden voor Import en Groothandel in Levensmiddelen (I.F.I.W.A.), E.R. Falk, H. Prent, Continentale Leder Comp. (Caleco, Naaml. Venn.), Enkev. (N.V.), G. Henckel, Jacq. Kuijper & Binger, Gez. Borst, Br. Joel Beer, Nederlandse Bond van Grossiers in Margarine (N.E.G.I.M.), Nederlandse Grossiersbond, Nederlandse Suikerbond, Vereeniging van Nederlandse Koffiebranders, N.V. Nievak, Rijks-Telefoondistrict Amsterdam, Commissaris voor het Loodswezen, P. Teenstra Jr., Eerste Nederlandse Kunsthaarspinnerij "Edam-Volendam" (N.V.), Vox Eiophone Cy., Handelsvereeniging (v/h Reiss & Co.), Kehrer & Zoon, N.V. Cement-Unie, Belgisch Cement Bureau (N.V.).
- 130: Vereeniging van Nederlandse Gezagvoerders en Stuurlieden ter Koopvaardij, Paul Judell & Beutier, Joh. J. Beutier, Neptunus (Naaml. Venn.), J.E.M. Kramers, J. Zoetelief, A.J. Kreeft, Dagblad "Scheepvaart", M. Wijt & Zonen, N.V. Suikerkantoor, Koenraad van Andel, J.F. Romer Jr., S.J. van Limburg Stirum, Zeevaartkundig Tijdschrift "De Zee", N.V. Londense Continentale Export Maatschappij (Lonconex).
- 132: Bestelhuis "Noviomagum", Bartels & van Nie., Huistelefoon Alg. Telefoon Maatschappij (v/h Ribbink van Bork & Co.).
- 134: H. Bührman Sr., Centraal Bodehuis.
- 136: O. Bunjes en Zoon, Eerste Nederlandse Figurenen Letter-Industrie.
- 138: Wilh. C. Block.
- 140: Stoombootonderneming H. Janssen, Amsterdam-Limburg Expresse, Hartog Cohen, De Amstelgids (weekblad), Gooische Editie (weekblad), Amsterdam-Oost (weekblad), Amsterdam-West (weekblad), De Voorstad (weekblad), De Nieuwe Diemer Courant, De Schinkelbode (weekblad).
- 144: J. Sas.
- 146: N.V. J. Friederichs' Fourniturenhandel, J.M.C. Friederichs.
- 148: Jul. Vos, Firma F. Hahn.
- 150: N.V. Handelsvereeniging "Holland".
- 152: Goederenhandel (v/h H.B. de Leeuw, Naaml. Venn.), V.F.A.V. (Van Fabriek aan Verbruiker).
- 154: Max Bloch.
- 156: Fa. W.J. Boeser, J.H. van der Andel Jr., Fa. Johs. van der Andel (v/h van der Andel & Praetorius).
- 158: Hamburg-Bremer Brandverzekerings-Maatschappij (opgericht in 1854), Mijnarends & de Rooij, Brand- och Lifförsakings Aktiebolag "Svea" (opgericht in 1867), Nord-Deutsche Verzekerings Ges. in Hamburg, Jacobus Remmers, Basler Verzekeringsmaatschappij tegen Brandschade (opgericht in 1863), Caledonian Insurance Company (opgericht in 1805), A.F. Bonsée, Inkoopvereniging "G.I.M.A.".
- 160: Boeken Steendrukken en Kantoorboekenfabriek (v/h Johannes Jesse, Naaml. Venn.), Vereeniging "Justus van Maurik" (secretariaat).
- 162-170: Handelsvereeniging "Amsterdam".
- 172: D. Ederzeel, Th.C. Sluitman.
- 176: J. Hofler.
- 178-180: N.V. Bierhuis "De Port van Cleve" (v/h Gebrs. Hulscher).
- 182-210: Postkantoor, Bureau Rijks Postspaarbank, Rijks-Telegraaf.
- 226: Rijks-Postkantoor (Geldkantoor), Postcheque- en Girodienst, Ontvanger der Directe Belastingen en van Successie, Registratie en Domeinen, Inspectie der Directe Belastingen, Inspectie der Directe Belastingen (Afd. Personeele Belasting).
- 228: W. Wierink, Bakker & Röpcke.
- 230-232: Centraal Advertentie Bureau Max R. Nunes (N.V.), Centraal Uitgevers-Bureau, Weekblad "De Dameskroniek", Reis & Theaterbureau "W.A.C.O." (N.V.).
- 234: N.V. Uitgeversmaatschappij "De Jeugd", "Doe Mee", Weekblad voor Jong en Oud.
- 234-240: Bureau Algemeen Handelsblad, Keizerrijk.
- 242: A.P. Scheltema, Ricardo's Adv.-Bureau, J.C. Vermeulen, Bijblad Haagsche Post.
- 244: A.P. Scheltema.
- 248: M.H.P. Terpoorten, A.J. Faber, Swart-Terpoorten, Mevr. E. Korner.
- 250: Engers & Faber, C. Hazelhoff, Wegener's Couranten Concern, Weekblad "Overtoom & Omgeving", Weekblad "De Indische Buurt", Weekblad "Het Amstelkwartier", Weekblad "Het Olympiakwartier", Weekblad "Amsterdamsche City", Weekblad "Haarlemmerpoort", Weekblad "Oud-Sloten", Weekblad "De Jordaan", Weekblad "Plan West", Weekblad "Transvaalbode", Weekblad "Ooster-kwartier", Weekblad "Sarphatikwartier", Weekblad "Bilderdijkkwartier".
- 252: Maatschappij "tot Nut van 't Algemeen", Afd. Kinderleeszalen en Inlichtingenbureau.
- 254: Automobiel- en Taxibedrijf (v/h W.G. Korthof, F.E. Steijn), J.W. Merkelbach.
- 256: F. Tas, W. Beets, G. Saan.
- 258: A. Heddes-Duijts.
- 260: Valentin Muller, K. Muller.
- 262: The British Oak Ins. Cy. Ltd., L'Union Maatschappij voor Levensverzekering, Firma van Weeren & de Nagtegaal, L. van Weeren, H.J. de Nagtegaal, The Federated Employers' Insurance Association Ltd., Geïllustreerd Weekblad "De Stad Amsterdam", Weekblad "Ons Land Panorama", L. Rubens, P. Steinz.
- 264: Vereeniging van Assuradeuren te Amsterdam (secretariaat), Vereeniging van ter Amsterdamse Beurze vertegenwoordigde Brandassuradeuren, Amsterdamse Commissie voor het Engelse Brandtarief voor Industriële Risico's in Holland, Vereeniging van Brandverzekeringsmaatschappijen die in Holland Nederlands-Indische zaken accepteren, Commissie tot Verbetering van het Transportverzekeringsbedrijf te Amsterdam, Combinatie voor de Verzekering van Goederen in Pakhuizen te Amsterdam en Rotterdam, Mr. C. Scheltema.
- 266: N.V. Fourniturenhandel (v/h Faddegon & Krook), N.J. Krook, Firma G. van Wees & Weiss.
- 268: Wed. T. Berkemeijer, Mej. J.M.H. Engels.
- 270: B. Brandenburg.
- 272: Alex Buijs, Wed. A. Buijs-Zimmerman.
- 274: N.V. "Citax", Firma Prodi, Bondsgebouw voor Nationaal Jongeren.
- 276: "De Manufacturier" (Vakblad voor Manufacturen), N.V. Reclamefilm Bedrijf, Maandblad "Favoriet".
- 278-280: Reuter's Limited (afd. Nederland), N.V. Alg. Advertentie Bureau, A. de la Mar Azn., Nederlands Telegraaf Agentschap, Europeesche Verreschrijver Maatschappij, C. Schik, "De Indische Post" (Onafhankelijk Weekblad voor Nederlands-Indië), Maandblad "Meer Baet", "Publiciteit" (Naaml. Venn.), N.V. Reclamebureau tot Exploitatie van Aanplakborden "R.E.M.A.C.O.", Remaco's Filmbedrijf (Naaml. Venn.), N.V. Remaco's Etalage Bedrijf.
- 282: A.M. Buchter.
- 284: Mevr. G.H. de Groot-Lauman, C.H.M. de Groot-Blank, A.H. de Groot, J.S. de Groot, W.G. de Groot.
- 286: O. Reisiger Jr..
- 288: S.F. van Vugt.
- 290: Nederlandse Technische Industrie "E.N.O.T." (Naaml. Venn.), Mej. R. Damen, Weekblad "De Hond", T.R. Godschalk.
- 292: Comm. Venn. J. Dijst's Handelsvereniging, Multigraph Company.
- 294: R. Borna, N.V. Behangersfournituren Maatschappij, J. Opten.
- 298: Alta's Advertentie Bureau (Naaml. Venn.), Deutschmann & Roelants, I.J. Drilsma, A. Bijleveld, Langereis & Salomons, M.J. van der Werf, Sidox Waspoeder Verkoop Centrale.
- 300: D.W. Hinse, van Dillen's Publiciteits Bureau, J.G. Allebé, Persdienst "Fotovaria", S. Vaz Dias.
- 308: Cigarettenfabriek J. van Kerckhof (Naaml. Venn.).
- 312: N.V. de Centrale Warenmagazijnen.
- 314: N.V. Nopol Handelsonderneming.
- 316: C.W. Smit, Matthijs Gaasenbeek, G.F. van Maanen, J. van der Busse, J.P.M. Hauser, J.G.C. Vogelezang, Handelsvennootschap voor Opslag en Import van Petroleumproducten "Petrotank".
- 318: H.E. Reurhoff, Likeurstokerij, Distilleerden en Wijnhandel "De Arend" (opgericht in 1791), Gust. A.L. Boissevain, Administratie-Bureau "Pronto", Mevr. J. Schmitz-Smitskaar, Adv.-Bur. "Agidus", "Abica" (Algemene Bevolkings-Inlichtingen Courant van Amsterdam), Nederlandse Pensioenhoudersbond (Afd. Amsterdam), L.W. Leijns, van Ormondt & van Senden, Richard & Co., "Herbo" Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende Goederen, Hotels en Café-Restaurants, Max R. Bruck, Advertentie Bureau "De Adelaar", R. Katz, P. Ehrenberg, W.N.J. van Doornik, "Nelta" (Naaml. Venn.), Boissevain & Stolk, Schwabach & Comp., Emaillefabriek "Langcat".
- 320-322: W.H. van Staa, J.W.H. van Staa & Zoon.
- 322: L. Assenbroek, J. Sikking.
- 324: Drukkerij "Plantin" (Naaml. Venn.).
- 326: O. Suurenbroek, J. Kalb.
- 326-328: Wallich & Matthes, Firma Tiedeman & van Kerchem, Cultuur Mij. "Goenoeng Anaga" (N.V.), Cultuur Mij. "Pasir Karet" (N.V.), Cultuur Mij. "Sindang Sari" (N.V.), Cultuur Mij. "Waringin" (N.V.), Rubber Cultuur Mij. "Andjasmoro" (N.V.), Rubber Cultuur Mij. "Hambalang" (N.V.), Rubber Cultuur Mij. "Kawoeng" (N.V.), S.W. Zeverijn, J. Joh. Mons, Comm. Venn. Commissiehandel (v/h D. Schumacher), N.V. Pallas Uitgevers Maatschappij, H.G. Jurriaans, Meekhof en Jurriaans.
- 330: J. & P. Cuypers, Cuypers & Six, G. Schutte, Handel Maatschappij "Linfan" (Naaml. Venn.), Seymour-Sheldon Comp., N.V. Handelmaatschappij "Sterna", Handel Maatschappij de Vries, Fikkert en de Beurs.
- 332: C. Kahmann.
- 334: Noord Hollandsche Kolenhandel, Algemene Brandstoffenhandel "Amsterdam" (Naaml. Venn., afdeling Detail).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 3677060 / 1164
In
1676 overleed in
Amsterdam de eerbare
Guurtje Sons, weduwe van
Pieter Aelbertse Noorman. Zij liet een onverdeelde erfenis achter, bestaande uit huisraad en inboedel (de rest was al eerder verdeeld door de erfgenamen). De erfgenamen waren:
Later, in
1693, vond er een verdeling plaats van de nog niet verdeelde goederen. Hierbij waren betrokken:
Maritje Jans van der Hart was de weduwe en erfgename van
Jasper Cornelisse Stilte (die eerder was overleden). Zij vertegenwoordigde ook haar overleden kind, dat door
Jasper Cornelisse Stilte was erkend. Hierdoor had zij recht op een vierde deel van de erfenis, bestaande uit 40 grote stukken, stuivers en penningen.
Deze volmacht (vertegenwoordiging) was vastgelegd in een akte bij notaris
Pieter Baas op
3 mei 1693.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5842950 / 356
Op 1 februari 1814 verscheen Gerrit Albas, een 32-jarige arbeider uit Westveen, bij notaris Jacobus Arnijk van Bergen in Ouder-Amstel. Albas was eerder in Zevenhoven ingeschreven voor de landmilitie (een soort loting voor militaire dienst) en had in Alphen aan den Rijn lotnummer 268 getrokken.
Ook Teunis Verweij, een boerenknecht uit De Warre (bij Ouderkerk aan de Amstel), was aanwezig. Hij had bij de loting op 7 januari 1814 in Ouderkerk nummer 19 getrokken.
Beide mannen spraken af om hun lotnummers te ruilen. Hierdoor zou Albas in dienst hoeven als vervanger (romplaçant) voor Verweij. Albas beloofde vanaf die dag als soldaat te zullen dienen, zo lang de overheid dat nodig vond.
Als tegenprestatie zou Verweij aan Albas in totaal 100 gulden betalen:
- 25 gulden direct bij het tekenen van de akte (die Albas meteen ontving),
- 75 gulden zodra Albas daadwerkelijk in actieve dienst werd gesteld.
Beide mannen beloofden zich aan de afspraak te houden en gaven hun woonadres op als officiële contactplek.
De akte werd opgesteld in Ouderkerk, in het huis van Pieter Kok (kasteelbewaarder) en zijn vrouw Tictie van Rooijen. Omdat Albas en Verweij niet konden schrijven, tekenden alleen de getuigen (Pieter Kok, Pater van Roogen) en de notaris.
De akte werd later, op 1 februari 1834, geregistreerd in Amsterdam. De notaris de Haan ontving hiervoor 1 gulden, 6 stuivers en 8 penningen (omgerekend ongeveer €0,52).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5307737 / 15
In haar testament benoemt de vrouw de volgende personen als haar enige erfgenamen, die alles gelijk verdelen:
Er is één voorwaarde: de erfgenamen moeten akkoord gaan met hoe Jacob van Vaerlem en Martina Montenac (weduwe van Francoijs Mons) de goederen van de overledene hebben beheerd en verdeeld. Ze moeten tevreden zijn met de staat en inventaris die deze twee aan hen presenteren. Als ze dat niet doen, verliezen ze hun erfdeel. Dat deel gaat dan naar degenen die wel akkoord gaan.
De vrouw bevestigt dat dit haar laatste wil is. Het document is opgesteld in Haarlem op onbekende datum (in document "binnen dese st. 355" genoemd), in aanwezigheid van de getuigen Pieter Soutman en Willem van Beveren. De notaris is Assuerus Beuns.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5842950 / 355
- Op 11 april 1691 kwamen de volgende personen bij notaris Maerten Rouwenhove in Schiedam:
- Zij waren allemaal erfgenamen van Lucas Jansz Jonge Jan, die in Peruis woonde en overleden was.
- De erfgenamen hadden de erfenis (goederen en bezittingen) van Lucas Jansz eerlijk en in goede harmonie verdeeld.
- Bij de verdeling kreeg Jan Lucassz en de familie van Stoffel Lucasz:
- Een stuk land van 200 roeden in Outgers, grenst aan:
- Een ander stuk land in Outgers, grenst aan:
- Jan Cornelisz Duijn en Pieter Claesz van Crimpen ontvingen 50 gulden bij deze verdeling.
- Pieter Claesz kreeg ook:
- Een stuk land van 44 roeden in Roosand, grenst aan:
- Een boomgaard in Nieuw-Herins, grenst aan:
- De erfgenamen beloofden dat ze elkaars land als eigen bezit zouden respecteren, zonder verdere claims.
- Als ze dit niet deden, konden hun persoonlijke bezittingen (zoals huizen en spullen) als boete worden ingenomen.
- De akte werd ondertekend in het kantoor van de notaris, met Wouter Meijers (wijnverkoper) en Otto Wert (klerk en burger van Schiedam) als getuigen.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1528463 / 95
Op 18 maart 1735 verscheen Cornelis Ariense van der Meer (64 jaar) en Jan Willemse van der Hoeven (58 jaar), beide inwoners van Schiedam, voor notaris Jan van Lijken. Zij verklaarden op verzoek van:
- Mees van Duijn (woonde in Schiedam),
- Jacob van Duijn (woonde buiten Delft),
- Arij van Duijn (woonde in Schiedam),
- Petronella van Duijn (getrouwd met Joost van der Beek, woonde in Wateringen),
- Catharina van Duijn (getrouwd met Eckbert Kof, woonde in Rotterdam),
- Anna van Duijn (getrouwd met Jacobus van Banken, woonde in Rotterdam),
- Martijntie Stolch (woonde in Schiedam),
dat zij Cornelis Ariensz van Duijn goed hadden gekend. Deze was in 1717 als jonge, ongehuwde soldaat in dienst getreden van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) bij de Kamer van Zeeland in Middelburg. Hij vertrok met het schip 't Vaderland naar Oost-Indië, waar hij later was overleden.
Volgens de getuigen had Cornelis Ariensz van Duijn de volgende familieleden achtergelaten:
Zij bevestigden dat Cornelis Ariensz van Duijn geen andere (half)broers, (half)zussen of nakomelingen had. Zijn ouders, Arij van Duijn en Trijntie Cornelis, waren al jaren eerder overleden en begraven in Schiedam.
De getuigen kenden de familie al jaren en waren bereid hun verklaring onder ede te bevestigen. Aanwezig als extra getuigen waren Jan Hooningh en Johannes Schuijnsteijn.
Bekijk transcriptie NL-SdmGA / 1526209 / 222
J. Geelvinck meldt in een brief vanaf
1 april 1711 uit
Brussel dat er ongeveer 10.000 soldaten verdeeld worden over verschillende steden in de Zuidelijke Nederlanden (het huidige België). De verdeling ziet er als volgt uit:
- Luxemburg: het hele regiment van Saxen Gotha, twee grenadiercompagnieën van Murrai en een compagnie artilleristen.
- Mons (Bergen): twee bataljons van Dlinze, zes eskadrons dragonders (bereden soldaten) van Sintignon en een detachement (groep) artilleristen.
- Ath: een compagnie van D'Einse en een detachement artilleristen.
- Brugge: twee bataljons van Vierset en een detachement artilleristen.
- Gent: twee bataljons van Los Rios en een detachement artilleristen.
- Oostende: een bataljon van Vierset en een detachement artilleristen.
- Dendermonde: een bataljon van Los Rios, dat het bataljon van Ferrari vervangt. Dit laatste bataljon gaat naar Luxemburg om zich bij de rest van het regiment te voegen en vervolgens samen op mars (verplaatsing) te gaan.
- Brussel: twee bataljons van Murrai, zes grenadiercompagnieën (twee van Los Rios, twee van D'Einse en twee van Vierset), een compagnie huzaren (lichte cavalerie), een eskadron dragonders van Sintignon en een detachement artilleristen.
- Mechelen: de niet-uitgezonden artilleristen (in totaal 811 man).
- Antwerpen: een bataljon van Murrai en een detachement artilleristen.
De veldbataljons, grenadiers, dragonders en artilleristen van de vijf genoemde regimenten hebben voorlopige orders gekregen om klaar te staan voor een mars. Of ze daadwerkelijk vertrekken, hangt af van hoeveel troepen keizer
Karel VI (keizerlijk) en de koning (koninklijk) nodig achten voor hun plannen, die nog niet bekend zijn. Er gaan geruchten, zelfs onder het volk, dat Franse troepen deze gebieden zouden komen bezetten, omdat ze
Oostende in de laatste oorlog verdedigd hadden.
Geelvinck belooft nauwkeurig verslag te doen van alle troepenbewegingen in de regio en zal
de Mint (de geadresseerde) hierover informeren. De brief is ondertekend in
Brussel op
1 april 1711 en ontvangen op
14 april 1711.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11488 / 0821
Gouverneur John Murray gaf op
26 januari 1873 aan
Brigadegeneraal Dene de opdracht om een vonnis uit te voeren in de kolonie
Berbice.
William Threlfall, plaatsvervangend
vennootschapsbestuurder (tweede man) van de kolonie, diende een verzoek in. Hij eiste namens
Peter Coner en een zekere
kapitein betaling van een schuld van 567 gulden van
J.A. Leisner en
L.S. Gallen. Deze twee waren
borg (garant) voor een lening.
Threlfall wilde dat
Leisner en
Gallen als borgstelling betaalden, omdat zij volgens de
wetten (officiële documenten) hiertoe verplicht waren. De schuldenaren hadden echter
geen geld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.21 / AB.6.3A / 0087
Op 5 november 1890 dienden Han Pielle Jannette en Willem Abraham Mulder, beiden werkzaam voor de firma Tiedeman en van Kerchem, een verzoek in bij de overheid in Batavia (nu Jakarta). Zij wilden graag een tijdelijke vergunning (voor 1 jaar en 6 maanden) voor het aanleggen en exploiteren van een hoofdspoorweg van:
- De rechteroever van de rivier de Tjiliwoeng (nu Ciliwung),
- via Meester Cornelis (nu Jatinegara), Oosnelio, Aseet,
- naar Sangjong, Plok (met een aftakking naar de staatsspoorweg in Weltevreden (nu centraal Jakarta) en Harmoni).
De totale lengte van het traject zou 47,7 kilometer bedragen. De aanvragers boden 2000 gulden voor de vergunning.
De Resident van Buitenzorg (nu Bogor) bevestigde op 31 oktober 1890 dat Jannette en Mulder Nederlanders waren en in Nederlands-Indië woonden.
In de beoordeling van het verzoek werden een paar punten gemaakt:
- Als de overheid deze vergunning verleende, zou de staat afzien van het zelf aanleggen van deze spoorlijn.
- Het geven van de vergunning zou garanties bieden voor de plannen die de overheid had voor spoorlijnen rond Batavia en Buitenzorg.
- Het afwijzen van de vergunning zou gelijkstaan aan het opgeven van een belangrijke kans, vooral omdat eerdere pogingen om een spoorwegmaatschappij op te zetten waren mislukt. Een afwijzing zou kunnen leiden tot het voortbestaan van een onhoudbare situatie.
De Resident vond dat er nog geen definitief besluit genomen kon worden, omdat de onderhandelingen met de aanvragers nog niet waren afgerond. Hij stelde voor om de uiteindelijke beslissing over te laten aan het Opperbestuur (de hoogste overheid in de kolonie). Wel adviseerde hij om de minister op de hoogte te brengen van het verzoek van de firma Tiedeman en van Kerchem, voor zover dat per telegram mogelijk was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 4443 / 0545
Op 18 maart 1595 verschenen voor een notaris in Haarlem twee mannen:
Zij verklaarden onder ede (maar zonder een echte eed af te leggen, alleen op hun eer en geweten) dat ze zich herinnerden dat Jan Jacobsz Volck op een dinsdag een huis had gehuurd. Dit huis was eigendom van fremyn Laurens ten Nys, die woonde in de Warmoesstraat. Het huis was eerder gekocht door Jacobsz Calck, een kalkverkoper. De huurperiode was 3 jaar, beginnend in mei 1595, en de huurprijs was 22 pond Vlaams per jaar. Deze verklaring werd opgetekend in het huis van Jan ter Letten op de Burchwal, in aanwezigheid van:
Op 29 maart 1595 verschenen voor dezelfde notaris:
Zij handelden namens Jonge Merre Maninxche, de erfgenamen van wylen Kenn. Symons (een overleden persoon) en diens moeder. Zij gaven Roen van Soutelande volmacht om namens hen op te treden bij de Hoge en Provinciale Raad in Holland. Deze volmacht was bedoeld om een rechtszaak te voeren tegen Baert Claesz Bierman en anderen, zowel in civiele zaken als bij de heren van de rechtbank. Roen van Soutelande mocht ook anderen aanstellen om hem te vervangen en alle nodige stappen ondernemen. Claes Jansz en Joost Cornelisz beloofden deze volmacht te bevestigen en te respecteren. De akte werd opgesteld in aanwezigheid van:
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974437 / 82
Op 4 december 1662 werd een officiële akte opgemaakt door een notaris in Haarlem, in aanwezigheid van twee getuigen:
Op verzoek van Andries Palinck bevestigden de getuigen onder ede dat:
- Cilletgen, de vrouw van Rut Reynertsz Baker, op vrijdag (de dag voor de akte) had toegegeven dat zij:
- de huishoudelijke spullen en kleding van de weduwe van Joos van Casel (die in haar kamer was overleden) door een tweedehandsverkoper had laten verkopen,
- het geld had ontvangen en
- een deel daarvan had gebruikt om schulden van de weduwe af te betalen.
Ook Fremijn Laurens, een 52-jarige zijdelakenkoopman, bevestigde op verzoek van Andries Palinck dat:
- de tweedehandsverkoper, Lijsbeth Pieters, de dag ervoor bij hem thuis had bekend dat zij:
- op verzoek van Rut Reynertsz Baker’s vrouw de spullen van de weduwe van Joos van Casel uit diens sterfkamer had gehaald,
- de spullen op een veiling "op de Vlaamse wijze" (met opbod) aan verschillende mensen had verkocht en
- daarvoor 15 stuivers had gekregen van Rut Reynertsz Baker’s vrouw, terwijl eigenlijk alleen 10 stuivers was afgesproken.
De getuigen beloofden hun verhaal later nogmaals te bevestigen als dat nodig was. De notaris, N. W. van Triers, maakte hiervan een officiële akte in zijn huis aan de Batterijstraat in Haarlem, met als extra getuigen:
De akte werd ondertekend door de notaris en de getuigen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4975208 / 135
Vorige paginaVolgende pagina