Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Jan Ganjefles Gerrit Isseldyk en Teunis Veenhuizen, beide dagloners uit Twello, kochten op een veiling een huis in Terwolde voor 424 gulden. De veiling werd gehouden onder toezicht van: Het document werd geregistreerd in Apeldoorn op 15 juli 1842 in register 25, blad 31, vak 6. De registratie kostte: De totale kosten, inclusief 3,8% belasting, kwamen uit op 7,35 gulden. Dit bedrag werd betaald aan de ontvanger.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1395 / 0268  


Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1376 / 0365  


Op 4 oktober 1811 werd een openbare veiling gehouden voor onverkocht land. De regels voor de veiling waren:

De volgende stukken land werden verkocht (met kopers, borgstellers en prijzen in guldens):

Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1385 / 0238  


Op 17 juni 1834 meldde Jacob Koppel, gemeente-ontvanger uit Apeldoorn, namens notaris P.E. Kraars uit Twello een openbare veiling aan. Deze veiling zou plaatsvinden op 19 juni 1834 ’s ochtends in de herberg van Janus de Jong in Nijbroek. De veiling was bedoeld voor de volgende boeren: Op 19 juni 1834 om 10 uur ’s ochtends hield notaris Pieter Embertus Kraars (genaamd Pann Peram Fraars) uit Twello de veiling in de herberg van Janus de Jong in Nijbroek. De opbrengst was 190 gulden en 50 cent voor de genoemde boeren.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1385 / 0237  


Charles Godefroij, een voormalig raadsheer van het hof van Suriname, verscheen op 19 december 1770 voor notaris Thomas Willing Plets. Hij verklaarde zich hoofdelijk aansprakelijk (borg) voor een schuld van 2.500 Hollandse gulden, plus een bedrag dat eerder was toegewezen door een vonnis van 12 november 1770. Deze borgstelling deed hij namens zichzelf en als gevolmachtigde van de weduwe Lambertus Thijn & Zoon uit Amsterdam. Het ging om een veiligheid voor de heren Walter Kennedy en H.L. Reijnsdorp, die als executeurs (afhandelaars) van de nalatenschap van de overleden Ch.W. Wolff optraden. De reden was een revisie (herziening) van het vonnis van 12 november, waarbij Godefroij mogelijk zou moeten betalen als hij in het ongelijk werd gesteld. Dit moest zelfs voor het hoogste gerechtshof, de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden, kunnen gelden. De akte werd ondertekend in aanwezigheid van de getuigen O.F. Seewich en Hermanus Willem Koe.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 366 / 0737  


Op 31 maart 1771 verscheen I.P.H. Muzelius, die woonde in Paramaribo maar op dat moment op zijn plantage Pabriam verbleef, voor Daniel Godeob Schlick, een ambtenaar van de kolonie Suriname. Muzelius verklaarde dat hij zijn vrouw, Susanna Muzelius-Nepveu, volmacht gaf om: Muzelius gaf haar dezelfde bevoegdheden als een officiële beheerder volgens de lokale wetten en gewoonten. Hij beloofde ook alles wat zijn vrouw in deze hoedanigheid deed te zullen goedkeuren en te erkennen. Als Muzelius later zou besluiten om naar het vaderland of elders te verhuizen en zijn vrouw zou kiezen om hem niet te volgen, mocht zij: Muzelius gaf haar hiermee de nodige toestemming. Dit alles werd vastgelegd in Paramaribo op de genoemde datum.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 558 / 0363  


Johannes Dolyh van Claveren Berkhoff en Hermanus Willem Kerkhoven waren getuigen toen iemand (de comparant) beloofde om zichzelf en zijn bezittingen verantwoordelijk te houden voor beslissingen van de rechtbank. Deze afspraak gold speciaal voor het Hof van Civiele Justitie (een rechtbank voor burgerlijke zaken). Het document werd ondertekend op dezelfde datum en plaats als hierboven genoemd (9 [datum onvolledig] in Paramaribo). De getuigen bevestigden dit met hun handtekening, en S.S.G. Schuck, een beëdigd ambtenaar, maakte het officieel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 364 / 0394  


Op 14 juli 1710 verscheen Pieters Hailhoff, een beëdigd klerk van de secretarie van de kolonie Suriname (inclusief de rivieren en omliggende gebieden), voor notaris. Bij hem was P. Berkhoff, die in het bijzijn van getuigen een verklaring aflegde. Berkhoff verklaarde dat hij, volgens het vonnis van het Hof van Civiele Justitie in Suriname van dezelfde maand, zich borg stelde voor C.F. Georgie. Dit was ter zekerheid van J.D. Dutrij, die een rechtszaak tegen Georgie had aangespannen. Berkhoff gaf hierbij alle mogelijke juridische bezwaarprocedures op. De borgstelling betrof twee wisselbrieven, ondertekend door Js Wourques en C.F. Georgie op 25 augustus 1766. De bedragen waren: Deze wissels waren getrokken op naam van J.o. De Dutrij als betaling voor drie achtste deel van de koopsom van plantage Marias Lust. De kosten waren voor rekening van Herman van de Poll in Amsterdam. Berkhoff beloofde dat, als de wissels bij vervaldatum niet betaald zouden worden en met protest terugkwamen, hij Dutrij zou vrijwaren van alle schade en claims die hieruit konden voortvloeien. Dit gold specifiek voor Dutrij zijn handtekening (endossement) op de wissels.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 364 / 0393  


Op 161 werd er grond verkocht op de heide Hader Kamp bij Twello:

Het totale bedrag dat met deze verkopen werd verdiend, was 2204 gulden.

Daarnaast:

Het totale transportbedrag (totaal van alle verkopen) was 2530 gulden.

Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1370 / 0522  


Op 15 augustus 1786 verscheen voor Johannes Jacobus Wohljahre, beëdigd secretaris van de kolonie Suriname en de omliggende rivieren en districten, in aanwezigheid van twee genoemde getuigen: De betrokkenen, die allemaal in Paramaribo woonden, verklaarden het volgende: Toen M.E. Trey de plantages en grond eerder had overgedragen aan J.R. Morin (die toen zaakwaarnemer was van Dirk Luden en Jacob Speciaal), had zij als voorwaarde gesteld – en ook onder ede bevestigd – dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 133 / 0245  


Op 13 februari 1771 werd een overeenkomst gesloten voor het Hof van Civiele Justitie in de kolonie Suriname. Deze overeenkomst werd goedgekeurd door het hof en betrof een hypotheek die geregistreerd stond in het hypotheekregister van Suriname (register nummer 3, pagina 382 en volgende).

De betrokkenen waren:

In de overeenkomst van 13 februari 1771 stond dat Pieter Wilkes zijn helft van de plantage Onverwagt afstond aan Nicolaas Olivier Pelichet. Vanaf dat moment werd Pelichet beschouwd als de enige eigenaar van de hele plantage, alsof hij deze vanaf het begin alleen had gekocht. Pieter Wilkes had vanaf dat moment geen rechten meer op de plantage.

Pelichet werd gemachtigd om de helft die oorspronkelijk van Wilkes was, op zijn eigen naam te zetten of over te dragen. Hij beloofde ook dat de erven van Pieter Wilkes geen aanspraak meer konden maken op de plantage.

De overeenkomst werd opgesteld in Amsterdam en later, op 17 maart 1773, bevestigd door notaris Isaac Pool. Op 12 juni 1786 werd de akte geregistreerd in Suriname door J.J. Fallmann, een beëdigd griffier.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 740 / 0032  


Op 30 maart 1778 gingen Simon Visscher (uit Durgerdam, maar toen in Amsterdam) en Frans Gerard Eijsingh (uit Amsterdam) naar notaris Pieter de Wilde. Zij bevestigden dat ze eerder, op 10 oktober 1777, Johannes Louis de la Croix en Nicolaas Olivier Pelichet (uit Suriname) hadden aangesteld om zaken voor hen te regelen. Omdat Pelichet op 22 december 1777 in Suriname was overleden, benoemden Visscher en Eijsingh nu Unico Wilke als nieuwe vertegenwoordiger. Als Wilke of De la Croix zou overlijden, zou Jacques Caucanas hun taken overnemen. Deze nieuwe afspraak volgde dezelfde regels als de eerdere volmacht. De notariële akte werd ondertekend in Amsterdam met Pieter Berkman en Willem Scheper als getuigen. Op 6 april 1778 bevestigde Simon Visscher opnieuw bij notaris Pieter de Wilde dat de volmacht uit 10 oktober 1777 ook gold voor het beheer van de koopsom van plantages Bliekvelt en Houtgrond in Suriname.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 730 / 0540  


Op 25 april 1760 verscheen RiH:s Johannes Raff, getrouwd met Maria Amilia de la Riviere, voor Lour. Goedgesworen Clercq op het secretariaat van Suriname en de rivierdistricten. Raff was eigenaar van een plantage en stond op het punt naar Nederland (het "vaderland") te vertrekken. Hij verklaarde eerst een eerdere volmacht van 21 oktober 1757 in te trekken. Die volmacht was toen gegeven aan Jean Fontane (oud-raadslid van het Hof van Civiele Justitie) en Nicolaas Olivier Pelichet, voor zover deze nieuwe volmacht daarmee in strijd zou zijn. Vervolgens benoemde Raff opnieuw dezelfde twee mannen, Jean Fontane en Nicolaas Olivier Pelichet (die nu directeur was op de plantage), als zijn officiële vertegenwoordigers. Zij kregen specifiek de macht om:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 545 / 0305  


4 oktober 1827 om 12:00 uur trouwden in Amsterdam: De ambtenaar las voor: Na toestemming ("ja") verklaarde de ambtenaar hen volgens de wet getrouwd. Getuigen: --- 18 oktober 1827 om 11:00 uur trouwden in Amsterdam: De ambtenaar las voor: Na toestemming ("ja") verklaarde de ambtenaar hen volgens de wet getrouwd. Getuigen:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2433155 / 217  


De Procureur Generaal merkte op dat de slechte staat van schoenen bij gevangenen kwam doordat ze niet werden onderhouden. Hij vroeg daarom om bij de maandelijkse uitdeling van spullen ook schoensmeer te mogen geven aan vrije gevangenen.

Hij stelde voor om de volgende kleding uit te delen aan mannelijke gevangenen:

Daarnaast kreeg:

Voor van Heeren werden extra spullen voorgesteld, zoals:

De Procureur Generaal wachtte op een beslissing van de Minister van Koloniën over een eerder voorstel (25 juni 1865), maar stelde voor om alvast toestemming te geven voor de uitdeling van kleding, schoenen en schoensmeer. Ook mochten er 3 paren schoenen gemaakt worden. De kosten hiervoor kwamen uit het budget van 1865.

De overheid ging akkoord met dit voorstel. De Procureur Generaal en de Administrateur van Financiën kregen een kopie van deze beslissing (23 juli 1865).

Op 2 juli 1865 vroeg Salomon Soesman, beheerder van plantage Adrichem (in de rivier Beneden-Cottica), toestemming om de slaaf Isack (geboren in 1831, zoon van Maria) over te schrijven op naam van D. S. Lanches. Isack was namelijk door Soesman verkocht aan Lanches voor zijn vrijheid. Omdat er geen bezwaar was gemaakt tegen dit verzoek, werd de overdracht goedgekeurd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 6847 / 0074  


Op 31 oktober 1878 werd een officiële brief geschreven over een verzoek om een schuld af te lossen. De brief verwijst naar een lening met nummer Loed. 8 450, 1483 3 en benadrukt dat alle gegevens precies moeten worden overgenomen.

De gouverneur had het volgende gelezen:

Met verwijzing naar eerdere besluiten van de overheid (18 mei 1871 en 12 december 1872) werd besloten:

Het recht op beslag (vanwege niet-betaling) wordt opgeheven voor de verkoop van de plantage Adrichem (aan de Malapicakreek) aan N. S. Schouten voor een bedrag van ƒ5200.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 6914 / 0183  


Louis Cilbert, directeur van plantage Adrichem V in Paramaribo, bezocht op 20 juli 1809 een notaris. Hij was helder van geest en bevestigde dat zijn testament van 6 augustus 1807 (opgesteld voor dezelfde notaris en getuigen) nog steeds volledig geldig was. Wél trok hij een eerdere clausule in: die over het uitsluiten van onbekerde (niet-christelijke) familieleden van zijn erfenis. Deze beslissing schrapte hij nu. Vervolgens benoemde hij twee executeurs (personen die zijn testament moeten uitvoeren en zijn bezittingen afhandelen): Deze executeurs kregen volmacht om alles te doen wat nodig is voor een goede afwikkeling, inclusief het inschakelen van de rechtbank als dat nodig mocht zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 93 / 0043  


In 1543 vaardigde keizer Karel de Vijfde een nieuwe wet uit voor de Nederlanden. Deze wet verenigde 17 verschillende gebieden, zoals Holland, Zeeland en Vlaanderen, onder één bestuur. Hierdoor hoefden de gebieden niet langer apart belasting te betalen aan de keizer, maar konden ze samen beslissen over geldzaken. De wet had drie belangrijke regels: De gebieden behielden wel hun eigen bestuurders, zoals de Staten van Holland of de Staten van Vlaanderen. De keizer wilde met deze wet de Nederlanden sterker maken en makkelijker besturen. Ook hoopte hij zo meer steun te krijgen in de strijd tegen Frankrijk en de opstandige Duitse vorsten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 262 / 0071  


Op 8 en 9 juni 1784 werd op de plantages Onverwagt en Klein Onverwagt een inventaris opgemaakt. Hierin stond dat:

Aanwezig als getuigen waren: Jan Cornelis de Carenabe, Solan Brandet, H. Pollender, Johs Brandt (als gezworen klerk van de provincie). De inventaris werd ondertekend door: B. m. Roeters, A. D. de Graaff, S. F. Steevens en C. Lind (van Geenerenoue, als nieuwe pachter). De Carenabe bevestigde als getuige dat alles correct was verlopen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 262 / 0069  


Jan Nagel en zijn vrouw (de comparanten) beloven in deze overeenkomst het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 566 / 0338  


Op 5 februari 1821 om 5 uur trouwden in Amsterdam twee stellen:

Bij beide huwelijken werden eerst de vereiste documenten voorgelezen, zoals uittreksels uit registers, doop- en overlijdensaktes van de ouders. Daarna vroeg de ambtenaar M.V. Bieker de Sonse (lid van de commissie voor de burgerlijke stand van Amsterdam) of de partners elkaar als man en vrouw aannamen. Na hun "ja" verklaarde hij hen volgens de wet van 20 Ventôse jaar 11 (Franse republikeinse kalender) tot echtpaar.

Op 14 maart 1821 om 12 uur herhaalde Cornelis van Isseldijk (53, zonder beroep, weduwnaar van Adriana Sakperom, wonend in Nieuwkoop) en Johanna Judith Zeelt (70, zonder beroep, wonend in Amsterdam) hetzelfde ritueel voor ambtenaar H.J. Backer de Sonse. Ook hier werden de vereiste akten voorgelezen, waaronder een uittreksel uit het register van Rijswijk (4 en 11 maart 1821) en overlijdensaktes van hun ouders. Getuigen waren opnieuw Arie van Berkel, David Hendrik Kok, Jan Balke en Gerrit Plantin.

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1931696 / 99  


Jacob Koppel, de ontvanger van Apeldoorn, handelde namens notaris C.L. Araars uit Twello. Op 6 februari 1841 meldde hij dat er een openbare verkoop zou plaatsvinden op 16 februari 1841 om 10 uur 's ochtends. Deze verkoop was in opdracht van boer Jan Tol uit Twello en betrof landbouwgoederen (geen goud of zilver). Bij de verkoop werden de volgende zaken verkocht aan verschillende kopers, soms met borgstelling door anderen: De totale opbrengst van de verkoop was 1829,10 gulden, plus extra kosten. De verkoop werd vastgelegd in het register van openbare verkopen.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1394 / 0699  


Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2447158 / 193  


De tekst gaat over uitkeringen van pensioenen en eenmalige beloningen (gratificaties) in de 18e eeuw. Hier volgt een overzicht van de betalingen en verzoeken:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3585 / 0143  


Op 11 januari 1873 werden in Amsterdam verschillende geboortes officieel geregistreerd door de ambtenaar van de burgerlijke stand, Driessen:

Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1931704 / 56  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/