Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Op dinsdag 6 juli 1706 kwam de volledige Raad bijeen in het Kasteel de Goede Hoop, behalve de buitengewone raadsheer en gouverneur en luitenant Adriaan van Reede die ziek was. De Raad werd versterkt met de burger-raadsleden Johannes Sterrenburg, Guilliam Heems en Hendrik Bouman.

Er was een rechtszaak waarbij de volgende personen werden aangeklaagd:

Al deze mannen waren vrijboeren. Ze waren drie keer niet komen opdagen voor de rechtbank. De Raad besloot de zaak uit te stellen totdat alle raadsleden de processtukken afzonderlijk hadden bestudeerd. De secretaris A. Poulle heeft dit vastgelegd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0599  


Op maandag 28 juni 1706 kwam de volledige Raad bijeen in het Kasteel de Goede Hoop. Aanwezig waren de buitengewone raadsheer en gouverneur, versterkt met de burgerraadsleden Nicolaas Oortmans, G E en Hendrik Bouman.

Johannes Starrenberg vroeg namens zijn functie om een derde aanmaning omdat de gedaagden nog niet waren verschenen. Hij verzocht ook om een vierde aanmaning via een openbare bekendmaking.

De gedaagden die werden opgeroepen om zich te verantwoorden waren:

Ze moesten komen om hun afwezigheid goed te maken en alsnog de vragen te beantwoorden die de aanklager hen wilde stellen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0598  


De rechtbank heeft het testament en de benoeming van de uitvoerders ervan goedgekeurd. Christoffel Groenewald eiste betaling en legde een specificatie voor van contanten en goederen die hij had verstrekt, samen met een transportakte van 1 september 1705. Deze akte toont aan dat de gedaagde zijn land overdroeg voor 2500 gulden Indische waarde. De gedaagde ontkent dat hij volledig betaald is voor zijn land en beweert dat hij nog 1500 gulden tegoed heeft. Hij verwerpt de specificatie van voorgeschoten geld en geleverde goederen. De raad stuurt de zaak door naar commissarissen Jesse Slotsboo en Hendrik Bouman. De landbouwer Hans Tulken vraagt om betaling volgens specificatie. Jacobus Cruze treedt op als curator voor de nalatenschap van overleden Compagniesdienaren in het Kasteel de Goede Hoop.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0597  


Jacobus Cruze, onderkoper en curator, behandelde de nalatenschap van overleden dienaren. De raad keurde een volmacht goed, onder voorwaarde dat getuigen zouden verklaren dat de overledene deze zelf had ondertekend. De administratie werd aan de eiser toegewezen en de kosten moesten uit de nalatenschap betaald worden. Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop. De eisers legden een testament over van 27 mei 1706. Dit testament werd opgesteld voor:

Deze personen werden aangesteld als beheerders van de nalatenschap van matroos Barent van Triest, die op het retourschip Nieuburg was overleden. Het testament was opgesteld voor boekhouder Jan de Leus op 27 mei 1706.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0596  


Piet bekent dat hij samen met zijn handlanger de afstand en het aantal dodelijke slagen heeft aangegeven. Nadat ze hun ongelukkige baas hadden gedood, heeft de eerste dader hem bij het hoofd en de armen gepakt, en de tweede dader bij de benen. Ze hebben hem een stuk van de wagen af, buiten het pad gedragen en daar begraven om niet ontdekt te worden.

De gevangene Zimandauw wilde voor het begraven van zijn baas de gouden en zilveren knopen en zilveren gespen meenemen. Dit werd verhinderd door zijn medeplichtige Tizampaere, die zei dat als mensen dat zouden zien, ze ontdekt zouden worden als moordenaars van de baas. Daarom hebben ze de knopen aan de kleding en in het hemd gelaten, met de schoenen eraan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0516  


Op een plek 3 uur van een veeplaats was hun baas Jacob van der Hoeve uitgeput gaan uitrusten. Hij ging zitten op een zeil achter onder de wagen. Er zijn twee verschillende verklaringen over wat er toen gebeurde:

De tweede versie lijkt waarschijnlijker, want als de baas wakker was geweest had hij de aanval kunnen voorkomen. De jonge Tizampare bekende vrijwillig dat Simandauw hun baas met een stuk uit de wagen had doodgeslagen. Het slachtoffer riep nog "O God Sampare Sampare". Het gebeurde niet met één slag. Beide verdachten zijn schuldig aan deze moord.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0513  


De aanklacht gaat over een moord door 2 slaven op hun meester. De slaven waren:

De aanklager Joan Blesius, officier van justitie, presenteert de zaak aan gouverneur Willem Adriaan van der Stel en de rechtbank in Nederlands-Indië. Hij noemt de moord verschrikkelijk en ongehoord wreed.

De gebeurtenissen: De slaven reden ongeveer 6 weken geleden met hun meester in een ossenwagen van Vissershoek naar zijn veekraal bij de Piketbergen. Na 3 tot 5 dagen kwamen ze bij de Zoute Fontein. Daar rustten ze tot de middag, waarna ze verder reden. Om 3 uur 's middags bereikten ze de Bergrivier.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0511  


De slaaf Simandauw werd ondervraagd over zijn daden. Hij bekende dat hij, samen met de slaaf Maij en andere weggelopen slaven, heeft ingebroken en gestolen bij verschillende plantages rond Paramaribo. Ze braken in bij huizen en stalen daar kleding, voedsel en andere spullen.

Hun groep van weggelopen slaven had een kamp in het bos bij de Parakreek. Van daaruit pleegden ze overvallen en roofden ze goederen die ze nodig hadden om te overleven.

Simandauw vertelde ook dat ze gewapend waren met geweren en andere wapens die ze hadden gestolen. Ze gebruikten deze wapens om zich te verdedigen en om hun diefstallen uit te voeren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0500  


Op 21 mei 1706 werd in het Kasteel de Goede Hoop een verklaring afgelegd. Dit gebeurde voor de raadsleden Slotsboo, Brommert en Oortmans. De verklaring werd 3 keer voorgelezen in het Nederlands, een taal die de verdachte goed sprak en begreep. Hij bevestigde de verklaring zonder dat er iets aan toegevoegd of weggehaald moest worden. De secretaris A. Poulle ondertekende het document samen met de verdachte en de raadsleden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0508  


De tekst gaat over een rechtszaak waarbij twee moordenaars worden berecht. De tweede verdachte is net zo schuldig als de eerste omdat hij:

Volgens verschillende rechtsgeleerden moeten beide verdachten dezelfde straf krijgen. Omdat ze slaven zijn, wordt geëist dat ze ter dood veroordeeld worden door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0520  


Op 15 juli 1706 werd in het kasteel van Kaap de Goede Hoop een document opgesteld waarin staat dat 3 hottentotten hebben geholpen bij het overdragen van iets aan de posthouders. Dit document werd ondertekend door de raadsleden K.J. Slotsboo en Hendrik Bouwan, samen met de getuigen en de secretaris R.M. Poulle.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0338  


Er was een incident waarbij vijf zwarte jongemannen twee hamels (mannelijke schapen) stalen en tussen de kalveren dreven. De zwarte jongemannen dwongen Prins om hen de weg naar Madagascar te wijzen. Bij een Bosjesmannen-nederzetting werden ze gewaarschuwd voor 5 of 6 naderende mannen. De zwarte jongemannen achtervolgden deze mensen, waarbij Prins wist te ontsnappen. Lubbert, Prins, Jantje, Slin en kapitein Christoffel verklaarden dat de vijf jongemannen ongeveer een maand later terugkwamen bij de Hoetjensbaai bij de witte klip. Ze vielen in de vroege ochtend de nederzettingen aan, waarbij ze:

Vrouwen en kinderen vluchtten naar de bergen. De aanvallers hielden het vee onder controle met geladen geweren. Hottentotten-kapitein Christoffel kwam met zijn volk te hulp. In het gevecht dat volgde werden drie van de aanvallers gedood en één zwaar gewond. De vijfde wist te ontvluchten. Ze vonden vijf geweren, allemaal geladen met scherpe munitie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0336  


Maarten Faust, soldaat in dienst van de Oost-Indische Compagnie en gestationeerd in Saldanhabaai, legde een verklaring af. Een Hottentot, bijgenaamd Lubbert, verklaarde op verzoek van hoofdaanklager Joan Blesius het volgende:

Een andere Hottentot, Prins, verklaarde dat dezelfde 5 gewapende jongens later ook naar zijn nederzetting kwamen, ongeveer 3 uur verderop. Daar waren alleen 2 oudere Hottentots met 2 vrouwen en kinderen aanwezig.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0334  


Maarten Faust uit Dresden, soldaat van de Oost-Indische Compagnie op de post in Saldanhabaai, legde een verklaring af voor Joan Blesius. Hij verklaarde dat op 28 juni 's avonds 3 Khoikhoi (hottentotten) naar de post kwamen. Zij waarschuwden dat 5 zwarte jongens met geweren waren aangekomen. Ze vroegen de posthouders om hulp.

De volgende ochtend voeren 3 posthouders met de 3 Khoikhoi in een bootje naar de overkant. Bij de Khoikhoi-nederzetting hoorden ze dat 4 van de zwarte jongens en 2 Khoikhoi al dood waren. De vijfde jongen was gevlucht. De posthouders lieten de dode jongens brengen. Eén bleek nog te leven. Ze gaven hem eten. Hij had wonden van speren. Ze namen de gewonde jongen mee naar de post, samen met 5 geladen geweren.

Deze verklaring werd afgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 5 juli 1706, voor de leden van de Raad van Justitie Slotsboo en Bouman. De secretaris Abraham Poulle ondertekende het document.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0331  


De getuige verscheen opnieuw voor de ondergetekende commissarissen van de Raad van Justitie. Na het duidelijk voorlezen van zijn eerdere verklaring, bevestigde hij dat deze helemaal klopte. Hij wilde er niets aan toevoegen of vanaf halen. Om de waarheid te bevestigen sprak hij de plechtige woorden "zo waarlijk helpe mij God almachtig".

Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop op 22 september 1706. De commissarissen, de getuige en klerk Nicolaas van Leeuwen hebben dit ondertekend. Omdat de secretaris niet beschikbaar was, werd dit bevestigd door klerk Nicolaas van Leeuwen. Dit document is een kopie van de getuigenverklaring van vrijburger Jacobus van Hoff.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0329  


Op 21 september 1706 legde een aantal mensen een verklaring af in het kasteel de Goede Hoop. Iacobus van Hoff, een 27-jarige knecht, vertelde samen met Ian Willemsz en Ian Bassaar wat er was gebeurd aan Ioan Blesius, de hoofdaanklager.

Ongeveer 3 maanden eerder kwam er 's middags een Khoikhoi-man genaamd Iantje aan bij hun post bij de Piketbergen. Hij had zijn kudde schapen achtergelaten. Ian Bassaar vroeg wat er met hem aan de hand was. Iantje vertelde dat 5 zwarte jongens hem hadden vastgebonden en in zijn rug hadden gestoken met een speer. Ze hadden hetzelfde gedaan met een andere Khoikhoi genaamd Scheeltje, die ze ook zijn keel hadden doorgesneden.

De 3 knechten gingen naar een berg in de buurt waar Iantje hen heen wees. Daar vonden ze het lichaam van Scheeltje met een steekwond in zijn rug en een doorgesneden keel. Ze lieten het lichaam daar liggen en keerden terug met de kudde schapen. Iantje overleed rond middernacht aan zijn verwondingen.

Deze verklaring werd afgelegd voor de raadsleden Swellengrebe en Slotsboo.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0327  


David van Madagascar legt de volgende verklaring af:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0326  


Voor de commissieleden van de rechtbank van het kasteel in Kaap de Goede Hoop verscheen de slaaf David van Madagascar. Via vertalers, de beul Coopman en de zwarte bediende Willem, beantwoordde hij vragen over een misdaad:

Dit verhoor vond plaats in het kasteel van Kaap de Goede Hoop op 22 september 1706, voor de commissieleden J. Swellengrebel en K.J. Slotsboo. Het document werd ondertekend door hen, de ondervraagde en de klerk Nicolaas van Leeuwen, die vanwege afwezigheid van de secretaris was aangesteld.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0323  


De slaaf David van Madagascar moest terecht staan tijdens een rechtszaak. De aanklacht tegen hem werd voorgelezen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0322  


Jurgen Kerver zegt dat de volgende mensen met de wagen meereden:

Ze hebben Gerrit Daveman voor zijn deur opgepakt, op de wagen gegooid en met geweld naar het huis gebracht. Daar kreeg Gerrit van de vrouw van Jurgen Kerver een fles wijn aangeboden met de woorden "hou daar hond, drink nog eens". Gerrit werd in de keuken door de groep omsingeld. De baas van Daveman, Guilliam Frisnet, was hierbij aanwezig. De vrouw van de ondervraagde sloeg Gerrit eerst met een zweep op zijn rug, waarna Jurgen Kerver de zweep overnam en zei "kom, ik zal hem beter raken" en hem vervolgens ook sloeg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0212  


Dat de landbouwers Jillis Cornelisz van Swaag en Guilliam Frisnet een beëdigde verklaring hebben afgelegd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0210  


Op 18 september 1706 legden twee burgers van Drakensteijn een verklaring af voor secretaris Ian Mahieu van de landdrost. Deze burgers waren Jillis Cornelisz van Swaag en landbouwer Guilliam Kilnet. Ze deden dit op verzoek van landdrost Johannes Starrenburg.

Jillis Cornelisz verklaarde dat hij op 5 september 's avonds in het donker aanwezig was op de boerderij van Guilliam Frisnet. Hij zag daar een wagen met dieren aankomen. Bij de wagen waren de vrije burgers Jan Pietersz van Holsteijn, Marten Frans en Barent (de zoon van wijlen Barent Burgert), samen met 8 slaven. Jan Pietersz van Holsteijn ging het huis binnen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0202  


De ondervraagde persoon antwoordt dat hij nooit bonen heeft gezien en dat Jurgen bonen door de zolder heeft laten vallen. Er wordt gevraagd hoeveel keer Jurgen als belastingcontroleur bij hem is geweest, waarop de ondervraagde zegt dat anderen dit ook hebben gedaan. Daarnaast wordt gevraagd:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0282  


Thomas Hessingh verscheen voor de ondergetekende commissieleden van de raad van justitie van het gouvernement. Hij werd ondervraagd op verzoek van de onafhankelijke officier van justitie Ioan Blesius.

Thomas Hessingh gaf de volgende antwoorden:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0280  


Op 23 oktober 1706 werd er in het kasteel De Goede Hoop een verhoor afgenomen door de raadsleden Willem van Putten en K.J. Slotsboo. Ze vroegen over de bedoeling van het koken van bonen - of deze voor eigen consumptie of voor verkoop waren bedoeld. Op 25 oktober 1706 verscheen de ondervraagde persoon opnieuw voor de rechtbank. De vragen werden hem nogmaals voorgelezen en hij bevestigde zijn eerdere antwoorden. Hij gaf aan dat er niets toegevoegd of weggehaald hoefde te worden. De klerk Nicolaas van Leeuwen heeft beide verklaringen opgeschreven en ondertekend, omdat de secretaris niet beschikbaar was wegens ziekte.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0277  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/