Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Fredrik Botha en Maria Kiekers zijn berecht voor diefstal bij de familie Zandvoort in Amsterdam. Ze braken in bij hun huis aan de Looiersgracht. Op 5 februari 1782 stalen ze:

Ze verkochten de gestolen spullen aan verschillende handelaren. Ze werden gearresteerd en bekenden de misdaad. Ze kregen als straf dat ze in het openbaar gegeseld werden met een touw. Daarna werden ze voor 25 jaar verbannen uit Holland en West-Friesland.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0168  


Anthonij vroeg aan de beklaagde waar zijn knapzak was. De beklaagde zei dat hij die niet had gezien. Ongeveer 4 dagen later, toen de beklaagde niet thuis was maar bij de rivier, kwam Anthonij met de veewagen naar de post van de beklaagde. Anthonij nam toen uit de keuken een mes mee dat de beklaagde eerder bij de dorsvloer had gevonden. Zonder met de beklaagde te praten reed Anthonij naar de Kaap. Ongeveer 4 dagen later kwam Anthonij terug van de Kaap en stopte bij de post. Hij stuurde een Hottentot naar het huis voor drinkwater. De beklaagde vroeg aan Aron de kok of de jongen van meneer Heems, Anthonij, bij de wagen was. Toen de beklaagde dit hoorde, pakte hij een dikke stok en ging naar Anthonij onder het land. Hij vroeg Anthonij waarom hij het mes zonder toestemming had meegenomen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0060  


Joan Clezius, officier van justitie van het bestuur, diende een strafrechtelijke aanklacht in tegen Ever Pieterse van Purmerent, een vrije burger. De aanklacht werd ingediend bij Willem Adriaen van der Stel, lid van de Raad van Indië en gouverneur van deze kolonie, en zijn leden van de rechtbank.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0041  


De onvrije burger Evert Pieters uit Purmerend werd gestraft omdat hij soldaten had beledigd. Hij moest voor het gerecht verschijnen en kreeg de volgende straffen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0040  


Een schaapwachter was getuige van een diefstal waarbij 11 schapen werden weggejaagd. De dief probeerde dit geheim te houden door de schaapwachter 3 schellingen smeergeld te geven. De schaapwachter vertelde het toch aan zijn meester, waarna de dief werd gearresteerd. De Joan Blesius, een officier van justitie, heeft de zaak voorgelegd aan de Raad van Justitie namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden. Na het onderzoeken van het bewijs en de bekentenis van de gevangene hebben ze het volgende vonnis uitgesproken:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0036  


De burger Evert Pietersz uit Purmerend, 40 jaar oud, heeft in gevangenschap zonder dwang of dreiging vrijwillig bekend dat hij op woensdag 24 november in het rietveld was. Hij beweerde daar naar zijn gekapte riet te hebben gekeken. Tegen de avond kwam hij terug bij de Wijnberg, bij het riviertje. Daar vond hij 17 schapen waarvan hij zegt niet te weten van wie ze waren. Hij dreef ze naar zijn hut, waar hij er meteen 5 slachtte en inzoutte. Toen hij het zesde schaap wilde slachten, kwam de schaapherder van Monsieur Will ten damm.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0035  


De rechtbank legde een aanklacht voor tegen Jan van Bevernag uit Wormer. Hij had Wormer en de rechtbank beledigd. Volgens de aanklacht had hij ook gezegd dat hij niets met het gezag te maken wilde hebben.

De officier eiste dat Van Bevernag voor 3 jaar zou worden verbannen uit Wormer. Als straf moest hij ook een boete van 25 gulden betalen.

Als Van Bevernag zijn verbanning zou negeren, zou hij worden opgepakt en zwaarder worden gestraft.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0034  


Anthonij werd door iemand met een spar op zijn hoofd geslagen zodat hij bloedend en bewusteloos neerviel. Gerrit was de dader en toen hij werd aangesproken door de verteller en Andries zei hij dat het hem niet uitmaakte, hij kon toch ook maar sterven. Gerrit ging daarna naar huis en liet Anthonij bewusteloos in de kou liggen. De verteller en Andries, beiden slaven van meneer Ten Damme, bleven bij Anthonij en stuurden een Hottentot naar de post van Hendrik Mullen om hulp te halen. Toen Anthonij even bij bewustzijn kwam, vroeg hij de verteller om Louis, de knecht van Mulder, te halen. De verteller liep een half uur naar Louis toe en kwam samen met hem terug bij de gewonde Anthonij. Louis bleef daar met Anthonij, de verteller en Andries.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0068  


Op het land bij de Koeberg nam slaaf Anthonij zonder toestemming een mes mee van de post en reed naar de Kaap. 4 tot 5 dagen later kwam hij terug met een ossenwagen en een dienaar. Hij stuurde de dienaar naar het huis van meneer ten Damme voor drinkwater. De knecht Gerrit hoorde dat Anthonij was teruggekeerd. Hij nam een stuk hout en ging samen met klager en medeslaaf Aron de Cock naar de wagen. Gerrit vroeg Anthonij waarom hij stiekem het mes had meegenomen. Anthonij antwoordde dat het zijn mes was. Daarop sloeg Gerrit hem driemaal hard op zijn schouder met het stuk hout. Anthonij probeerde de slagen af te weren met zijn zweepstok.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0075  


Andries van Nagapatnam, lijfeigene van Willem ten Damme (opperchirurgijn), verklaarde aan landdrost Johannes Starrenburg en raadsleden Van Rheede en Guillaume Heems dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0073  


De jongen van Hendrik Muller kwam naar de post van meneer Heems en spande andere dieren in. Die nacht is hij teruggekomen naar de Koeberg waar patiënt Anthonij was. Hij nam een andere jongen mee, waarmee de patiënt naar de Kaap werd gereden. De slaven Andries en Aron bleven achter. Dit werd verklaard aan de Kaap de Goede Hoop op 25 oktober 1706 en ondertekend door de secretaris An. Poulle en Im Houtie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0077  


De chirurg François Guto bevestigde op 9 april 1714 dat hij met Andries Cooman en Giovanni Coomen aan boord van het schip de Agatha was geweest in de haven van Amsterdam. Ze gaven opdracht aan de schipper om naar Cape de Goede Hoop te varen met als uiteindelijke bestemming Batavia. Daar aangekomen moest hij de lading afgeven aan Cornelius van Rijn. Maar de schipper had zich niet aan de afspraken gehouden en was naar Bengalen gevaren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0084  


De onderchirurgijn François Guts verklaart dat de jongen Anthonij, die bij meneer Heems woont, een hoofdwond had bij de kroonnaad. De wond ging alleen door huid en vlees en was niet gevaarlijk. Anthonij had de eerste 2 of 3 dagen last van duizeligheid. De verwonding was binnen 15 dagen volledig genezen.

Dit document is opgesteld in Kaap de Goede Hoop op 26 november 1706.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0081  


De mishandelde Anthonij werd door de dader naar huis achtergelaten, bloedend en liggend in een veld. Hij was blootgesteld aan de buitenlucht en mogelijke complicaties. Een slaaf van Hendrik Mulder bracht later een wagen naar de plaats van zijn meester en keerde terug. De volgende ochtend werd het slachtoffer gevonden en naar de Kaap gebracht. Dit blijkt uit de bekentenis A en verklaringen B, C en D. De chirurg Franscoijs Guto (verklaring E) stelde vast dat het slachtoffer:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0093  


Tisampare, een slaaf uit Makassar, werd door soldaten opgepakt. Hij bekende dat hij een spion was voor de opstandelingen. Hij vertelde dat de rebellen hem meenamen naar een kamp waar ze een aanval planden op het Nederlandse fort. Twee dagen voor zijn arrestatie verbleef hij op een schip en zag daar de leider van de rebellen. Deze leider wilde weten hoeveel Nederlanders er in het fort waren en hoe sterk de verdediging was.

Toen Tisampare de informatie aan de leider gaf, zei de leider dat ze met genoeg mensen waren om het fort aan te vallen. Tisampare voegde hieraan toe dat de rebellen de volgende dag zouden aanvallen met 300 soldaten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0510  


Louis van Ceylon, een slaaf van Hendrik Muller, verklaarde aan landdrost Johannes Starrenburg wat er gebeurd was. Drie weken geleden op een zaterdag namiddag rond 3 uur kwam er een slaaf genaamd Aaron aan bij de post van zijn meester in de Koeberg. Aaron kwam van de boerderij van Willem ten Damme, die een half uur verderop lag. Hij vroeg om hulp voor een slaaf genaamd Antonij, die eigendom was van raadslid Guilliam Heems. Antonij lag gewond op de grond bij een ossenwagen, nadat een knecht hem erg had mishandeld. Toen Louis daar aankwam, vond hij Antonij bewusteloos naast het pad bij de ossenwagen. Hij bloedde uit:

Na korte tijd kwam Antonij bij bewustzijn en sprak met moeite tegen Louis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0085  


De slaaf Anthonij heeft aan Gerrit Harmansz een knapzak gegeven om te bewaren. In de knapzak zaten:

's Ochtends toen Anthonij wilde vertrekken en naar zijn knapzak vroeg, beweerde Gerrit Harmansz dat hij niet wist waar deze was. Anthonij durfde hier weinig tegen in te brengen en vertrok. 14 dagen later kwam Anthonij terug op de post om naar Kaap te rijden. Hij vond toen in de keuken op een tafeltje het mes dat in zijn vermiste knapzak had gezeten. Hij vroeg aan de jongens van meneer Ten Damme waar zijn kousen en andere spullen waren. Ze antwoordden dat Gerrit Harmansz Spegt, die op het korenveld was, de kousen aan zijn benen droeg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0090  


De soldaat Tiele Weerts legt een verklaring af. Hij was de avond daarvoor in de omgeving van de kazerne op pad geweest met een onderofficier. Toen het 9 uur was klonk er een alarm. Het garnizoen kwam bij de ingang van Koeverden samen met hun officieren.

Deze groep soldaten werd op wacht gezet. Vroeg in de ochtend zagen ze een groep mensen over de stadsmuren heen klimmen. De onderofficier gaf het bevel om te schieten en ze wisten verschillende van de indringers te raken. De indringers schoten echter terug waardoor ze zelf terug moesten trekken. De alarmklok werd geluid om meer alarm te slaan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0010  


Dirk Kempers, een soldaat en veldwachter uit Rotterdam, deed een verklaring over wat hij had gezien. Het ging om een kopie van zijn officiële vastlegging van gebeurtenissen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0224  


Op 9 februari 1705 verscheen Dirk Kempers uit Rotterdam voor Jan Mahieu, secretaris van de landdrost, in aanwezigheid van getuigen. Kempers was soldaat in dienst van de VOC en veldwachter van landdrost Pieter Robbertsz. Hij verklaarde dat hij op 5 februari de vrijlandbouwer Jacob Aartsen Brouwer naar de Kaap had gebracht om hem te arresteren. Tijdens het transport had Brouwer hem meerdere keren uitgescholden en gezegd dat landdrost Pieter Robbertsz een schurk was, en hijzelf ook. Dit had Brouwer volgens Kempers wel 10 keer herhaald.

Deze verklaring werd afgelegd in aanwezigheid van:

De verklaring werd ondertekend in de secretarie van Stellenbosch door alle aanwezigen en secretaris Jan Mahieu.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0221  


Op 9 februari 1705 hebben de heemraden Guiljam du Toit en Pieter van der Bijl, secretaris Jan Mahieu, en soldaat Fredrik Pantser een verklaring afgegeven. Ze deden dit op verzoek van landdrost Pieter Robberts.

Ze verklaarden dat ze na klachten van Aagje Rijxe, de vrouw van Jacob Aartsen Brouwer, naar het huis van Jacob Aartsen Brouwer waren gegaan. Daar noemde Jacob Aartsen Brouwer hen schelmen en dieven. Toen de landdrost vroeg wie hij daarmee bedoelde, antwoordde Jacob Aartsen Brouwer dat hij Matthijs Smit bedoelde.

Ook de vrije burger Willem Cornelisz van Coesveld bevestigde dat hij dit alles duidelijk had gehoord. De verklaring werd afgelegd op het secretariaat van Stellenbosch, in aanwezigheid van oud-heemraad Dirk Coetsee en Hans Jacob Conterman als getuigen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0217  


De ambtenaar vroeg om naar het huis in Stellenbosch te komen omdat de landdrost daar op hem wachtte om te spreken. De gedaagde antwoordde daarop zeer onbeleefd en weigerde te komen. Hij zei liever met het hoofd te spreken dan met de achterkant. Dit blijkt uit de beëdigde verklaring bijlage E.

Dit buitensporige antwoord van de gedaagde moet door de autoriteiten in overweging worden genomen. Vooral omdat uit verklaring B blijkt dat de gedaagde een kwaadaardig en opvliegend karakter heeft. Hij heeft meerdere keren gedreigd zijn vrouw te vermoorden. Ook heeft hij vaak tegen haar gezegd dat als ze zou vluchten, hij zou uitvinden waar ze was. Hij dreigde het huis in brand te steken waar hij zijn vluchtende vrouw zou vinden. De gedaagde is niet verschenen op de oproep.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0230  


De gevangene zei tegen Pieter Vlok dat hij moest sterven. Vlok sprong op en riep "O Sara, help!", greep zijn zwaard en sloeg de gevangene op de neus. De gevangene probeerde met zijn linkerhand het zwaard vast te houden en viel met Pieter Vlok op de grond, waarbij hij aan zijn linkerhand gewond raakte. De slavin Sara stond op met een kapmes in haar hand. Pieter Vlok beweert dat dit mes 3 tot 4 stappen van zijn eerdere plek lag. Ze kwamen samen bij het huis van Hendrik Coster en werden vervolgens door de rechtbank opgepakt.

De zaak is duidelijk: de gevangene heeft een moorddadige en verraderlijke misdaad begaan. Pieter Vlok heeft onder ede verklaard dat de dreigende woorden zijn uitgesproken en de gevangene heeft dit volledig toegegeven. De officier van justitie Willem ten Damme heeft de aard van de verwonding vastgesteld.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0427  


Op zondag 20 september zat de slaaf Matthijs van Macasser met de slavin Sara van Bima bij een vuurtje achter de Kleine Leeuwenkop in de Houtbaai. Daar werden ze betrapt door Pieter Vlokx, de zwager van hun meester. Pieter Vlokx heeft hen vastgebonden. Daarna is Pieter Vlokx met Sara weggelopen om nog een andere slaaf van dezelfde meester op te sporen. Deze slaaf was ook Matthijs van Macasser, die zich in de buurt ophield. Deze werd ook gevangen genomen en beloofde vrijwillig mee te gaan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0424  


De bottelier (wijnbewaarder) Hans Jurgen Zuijderberg, 18 tot 20 jaar oud, heeft in de gevangenis zonder dwang bekend dat hij op zondag 20 september het volgende heeft gedaan:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10907 / 0435  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/