Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De assistent François Poulle vertegenwoordigde Willem Helot, een voormalig stuurman in Amsterdam. Er was sprake van een schuld van 21.126 Carolus guldens en 2 stuivers, plus 4% rente vanaf het jaar 1694 tot heden. Deze schuld was vastgelegd in een door Rutgert Menssink getekende schuldbrief. Van deze schuld was al 1000 gulden afbetaald in het voorgaande jaar. Willem Menssink, de brouwer, verscheen namens zichzelf en zijn moeder, de weduwe Rutgert Menssink. Hij erkende de schuld, maar vertelde dat hij brieven had ontvangen van iemand genaamd Weefeman uit Amsterdam. Deze had beloofd hen niet lastig te vallen en gaf hen toestemming om:

Ze vroegen om uitstel totdat er brieven hierover uit het vaderland zouden komen. De eiser hield echter vast aan zijn eis en vroeg om een uitspraak.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0028  


De zaak gaat over een geschil waarbij verschillende partijen betrokken zijn:

Het stuk beschrijft dat er een probleem was met een perceel dat opnieuw moest worden geveild omdat er geen borg was gesteld voor 120 rijksdaalders. Bij de tweede veiling bracht het perceel 120 rijksdaalders minder op dan bij de eerste veiling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0031  


Willem Ten Helot, die als vervanger optrad voor onderstuurman François Poulle, en Arent Etman hadden een zaak over betaling en eigendommen. Het ging over een brouwerij, mouterij en een huis in Kaap. De zaak ging over een bedrag van 10.000 gulden, waarvoor de eisers een arrestbevel wilden. De andere partij, vertegenwoordigd door assistent Hendrik Frappe, gaf aan dat hun vordering ouder was.

Een tweede zaak betrof burger Steeven Vermeij over de betaling van 342 gulden en 4 stuivers, waarvan:

Raadslid Michiel Leij werd beëdigd om een verklaring te horen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0061  


Francois Poulle vraagt namens de eisers toestemming voor een eerdere berekening. Ze kunnen geen nieuwe berekening maken omdat ze de inspecties niet precies kunnen aangeven.

De rechtbank houdt de zaak aan totdat twee opperschirurgijns van de schepen op de rede, samen met twee raadsleden en alle betrokken partijen, de kosten zullen bepalen. Deze taxateurs moeten eerlijk verklaren dat hun taxatie redelijk is.

De secretaris van de weeskamer, Adriaan van Hervel, zegt dat de tegenpartij, landbouwer Hendrik Roodenburgh, in april had moeten betalen. Het gaat om 404 gulden voor de eerste betaling van zijn gekochte land. Dit bedrag moest betaald worden uit de nalatenschap van Matthijs Greef. De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van het bedrag plus de kosten.

Johannes Swellengrebel en Pieter de Meijer zijn aangesteld om de rekeningen na te kijken van verschillende functionarissen voor de justitiële raadkamer. Dit betreft een zaak van 19 oktober tegen Jurriaan Christiaen Frens, die opperschirurgijn is op dit kantoor.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0078  


De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot het betalen van 500 gulden, of teruggave van 100 speelpenningen als hij niet kan bewijzen dat hij het geld heeft teruggegeven. Voor het tonen van gebrek aan respect aan de weesmeesters moet hij ook 25 gulden Kaaps geld betalen aan de rechtbank, plus de proceskosten.

Aanwezig waren de gezaghebber en alle leden, behalve kapitein Olof Bergh en pakhuismeester Jan de la Fontaine. Michiel Leij van de burgerraad was ook aanwezig.

Assistent Hendrik Trappe vraagt om vergeving voor zijn afwezigheid. Hij eist van landbouwer Hendrik Roden een betaling van 102¼ rijksdaalders plus kosten. De gedaagde landbouwer Gerrit Janhz van Deventer zegt dat hij te laat was opgeroepen. Hij erkent de schuld en vraagt twee maanden uitstel vanaf 16 november.

De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van 102¼ rijksdaalders plus de kosten, en vergeeft zijn tweede afwezigheid.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0102  


De rechtszaak gaat over een meningsverschil over 6 rijksdaalders. De gedaagde ontkent dat dit bedrag voor gerechtskosten was, maar zegt dat het ging om een afbetaling van koopgeld. De gedaagde vraagt om zijn papieren te lezen. De Raad heeft de papieren bekeken maar ziet dat deze niet officieel zijn goedgekeurd. Ze worden daarom gezien als waardeloze documenten. De zaak wordt 14 dagen uitgesteld. De gedaagde moet dan officiële bewijsstukken laten zien. De gedaagde moet de kosten betalen, behalve die van de Meijer. De secretaris Pieter de Meijer vraagt of de gedaagden hun eerder verzuim mogen herstellen:

De gedaagden zeggen dat ze de oproep pas op de 16e ontvangen hebben, terwijl ze op de 2e moesten verschijnen. Ze konden dus niet op tijd komen maar willen nu wel getuigen. De Raad bepaalt dat ze geen boete hoeven te betalen voor het niet verschijnen en dat ze nu hun getuigenis mogen geven.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0019  


Op 2 februari 1713 werd Arend Divensse van Berlijn, een soldaat van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), voor de raad gebracht in het kasteel van Batavia. Hij werd beschuldigd van ongehoorzaamheid omdat hij zich had verzet tegen zijn sergeant.

Arend verdedigde zich door te zeggen dat hij zijn werk goed deed en net zo goed bewapend was als zijn officieren. Hij vond dat de sergeant hem niet had mogen slaan, maar hem had moeten arresteren als hij iets verkeerd had gedaan.

De aanklager, Willem van Putten, wees deze verdediging af. Hij stelde dat Arend had moeten klagen over de slechte behandeling in plaats van zich te verzetten tegen zijn meerdere.

De raad besloot:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10915 / 0015  


Het ging hier om een rechtszaak op ongenoemde datum waarbij Jan Oberholster, Francois Poulle, Adriaan Kenvel, Nicolaas Wederheer, Anthonij Burgersdijk, Philip Morkee, Simon Schippers, Jacob Elis, Simon Rijniersz en Abram Hartog betrokken waren. De zaak werd voorgezeten door de gezaghebber als president met Jan de Lafontain en Hendrik Bouman als leden van de Weeskamer.

Er waren twee zaken aan de orde:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10914 / 0034  


Simon Rijmertz was in onenigheid met Abraham Hartog over het eigendom van een slaaf genaamd Aaron. Jacob Elis had in een brief geschreven dat de slaaf aan Hartog zou toebehoren als Elis zou overlijden. Rijmertz beweerde echter dat Elis niet de eigenaar was en dus de slaaf niet mocht weggeven.

Op 4 mei 1712 in het kasteel De Goede Hoop werd de zaak behandeld door gezaghebber Willem Helot. De raad besloot dat Rijmertz geen recht had op de slaaf die bij Hartog verbleef. Wel behield Rijmertz het recht om een zaak aan te spannen tegen Elis of diens erfgenamen.

Daarnaast kwam er een andere zaak voor waarbij Willem van Putten en een soldaat Hendrik Keizer uit Ootmarsum betrokken waren, die als tamboer op het schip 'Popkensburg' had gediend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10914 / 0035  


De gedaagde blijft bij haar eerdere antwoord op de aanklacht. Ze vraagt of de hoofdaanklager in persoon kan komen. De advocaat van de aanklager antwoordde dat hij zijn cliënt vertegenwoordigt en dat zijn cliënt niet verplicht is om persoonlijk te komen.

De gedaagde zegt dat ze tegen de aanklager heeft gezegd dat hij haar te weinig specerijen had gegeven: 2 pond min 3 ons. Omdat de aanklager bijziend is, suggereerde hij dat er misschien een touwtje of iets anders in de weegschaal had gelegen. Ook had hij haar slaaf per ongeluk 5/4 el stof gegeven in plaats van 7/4 el. De gedaagde benadrukt dat haar slaaf altijd eerlijk is geweest en ze hem geld voor 7/4 el had meegegeven.

Ze zegt verder dat als de aanklager haar en anderen zo blijft behandelen, hij wel gouden knopen aan zijn jas kan dragen. De aanklager zou haar gedwongen hebben dit te zeggen omdat hij, toen ze over de specerijen klaagde, beweerde dat hij haar voor iemand anders had aangezien.

De aanklager gebruikt haar antwoord in zijn voordeel, omdat het een herhaling van de beledigingen is, en blijft bij zijn eis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10914 / 0046  


Titus van Balij (26 jaar) en October van Dompo (30 jaar), beiden slaven van de oud-heemraad van Stellenbosch Dirk Mol, hebben samen met Jacob van Bengalen (24 jaar), een slaaf van burger Arend Geldenhuijs, een bekentenis afgelegd. Jacob van Bengalen heeft zichzelf later in de gevangenis opgehangen.

Zonder dwang hebben ze bekend dat ze hadden afgesproken om van hun meesters weg te vluchten. Titus was eerst van plan om Jacobus de Lange, de zoon van zijn meester, te vermoorden. Ze hadden dit samen besproken. Op de avond van hun vlucht probeerde Titus, in het bijzijn van October en Jacob, Jacobus de Lange met een mestvork te steken. De Lange kon de aanval ontwijken, waarbij hij de steek op zijn arm kreeg. Hij wist de mestvork van Titus af te pakken, waarna de gevangenen op de vlucht sloegen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0149  


De burger Jan Hoffman verklaarde voor de rechtbank van het gouvernement, op verzoek van openbaar aanklager Willem van Putten, het volgende: Op zaterdag 18 deze maand in de middag kwamen bij zijn huis:

Ze vroegen om een fles wijn, die ze kregen. Tijdens het drinken zei sergeant Hamel tegen korporaal Frissaart dat hij ook moest drinken. Frissaart antwoordde dat hij te dronken was. Na wat heen en weer gepraat ging Hoffman naar de keuken en gingen de twee mannen naar buiten. Kort daarna hoorde Hoffman een slaaf van burger Anthonij Hoesemans "Michiel" roepen en "dat moet je niet doen". Hoffman ging toen naar buiten naar de deur.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0339  


Op 19 maart 1711 verscheen voor Daniel Thibault, secretaris van de rechtbank van dit gebied, in aanwezigheid van getuigen Jacobus de Lang, burger-vaandrig uit Stellenbosch. Op verzoek van landdrost Johannes Mulder verklaarde hij het volgende:

Ruim 17 weken geleden, op een zondagavond, hadden de slaven van zijn vader, waaronder Titus, na het avondeten en het zeggen van welterusten, samen met de slaaf Jacob van boer Arend Gildenhuijs, geprobeerd hem aan te vallen. Toen hij naar buiten kwam, probeerde de slaaf Titus hem met een mestvork te steken. De Lang kon de aanval ontwijken, maar werd toch licht verwond aan zijn linkerarm, door zijn hemdsmouw heen. Hij wist de mestvork van Titus af te pakken, waarna de drie slaven wegvluchtten.

De Lang verklaarde bereid te zijn dit onder ede te bevestigen als dat nodig zou zijn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0127  


In oktober kwam het volgende aan het licht. Leefslaven Octobr van Dompo (36 jaar), Titus van Bali (26 jaar), beiden eigendom van oud-heemraad Dirk Mol uit Hellenbosch, en Jacob van Bengalen (24 jaar), slaaf van burger Arend Gildenhuijs, legden een verklaring af voor de raad van justitie. Ze deden dit op verzoek van landdrost Johannes Mulder.

Ze bekenden dat ze eerder hadden afgesproken om weg te lopen. Titus was eerst van plan om de zoon van zijn eigenaar, Jacobus de Lang, te vermoorden. Ze hadden dit samen voorbereid. Op de avond van hun vlucht probeerde Titus in aanwezigheid van de anderen De Lang met een mestvork te steken. De Lang ontweek de steek en pakte de mestvork af.

Daarna vluchtten ze over de bergen van Hottentots Holland. Na twee nachten kwamen ze bij een rivier waar 7 of 8 Khoikhoi vee aan het hoeden waren. Deze Khoikhoi zagen hen en renden naar hun nederzetting om de anderen te waarschuwen. Kort daarna kwamen 8 Khoikhoi naar hen toe.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0131  


De rechter heeft na grondig onderzoek het testament goedgekeurd. De erfenis mag naar de eiser gaan onder voorwaarde dat:

In een andere zaak tegen burger Jacob Voogel over het leveren van 3 vaten wijn besluit de rechter dat Voogel de wijn moet leveren en de kosten moet betalen. Voogel erkent dat hij 3 vaten wijn schuldig is maar zegt deze niet te hebben en dus niet te kunnen leveren. Burger Hendrik Eksteen is de eiser in deze zaak.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0011  


Op 18 maart 1711 verklaarden drie hooggeplaatste functionarissen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie dat ze samen met de landdrost Johannes Mulder een gevangenis in het kasteel van Kaap de Goede Hoop hadden bezocht. De functionarissen waren:

Ze gingen op melding van gevangenisbewaarder Jan Logier naar de achterste donkere cel. Daar troffen ze het lichaam aan van een slaaf genaamd Jacob van Bengalen, die eigendom was van boer Arend Gildenhuijs. Jacob zat vast voor doodslag en had zelfmoord gepleegd door zich op te hangen. Hij had van zijn zijden hemd een strop gemaakt en die aan de bovenste duim van de deur bevestigd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0119  


In Batavia maakt Dirk van Rhee op 3 januari 1735 bekend dat de slaaf Jacob van Bengalen zichzelf had opgehangen. Van Rhee verklaart dat hij Jacob op 1 januari samen met andere slaven naar de suikerrietplantage had gestuurd om te werken. Jacob was daar weggelopen en 2 dagen later dood gevonden, hangend aan een tamarindeboom. Van Rhee verklaart dat hij Jacob altijd goed behandeld had en niet wist waarom hij zelfmoord pleegde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0122  


Een man wachtte op zijn vriend Hendrik Willem bij zijn meester's tuin. Sergeant Hamel kwam aan en vroeg of de man op hem wachtte. De man antwoordde dat hij op Hendrik Willem wachtte. Sergeant Hamel beledigde hem meerdere keren en trok zijn zwaard. Hij daagde de man uit om ook zijn zwaard te trekken.

De man vroeg Hamel om dit niet te doen omdat dit niet de juiste plek was voor een duel. Maar Hamel drong zo sterk aan dat de man zich gedwongen voelde zijn zwaard te trekken om zich te verdedigen. De man bleef alleen maar Hamel's aanvallen afweren zonder zelf aan te vallen.

Omstanders kwamen tussenbeide om het gevecht te stoppen. De man zei tegen Sergeant Hamel dat hij zijn zwaard alleen voor verdediging droeg. Hamel reageerde woedend, trok het gevest van het zwaard en gooide het voor de voeten van de man. De man liep weg naar het huis van Jan Hofman omdat er veel mensen waren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0350  


Roelof Fredrik Steenbok (korporaal), Jan Hendrik van Noord en Hendrik Trourligt (soldaten) verklaren aan rechter Willem van Putten het volgende:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0323  


Catharina Marquart heeft onder ede een verklaring afgelegd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0316  


In Calmer moest er een kopie gemaakt worden van een uitspraak. De tekst lijkt wat onvolledig te zijn om er een volledige samenvatting van te maken met meer informatie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0322  


De verklaring werd door de getuige met plechtige woorden afgesloten: "Zo waarlijk helpe mij God almachtig". Deze verklaring werd op 25 juli 1711 afgenomen in het kasteel De Goede Hoop. Aanwezig waren twee leden van de raad: Jan Brommert en Pieter Riekse. Het document werd ondertekend door de getuige, de raadsleden en secretaris Daniel Rhibault, en later bevestigd door secretaris E. Sibaul.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0315  


De vrouwelijke getuige verklaarde dat er tegen haar en haar mevrouw een doodsbedreiging was geuit. De bedreiger had gezegd dat hij hen allebei de nek zou breken zodra hij daar de kans voor kreeg. De getuige legde deze verklaring af aan Kaap de Goede Hoop in het bijzijn van Francois Poulle en Jan Hendrik Tauke. Zij waren betrouwbare getuigen die samen met de secretaris het document ondertekenden. Later verscheen de getuige nogmaals voor de Raad van Justitie. Haar verklaring werd toen voorgelezen en zij bevestigde dat alles klopte. Ze wilde niets toevoegen of weghalen uit haar verklaring.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0314  


Op 28 oktober 1710 werd het volgende vonnis uitgesproken in het kasteel de Goede Hoop:

Het vonnis werd ondertekend door L. van Assenburgh, J. Swellengriebel, W. Helot, O. Berg, K.S. Hotsboo, J. Brommert en secretaris L. Riekse. Het werd uitgevoerd op 30 oktober 1710, wat bevestigd werd door secretaris Sibault.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0321  


Op 19 juni 1710 vonden er verschillende rechtszaken plaats in Kaap de Goede Hoop:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 4065 / 0251  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/