Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Thomas was samen met een andere persoon bij de Kaap. 's Avonds gingen ze naar het fort. Thomas stelde voor om naar de timmermanswinkel te gaan. Daar was een gat in het plafond. Ze haalden er een stop uit om bonen erdoor te laten vallen. Een van hen klom op een bed om de stop eruit te trekken. Ze stalen genoeg bonen voor 3 of 4 maaltijden. Ze hebben één keer gekookt en de rest verdeeld. Ze hebben dit maar één keer gedaan. Ze hadden de deur niet achter zich dichtgedaan zodat niemand hen zou betrappen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0276 De aanklager schrijft dat de Oost-Indische Compagnie eerder veel kosten en schade heeft geleden door bloedvergieten. Hij vindt het niet nodig dit uitgebreid te herhalen, maar zegt wel dat dit in de toekomst voorkomen moet worden. Hij stelt dat de Khoikhoi (Hottentotten) vrije mensen zijn en dat het niet redelijk is om hen het grazen van hun vee te verbieden. Dit zou volgens hem onwettig zijn, vooral buiten de grenzen van de kolonie. In hun eigen gebied waar graasrechten vrij zijn en niet beperkt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0030 Jan van Bevernazie diende een klacht in bij gouverneur Willem Adriaen van der Stel en de rechtbank. In de maand juli waren er Hottentotten met 3 groepen koeien en 4 groepen schapen tot vlakbij zijn huis gekomen in het Land van Waveren. Ze lieten hun dieren daar grazen. Van Bevernazie had samen met zijn broer en Jan Oosthuijzen de Hottentotten 2 keer gewaarschuwd om weg te gaan. De Hottentotten negeerden dit en kwamen met hun schapen nog dichterbij, tussen zijn lammeren. Ze joegen zijn koeien richting zijn huis en dreigden ze met knuppels te slaan. Ze bleven daar 2 maanden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0021 In deze tekst vertelt de schrijver over problemen met Khoi mensen. Hij beklaagde zich bij de commandant die daar de wacht hield. Hij zei tegen de commandant dat als hij de Khoi niet zou weghouden, hij naar Kaap de Goede Hoop zou gaan om te klagen. De commandant ging met hem mee naar de Khoi en beval hen weg te gaan. Als ze dat niet zouden doen, mocht de schrijver op hen schieten.
De Khoi negeerden deze waarschuwingen en:
Toen hij thuiskwam, vertelde zijn moeder dit aan hem. Hij vond het vreemd dat ze dit durfden te doen op zijn eigen land, waar hij al ongeveer 2,5 jaar woonde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0022 De getuigenverklaring werd onderzocht aan Kaap de Goede Hoop op 26 oktober 1706. De leden van de raad waren Adriaan van Reede en Hendrik Bouman. Het document werd door hen en door secretaris A. Poulle ondertekend. Secretaris Nooulle bevestigde de juistheid van het document.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0199 Daveman bracht ongeveer anderhalf uur door in huis. In die tijd werd hij eerst door drie verschillende mensen geslagen, geschopt en gestruikeld. Later werd hij door Jurgen Kerver mishandeld.
Jurgen Kerver zocht ook ruzie met Guilliam Tamboer en beschuldigde hem ervan dat hij zou hebben gezegd dat Kerver een schurk was.
De vrouw van Lambert Smith en Smith zelf hebben Guilliam Tamboer bij zijn arm gepakt en hem samen de deur uit geduwd. Ze zeiden tegen hem dat hij maar moest vertrekken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0196 Het gaat over een incident waarbij Gerrit Daveman door meerdere mensen is aangevallen. De vrouw van Den Buijze gaf hem eerst wijn en noemde hem een hond. Daarna vielen Jurgen Kerver en zijn vrouw Daveman aan, waarbij ze hem bij zijn haar pakten en met vuisten en zwepen (sjambokken) sloegen. Ook Lammert Smith gaf hem 2 of 3 vuistslagen.
Ze dwongen Daveman om:
Later werd Jurgen Kerver beschuldigd van het uitschelden van Daveman voor "koetshond", maar volgens Kerver wilde zijn baas niet dat hij dit zei.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0195 Jurrien Tapmeier, een soldaat van 35 jaar oud uit Osnabrugge, werd ondervraagd door de raad van justitie. Dit gebeurde op verzoek van de officier van justitie Ioan Blesius.
Tapmeier gaf de volgende antwoorden:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0275 De aanklacht is gericht tegen landbouwer Lammert Smit, zijn vrouw Marretje Willems Brentburghart, hun zoon Jan Pietersz van Holsteijn, en Marten Frans, hun knechten, samen met vijf van hun slaven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0274 De aanklager liet op 11 november 1706 via secretaris Booutle een verzoek indienen bij de rechters. Het document werd ondertekend door I. Star Renburg. De aanklager vroeg de rechters om naar eigen inzicht een beslissing te nemen in deze zaak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0272 De officier van justitie eist dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0271
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0197 Er was een gevecht waarbij de verdachte zag dat zijn collega's in de problemen kwamen. Hij greep een soldaat bij zijn haar. Dit duurde kort en de verdachte ging naar het huis van een Franse steenhouwer, dat schuin tegenover het huis van de koetsier stond.
Hendrik Smit, die erg dronken was, ging naar het huis van Rantsouw, gevolgd door Jan en Lammert. De verdachte ging samen met steenhouwer Bastiaan, die daar woonde, naar het huis van Rantsouw omdat ze hoorden dat de drie anderen Rantsouw een 'rantsoen dief' noemden. Ze wilden deze personen meenemen naar het steegje om ze uit de problemen te houden.
Bij aankomst namen ze Hendrik Smit met geweld mee naar het huis van de Fransman in het Assecoenisstraatje. Daarna gingen ze terug naar Rantsouw's huis om de andere twee ook naar het steegje te brengen. Toen ze daar aankwamen zei Jan dat de 'Caffers' Lammert te pakken hadden, en vroeg of ze een Europeaan in de problemen moesten laten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 9437 / 0476 Lammert Smit woonde in Paarl. Hij was afkomstig uit Hoegaarden in Brabant en was ongeveer 38 jaar oud. Hij was ongeveer 4 maanden getrouwd met de weduwe van Barend Burgerd. Op 5 september (een zondag) waren Guilliam Frisnet, Jurgen Kerver en Frans bij hem thuis. Lammert Smit verklaarde dat zijn wagen naar de boerderij van Guilliam Frisnet was gestuurd om de vrijman Gerrit Daveman met geweld op te halen. Gerrit Daveman werd vervolgens met deze wagen naar het huis van Lammert Smit gebracht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0211 Mourits bevestigde na het voorlezen van de vragen en antwoorden dat alles naar waarheid was opgeschreven. Hij wilde er niets aan toevoegen of weghalen. Ook Christiaan en Ariaan uit Nagapatnam, samen met Paul uit Madagascar, die allen slaaf waren van landbouwer Lammert Smit, waren aanwezig. Deze vijf mensen, die redelijk goed Nederlands spraken, bevestigden na het voorlezen van de vragen dat ze het eens waren met de eerste twee ondervraagden, zonder daar iets aan te veranderen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0198 Op zekere dag arriveerde Jan Pietersz van Holsteijn met een wagen bij het huis van Guilliam Frisnet, waar Daveman als bewaker aanwezig was. Gerrit lag dronken op de wagen en kon er niet alleen vanaf gehaald worden. Bij dit voorval waren aanwezig:
Er wordt onderzocht of Lammert Guilliam heeft geslagen, of Guilliam Frisnet in de nacht uit het huis is gezet, en of Lammert Smit hen heeft achtervolgd terwijl hij riep "Vooruit jongens, hou vol!"
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0225 De slaaf Ciosser uit Madagascar, eigendom van de vrijman Hendrik Abramse Devries, werd verhoord op 18 december 1706. Hij bekende, zonder dwang of bedreiging, dat hij eerder op 30 november had gelogen toen hij beschuldigd werd door Jan Jurgen van Burtel en Jacob de Groot van Dort. Hij had toen ontkend omdat zijn meester Hendrik Abramse Devries hem had aangeraden alles te ontkennen.
Ciosser vertelde dat hij ongeveer twee jaar eerder, op 5 april 1704, als beestenwachter voor zijn toenmalige meester Daniel Zaijman, een oude beestenwachter had vermoord. Het slachtoffer was Citia uit Mallebaar, die voor Jan Hendrik Touke werkte. Ciosser had Citia gedood omdat deze hem steeds uitschold voor dief en hem beschuldigde van het openbreken van een kist en het stelen van rijpe pisangs. Hij sloeg Citia's hoofd in met een klipsteen en brak zijn arm met een grotere steen. Daarna sleepte hij het lichaam ongeveer 20 of 22 voet naar een moeras, waar hij een kuil groef.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0651 Lammert Smit gaf zijn werknemers een onredelijke opdracht toen ze van huis vertrokken. Ze moesten alles doen wat Jan de Snijer hun zou bevelen. Hij beval hen om Gerrit Daveman op te halen. De werknemers zeggen dat ze uit angst en door harde behandeling van hun baas gedwongen waren dit te doen, vooral omdat de drie Hollanders Daveman eerst hadden vastgepakt. Er werd hen gevraagd of ze niet wisten dat een slaaf die een vrijgeboren Hollander aanvalt of mishandelt, de doodstraf verdient. Ook werd gevraagd hoe ze het hadden aangedurfd om deze man van zijn eigen woonplaats met geweld weg te voeren. Ze antwoordden dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0194 De knecht van meneer Ten Damme was zo erg geslagen dat hij niet in staat was om op de wagen te liggen en naar het posthuis te rijden. Hij vroeg of de wagen naar het posthuis van meneer Heems gebracht kon worden, terwijl hij op het veld zou blijven liggen. De knecht Anthonij bleef daar samen met een andere slaaf van meneer Ten Damme, genaamd Andries. De wagen werd met vee naar de plaats van meneer Heems gebracht. Nadat de wagen daar was uitgeladen en andere dieren waren ingespannen, reed een andere jongen, ook genaamd Anthonij, daar vandaan. De volgende dag kwam hij terug bij de mishandelde Anthonij. Daarna ging hij terug naar zijn eigen plaats, terwijl de twee slaven (beiden Anthonij genaamd) samen met twee Khoikhoi naar de Kaap reden. Dit werd verklaard aan Kaap de Goede Hoop op 6 november 1706 voor de heren Van Rheede en Guillian Heems.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0086 De hooggeplaatste bestuurder Johannes Starrenburg en gouverneur Willem Adriaan van der Stel hebben samen met de rechters een aanklacht ingediend tegen Gerrit Harmansz Specht uit Kampen. Specht was soldaat in dienst van de VOC. Ongeveer een maand geleden was er bij de wachtpost van Ten Damme een slaaf genaamd Anthonij aangekomen. Deze slaaf was eigendom van raadslid Guilliam Heems. Anthonij kwam met een ossenwagen en wilde de dieren laten rusten. Dit blijkt uit de bekentenis A en de verklaringen B en C. Specht was op dat moment als knecht en opzichter aanwezig bij deze post.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0089 Op 4 november 1706 werd in het kasteel de Goede Hoop een verklaring afgelegd voor de raadsleden van Rheede en Slotsboo. De getuigen bevestigden de waarheid van hun verklaringen. De klerk Nicolaas van Leeuwen ondertekende het document.
Op 5 november 1706 verschenen dezelfde getuigen opnieuw voor raadsleden van Rheede en van Putten. Hun eerdere verklaringen werden voorgelezen. Ze bevestigden hun verklaringen met een eed: "Zo waarlijk helpe mij God almachtig". Nicolaas van Leeuwen ondertekende namens de secretaris, die niet aanwezig kon zijn door ziekte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0171 Op 2 en 3 november rond 2 uur 's nachts gaf korporaal Jan Baptist Ponjee opdracht aan trompetter Jan Doetee uit Amsterdam om op wacht te staan bij de punt Oranje. Jan Doetee verliet echter zijn post om in de wachtpost te gaan zitten. Hij haalde spullen uit zijn kist. Ponjee waarschuwde hem twee keer beleefd om terug te gaan naar zijn post.
Doetee zei dat hij alleen de lamp kwam aansteken. Ponjee antwoordde dat dit niet zijn taak was maar die van de bijwacht. Doetee bleef zitten en weigerde op wacht te gaan. Na wat gescheld trok Doetee zijn degen. Soldaat Valentijn Per uit Hannover, die bijwacht had, waarschuwde Ponjee hierover.
Toen Ponjee naar buiten kwam, zag hij Doetee zijn degen weer wegsteken. Terwijl Ponjee dit ging melden bij de sergeant, ging Doetee terug naar zijn wachtpost. Valentijn Per bevestigde later deze verklaring en voegde toe dat Doetee had gedreigd Ponjee te verwonden als die hem zou slaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0169 Op 27 mei 1706 kwamen de autoriteiten bijeen in het Kasteel de Goede Hoop. Aanwezig waren:
De aanklager presenteerde bekentenissen van twee gevangenen en een beëdigde verklaring van een slaaf genaamd Timandauw uit Madagascar. Deze slaaf behoorde toe aan Jacob van Hoeven, een boer bij de compagniepost Vissershok.
De gevangenen hadden bekend dat ze hun meester hadden vermoord met een stok of wagendissel. De eerste gevangene had het hoofd en de armen gedragen, de tweede de benen, waarna ze het lichaam begroeven.
De raad veroordeelde beide gevangenen tot de volgende straffen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0586 De beklaagde soldaat heeft tegen zijn eed en plicht in gehandeld en moet zwaar gestraft worden om als voorbeeld voor anderen te dienen. De veiligheid van het fort en de inwoners is geschonden en de openbare rust is verstoord. Dit had ernstige gevolgen kunnen hebben. Er moet rekening gehouden worden met:
Volgens artikel 3 en artikel 33 van de artikelbrief staat hier de doodstraf op. Dit wordt bevestigd in de aantekeningen van Gerard Feltman over het genoemde artikel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0473 Marten Ackerman van Dorlag, 29 jaar oud en soldaat in dienst van de Oost-Indische Compagnie, deed een verklaring op verzoek van openbaar aanklager Joan Blesius. Op bevel van de gouverneur zocht hij samen met:
Ze gingen naar het gebied achter Riebeeks Kasteel bij de Zwarteberg. Ackerman en Jan Willemse verlieten het pad waar Boebezak de boer met twee zwarte jongens voor het laatst had gezien. Bij de zoute fontein op de hoek van de Zwarteberg vonden ze wagensporen. Ze volgden deze sporen ongeveer 3 uur lang tot aan de Bergrivier. Langs deze rivier volgden ze voetsporen tot ze bij een lichaam kwamen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0485 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/