Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.


Op 2 februari 1779 maakte Hendrik Jan Bos, rechter van het landgericht in Oldenzaal, een officiële verklaring op. Hij bevestigde dat Janna Blouken, bijgestaan door haar gekozen vertegenwoordiger Jan Wijffer, voor hem en zijn assistenten (Berend Berghuis en Jan Kloppers) was verschenen. Janna Blouken verklaarde dat zij op 29 januari 1779 een deel van het huis en het bijbehorende land, genaamd de Blenken in Doorningen, had verkocht aan Jan Wigbolt. Dit deel had zij geërfd van haar ouders. De verkoopprijs bedroeg 400 gulden, die zij had ontvangen. Zij gaf alle rechten op het huis en land aan Jan Wigbolt en zijn erfgenamen, zonder iets voor zichzelf te houden. Omdat Janna Blouken niet kon schrijven, tekende Alexander Maguel namens haar. Hendrik Jan Bos ondertekende en verzegelde het document als bevestiging.
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 4495907 / 17  


Hendrik Jan Bos, rechter van het landgericht in Oldenzaal, bevestigde op 30 november 1778 twee schuldverklaringen:
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 4495907 / 13  


Op 8 februari 1772 bevestigde Hendrik Jan Bos, rechter in Oldenzaal, dat Joan Palthe (als vertegenwoordiger van juffrouw C. Borgerink) voor hem en assessoren Jan Weling en Berend Berghuis verschenen was. Palthe verklaarde dat juffrouw S. Borgerink op 17 december 1771 twee stukken bouwland in de Marke Boorningen (bij Deurningen) had verkocht aan haar pachter Gerrit Wesselink. De details: Op 17 december 1771 had Hendrik Slaterus, rechter in Kedingen, al bevestigd dat juffrouw S. Borgerink (bijgestaan door secretaris Wilhelm Bekker) dezelfde verkoop had gedaan. Zij gaf Palthe volmacht om de overdracht af te ronden, zonder enige voorbehouden. Beide akten werden ondertekend en verzegeld door de betrokken rechters.
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 4494404 / 40  


Op 20 juni 1730 werd in Oldenzaal een akte opgesteld door Anth. Borgerman, rechter, over de verkoop van land en hooiland. Claes Ter Daggel en zijn vrouw Geesje Ter Daggel verkochten dit aan Maria Jacoba Chalus voor 8 koop (een oude munteenheid). De verkopers bevestigden dat ze volledig waren betaald en droegen het land over aan Maria Jacoba Chalus en haar erfgenamen. De akte werd ondertekend door de rechter, Claes Ter Daggel en Geesje Ter Daggel.

Op 20 juni 1733 werd opnieuw een akte opgesteld in Oldenzaal door Anth. Borgerinck, nu namens de Ridderschap en Steden van Overijssel. Adolph Otto Joost van Twello, landdrost van Bentheim en heer van Haarveld en Ravenshorst, en zijn vrouw, samen met Anna Agnes de Rhede, vrouw van Haasveet en Navershorst, bevestigden dat ze op 23 februari 1729 een lening van 200 gulden hadden ontvangen van Michiel Hillebrands Mante. Deze lening moest tegen 4% rente worden terugbetaald op 23 februari 1734.

Als zekerheid voor deze lening zetten ze hun goederen in, waaronder:

Deze goederen dienden als onderpand, zodat Michiel Hillebrands Mante zich kon verhalen op het kapitaal, rente en eventuele schade. De akte werd ondertekend door de rechter en de betrokkenen.

Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 6527838 / 6  


Op 8 oktober 1728 bevestigde H.M. Borgerinck en Jan Tomas de Graeff, namens de Ridderschap en de Staten van Overijssel, een verklaring over een gebeurtenis in Oldenzaal. Op 21 oktober 1728 werd een laatste wil opgesteld in het huis van Wolter Wegman in Dulder (bij Oldenzaal).

Egbert Hoeckhuis, ziek en bedlegerig maar met een heldere geest, maakte mondeling zijn testament bekend aan Anthoni Borgerinck (als rechter) en de schepenen Gerrit Ten Spricke en Egbert Haeshen. Omdat Egbert Hoeckhuis niet kon schrijven en geen zegel had, tekenden de aanwezigen voor hem. De notaris H. Hulsher verzegelde het document.

Egbert Hoeckhuis bepaalde het volgende in zijn testament:

Egbert Hoeckhuis verklaarde dat dit zijn officiële testament was, ook als niet alle formaliteiten waren nageleefd. Het document werd ondertekend door de schepenen en Anthoni Borgerinck, met een handtekening (een kruisje) van Egbert Haeshen namens Egbert Hoeckhuis.

Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 6527791 / 15  


Op 14 mei 1792 maakte de rechter Ant. Bos van het landgericht in Oldenzaal, samen met twee getuigen (J. P. Stork en Abr. Maguel), een officiële verklaring op.

De weduwe Geese (weduwe van Jan Raat Gerink uit Rossum), bijgestaan door haar juridisch vertegenwoordiger Dr. H. R. G. Pagenstecher, bevestigde dat zij een lening van 1400 gulden had ontvangen van Jann (weduwe van Hendrik Scholte Linde).

De afspraken waren:

Als zekerheid voor de lening stelde Geese (met toestemming van haar vertegenwoordiger) haar boerderij Blankenfoort (ook wel Blenke genoemd) in Rossum als onderpand. Deze boerderij had ze gekocht van Dr. J. J. Hulsken en Jan Hendrik Nijenhuis, met medewerking van Hendrik Luttenberg. Het pand omvatte land, gebouwen, bomen en alle rechten die daarbij hoorden.

Als Geese niet zou betalen, mochten Jann of haar erfgenamen hun geld (inclusief rente en kosten) terugvorderen via de boerderij. Geese deed afstand van alle mogelijke bezwaren, zoals de bewering dat het geld niet volledig was uitbetaald.

Omdat Geese niet kon schrijven en geen zegel had, tekenden J. P. Stork en haar vertegenwoordiger Pagenstecher namens haar. De rechter Ant. Bos bevestigde dat deze verklaring overeenkwam met het origineel.

Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 2733464 / 42  


De schrijver van de klacht (de suppliant) vindt het nodig om de Staten-Generaal (aangeduid als Dw Hoog Mogende) te vertellen over het gedrag van de gouverneur van Suriname sinds zijn vertrek uit de kolonie. Hij doet dit namens zichzelf en zijn opdrachtgevers. Volgens hem dreigt de gouverneur met ernstige gevolgen als de kolonisten klachten indienen bij de overheid in Nederland. De klachten gaan over zijn eigen behandeling en die van anderen.

De gouverneur heeft:

De reden? Deze mensen (en de schrijver) hadden klachten ingediend bij de Staten-Generaal. De gouverneur beschuldigde hen van opstand en leugenachtigheid.

Zijn wraak ging zo ver dat hij volgens de voormalige raad van politie en justitie, Guldensteeden, vier belangrijke ondertekenaars van de volmacht (waardoor de schrijver optrad) heimelijk wilde laten vermoorden met een rode das (wurging) of vergif (den beker).

Door deze behandeling:

De schrijver waarschuwt voor twee grote gevaren:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.06 / 808 / 0007  


T. F. Wessels, rechter van het Landgericht (een soort rechtbank) in Oldenzaal, bevestigde op 2 februari 1798 een officiële verkoopovereenkomst. Hierbij waren aanwezig: Willem Stopel en Venne Berghuis verklaarden dat zij 200 gulden hadden ontvangen van Jan Blenke voor een stuk land, genaamd het Nijeland in Dulder. Dit land was: De verkopers gaven alle rechten op het land definitief aan Jan Blenke, inclusief alle voor- en nadelen. Ze beloofden ook dat de verkoop altijd geldig zou blijven, volgens de regels van erfkooprecht (de toenmalige regels voor grondverkopen). Omdat Venne Berghuis niet kon schrijven en beide verkopers geen zegel hadden, tekende Alex. Maguel namens hen. De akte werd ondertekend door: De rechter bevestigde dat dit een exacte kopie was van het origineel.
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 2835883 / 27  


De tekst beschrijft twee historische afspraken over grond en schulden in de regio Twente.

14 mei 1700:

26 juli 1761:

Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 5101856 / 3  


C. D. van Coeverden tot Rande en zijn vrouw Jurriana Cunnera Roderica van Leunip gaven op 11 september 1758 in Deventer een officiële volmacht aan Jan Heijdenrijk van Coeverden tot Weckdam. Hiermee mocht hij namens hen de verkoop afhandelen van een derde deel van twee boerderijen: Erve Veltman en De Kattenpoel (ook wel Katersteede genoemd), gelegen in het gebied Oldenzaal, onder het bestuur van Rossum. De kopers hadden het bedrag al volledig betaald, en Jan Heijdenrijk mocht alles regelen wat nodig was voor deze overdracht. De akte werd ondertekend door He. Borgerink, een secretaris van de stad, en bevestigd als een echte kopie van het origineel.

Op 6 oktober 1700 verkochten in Oldenzaal de volgende personen gezamenlijk een stuk bouwland van ongeveer 5 schepel (een oude maat voor zaaigoed) op Kalterkamp: De kopers waren Berend in olde Rosen en zijn vrouw Ale Blenke. Zij betaalden de afgesproken prijs in "penningen" (geld) en kregen het land officieel in bezit. De verkopers beloofden dat zij geen rechten meer op het land hadden en dat de verkoop geldig was. De akte werd ondertekend door Hendrik Jan Bos, de plaatselijke rechter, en door alle betrokkenen, soms met een handtekening of een merk (een soort stempel of kruisje als teken van instemming).
Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 5799869 / 19  


Op 18 september 1750 bevestigde Hendrik Jan Bos, rechter van het kerkelijke gerecht in Oldenzaal, dat Gerrit Jansen Snijders en zijn vrouw Fenneken Kolnaars een stuk bouwland in den Vossebelt (in Hasselerbroek) hadden verkocht aan Willem Wensink en zijn vrouw. Het land lag tussen de grond van Arends Jan en werd met alle rechten en plichten overgedragen. De verkopers bevestigden dat ze het bedrag hadden ontvangen en deden afstand van elk verder recht op het land. De akte werd ondertekend door de rechter, de verkopers en getuigen Engbert Krop en Jan Welink.

In een tweede geval, bevestigd door Gerrit Willem Stork (waarnemend rechter van het landgerecht in Oldenzaal), verkochten Berend Siemerink en zijn vrouw Ale Blenke uit Olde Rosen op dezelfde manier een stuk bouwland in den Berghuizer esch aan Hendrik Jan Bos en zijn vrouw Maria Beek. Dit land lag tussen de grond van Jan op den Brand en was eerder, op 24 februari 1714, gekocht door de overleden vader van Berend, Jan Siemerink. Ook hier werd het bedrag betaald, en de verkopers deden afstand van alle rechten. Albert Rosen stond borg voor de garantie van de verkoop. Getuigen waren opnieuw Engbert Krop en Jan Welink.

Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 5799869 / 17  


De tekst beschrijft een conflict tussen Hendrik Kemper, een Lutherse predikant in Paramaribo, en een zekere Fredut Bopp (ook wel Monsieur Bopp genoemd), die samen met een vrouw (door Kemper een "hoer" genoemd) betrokken is bij laster, bedrog en financiële fraude. Hier volgt een samenvatting:

Kemper beschuldigt Bopp ervan dat hij:

Kemper vraagt om hulp bij het verzamelen van bewijzen tegen Bopp:

Kemper meldt verder:

Kemper hoopt dat Bopp gestraft kan worden en dat hij zelf genoegdoening krijgt. Hij sluit af met de mededeling dat hij en zijn dochter in goede gezondheid verkeren. De brief is gedateerd op 21 mei 1773 in Paramaribo en ondertekend door Hendrik Kemper. Een korte notitie achterop vermeldt dat de brief is beantwoord op 22 juli 1773 en later is doorgestuurd op 23 oktober 1777.

In een latere toevoeging (na 10 mei 1773) meldt Kemper dat Bopp en de vrouw (met wie Bopp kort voor haar bevalling is getrouwd) op 10 mei 1773 zijn gevlucht met het schip Benjamin Morgan naar Sint Eustatius. Kemper benadrukt dat Bopp en de vrouw hem en anderen op grove wijze hebben belasterd en bedrogen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11524 / 0335  


In 1763 ontstond er een conflict tussen een ambtenaar en het bestuur van een Nederlandse kolonie. Hier volgt een samenvatting van de gebeurtenissen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11524 / 0348  


Evertse schrijft over een conflict met de gouverneur en de Raad van Curaçao over de beëdiging van zijn eerste klerk. Hier een samenvatting van de belangrijkste punten:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11524 / 0346  


Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11524 / 0344  


Gouverneur en Raad stuurden op 9 mei een kopie van een officiële verklaring (protest) naar Uw Edelgrootachtbaarheid, maar deze was per ongeluk niet vermeld in een eerdere brief van 11 mei. Op 13 mei werd de schrijver gevraagd om onder ede een verklaring af te leggen over wat er precies was gebeurd bij de overhandiging van dit protest. Deze verklaring (bijlage B) werd later toegevoegd. De volgende dag, 14 mei, kwamen Johannes Heiliger, Pieter Rumnels (beide raadsleden), Anthonij Beaujon (Eerste Klerk) en gerechtsbode Gideon Godet naar het secretariaat om papieren op te halen die eerder via een volmacht en protest van 9 mei waren gevraagd. Wat er precies gebeurde, staat beschreven in verklaringen van twee klerken (bijlage C) en van de klerken zelf (bijlage E). Op 24 mei ontving de schrijver een uittreksel van een nieuwe resolutie (bijlage E), waarna hij opnieuw protest aantekende, samen met het notulenboek, tijdens een volle raadsvergadering op 4 juni (bijlage F). Zonder medeweten van de schrijver werden op 26 mei (een maandag) plotseling dagvaardingen uitgedeeld voor een rechtszitting die dezelfde dag nog zou beginnen. Dit was in strijd met een eerdere belofte van de gouverneur dat dagvaardingen minimaal 8 dagen van tevoren bekendgemaakt zouden worden. Normaal gesproken werden dagvaardingen, arrestbevelen en andere juridische stukken via het secretariaat afgehandeld, maar nu waren ze rechtstreeks door Anthonij Beaujon uitgegeven. Hierdoor gingen ongeveer 120 stukken (ter waarde van 8 gulden) verloren. Door deze chaos: De schrijver had hierdoor geen zicht meer op: Hierdoor verloor hij de helft van de inkomsten die bij zijn ambt hoorden. De schrijver kon weinig doen tegen deze willekeurige en dictatoriale werkwijze, vooral omdat sommige raadsleden, zoals Pieter Rumnels en Groewveldt Salomons, openlijk zeiden dat de WIC (West-Indische Compagnie) er toch niets om gaf hoe de zaken in de kolonie werden behandeld, zolang de inkomsten maar binnenkwamen. De gouverneur toonde zijn dictatoriale gedrag en zou, als er iets misging, de schuld op zijn raadsleden afschuiven, terwijl hij zelf de problemen veroorzaakte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 11524 / 0340  


Op 16 januari 1775 werd in Paramaribo een officiële waardering gemaakt van plantage Pietersburg, gelegen aan de Cottica-rivier (aan de rechterkant als je stroomopwaarts vaart), tussen plantages Mijnhoop en CrassCreecq. Deze waardering werd uitgevoerd op verzoek van N. Guisan, die toen beheerder was van de plantage namens de eigenaar, I. Camijn (een voormalig burgemeester van Vianen). De basis voor deze waardering was een opdracht van de eigenaar uit 26 juli 1704.

De inventaris en taxatie werden opgesteld door de toenmalige directeur C. Pache en uitgevoerd door de beëdigde taxateurs I. Barlon en P. Voegelaar. De totale waarde van de grond volgens de officiële kaart bedroeg 6180 gulden en 266 akkers.

De bewerkte gronden waren als volgt verdeeld:

Deze taxatie werd later, op 28 maart 1775, bevestigd door J.L. Veelmant, een beëdigde griffier, die verklaarde dat het document overeenkwam met het origineel dat door P. Stolting (als vertegenwoordiger van de kerkeraad) was getoond. De taxateurs Christiaen Nagel en J. Barloh waren hierbij aanwezig.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 702 / 0439  


In Paramaribo werd een inventaris en taxatie gemaakt van een huis en erf aan de waterkant, tussen de Lutherse kerk en het erf van mevrouw de Weede Buttner. Het pand was op dat moment in gebruik door Hendrik Kemper en zou toekomen aan de kerkenraad van de Lutherse Gemeente in Paramaribo. De taxatie werd uitgevoerd op verzoek van Philip Stolting, die namens de kerkenraad als ouderling was aangesteld. De waardering werd gedaan door de beëdigde taxateurs Christiaan Nagel en Johannes Barlon. Het erf had de volgende afmetingen: Op het erf stond een woonhuis met de volgende kenmerken: Daarnaast stonden er nog vier andere gebouwen op het erf:
  1. Een wateropslag (lengte: 15 voet / ~4,3 m, breedte: 10 voet / ~2,8 m) van vierkant bijlhout, met een dak van kopieplanken en bolletjessingels, op een stenen voet.
  2. Een keuken en magaziijn (lengte: 46 voet / ~13 m, breedte: 20 voet / ~5,7 m) van diverse soorten vierkant hout, met een dak van kopieplanken. De keuken had een stenen vloer en een bakoven; het magaziijn was niet bevloerd. Het gebouw stond op een stenen voet en had een galerij aan de voorkant.
  3. Een slaafs huis en veestal (lengte: 32 voet / ~9 m) van vierkant hout met een dak van planken en singels, op een stenen voet.
  4. Een toiletgebouwtje van vierkant hout met een dak van kopieplanken en singels, op een stenen voet.
Verder waren er op het erf: De totale waarde van het hele complex werd geschat op 15.500 gulden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 702 / 0437  


Op 28 mei 1777 verscheen Johannes Adolph van Claveren, een beëdigde ambtenaar van de secretarie van de kolonie Suriname en de omliggende rivieren en districten, voor een verklaring. Bij hem waren twee getuigen: Hendrik Mauritz Wolff, een inwoner van Suriname, en een andere beëdigde ambtenaar. Van Claveren verklaarde het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 487 / 0489  


Hendrik Kemper liet via Johan Andon Schmidt op 23 mei 1775 in Paramaribo een officiële verklaring opstellen bij een secretaris of beëdigd klerk. Hierin stond het volgende: De verklaring kostte 2 gulden en werd op 22 april 1745 (waarschijnlijk een typefout en bedoeld als 1775) opgesteld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 484 / 0285  


De tekst beschrijft een conflict tussen twee personen, waarbij de ene (de Insinuante) een verzoek indient bij de andere (de Geïnsinueerde, Frederik Bopp).

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 482 / 0343  


De tekst gaat over een geschil tussen twee personen, waarbij de ene persoon (de Geïnsinueerde, een leraar) de ander (de Insinuante, een voormalige dienstmeid) probeert te overtuigen niet te trouwen met een zekere Fredrik Bopp. De Geïnsinueerde vindt dat zijn waarschuwingen passen bij iemand die zich als een bezorgde vriend en als leraar van de gemeenschap opstelt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 482 / 0341  


Hendrik Kemper reageerde op 13 december op een beschuldiging die Margaretha Keyser, de weduwe van Arebrd Hendrik Meyer, tegen hem had ingediend. Kemper was geschokt en boos over de beschuldigingen, die volgens hem vol lagen met leugens en laster. Hij vond het ongelooflijk dat iemand zo ondankbaar kon zijn, vooral als die persoon zelf geen goede bedoelingen had. Hij zei dat dit vaak gebeurde bij mensen die geen goed hart hadden. Ondanks de beschuldigingen bleef Kemper standvastig. Hij vertrouwde op zijn goede geweten en beloofde zich te verdedigen tegen de laster. Hij zou niet al zijn tijd besteden aan het weerleggen van elke leugen, want hij had belangrijkere zaken te doen. Wel was hij ervan overtuigd dat de waarheid altijd boven zou komen, hoe verborgen die ook leek. Daarom zou hij zich alleen richten op de feiten en niet ingaan op alle verzinsels die tegen hem waren bedacht om hem in een kwaad daglicht te stellen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 482 / 0339  


Op 23 januari 1775 verscheen Johan Ernst Hafftenberger, een tijdelijk beëdigd ambtenaar en secretaris van de kolonie Suriname en de omliggende gebieden, voor een notaris. Bij hem was Petrus Theodorus Preeber, een arts van het ziekenhuis van de Edele Sociëteit in Paramaribo, die als getuige optrad. Hafftenberger gaf Hendrik Kemper, een gepensioneerd predikant van de lutherse gemeente in Paramaribo (die toen in Amsterdam woonde), een officiële volmacht. Deze volmacht hield het volgende in:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 568 / 0081  


Op 12 mei 1738 in Paramaribo reageert Hendrik Kemper namens de Geïnsinueerde (de beschuldigde partij) op een eerdere aanklacht. Hij hoopt dat de Insinuante (de aanklager) spijt toont van haar daden en dit ook duidelijk laat zien.

De reactie wordt gegeven onder voorbehoud (met een protest, om juridische rechten te behouden) en sluit het antwoord af. G. Sytken heeft het document gecontroleerd en goedgekeurd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 482 / 0347  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/