Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Jan Calmer uit Amsterdam, 36 jaar oud, was onderstuurman bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Hij kwam in 1706 met het schip Jerusalem aan als trompetter. Hij heeft vrijwillig bekend dat hij na zijn eerste huwelijk met Jannatie Maritens op 29 november 1705 in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, door dominee Steenwinkel, opnieuw trouwde. Dit tweede huwelijk was in 1709 met Catharina Marguart, de weduwe van burger Christiaan Loor. Hij verliet hiermee zijn eerste wettige echtgenote.

Hij werd schuldig bevonden aan bigamie (het hebben van twee huwelijken tegelijk). Dit was:

De rechtbank vond dat dit streng bestraft moest worden als voorbeeld voor anderen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10913 / 0319  


Op donderdag 16 oktober 1710 werd besloten om de verzegeling van bezittingen van bode Marinus Keestok op te heffen. De spullen moesten worden geïnventariseerd in het Kasteel de Goede Hoop. Hiervoor werden aangesteld:

Later die dag was er een rechtszaak tussen de VOC, vertegenwoordigd door Jacobus Crus, en burger Nicolaas Gockelius. Gockelius vertegenwoordigde de overleden konstabel Dirk Disseldorp van het schip Wassenaar. Er werd een betalingsvordering van 113,5 rijksdaalders opgelegd, plus proceskosten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10912 / 0059  


Op donderdag 9 oktober 1710 vond er een rechtszaak plaats in het Kasteel de Goede Hoop. De aanwezigen waren:

Nicolaas Gockelius vroeg een uitspraak omdat de vertegenwoordiger van de overleden konstabel Dirk Eijsseldorp van het schip Wassenaar niet was komen opdagen. Het ging om een schuld van 113,5 rijksdaalders.

De gouverneur bracht ook een zaak ter sprake tussen de burgers Ambrosius Sassé en Johannes Phijffer over het eigendom van een paard. Omdat Sassé voor zijn vertrek naar Nederland had aangegeven dat hij afzag van de rechtszaak, werd unaniem besloten de zaak te beëindigen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10912 / 0058  


Op 4 september 1710 behandelde de raad twee zaken:

  1. De zaak tegen Jan Cubeek uit Gülich (Gulikberland):
    • Hij was soldaat en houthakker in dienst van de Compagnie
    • Werd veroordeeld tot:
      • Lijfstraf (geslagen worden)
      • 1,5 jaar dwangarbeid op Robbeneiland zonder loon
      • 6 maanden loonbeslag
  2. De echtscheidingszaak van Jan van der Heijden tegen zijn vrouw Angenitie Klijn:
    • Hij wilde van haar scheiden maar kon geen bewijzen overleggen
    • De raad droeg hem op eerst met bewijzen te komen voordat ze een besluit konden nemen

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10912 / 0054  


Op 25 september 1710 kwamen er een aantal zaken voor de rechtbank in het Kasteel de Goede Hoop:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10912 / 0055  


De Raad erkende de geldigheid van de schuld en verplichtte de gedaagde tot betaling van 600 Caroli guldens aan de eiser, met 4% wisselgeld korting. De kosten zouden betaald worden uit de erfenis van de overledene. De eisers toonden het testament dat Johannes van Amerongen, ziekenbezoeker aan boord, had opgesteld voor boekhouder Karel Frankendaal, Gerardus van Hier (opperschirurgijn) en enkele getuigen op 4 april 1709. Dit gebeurde op het retourschip Reijenburgh. De zaak was aangespannen tegen curator Jacobus Cruse om een testament goed of af te keuren van oppermeester Pieter Blijswijk, die overleden was op het schip Reijenburgh. De Raad keurde het testament van de overledene goed en gaf opdracht de erfenis aan de eisers over te dragen, na aftrek van de proceskosten. De gedaagde accepteerde deze uitspraak van de Raad.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10911 / 0047  


De rechtsraad veroordeelde 2 gevangenen:

Dit vonnis werd uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop en ondertekend door secretaris Abraham Poulle.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10911 / 0098  


Op 30 mei 1709 kwamen de bestuurders van het Weeshuis samen bij gouverneur Louis van Assenburgh in Batavia. De weesmeesters Jesse Slotsboo en Jan Brommert waren aanwezig.

Ze bespraken twee zaken:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10911 / 0046  


De landdrost diende een aanklacht in tegen Arij Jansz, een landbouwer, vanwege het trekken van een mes. Hendrik Jacobsz was weggevlucht achter een wagen en had daar zijn mes getrokken. Hij ontkende Pieter Potman verwond te hebben. De rechtbank bepaalde dat de aanklager eerst zijn bewijsstukken onder ede moest laten bevestigen voordat er een vonnis kon worden uitgesproken. De landdrost had ook een strafzaak tegen Sijmon van Mallebaar, een slaaf van landbouwer Mattijs Greev, wegens weglopenen diefstal. Deze zaak werd uitgesteld omdat de rechters de stukken nog niet hadden bestudeerd. Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop. De secretaris Abraham Poulle heeft dit ondertekend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10911 / 0045  


Louis van Assenburgh en alle leden waren aanwezig bij een rechtszaak in het Kasteel de Goede Hoop op 14 maart 1709. De eiser ontkent schulden te hebben en zegt de belangrijkste schuldeiser niet te kennen. Hij vraagt om vrijspraak met vergoeding van de kosten. De eiser zegt geen verder bewijs te kunnen leveren, maar denkt dat dit in Nederland wel te vinden is. De raad houdt de zaak aan tot er meer bewijs is en veroordeelt de eiser voorlopig tot het betalen van de kosten. Michiel Basson klaagt landbouwer Ian Walboom aan wegens het niet verschijnen en vraagt om een tweede dagvaarding over de koop van zijn huis. De timmerlieden Maarten Willemsz de Raven en Sijmon Cornelisz Sinkelaar tonen een testament dat op 26 januari 1709 is opgesteld voor onderkoopman Willem van Teffelen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10911 / 0030  


De gedaagde heeft bekend schuld te hebben na enkele maanden in het land rondgezworven te hebben. De raad veroordeelt de gedaagde om door de bewakers streng gegeseld te worden. Daarna moet hij in de ketting geklonken 6 maanden voor de Compagnie werken zonder loon. Ook worden 2 maanden salaris van hem afgepakt en moet hij de proceskosten betalen.

De aanklager dient een schriftelijke eis in tegen Sato van Maccasser, Ian van Mallebaar en Jacob van Mallebaar, die slaven waren van burgers Dirk Verweij, mevrouw Meerland en Jacob de Weth. De aanklager overlegt de bekentenissen van de beschuldigden.

De beschuldigden blijven bij hun eerder gedane bekentenissen. De aanklager houdt vast aan zijn eis. Beide partijen zien af van verdere bewijsvoering. De raad heeft de aanklacht en bekentenissen onderzocht en overwogen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10911 / 0038  


Op een rechtszitting was Samuel aanwezig als aanklager tegen 2 verdachten: Coridon van Banda (een lijfeigene van landbouwer Barent Lubbe) en Jan Roskam. De eerste verdachte werd beschuldigd van huisinbraak en veediefstal. De tweede verdachte werd ervan beschuldigd dat hij de eerste verdachte uit zijn gevangenis had laten ontsnappen.

Beide verdachten bekenden hun misdaden. Na het horen van de bekentenissen en het overwegen van alle feiten, deed de raad uitspraak. Coridon van Banda werd veroordeeld om naar de gebruikelijke executieplaats gebracht te worden. Daar zou hij door de beul worden opgehangen met een schapenvacht boven zijn hoofd. Na zijn dood moest zijn lichaam naar het buitengerecht worden gesleept.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10911 / 0102  


De secretaris van de raad, Abraham Poulle, was aanwezig bij de rechtbank voor vragen van gouverneur Willem Adriaan van der Stel. Abraham Poulle presenteerde een tegenverhoor en vroeg om onder ede antwoorden van Jacobus van der Heiden te krijgen. Hij had soortgelijke tegenverhoren klaar voor vier andere verdachten.

Willem van Putten werd door de gouverneur en raad aangesteld om advies te vragen aan raadslid en commissaris Cornelis Joan Simons. Deze adviseerde dat:

De gouverneur en raad namen dit advies over. Alle verdachten behalve Jacob Louw werden binnengeroepen en kregen op eigen kosten een kopie van de verhoren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10910 / 0032  


De rechtszaak gaat tussen Engelbertus Franciscus Le Boucq als eiser en vijf burgers als gedaagden: Jacobus van der Heiden, Adam Tas, Jacob Louw, Daniel Seevenhoove en Jacob Pleunis. Ook wordt Simon van der Stel, de oud-gouverneur, genoemd.

De gedaagden hebben op 29 augustus vorig jaar een verklaring ondertekend. In het Kasteel de Goede Hoop werd Jacobus van der Heiden opgeroepen door gouverneur L.V. Assenburg. De verklaring werd aan hem voorgelezen. Hij antwoordde dat hij en de vier andere gedaagden bereid waren de verklaring verder uit te breiden.

De rechtbank besluit dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10910 / 0031  


Op 1 maart 1708 vond er een rechtszaak plaats in het Kasteel de Goede Hoop. De burger Jan Overholster was de aanklager en dominee Engelbertus Franciscus le Boucq was de aangeklaagde. De secretaris was Abraham Poulle. Van Putten was lid van het rechtscollege.

De zaak verliep als volgt:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10910 / 0027  


De rechtbank heeft een kopie van documenten toegestaan aan Daniel Thiebault en Frans van der Stel. De assistent van Leeuwen vertegenwoordigde burger David Eijlders. Ze kregen 8 dagen om te reageren op de geschreven eis. Jacob Vogel diende een zaak in tegen Daniel Thibault en Frans van der Stel. De gedaagden kregen een kopie en 8 dagen om te antwoorden. De provinciale landdrost Samuel Martini de Meurs had een zaak tegen burger Jacob van den Berge en zijn vrouw Jacomijntje. Vanwege drukte werd deze zaak uitgesteld tot de eerste rechtdag na het vertrek van de retourvloot.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10910 / 0024  


De aanklager vraagt een kopie van het antwoorddocument. De beschuldigde Le Boucq antwoordt dat hij de luitenant niet had gezien en dacht dat de hoofdaanklager daar niet mee had ingestemd. Na uitleg van de gouverneur ziet hij dat anders en trekt hij zijn twijfels over de drie leden terug.

De zaak speelt in het Kasteel de Goede Hoop. Abraham Poulle, de secretaris van justitie, is aanklager tegen predikant Engelbertus Franciscus Le Boucq. De aanklager dient een schriftelijke repliek in met bijlagen.

Willem van Putten, lid van het gerechtshof, geeft toestemming voor een kopie van de repliek. De beschuldigde mag hier binnen 8 dagen op reageren als hij dat nodig vindt.

Ook burger Jan Overholster heeft een zaak tegen predikant Le Boucq en dient een schriftelijk antwoord in. De aanklager vraagt hiervan een kopie en tijd om te reageren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10910 / 0023  


Daniel Thibault heeft om een kopie van de aanklacht gevraagd en een reactietijd van 8 dagen om te antwoorden. Hij benoemt Joan Cornelis d'Ableing, Olof Bergh en Willem van Putten als zijn tegenstanders omdat zij hem geschorst hebben en zijn loon hebben stopgezet.

Joan Cornelis d'Ableing vindt het vreemd dat alleen deze drie personen als tegenpartij worden gezien, want Joan Blesius en Adriaan van Reede hebben ook gestemd over de zaak tegen de predikant.

Petrus Calden heeft een rechtszaak aangespannen tegen predikant Engelbertus Franciscus Le Boucq. Ook heeft Henning Husing een zaak aangespannen tegen de voormalige gouverneur Wilhem Adriaan vander Stel voor een bedrag van 44.004 gulden, 12 stuivers en 8 penningen, plus 9000 schapen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10910 / 0022  


Op 23 februari 1708 deed Joan Blesius een aanklacht tegen twee jonge matrozen:

Beide matrozen werkten op het schip Barneveld. Ze waren erg dronken geweest en konden zich niet verdedigen tegen de aanklacht.

De raad veroordeelde hen tot de volgende straffen:

Dit vonnis werd uitgesproken in het kasteel de Goede Hoop.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10910 / 0021  


De Rechter gaf toestemming voor een zaak tussen de burger Jan Overholster en Engelbertus Franciscus Le Boucq. De zaak betrof een aanklacht wegens eerroof. Le Boucq kwam niet opdagen bij de rechtbank.

In een andere zaak tegen de boeren Jean de Thuijlet en Christiaan Uijkers, die op 9 van die maand was begonnen, verschenen de aangeklaagden ook niet. De rechtbank besloot daarom dat:

De aanklager in deze zaak was de provinciale landrechter Samuel Martini.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10910 / 0020  


Op 16 februari 1708 vond er een rechtszaak plaats. Hierbij waren aanwezig:

De zaak ging over een beschuldiging van smaad. De aangeklaagde vroeg om een kopie van de aanklacht en tijd om te antwoorden. De raad gaf 8 dagen om te reageren.

Ook was er een andere zaak met:

Deze zaak ging over het goedkeuren of afwijzen van een volmacht die de overleden schipper had gegeven.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10910 / 0018  


Op 9 december werd voor de raad van justitie in het Kasteel de Goede Hoop een zaak behandeld. De raad heeft besloten dat de nalatenschap van de overleden schipper Pieter Bol volgens de inventaris moet worden overgedragen aan de eiser, na aftrek van de gemaakte kosten.

De gedaagde heeft een schriftelijk antwoord ingediend op de eis van de donderdag ervoor. Hij vroeg om zijn verzoek tot niet-ontvankelijkheid te noteren en de zaak door te verwijzen naar kerkelijke instanties. De eiser vroeg een kopie van dit antwoord en 8 dagen tijd om te reageren. De raad stemde hiermee in.

In de zaak waren betrokken:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10910 / 0019  


De rechtbank heeft een bekentenis van de gevangene gehoord. Na alle bewijsstukken te hebben bekeken en na zorgvuldig overleg, heeft de rechtbank besloten dat de gevangene ter dood veroordeeld wordt. Hij zal naar de gebruikelijke plaats voor terechtstellingen worden gebracht waar de beul hem door ophanging zal executeren. Zijn lichaam zal buiten de stad worden tentoongesteld tot het vergaan is. Hij moet ook de proceskosten betalen.

In een andere zaak zijn Weesmeesters in conflict met de raad over een schuld van 5000 gulden die de boer Gerrit Jansz Verweij uit Deventer verschuldigd was aan Balster Christiaan Weever, plus een bedrag van 400 gulden rente. Deze zaak wordt aangehouden totdat commissarissen van de raad de zaak grondig hebben onderzocht en daarover verslag hebben uitgebracht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10910 / 0071  


Hendrik Diepenauw toonde met documenten aan dat ze voordat ze uit Nederland vertrok, een overeenkomst had met haar schuldeisers om een kwart van de schulden te betalen. Deze zijn ook betaald, zoals blijkt uit de kwitanties. Ze stelt daarom dat ze ook bij deze schuld kan volstaan met het betalen van een kwart.

De raad houdt de zaak aan tot morgen. Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop, in aanwezigheid van secretaris Poulle.

Op 25 mei 1708 zijn Joachim Barentsz en de weduwe Rutgert Mensing tot een schikking gekomen voor een bedrag van 110 gulden Hollands geld. Voor dit bedrag heeft de eiser de gedaagde gekwiteerd voor het totale bedrag van 120 gulden en 2 stuivers.

Op 7 juni 1708 waren aanwezig de gouverneur en alle leden, behalve luitenant Adriaan van Reede die ziek was. De burgerraadsleden Claas Hendriksz Diepenauw en Hendrik Bouman waren toegevoegd. De fiscaal Blesius diende een aanvullende schriftelijke eis in tegen Joris van Poudecherij, slaaf van burger Dirk Verweij, met extra vragen die in de verhoorkamer waren gesteld.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10910 / 0070  


Op 31 december 1707 wordt er in Saardam een notariële akte gemaakt bij notaris Hendrik Kreet. Het gaat over een schuld van 120 gulden en 2 stuivers die de weduwe van Rutgert Menssink moet betalen aan Cornelis Jacobsz Blaauw voor geleverde houtproducten. Joachim Barentsz, matroos op het schip Koning Karel III, treedt op als vertegenwoordiger. Thibault vraagt om betaling van deze schuld plus de proceskosten.

Er is ook sprake van een tweede zaak waarbij Hendrik Venter een rente van 315 gulden, 7 stuivers en 8 penningen moet betalen. Dit is de opgebouwde rente over 8 jaar op een bedrag van 600 gulden.

De weesmeesters Jan Brommert en Cornelis Botma zijn betrokken bij een andere zaak met burger Pieter de Meijer en raadslid Claas Hendrixe Diepenauw. Hiervoor krijgen ze 14 dagen om te reageren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10910 / 0069  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/