Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3047 / 0099  


Joh. (waarschijnlijk de inspecteur) vond de volgende problemen bij de inspectie van het schip: Daarnaast waren er nog meer noodzakelijke reparaties nodig:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3047 / 0098  


Op 7 november 1762 verschenen er verschillende bemanningsleden voor Nicolaas Bernardus Martheze, de boekhouder en eerste klerk van het Galjot Commando. Aanwezig waren ook de getuigen: Al deze mannen, die allemaal op het retourschip Amerongen dienden, bevestigden onder ede – op verzoek van kapitein Jan Spek – dat de volgende goederen tijdens de reis van Batavia naar de huidige locatie beschadigd, versleten of onbruikbaar waren geraakt:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 3047 / 0097  


Hendrik Joosten, 57 jaar en werkzaam als matroos (varensgezel), geboren in Les maar ingeschreven in Delfzijl, weduwnaar van Anna Cornelia Melkert, en Catharina Elizabet Mulder, 58 jaar, zonder beroep, geboren en wonend in Amsterdam, weduwe van Jan Willem Machiel Hommelsberg, gingen een huwelijk aan.

Heinrich Wilhelm Tamborowski, 38 jaar, koffiehuishouder, geboren in Elbing (Duitsland), en Clara Marie Erdmund Liedtke, 26 jaar, zonder beroep, geboren in Amsterdam maar woonachtig in Danzig, gingen ook een huwelijk aan.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1940055 / 10  


Op 25 september 1716 liet mevrouw Maria Susanna Jannette, gescheiden vrouw van Hendrik Jan van Wijk, bij een notaris in Amsterdam vastleggen dat ze bij helder verstand was. Omdat het moment van sterven onzeker is, trok ze alle eerdere testamenten en andere laatste wensen in.

Ze maakte een nieuwe regeling:

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974495 / 169  


In haar testament bepaalt de vrouw (de Testatrice) wie haar bezittingen erft na haar dood: Ze wijst de volgende personen aan voor belangrijke taken: De vrouw houdt zelf het recht om: Alles wat zij later toevoegt of wijzigt, moet net zo geldig zijn als dit testament. Dit is haar laatste wil, die na haar dood precies moet worden uitgevoerd.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974495 / 170  


Johanna Helena van Hest, weduwe en beheerder van de erfenis van haar overleden man Dionisius Adriaan van Berkel, verscheen op 10 mei 1776 voor notaris Johan Adriaan van Meurs in Tilburg. Zij was ook aanwezig als moeder en voogd van haar twee minderjarige kinderen, die zij had met Dionisius Adriaan van Berkel. Zij bevestigde dat zij een schuld had van 150 gulden aan Norbarters de Canter, eveneens woonachtig in Tilburg. Dit bedrag was geleend als contant geld, en zij beloofde dit terug te betalen bij het eerste verzoek. De schuld moest worden afgelost in munten, inclusief rente. In de tekst werden ook verschillende andere personen en families genoemd, waaronder: De notaris Johan Adriaan van Meurs was beëdigd door de Edele Mogende Raad en Leenhof van Brabant en de landen van Overmaas in 's-Hage en woonde in Tilburg.
Bekijk transcriptie NL-TbRAT / 1818962 / 57  


Bekijk transcriptie NL-ZlHCO / 2836183 / 49  


Bekijk transcriptie NL-UtHUA / 4101229 / 118  


Bekijk transcriptie BE-MeSM / 10290941 / 13  


Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.50 / 576 / 0127  


Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344420 / 25  


Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344420 / 24  


Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2344420 / 23  


Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0010  


Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0009  


Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974707 / 156  


Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974707 / 150  


Bekijk transcriptie NL-ZdGAZ / 3366762 / 165  


Wijnand van Waveren, directeur van de bedrijven N.V. "van Waveren's Graanhandel" in Aerdenhout (gemeente Bloemendaal) en lid van de directieraad van de Naamloze Vennootschap "EIGEL HUIS en TUIN" (een bedrijf dat onroerend goed beheert in Haarlem), geeft met dit document een officiële opdracht aan Gerrit Jacob Dake, boekhouder uit Haarlem. Dake mag namens EIGEL HUIS en TUIN het volgende verkopen: De verkoopprijs voor het land (punt a) is vastgesteld op 600 gulden. Koper is Benrantus Frédéric Derieus Brizee, kantoorbediende uit Zwaanenbrug (gemeente Haarlemmermeer). Dake mag namens de vennootschap: Volgens de statuten van EIGEL HUIS en TUIN moet de directieraad altijd met ten minste twee leden documenten ondertekenen die met deze verkoop te maken hebben. Het document is ondertekend in Haarlem op 16 mei 1925.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209410 / 61  


Bekijk transcriptie NL-GdSAMH / 0001 / 277 / Requestboek / 1804-1807 / Gda / 0013  


12 juli 1790 verschenen voor notaris Jan Schouten in Haarlem: enerzijds burger Ruth van de Pol, wonend op het plein buiten de Grote Houtpoort onder de vrijdom van de stad, en anderzijds Dirk de Bruyn en Jan Westrik, beiden wonend in de stad, in hun hoedanigheid als voogden over Klaas de Bruyn en Jan de Bruyn en beheerders van hun goederen.

Zij verklaarden dat wijlen Rutgert de Bruyn en Dirkje Janse Disseldorp getrouwd waren geweest in gemeenschap van goederen. Dit echtpaar had 6 december 1781 bij notaris Gerrit Kok Junior een testament laten opmaken waarbij zij elkaar over en weer tot erfgenaam hadden benoemd, zodat de langstlevende alles zou erven. Hun kinderen zouden alleen hun legitieme portie krijgen.

Rutgert de Bruyn overleed. Dirkje Janse Disseldorp wilde hertrouwen met Ruth van Pol. Voordat dit huwelijk werd voltrokken, had zij 27 en 28 mei 1782 bij notaris Schouten aan haar 2 minderjarige kinderen Klaas en Jan de Bruijn, uit haar huwelijk met wijlen Rutgert de Bruyn, een bewijs verstrekt voor elk een bedrag van 50 gulden.

Ruth van Pol en Dirkje Janse Disseldorp maakten 17 april 1796 een testament bij notaris Johannes Petrus Kuenen. Hierin benoemde hij als testateur zijn echtgenote Dirkje Janse Disseldorp tot zijn enige erfgename. Zij als testatrice benoemde tot haar erfgenamen: haar man Ruth van Pol, haar 2 kinderen uit haar eerdere huwelijk met wijlen Rutgert de Bruyn, namelijk Klaas en Jan de Bruyn, en eventuele kinderen die zij met Ruth van Pol zou krijgen, allen in gelijke delen. De testateurs benoemden elkaar over en weer tot voogd over hun minderjarige kinderen. Zij benoemde alleen Dirk de Bruyn en Jan Westrik tot voogden over haar voorkinderen en beheerders van de goederen die zij van haar zouden erven, met uitsluiting van de weeskamer van de stad.

Dirkje Janse Disseldorp overleed. Ruth van Pol had op grond van de gemeenschap van goederen recht op de helft van de gemeenschappelijke boedel, en op grond van het testament op 1/3 van de andere helft, omdat Dirkje Janse Disseldorp zonder kinderen bij hem was overleden. De pupillen van de andere verschenen personen hadden recht op de overige 2/3 van die andere helft van de gemeenschappelijke boedel.

Om de gemeenschappelijke boedel en nalatenschap te regelen zou alles verkocht of door Ruth van Pol overgenomen moeten worden tegen een taxatiewaarde, waarna alle schulden en lasten betaald zouden worden. Omdat onzeker was hoe de boedel er

Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974707 / 152  


Johannes Windthorst, drogist te Bloemendaal, had een schuld van 2.600 gulden, ingeschreven op 7 november 1919 deel 421 nummer 127.

Frans Enseler, metselaar te Haarlem, had een restschuld van 800 gulden, ingeschreven op 18 december 1919 deel 427 nummer 121.

Jacobus Johannes Smolenaars, koopman te 's-Gravenhage, had een restschuld van 4.750 gulden, ingeschreven ten hypotheekkantore te 's-Gravenhage op 5 april 1920 deel 789 nummer 69. Voor deze schuld was Hendricus Smolenaars, koopman te Haarlem, borg gebleven.

Martinus Molenkamp, logementhouder te Haarlem, had een schuld van 1.000 gulden, ingeschreven op 9 april 1920 deel 438 nummer 3.

Jacobus de Wilde, landbouwer te Wijk aan Zee en Duin, had een schuld van 3.100 gulden, ingeschreven op 19 april 1920 deel 440 nummer 34.

Cornelis Karel van Beaumont, kantoor bediende te Haarlem, had een schuld van 5.000 gulden, ingeschreven op 3 mei 1920 deel 437 nummer 125. Voor deze schuld waren Homme Oudman, inspecteur van politie, en Karel Willem van Beaumont, particulier, beiden te Haarlem, borg gebleven.

Abraham Koebrugge, bloemist te Bloemendaal, had een schuld ingeschreven in 1919 deel 405 nummer 89.

Johannes Heyboer, lichtdrukker te Haarlem, had een restschuld van 800 gulden, ingeschreven op 17 februari 1919 deel 102 nummer 126.

Hermanus Willem Oldenburg, boekhouder te Haarlem, had een schuld van 500 gulden, ingeschreven op 4 februari 1919 deel 403 nummer 82.

Engelina van Duin, zonder beroep te Haarlem, weduwe van Cornelis Nouwland, had een schuld van 885 gulden, ingeschreven op 5 april 1919 deel 108 nummer 38.

Engel Koning junior, meester schilder te Zandvoort, had een restschuld van 1.800 gulden, ingeschreven op 16 april 1919 deel 104 nummer 171.

Willem Frederik Kuit, zonder beroep te Haarlem, had een schuld van 225 gulden, ingeschreven op 24 april 1919 deel 107 nummer 131.

Johannes Cornelis Schradere, kapper te Schoten, had een restschuld van 350 gulden, ingeschreven op 6 mei 1919 deel 405 nummer 160.Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209098 / 15  


  • Anthonij Pieter Geerke, winkelier in Wormerveer, had een bedrag van 6.100 gulden, ingeschreven op 29 oktober 1920 deel 456 nummer 75.
  • Cornelis Franciscus Harms, procuratiehouder in Hillegom, had een restant van 1.000 gulden, ingeschreven op 25 november 1920 deel 453 nummer 170.
  • Geziena Albertina Annetta Drijber, weduwe van Roelof Maas, particulier in Haarlem, had een bedrag van 2.850 gulden, ingeschreven op 26 november 1920 deel 457 nummer 80. Ter zekerheid van deze vordering waren bovendien effecten in pand gegeven.
  • Jacobus de Wilde, landbouwer in Wijk aan Zee en Duin, had een bedrag van 1.260 gulden, ingeschreven op 23 december 1920 deel 462 nummer 9.
  • Johan Herman Dummer van Hemsbergen, koopman in Haarlem, had een restant van 13.500 gulden, ingeschreven op 23 december 1920 deel 462 nummer 7.
  • Jacob Drayer, aannemer in Zandvoort, had een bedrag van 2.800 gulden, ingeschreven op 22 januari 1921 deel 461 nummer 129.
  • Lodewijk Verpoorten, timmerman in Haarlem, had een restant van 2.625 gulden, ingeschreven op 3 mei 1920 deel 437 nummer 124.
  • Gerardus Verzijlenberg, expediteur in Haarlem, had een restant van 1.400 gulden, ingeschreven op 1 juni 1920 deel 441 nummer 120.
  • Aaltje Pieters Lantenbach, weduwe van Willem Hendrik Eykenaar, caféhoudster in Haarlem, had een bedrag van 2.000 gulden, ingeschreven op 21 juni 1920 deel 444 nummer 150.
  • Tjebbe Mobach, kleermaker in Haarlem, had een restant van 450 gulden, ingeschreven op 28 juni 1920 deel 446 nummer 11.
  • Gerardus Johannes Roozen Junior, bloemkweeker in Haarlem, had een restant van 2.600 gulden, ingeschreven op 1 juli 1920 deel 447 nummer 21 en 10 december 1920 deel 458 nummer 153.
  • Cornelis Stuy, wegarbeider in Haarlem, had een bedrag van 1.750 gulden, ingeschreven op 19 augustus 1920 deel 452 nummer 55.
  • Jacques Hezemans, kunstschilder en philograaf in Haarlem, had een bedrag van 1.350 gulden, ingeschreven op 4 september 1920 deel 451 nummer 79 en 21 december 1920Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209098 / 16  


    Lucien Carolus Mooij, bloembollenkweker te Haarlem, groot 2000 gulden, ingeschreven 7 juni 1921 deel 475 nummer 111.

    Lucien Carolus Mooij, bloembollenkweker te Haarlem, groot 2000 gulden, ingeschreven 1 juli 1921 deel 177 nummer 76.

    Cor de Wolff, sterkunstenaar te Londen, groot 500 gulden, ingeschreven 4 november 1921 deel 487 nummer 10.

    Hendrik Pieter van der Pligt, bankwerker te Haarlem, groot 600 gulden, ingeschreven 1 november 1921 deel 486 nummer 50.

    Jacob Drayer voornoemd, groot 4390 gulden en 90 cent, ingeschreven 13 maart 1923 deel 522 nummer 167.

    Adriana Francoise Peaux, particulier, wonende te Haarlem, weduwe van Abraham Noé Lodewijk zoon, groot 2772 gulden en 50 cent, ingeschreven 27 mei 1922 deel 502 nummer 37.

    Voorts verklaarde de verschijner Rombach dat door genoemde Naamloze Vennootschap Beleggingsbank, Maatschappij tot exploitatie van onroerende goederen en het ter leen verstrekken van gelden zijn verkocht en bij deze in vollen eigendom worden overgedragen de navolgende hypothecaire schuldvorderingen ten behoeve van genoemde vennootschap, tot zekerheid waarvan inschrijving is genomen ten hypotheekkantore te Haarlem, zoals bij iedere vordering afzonderlijk zal worden vermeld, als:

    Aan vrouwe Maria Petronella Risseeuw, particulier, wonende te 's-Gravenhage, weduwe van de heer Christiaan Leendert van Pesch, die ten laste van:

    1. Dirk van Bockhooren, chef van een boekdrukkerij, wonende te Haarlem, groot 2055 gulden, ingeschreven 18 augustus 1915 deel 341 nummer 120.
    2. Marijtje Groen, particulier te Haarlem, groot 1350 gulden, ingeschreven 2 december 1915 deel 343 nummer 141.
    3. Aart Gijsbert Louwerenburg, gepensioneerd werkman te Haarlem, groot 2150 gulden, ingeschreven 20 april 1922 deel 499 nummer 32.
    4. Hendrik van der Laan, lettergieter te Haarlem, groot 2300 gulden, ingeschreven 22 april 1922 deel 498 nummer 80.
    5. Antonie de Jong, groentenhandelaar te Haarlem, per resto groot 1200 gulden, ingeschreven 4 februari 1918 deel 381 nummer 142.
    6. Karel van Balen, bakker te Haarlem, per resto groot 900 gul
    Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 5209098 / 17  



    Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/