Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Op
10 mei 1733 gingen
Anthonij van den Bogaard en
Sara Cardoes, een getrouwd stel uit
Bennebroek (maar op dat moment in
Haarlem), naar notaris
Salomon Krul.
Sara Cardoes werd bijgestaan door haar man en gaf toestemming voor de verkoop.
Zij verkochten en droegen over aan:
de executeurs van het testament van de overleden heer Ysbrand Goske (die earlier gouverneur was van
Kaap de Goede Hoop). Deze executeurs beheerden zijn nagelaten bezittingen voor de erfgenamen.
Het ging om
vier schuldbrieven (leningen), allemaal op naam van
Juda senior Henriques, uitgeschreven door het
Algemeen Kantor van de Verenigde Nederlanden in
Den Haag. De brieven waren gedateerd op
1 januari 1708 en goedgekeurd op
1 juni 1708:
- Een lening van 3000 gulden (folionummer 557, register C, folio 1187, register G, folio 129, nummer 3)
- Een lening van 3000 gulden (folionummer 557, register D, folio 1187, register H, folio 129, nummer 4)
- Een lening van 2000 gulden (register F, folio 130, nummer 27, folio 559, register C)
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974325 / 132
Jan Hendrik van de te Dam, secretaris van de stad
Haarlem, was de enige erfgenaam van zijn overleden vrouw,
Anna Maria Dierkens. Op
maart 1787 gaf hij de notaris
Philip Hendrik Kortbeek uit
's-Gravenhage de opdracht om namens hem twee stukken land te verkopen:
- Het eerste stuk land was een perceel grasland (hooiland) in Eykenduynen, in de West Campspolder (onder 's-Gravenhage).
- Het tweede stuk land was de helft van een perceel van 6 morgen (ongeveer 5 hectare), bestaande uit grasland en hoger gelegen land.
Kortbeek moest deze overdrachten officieel regelen bij de schepenen (rechters) van
's-Gravenhage of andere bevoegde instanties.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974467 / 59
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5843136 / 276
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 5009 / 0778
Op 1 oktober 1882 werd een verzoek ingediend voor W. Eb. A. Wesselo, een tijdelijk aangestelde koloniale militair. Hij woonde toen op het adres Pie ter Vlamingstraat 92 in Amsterdam.
Bij het verzoek zaten een medisch certificaat en een afschrift van een verklaring voor W. Ho. N. Wesselo (mogelijk familie), gedateerd op 19 oktober 1891. Het verzoek werd op 4 oktober 1892 in 's-Gravenhage verder behandeld.
De Minister van Koloniën gaf opdracht om de documenten door te sturen naar de Officier van Gezondheid in Duxarnaat (een plaats in Nederlands-Indië). Deze officier moest eerst een medische keuring uitvoeren en de resultaten daarvan noteren. Daarna kon Wesselo verder worden verwerkt.
De afhandeling werd gedaan door de Rendaris (hoofd van de administratie), die ook chef was van het Bureau Militaire Zaken bij het Departement van Koloniën. Hij ondertekende met W. A. Gestr..
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 4651 / 0740
E. Heuf, voormalig assistent-ambtenaar in
Den Haag (wonende aan de
Vlamingstraat), ontving op
14 februari 1590 een herinnering.
Deze ging over een uitnodiging uit
29 oktober 1589, waarin hij werd gevraagd:
Omdat niet bleek dat
Heuf hieraan gehoor had gegeven, herinnerde de secretaris van de
Minister van Holland hem hier op
9 februari 1590Secr. Euel met referentienummer
7131 MO Ava. 96 137.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 4372 / 0634
Op
15 januari 1029 (waarschijnlijk een fout, bedoeld wordt
15 januari 1729) werd een verzoek geschreven vanaf
Voorburg.
De schrijver,
Niet. Bode, vraagt om een bewijs van diensttijd voor zijn stiefzoon
Paulus Stupani. Volgens het verzoek:
- Vertrok Paulus Stupani op 12 augustus 1023 (waarschijnlijk 12 augustus 1723) als sergeant (onderofficier) bij de infanterie naar Oost-Indië.
- Hij reisde met het schip Aurora, onder leiding van kapitein Hahn.
- De groep stond onder commando van luitenant van Wijngerden.
Bode hoopt dat de
Hoog Edele Gestrenge Heeren (hoge edelen) hem dit bewijs willen geven. Hij woont in
Voorburg, op het adres
Vlamingstraat,
wijk S nummer 113. Het verzoek is gericht aan
Dunaar F. D. Frantz, een belangrijke functionaris.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 654 / 0473
Op
12 juni 1850 kocht
C. Feltjes, die woonde in de
Vlamingstraat (tussen de
Nieuwstraat en de
Grote Markt) in
's-Gravenhage, de volgende spullen voor
Wel Edel Geboren Heren Hoek Radin Pale:
- 12 paar kussens van hatoine (een soort stof) voor 85 cent per paar, in totaal 6 paar.
- Garen voor 80 cent per "paes" (een oude maateenheid).
De totale kosten bedroegen 10 gulden, 80 cent, 90 (onduidelijk, mogelijk een rekenfout) en 5 cent, volgens het "gavosroort" (een soort rekening of bon).
C. Feltjes woonde in het 46ste huis van de 6de wijk, met huisnummer 197. De rekening was voldaan (betaald) en het geld was "gelevend" (geleverd of ontvangen) voor de dienst van de heren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 853 / 0291
Hoofd Ingenieur van het Stoomwezen schrijft op
11 augustus 1845 een brief over zijn aanstelling in
Indië.
Hij verwijst naar een besluit van de koning (
18 juli, nummer 57), maar vindt dat dit niet overeenkomt met eerdere afspraken die hij maakte in een brief aan
Kapitein ter Zee Welsberg (
11 juli).
De belangrijkste punten uit zijn brief:
- Volgens artikel 4 van het koninklijke besluit krijgt hij een beloning als zijn werk in Indië naar tevredenheid van het bestuur daar is afgerond.
- Maar in zijn eerdere brief stond dat het bestuur hem ook terug kon sturen naar Nederland als ze ontevreden waren over zijn werk of als ze hem niet meer nodig hadden.
- Hij verwijst naar een soortgelijke regeling uit 1610 en een latere toelichting uit 1841.
Hij wil duidelijk maken dat het koninklijke besluit niet klopt met wat hij eerder had afgesproken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 1650 / 0485
Op
28 augustus 1845 schreef de overheid in
Den Haag een brief aan
St. Bennelt, die was benoemd tot hoofdingenieur van het
stoomwezen (stoomtechniek) in
Rotterdam.
De brief was een reactie op een eerdere brief van
Bennelt uit
11 augustus 1845, waarin hij bezwaar maakte tegen zijn benoeming bij
koninklijk besluit (een besluit van de koning) van
18 juli 1845. De overheid bevestigde in deze brief dat ze zijn bezwaar had ontvangen en gelezen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 1650 / 0484
S. H. L. Portihe schreef op
26 juli 1845 een brief vanuit
Den Haag (adres:
Vlamingstraat op de hoek van de
Nieuwstraat).
Hij meldde dat de ondersteuning voor zijn huis was stopgezet. Portihe wachtte op verdere instructies of nieuws en sluit af met een beleefde groet aan de ontvanger, die hij aanspreekt met "Excellentie".
Hij vermeldde ook dat hij de plannen van de overheid (aangeduid als
"het Gour.") had gelezen en hoopte op een snelle, definitieve oplossing voor de kwestie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 1650 / 0481
De schrijver wachtte respectvol op antwoord en verzocht om steun voor zijn huishouden. Op
26 juli 1645 stuurde hij een brief naar
Excellentie (een hoge functionaris) op het adres
Vlamingstraat (hoeken
Nieuwstraat) in
's-Gravenhage.
Hij vermeldde dat hij vrijheid had gekregen in de plannen van het
Gerechtshof van Vlaanderen, maar dat de definitieve afhandeling (de "zegeling") van de zaak langer duurde dan verwacht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.01 / 1650 / 0482
Op
13 oktober 1729 verschenen voor de aangestelde leden van de rechtbank van
Kasteel Colombo (een groep uit de raad van justitie) de volgende personen:
Zij werden opgeroepen en ondervraagd door de koopman en officier van justitie
Joan de Mauregnault. Deze handelde namens
Stephanus Versluijs, een hoge ambtenaar die buitengewoon raad was voor
Indië en gouverneur van
Ceylon.
Versluijs had de opdracht gekregen van de regering van
Nederlands-Indië om een onderzoek uit te voeren. De drie mannen bevestigden onder ede dat ze de waarheid zouden vertellen over wat er vervolgens zou worden gevraagd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10116 / 0511
Een gevangene werd opgepakt, maar hij wist niet wie hem had meegenomen. Tijdens zijn gevangenschap:
- Kreeg hij gewichten aan zijn benen en werd voortdurend met stokken op zijn rug geslagen.
- Hij schreeuwde steeds dat hij nergens van wist en onschuldig was.
Een lid van de
Krijgsraad sprak hem aan terwijl hij hing en zei:
"Ventje, je bent een beul voor je eigen lichaam! Je bent met de duivel verbonden – waarom bekent je niet?" Daarna werd hij losgemaakt en in het
matrozenhuis (een gevangenis) opgesloten, met handboeien om.
Drie dagen later bracht men hem weer voor de
Krijgsraad. De voorzitter (de
Edelachtbare heer gouverneur, die afwezig was, maar vertegenwoordigd werd door
E. Bier) vroeg of hij wilde bekennen. De gevangene antwoordde:
- Hij wist van niets.
- Hij kon zichzelf niet beschuldigen van iets wat niet waar was.
- Men moest God meer vrezen dan mensen.
Hierop werd hij weer weggeleid.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10116 / 0306
De man werd door de
kwartiermeester met zijn handen op zijn rug vastgebonden en vanaf een schip aan wal gebracht. Daarna werd hij voor de
Raadkamer (een soort rechtbank) geleid.
Daar zat
heer Vuijst, de voorzitter, die hem vroeg of hij zijn schuld wilde bekennen. De man zei dat hij dat niet kon doen, omdat een onschuldig persoon zichzelf niet zou beschuldigen. Ook vond hij het niet christelijk om anderen te beschuldigen terwijl hij zelf onder druk stond.
Heer Vuijst vroeg toen aan de leden van de
krijgsraad om de
fiscaal (een soort officier van justitie) te laten vragen om marteling op de pijnbank. De man hoorde de
fiscaal echter niets zeggen.
Vervolgens werd de man naar het paleis gebracht, waar de chirurgijn
Godski en de beul zijn benen in een knijptang (scheenschroef) zetten. Ondanks de pijn bleef hij volhouden dat hij onschuldig was.
Toen riep
heer Gouverneur (waarschijnlijk
heer Vuijst zelf):
"Ho, ho, dat helpt niet!". Daarna werden de knijptangen verwijderd en werden zijn armen weer op zijn rug gebonden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10116 / 0305
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10116 / 0038
Een groep mensen, waaronder chirurgen, boekhouders en militairen, weigerde mee te werken aan een verzoek van Paulus Looman (assistent van Joan Herrig Bouti, een gerechtsbode en fiscale ambtenaar). De volgende personen waren aanwezig:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10116 / 0039
Op
15 april 1751 werd in document nummer 26 een
volmacht voor een rechtszaak (procura ad lites) afgegeven.
Johannes Harkes gaf hiermee toestemming aan
Michiel Candelara om namens hem op te treden in een juridische procedure.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 605526 / 237
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5842725 / 177
Hendrick Stofte, een adelborst die voor de
Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) (Kamer
Amsterdam) zou vertrekken met het schip
De Liefde naar
Oost-Indië, bezocht op
16 april 1602 notaris
Baer in
Amsterdam.
Hij gaf zijn vrouw,
Evertje Nabs, volmacht om in zijn naam:
- alle zaken en rechtszaken te regelen, zowel binnen als buiten de rechtbank;
- erfenissen en nalatenschappen te claimen, vooral die van zijn overleden moeder, Mang van Munster (weduwe van dominee Willem Stolte);
- kwitanties (ontvangstbewijzen) af te geven en schulden te betalen;
- met andere erfgenamen te onderhandelen over verdeling van de erfenis;
- vastgoed openbaar of in onderhandse verkoop te verkopen, over te dragen of te transporteren;
- schikkingen te treffen, te onderhandelen en compromissen te sluiten.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1511101 / 115
- Om 5:50 uur was het personeel goed gekleed en aanwezig. De dienst verliep normaal. De wacht werd overgenomen van hoofdagent van Kuijlenburg. Er waren geen gevangenen. De gebouwen werden gecontroleerd en de fietsen waren in orde.
- Tussen 7:10 en 8:00 uur werden controles uitgevoerd:
- 7:15 uur: Krist (1 persoon).
- 7:32 uur: Wal bij station G (3 personen).
- 7:35 uur: Meijer in de Parkstraat.
- Tussen 9:10 en 14:00 uur werden controles en surveillances uitgevoerd:
- 9:20 uur: Moerland bij station.
- 9:50 uur: Wal bij station G (1 persoon).
- 10:00 uur: Surveillance langs de Houtzagerijen en controle van posten en centrum.
- De wacht werd om 14:00 uur overgedragen aan hoofdagent van Kuijlenburg. Er waren geen gevangenen. De gebouwen werden gecontroleerd en de fietsen waren in orde. De commandant van de wacht was O. Hellema. Er werd een boete van 15 gulden uitgedeeld.
- Om 23:30 uur werd de wacht overgenomen van Hellema met 5 agenten. Er werd een meeting in de Tuin der Nederbinden afgebroken. Tussen 5:00 en 6:00 uur werd er surveillancedienst en controle op de fiets uitgevoerd:
- Er werd een boete van 5 gulden uitgedeeld. Tijdens de controle werden aangetroffen:
- Surveillance werd uitgevoerd bij de Gracht.
- Tussen 8:00 en 9:00 uur werd hulp gevraagd omdat jongens de winkel van weduwe Wassenaar in Polder VI hadden vernield. De jongens waren:
- Er werd schadevergoeding gevraagd via de politie. Controle en surveillance werden uitgevoerd in het centrum.
- De nacht verliep zonder problemen. De fietsen waren in goede staat en de wacht werd overgedragen aan hoofdagent Hellema. Er waren geen gevangenen. De commandant van de wacht was J.C. van Vuylenburg.
Bekijk transcriptie NL-ZdGAZ / 3366884 / 75
Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 6507214 / 98
Op
26 april 1907 gingen
Jozef Baten (metselaar) en
Cornelis Wit (timmerman), allebei wonend in
Haarlemmermeer, naar notaris
Carel Frederik Jan Heinsius in
Haarlemmermeer. Daar verklaarden ze het volgende:
- Baten verkocht een huis met erf en grond aan Wit. Het huis staat in de polder Haarlemmermeer, in het dorp Vijfhuizen bij Hoofddorp, aan een binnenweg. Het perceel is bekend als sectie C, nummer 2724, en is 390 m² groot.
- Baten had het huis gekocht via twee eerdere akten:
- Een deel via een officiële koopakte op 13 maart 1886 bij notaris Petrus Ledeboer in Aalsmeer, ingeschreven in Haarlem op 29 maart 1886.
- Een deel via een privé-akte op 18 december 1893, ingeschreven in Haarlem op 21 december 1893 en 27 december 1893.
- De verkoopprijs was 2000 gulden, met de volgende afspraken:
- Het huis en de grond gaan vanaf vandaag over naar Wit, inclusief alles wat eraan vastzit (zoals bomen, gebouwen) en alle rechten of plichten (bijvoorbeeld erfdienstbaarheden).
- Baten garandeert alleen dat hij de eigenaar is, maar niet meer. Eventuele problemen met het eigendom zijn voor risico van Wit – de prijs verandert niet en de koop gaat gewoon door.
- Wit krijgt meteen de huurinkomsten van het huis, maar moet zelf zorgen dat eventuele huurders vertrekken als dat nodig is. Baten hoeft niet te helpen met ontruiming.
- Vanaf 1 mei 1907 betaalt Wit alle belastingen en kosten voor het huis en de grond.
- Wit betaalt alle kosten voor de overdracht (zoals notaris- en inschrijfkosten).
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5351774 / 173
- De bestuurders van Helmond (burgemeesters, wethouders en deken-magistraat) vroegen toestemming om een lening af te sluiten van 2000 gulden. Dit bedrag waren ze verschuldigd aan een zekere Agent Moerkercken. De zaak werd doorgestuurd naar de Raad van State voor advies.
- Matthijs Franke, consul (diplomatiek vertegenwoordiger) van de Republiek in Barbarije (Noord-Afrika) in de stad Salé, stuurde een verzoek met een overzicht van zijn uitgaven voor de staat: in totaal 12.455 gulden en 4 stuivers. Zijn verzoek en de rekening werden doorgestuurd naar de Raad van State en de Generaliteits Rekenkamer (financiële controle-instantie) om na te kijken, te controleren en goed te keuren volgens de regels van het land.
- Op 20 oktober werd een brief besproken van tijdelijke bestuurders, aangesteld door de Staten-Generaal (de hoogste bestuurders van de Republiek), die de nalatenschap van de overleden koning van Groot-Brittannië beheerden. Ze meldden dat de secretaris en griffier van de leenhof (een rechtbank voor leenrecht) van Leerdam was overleden. Zijn functies waren nu vrij. Ze stelden voor om Dirck Jansze Maurick aan te stellen als nieuwe secretaris en griffier, op voorwaarde dat hij 7000 gulden betaalde aan de schatkist van de overleden koning. Dit geld zou terugbetaald worden als Maurick ooit ontslagen zou worden door een toekomstige heer of graaf van Leerdam. De Staten-Generaal gingen akkoord met dit voorstel. Maurick moest wel beloven dat hij niets extra had betaald of beloofd om de baan te krijgen, en hij moest een eed afleggen.
- Op 24 oktober werd een andere brief besproken van dezelfde tijdelijke bestuurders. Ze meldden dat Antonij Brants, dijkgraaf van de poldergebieden Crauwelgors, Zonzeel, Vlassel, Kickvorsschen en omgeving (in de Baronie van Breda), was overleden. Zijn functie was nu vrij en er moest een nieuwe geschikte persoon worden aangesteld. De zaak werd op dezelfde manier afgehandeld als die van Maurick.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3377 / 0527
- Op 9 februari 1713 maakte Magdalena van Daalen, een weduwe uit Haarlem, een testament bij notaris Cornelis Baart. Dit testament werd later bevestigd.
- De erfgenamen en uitvoerders van het testament van Magdalena van Daalen hebben de volgende legaten (erfenissen) uitgekeerd:
- Op 15 december 1716 ontving Hendrik Nieuwkerk een bedrag van 300 gulden, zoals vastgelegd in het testament.
- Op 6 januari 1717 ontvingen de voogden Gysbert van Leeuwen, Barent Nieuwhoff en Johannes Godems (die de kinderen van Gysbert van Leeuwe en Maria van Heuckelom vertegenwoordigden) een legaat van 4000 gulden. Dit bedrag bestond uit:
- Vier obligaties (schuldbrieven) van elk 1000 gulden, uitgegeven door het Gemeeneland van Holland en West-Friesland, met een waarde van 930 gulden per stuk (nummer 8, 9, 10 en 11).
- Nog openstaande rente over deze obligaties van 5 april tot 1 november 1716, in totaal 86 gulden en 12 stuivers, tegen een rentepercentage van 3,5%.
- Een extra bedrag van 193 gulden en 8 stuivers in contant geld om het totaal op 4000 gulden te brengen.
- De ontvangers verklaarden dat ze tevreden waren met de uitkering en beloofden de erfgenamen en uitvoerders van het testament niet verder aansprakelijk te stellen.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5843018 / 845
Vorige paginaVolgende pagina