Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Een rechtszaak vond plaats in het Kasteel de Goede Hoop. De eiser vroeg om een veroordeling met kosten tegen de vrijlandbouwer Guillia. Deze gaf de schuld toe van 733 gulden voor geleende en uitbetaalde gelden, en vroeg een maand uitstel. De eiser accepteerde dit. De rechter keurde de overeenkomst goed en veroordeelde de gedaagde tot de kosten. De vrouw van burger Jacob Pleunis verzocht een kopie van een verklaring waarop haar zoon Hendrik Bibout op 22 maart door de raad was veroordeeld. Haar verzoek werd goedgekeurd, maar omdat er nog drie andere personen bij betrokken waren, moest ze eerst een schriftelijke volmacht tonen dat ze namens allen handelde. De soldaat Frans Leenhoff was ook aanwezig.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0072 In Kasteel de Goede Hoop werd op 27 oktober 1707 een rechtszaak behandeld waarbij 3 slaven betrokken waren:
Deze slaven waren eigendom van de vrijburger Dirk Ver. De zaak werd behandeld door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0108 Op 4 augustus 1707 vond er een rechtszaak plaats in het Kasteel de Goede Hoop. De boekhouder Pieter de Meijer diende een zaak in voor zichzelf en namens oud-burgerraadslid Abraham Diemer. Dit gebeurde omdat Joan Cornelis d'Ableing niet kwam opdagen. Ook aanwezig waren de burgerraadsleden Cornelis Botma en Hendrik Donker.
De gerechtsbode, oud-burgerraadslid Claas Hendriksz, meldde dat er een dagvaarding was afgegeven aan de slaven bij het huis van Diepenauw. Echter, de gedaagde en zijn vrouw waren niet thuis maar in Stellenbosch. Het ging om een inventaris van de nalatenschap van zijn overleden vrouw Anna. Deze moest onder ede worden bevestigd.
De rechtszaak werd voortgezet op 11 augustus 1707.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0071 Jan Christiaan Arnst legt tijdens een vergadering een beëdigde verklaring over, die is afgegeven door twee betrouwbare getuigen. Hij vraagt aan de raad om een oordeel. De beschuldigde ontkent iets gedaan te hebben en zegt dat hij dronken was en zich niets kan herinneren. De raad draagt de landdrost Samuel Martini op om zich bij de aanklager aan te sluiten in de zaak.
De hoofdaanklager Joan Blesius meldt dat een weggelopen slaaf van de burger Pieter van der Poel al enkele weken in de gevangenis zit. Blesius heeft Van der Poel meerdere keren laten weten dat hij de slaaf kan komen ophalen als hij de gebruikelijke vergoeding en bijkomende kosten betaalt. Van der Poel heeft dit echter nog niet gedaan. De zaak loopt tegen de vrije boer Hans.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0057 Op 30 september verscheen Willem van Putten als lid van het bestuurscollege op het Kasteel de Goede Hoop. De burger Dirck Vion diende een aanklacht in tegen de vrouw van landbouwer Lammert Smit. Omdat de aangeklaagde voor de 3e keer niet verscheen, verzocht hij een 4e dagvaarding. Het ging om een schuld van 462 gulden en 12 stuivers volgens de rekening.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0056 Op 21 juli 1707 kwamen diverse bestuurders samen, waaronder het provinciale opperhoofd Joan Cornelis d'Ableingh en de burgerraadsleden Cornelis Botma en Hendrik Doncker. De secretaris van de rechtbank, Abraham Poulle, had toestemming gekregen om op te treden tegen Willem Corssenaar, die onderkoopman en politiek commissaris was. Corssenaar en Botma gaven aan bereid te zijn hun verslag uit te breiden over wat er was gebeurd in de zaak tussen dominee Leboucq en ouderling Poulle, of om apart een getuigenverklaring af te leggen. Ouderling Botma beloofde een getuigenverklaring te geven nadat hij erover had nagedacht. Op 24 juni waren er in een kerkelijke vergadering bij dominee Engelbertus Franciscus le Boucq aanwezig:
Omdat Francois Gutto en Jan Lourens niet waren komen opdagen, werd een tweede oproep gedaan om te verschijnen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0055 Anthonij Vlotman werd veroordeeld om 300 gulden te betalen aan de eiser, plus de proceskosten. Hij erkende de schuld maar vroeg om uitstel van betaling. In een andere zaak eiste boekhouder Pieter ra de meijer 400 gulden van Jan Albert Broens, op basis van een schuldbrief. Deze zaak speelde in aanwezigheid van luitenant Adriaan van Reede in het Kasteel de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0054 De landdrost stelt een aanklacht in, waarbij de burgerraadsleden Cornelis Botma en Hendrik Doncker aanwezig zijn. De zaak betreft Lambert Smith, waarbij de rechters besluiten dat de gedaagde een berisping krijgt. De gedaagde moet de landdrost met respect behandelen zoals het een heemraad betaamt. De gedaagde moet ook de proceskosten betalen.
Dezelfde landdrost klaagt ook Albert Gerritsz van Emmenes aan voor beledigingen tegen het college van landdrost en heemraden in Stellenbosch op 2 mei 1707. Omdat de gedaagde niet komt opdagen, vraagt de landdrost om een tweede dagvaarding.
Er loopt ook een zaak tegen heemraad Jan Schussing over beledigende woorden tegen de landdrost en zijn vrouw Maritie Willemsz. De gedaagde ontkent de beschuldigingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0053 De provinciale landrechter Samuel Martini de Meurs werd door de overheid in Den E aangesteld om de rechtszaak over te nemen van de voormalige landrechter Johannes Starrenburg. Het gaat om een zaak tegen:
Deze personen worden beschuldigd van de gewelddadige moord op een Hottentot genaamd Lappie. Op verzoek van onafhankelijk fiscaal Joan Blesius werd de zaak aangehouden om de procedures nog eens te bekijken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0052 Op 14 juli 1707 kwam er een rechtszaak tegen Pieter Goversz uit Rotterdam. Hij was soldaat in dienst van de Oost-Indische Compagnie. Hij werd beschuldigd van het verlaten van zijn post bij het kasteel en zijn wachtpost gedurende 6 dagen zonder toestemming van zijn officieren.
De fiscaal Joan Blesius deed de aanklacht. Goversz bekende schuld. De Raad veroordeelde hem tot:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0051 De raad neemt de volgende beslissingen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0135 Bij het gerechtshof klaagde de aanklager dat Joan Cornelis de Ableing niet was komen opdagen, hoewel hij volgens de gerechtsbode correct was opgeroepen. Maria Lindenhoff, echtgenote van oud-raadslid Hennig Huijsingh, werd beschuldigd van koppigheid. De rechtbank (behalve Willem van Putten, die bij zijn eerdere advies bleef) gaf de aanklager gelijk. De beschuldigden moesten het vonnis accepteren, anders zouden ze op eigen kosten worden opgesloten in het Kasteel de Goede Hoop.
Bij deze zaak waren aanwezig:
De aanklagers vroegen om inzage in de geschriften en indien nodig kopieën daarvan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0134 Op de rechtszitting op 15 december 1707 waren aanwezig:
Er waren verschillende zaken:
Dit vond plaats in het kasteel de Goede Hoop. De secretaris Am. Poulle was aanwezig en tekende de acte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0129 De rechter hield zich vast aan zijn conclusie. De verdachte vroeg of advocaat Nicolaas van Leeuwen een boete moest betalen waarvan de hoogte door de raad bepaald zou worden, plus de proceskosten. De raad heeft na zorgvuldige overweging van de argumenten en geschillen tussen partijen bemiddeld over de waardebepaling van de inventaris. Beide partijen zijn akkoord gegaan met een bedrag van 72.000 gulden.
Advocaat Nicolaas van Leeuwen kreeg een boete van 3 gulden omdat hij tijdens de laatste rechtszitting niet correct had gehandeld. Hij moest ook de bijbehorende kosten betalen.
Aanwezig waren onder anderen de openbaar aanklager Joan Blesius en raadslid Cornelis Botma. Ook werden genoemd havenmeester Jesse Slotsboo en raadslid Hendrik Donker. Burger Johannes Pijtius stuurde via een deurwaarder een brief aan de raad waarin hij uitlegde waarom hij niet aanwezig kon zijn. De raad besloot dat als de getuige niet bereid zou zijn om te getuigen, hij nogmaals opgeroepen moest worden. De proceskosten werden voorlopig gereserveerd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0128 Op 8 december 1707 verschenen voor de provinciale rechtbank:
De aanklager diende een schriftelijke eis in tegen Jacobus van den Berge en zijn vrouw Jacomijntje. Boekhouder Pieter de Meijer was de eisende partij tegen de vrijschoenmaker Jacobus van den Berge.
Claas Hendrix, een oud burgerraadslid, meldde dat de dagvaarding via zijn vroegere advocaat Nicolaas van Leeuwen was gegaan, maar dat deze niet meer zijn vertegenwoordiger was.
De rechtbank gaf toestemming om alle stukken in te zien en indien nodig kopieën te maken. Cornelis Botma was als weesmeester uitgesloten van de zaak vanwege belangenverstrengeling.
De provinciale landdrost Samuel Martini Demeurs was aanwezig als vertegenwoordiger van het openbaar gezag.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0127 Het gaat over een rechtszaak waar Henning Husingh iemand aanklaagt. De beklaagde weigert om haar eerdere verklaringen te bevestigen voor de raad en onder eed te verklaren omdat ze zich de zaak niet meer goed herinnert.
De aanklager stelt dat hij in het huis van de beklaagde door dominee Engelbertus Franciscus le Boucq en diens vrouw beledigd is in zijn gezag en eer. Dit gebeurde in aanwezigheid van de weduwe van dominee Hercules van Loon. Hierover is al een verklaring afgenomen.
De beklaagde dient een verzoekschrift in. De raad (behalve Willem van Putten, die vindt dat er eerst een boete moet komen voor de scherpe toon in het verzoekschrift) beslist dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0130 Op Donderdag 22 december 1707 waren er rechtszittingen in het kasteel in Kaap de Goede Hoop. Aanwezig waren:
Er werd besloten om 5 lichamen naar de buitengerechtsplaats te slepen en op een rad te leggen tot ze door vogels zouden zijn opgegeten. De slaven Jannetie van Kaap, kleine Marie van Bengalen en kleine Aaron van Coetchin moesten met een strop om hun nek onder de galg toekijken. Daarna werden ze gegeseld. De twee slavinnen kregen een brandmerk op hun wang en werden in ketenen naar hun meesters teruggestuurd. De rechtbank moest de kosten betalen voor de eerste 5 gevangenen, de meesters voor de laatste 3.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10909 / 0133 De raad van justitie op het eiland Mauritius legde verschillende straffen op aan 11 veroordeelden die eerder hun misdaden hadden bekend. Dit deden ze in naam van de Staten-Generaal van Nederland en onder gezag van de gouverneur en raad van Kaap de Goede Hoop.
De veroordeelden kregen de volgende straffen:
De lichamen van de ter dood veroordeelden moesten blijven hangen tot ze door vogels en de lucht waren vergaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0757 De tekst beschrijft een plan van enkele gevangenen, onder wie Piet van Balij en Louis van Bengalen, om op eerste paasdag te ontsnappen naar Mascarenhas of Madagascar. Een Duitser genaamd Piet de Fransman zou hen hierbij helpen. Het plan werd ontdekt door Robin van Bengalen, een slaaf van vrijman Hans Jurgen van Burtel.
De gevangenen hadden nog meer plannen:
Deze misdaden werden als zeer gevaarlijk gezien en moesten volgens de wet worden bestraft om anderen af te schrikken, vooral onvrije mensen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0756 Een groep lijfeigenen (slaven) bekende zonder marteling of druk dat ze een opstand hadden gepland. Het ging om:
Deze slaven waren eigendom van verschillende vrijburgers:
Ze hadden samengezworen om huizen in brand te steken en de bewoners te vermoorden, behalve de jonge vrouwen die ze in leven wilden laten voor hun plezier. Louis van Bengalen, Jan de Caffer uit Goa en Piet van Balij zouden als kapiteins optreden bij de Noordwesthaven en op de vlakten. Daarna wilden ze het logiegebouw aanvallen, in brand steken en plunderen, en de bewoners vermoorden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0755 Op 19 oktober 1706 nam de Raad van het eiland Mauritius een besluit over 15 jonge zwarte slaven. Deze jongens waren uit een schip ontsnapt, waarna een Indiaanse slaaf genaamd Bootsman hen had aangetroffen in het bos. Bootsman liet hen naar het fort komen. Daar kregen ze te eten en werden ze vastgehouden.
De Raad oordeelde dat de jongens:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0754 De verdachte David van Madagaskar werd beschuldigd door burgerraden Guilliam Heems en Henrik Bouman. De verdachte was een slaaf van weduwe Henrik Munkerus. Hij bekende dat hij samen met 4 anderen:
De rechtbank heeft na het horen van beide partijen en het bestuderen van de bewijsstukken besloten de verdachte ter dood te veroordelen. Hij moest worden overgedragen aan de beul op de gebruikelijke plaats van terechtstelling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0618 Op 9 september 1706 diende een rechtszaak in het Kasteel de Goede Hoop. De gouverneur W.A. van der Stel en de raadsleden waren aanwezig, behalve één burger. De openbaar aanklager Joan Blesius diende een aanklacht in tegen Pieter Belmoert uit Leiden, een matroos op het schip de Zuidpool. Deze had een andere matroos, Huibert Adriaansz Blok uit Amsterdam, verwond in de Saldanhabaai. De verdachte bekende, maar zei dat hij zichzelf moest verdedigen tegen een aanval van het slachtoffer. Hij vroeg om genade.
In een andere zaak eiste een landbouwer Hans Henske 601 gulden en 8 stuivers Kaaps geld. De gedaagde erkende een schuld van 79,5 gulden, een half vat wijn en twee maten tarwe, maar ontkende een afspraak over de helft van zijn graanoogst. Burgemeester Hendrik Bouman besloot dat de eiser zijn claim beter moest bewijzen. Een beslissing over de proceskosten werd uitgesteld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0612 De apotheker Jan Casper Rigter heeft een klacht ingediend over een rekening van 203½ rijksdaalders. Dit bedrag moet betaald worden uit de erfenis van de overleden Cornelis Mommael, die ziekentrooster was op het laatst vertrokken retourschip Nieuwburg. De boekhouder zegt dat hij alleen opdracht had gegeven voor een nette begrafenismaaltijd voor familie en dragers. De Raad vindt dat de rekening te hoog is en draagt op deze post voor post na te kijken en waar mogelijk te verlagen ten gunste van de erfgenamen.
De vrije boer Hans Henske moet 601 gulden en 8 stuivers Kaaps geld betalen aan Jan Copes. Omdat Hans Henske niet is komen opdagen bij de rechtszaak, krijgt Jan Copes gelijk en wordt Hans Henske nogmaals opgeroepen.
Dit alles gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0609 Op een rechtszitting diende Abraham Poulle, secretaris van justitie als gedaagde, verweer tegen de aanklacht van vrijburger Gerrit Hendrik Meijer. De zaak ging over te veel geïnde commissie bij een huisverkoop. Meijer eiste geld terug omdat volgens de regels van India maar 1,5% commissie mocht worden gerekend, terwijl Poulle 4% had ingehouden.
Poulle verdedigde zich door te zeggen dat hij geen nieuwe regels had gemaakt, maar dat eerdere secretarissen van politie, veilingmeesters en secretarissen van de Weeskamer ook zoveel hadden gerekend. Hij had zelfs uit goedheid maar over de helft van het bedrag van 60.051 gulden 4% commissie gerekend.
De rechter hield de zaak aan en verwees de eiser door naar de Raad van Politie. De proceskosten zouden later worden bepaald. Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10908 / 0608 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/