Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Deze gebeurtenis speelde zich af bij het huis van dominee Henricus Bek. Frans Lens werd achtervolgd door een verdachte die een mes in zijn hand had. Frans Lens vluchtte naar de keuken van dominee Bek. De verdachte volgde hem tot halverwege de trap naar de keuken.
Een slavin vroeg aan de verdachte wat er aan de hand was. Hij beweerde dat Frans Lens hem had geslagen, wat de slavin ontkende gezien te hebben. De verdachte wilde teruggaan naar zijn plek, maar omdat de kamer op slot was, verliet hij het huis via de achterpoort.
De verdachte beweert dat hij zich 1 dag in de zandduinen schuilhield en daarna uit zichzelf terugkwam. Dit is niet waar - hij werd in Kaap bij de Leeuwenbil ontdekt door een andere slaaf van zijn eigenaar, die hem overdroeg aan justitie.
Bij zijn verhoor zei de verdachte dat hij niet de bedoeling had Frans Lens te verwonden met het mes. Hij beweerde het mes alleen nog in zijn hand te hebben omdat hij het in zijn haast niet had kunnen wegbergen. Ook ontkende hij Frans Lens tot op de keukentrap te hebben gevolgd - hij zou eronder zijn blijven staan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0537
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0534 D. G. Carnspek ondertekende als secretaris een document, samen met de raadsleden en verslaggever. Harnsper H. bevestigde dit als secretaris.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0543 De vrije zwarte man Frans Lens werd gevolgd door een slaaf toen hij over een plein liep. De slaaf had een mes in zijn hand en bleef Frans Lens achtervolgen. Tijdens het achtervolgen dreigde de slaaf in zijn eigen taal en in het Portugees dat hij Frans Lens zou vermoorden. Frans Lens vluchtte uiteindelijk naar de keuken van dominee Henricus Bek, waar een slavin de deur opende toen ze het lawaai hoorde. Dit werd officieel vastgelegd op 25 november 1743 in het Kasteel de Goede Hoop in aanwezigheid van klerken Johannes Casparus Raspen en Otto Wilhelm Rotenburg. Op 4 december 1743 werd de verklaring voorgelezen aan Frans Lens in aanwezigheid van de verdachte Boeginees, waarbij Frans Lens bevestigde dat alles de waarheid was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0542 Frans Lens gaf een klap met een stok aan een andere persoon. Deze persoon viel tegen een ladder aan. Uit angst voor meer klappen stak hij zijn handen uit om Frans Lens op afstand te houden. Hij had een mes in zijn hand waarmee hij net had gegeten. Hij wist niet zeker of hij Frans Lens verwond had. Frans Lens vluchtte naar buiten, waar de andere persoon hem met het mes in de hand achtervolgde. Na wat heen en weer rennen vluchtte Frans Lens naar de keuken van dominee Henricus Bek. De achtervolger kwam tot halverwege de trap naar de keuken. Een slavin vroeg aan de achtervolger wat er aan de hand was. Hij antwoordde dat Frans Lens hem had geslagen. Daarna wilde hij terug naar zijn kamer, maar die was op slot. Hij ging via de achterpoort naar buiten en verstopte zich een dag in de zandduinen. Daarna kwam hij uit zichzelf terug.
Dit werd bekend bij Kaap de Goede Hoop op 2 december 1747 voor de raadsleden Alleman en van Kerkhoff.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0554 Een wachtcommandant meldt dat hij op 1 en 2 mei 1741 's nachts om 1 uur door de rondgangers werd gewaarschuwd dat er geen wacht stond op de batterij bij Buren. Hij ging daar met een van zijn mannen kijken. Ze vonden de schildwacht Cornelius Brothouwer slapend op een kist in zijn wachthuisje, met zijn geweer tegen de deur. De commandant zette een nieuwe wacht neer en bracht Brothouwer naar de hoofdwacht, waar hij werd gearresteerd. De commandant Carel Mullet heeft dit op 3 mei 1741 in het Kasteel de Goede Hoop opgeschreven en ondertekend. H Chrisper heeft dit als secretaris bevestigd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0269 De aanklager eiste voor de rechtbank een straf tegen de verdachte. De geëiste straf was dat de verdachte door alle soldaten van het garnizoen 3 keer door de rij spitsroeden moest lopen. Dit document is ondertekend door D.V. den Henghel en werd ingediend bij de rechtbank op 28 mei 1740.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0266 Carel Muller, die dienst deed als bewakingscorporaal, heeft in de nacht van 1 op 2 mei een rapport opgemaakt. Rond 1 uur 's nachts werd hij door patrouillerende wachters gewaarschuwd dat er geen schildwacht aanwezig was bij de batterij van Punt Buuren. Toen de corporaal ging kijken, vond hij niet alleen de wachtpost verlaten, maar trof hij de verdachte slapend aan op een kist in het wachthokje. Zijn geweer stond tegen de deur. De corporaal heeft de verdachte toen naar de hoofdwacht gebracht en gearresteerd. Dit soort incidenten kwam de laatste tijd vaker voor zonder dat er militaire straffen werden uitgedeeld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0265
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0264 In deze ondervraging aan Kaap de Goede Hoop op 5 april 1741 worden vragen gesteld aan een verdachte over brandstichting. De ondervraging werd uitgevoerd door leden van de Raad van Justitie, Brand en J.J. de Wet.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0263 De ondervraagde persoon antwoordt dat niet iemand anders haar heeft doen toegeven en niemand haar heeft geknepen toen ze begon te schreeuwen. Haar baas zei toen tegen haar dat ze stil moest zijn. Door hevige pijn en verdriet heeft ze toen toegegeven het gedaan te hebben.
Toen haar baas vroeg wat ze zou zeggen bij de Landdrost, antwoordde ze dat ze het niet had gedaan. Haar baas kneep haar toen voor de tweede keer en zei dat ze moest zeggen dat ze het wel had gedaan als ze bij de Landdrost kwam. Door de pijn beloofde ze dit en heeft dit ook eerst gedaan.
Ze antwoordt nu dat ze het huis niet in brand heeft gestoken. Op de vraag hoe ze bij het dak is gekomen, antwoordt ze dat ze dat niet heeft gedaan. Ze antwoordt ook dat ze niet haar meesters grote woonhuis eerder in brand heeft gestoken. Ze ontkent dat ze een kooltje vuur tussen twee stukjes hout heeft genomen en dat ze, na op een kleihoop te zijn geklommen, dit op het dak van het huis heeft gegooid.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0262 De slaaf Isaac van de Cust Cormandel legde een getuigenverklaring af over het plukken van perziken. Hij ging daarna terug naar het huis van zijn meester. De verklaring werd afgelegd in Stellenbosch, in aanwezigheid van plaatsvervanger Jan Hendrik Narb en gerechtsbode Jan van Ellewe. Secretaris A. Schephausen ondertekende het document. Later werd de verklaring voorgelezen aan Isaac, die in aanwezigheid van de slaaf Alexander van Coutschin bevestigde dat alles de waarheid was en dat er niets hoefde te worden toegevoegd of verwijderd. Dit vond plaats in Kaap de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0306 De openbare aanklager Daniel van den Henghel diende een aanklacht in bij rechter Rijk Tulbagh en de rechtbank van het kasteel. De aanklacht was tegen soldaat Adriaan van den broek, die als patiënt in het ziekenhuis verbleef en nu gevangen zat. De hoofdarts van het kasteel, Jan van Schoor, had gemeld dat de gevangene in het ziekenhuis had geprobeerd anderen over te halen tot het plegen van homoseksuele handelingen. Hij was hierop betrapt door enkele mensen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0309 De slaaf Isaac, afkomstig van de kust van Coromandel, vertelde het volgende verhaal over zijn gevangenschap op het eiland La Fortuna. De slaaf was op een bark (een klein zeilschip) meegenomen vanaf het eiland Mauritius. Het schip voer onder Engels bevel. Op La Fortuna werd Isaac door de Fransen gevangen genomen. Hij werd aan boord van een Frans schip gezet en naar Port Louis gebracht. Daar bleef hij in de gevangenis tot hij weer werd vrijgelaten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0308 Op 18 mei 1742 heeft Isaac van de Cust Cormandel een document ondertekend. Het document werd als officieel bestempeld door secretaris D.G. Carnspes. Als getuigen waren aanwezig A. Decker en D. Pseil.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0307 Op 13 mei 1741 verscheen voor Arnold Schephausen, secretaris van Stellenbosch en Draakensteijn, de slaaf Isaac van de kust Coromandel. Hij was eigendom van raadslid Jacob Sloete. Op verzoek van hoofdbestuurder St. Pieter Lourensz verklaarde hij het volgende:
In de middag van 18 februari ging hij in opdracht van zijn eigenaar naar het landgoed van oud-raadslid Daniel van der Lith bij Klappmuts om een mand perziken te halen. In de keuken vroeg Van der Lith hem wat hij wilde hebben. Na Isaac's antwoord dat hij perziken kwam halen voor zijn meester, zei Van der Lith: "Ja, dat kan wel, ga maar in de tuin kijken of er nog wat aan de bomen hangt."
Toen Isaac uit de keuken naar de tuin ging, zei Van der Lith tegen zijn slaaf Alexander, die daar samen met slavin Aurora was: "Ga met Isaac mee en help hem perziken plukken." Isaac weet niet wat Alexander daarop antwoordde. Alexander kwam wel naar buiten en wees Isaac waar hij de perziken moest plukken, maar ging niet mee.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0305 De slaaf Alexander van Coutschien bevestigde onder ede dat alles wat hierboven staat de waarheid is. Hij deed dit in aanwezigheid van de soldaat Christoffel Iansz op 18 mei 1741 aan de Kaap de Goede Hoop. De verklaring werd ondertekend door secretaris D.G. Carnspek en de commissarissen A. Decker en D. Iseil.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0295 Op een zaterdag in de maand februari 1741 bevond de soldaat Christoffel Iansz zich op de boerderij van zijn werkgever, de oud-heemraad Daniel van der Lith, gelegen bij de Klapmuts. Rond het middaguur droeg zijn werkgever hem op om een slaaf genaamd Alexander vast te binden, zonder dat Christoffel de reden hiervan wist. Nadat hij Alexander in de keuken had vastgebonden, ging hij verder met zijn werk. Bij de wagenschuur, waar hij een wagen naar binnen schoof, kwam de slaaf Pieter naar hem toe. Deze vertelde dat het goed was dat Christoffel van over de berg was gekomen, want Alexander had geprobeerd de baas te vermoorden. Christoffel reageerde geschokt en ging terug naar de keuken, waar hij hoorde dat zijn werkgever boos tegen Alexander aan het spreken was. Deze verklaring werd afgelegd op 13 mei 1741 voor secretaris Arnold Schephausen van Stellenbosch en Draakensteijn, op verzoek van landdrost St. Pieter Lourensz.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0293 De slaaf Christoffel kreeg samen met zijn collega's van de baas Leijngem opdracht om aan het werk te gaan. Christoffel ging vervolgens met de slaven September, Marthinus en Willem aan het werk. Toen Alexander van baas Leijngem herhaaldelijk de opdracht kreeg om te gaan slapen, weigerde hij dit en bleef hij in de kombuis op een kist zitten. Deze verklaring werd afgelegd op het secretariaat van het kasteel in De Goede Hoop, in aanwezigheid van klerken Adriaan van Schoot en Otto Wilhelm Rootenburg als getuigen. De slaaf Pieter van de Kust Coromandel bevestigde later voor de Raad van Justitie dat deze verklaring waar was, in aanwezigheid van Alexander van Cochin.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0290 Op 5 april 1741 verscheen Pieter van de Cust Cormandel, die eigendom was van heemraad Daniel van der Lith, voor secretaris Daniel Godfried Carnspek van de rechtbank. Op verzoek van landdrost Pieter Lourensz verklaarde hij het volgende: Ongeveer 2 maanden geleden hielp hij met het onderhoud van wagens toen een slaaf genaamd Alexander van Couchin zijn jas aantrok met een mes in zijn broekzak. Alexander wilde naar het woonhuis gaan. Omdat Alexander er wild uitzag, vroeg Pieter aan medeslaaf Marinus om hem tegen te houden. Alexander zei "Wat hebben jullie met mij te maken, laat me gaan" en liep naar de keuken van het woonhuis. Pieter ging ook die kant op en hoorde buiten de keukendeur zijn eigenaar tegen Alexander zeggen dat hij moest gaan slapen omdat hij moe was van zijn reis uit Kaap. Alexander weigerde dit en kwam steeds dichter bij zijn eigenaar, terwijl de knecht erbij was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0289 Op een avond kwam een slaaf zijn mes slijpen op de drempel. Hij zou iemand gaan neersteken. De getuige was alleen in de keuken en zei tegen hem: "foei jongetje, schaam je, wat als iemand dit hoort, dan heb je een groot probleem." Hij antwoordde dat het haar niets aanging en dat hij dood wilde. Na het mes in zijn zak te hebben gestoken, ging hij terug naar het slavenverblijf.
Op vrijdag 24 februari liet van der Lith de slaaf Alexander vastbinden en naar Stellenbosch brengen. De getuige, Silvia van Madagascar, heeft dit onder ede verklaard in het Kasteel van de Kaap de Goede Hoop in aanwezigheid van de klerken Adriaan van Schoot en Hendrik Emanuel Blanckenberg.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0286 Op 5 april 1741 legde Silvia van Madagascar, lijfeigene van mevrouw Antonetta Theodora Schagen (weduwe van der Lith), een verklaring af bij secretaris Daniel Godfried Carnspek van de rechtbank. Ze woonde op de boerderij Coelenhoff bij Daniel van der Lith. Ze deed dit op verzoek van landdrost St. Pieter Lourensz.
Ze verklaarde dat op zaterdag 18 februari een slaaf genaamd Alexander, eigendom van Daniel van der Lith, in de keuken zat te eten. Toen van der Lith en zijn knecht Christoffel binnenkwamen, gaf van der Lith opdracht om Alexander vast te binden. Alexander stak zijn mes in zijn zak, maar de slaaf Marinus trok het er weer uit.
De slavin Aurora, die zag dat ze ook vastgebonden zou worden, smeekte om vergiffenis bij de vrouw van van der Lith. Toen deze van streek raakte, liet van der Lith Alexander weer losmaken. Alexander verliet de keuken maar kwam kort daarna terug met een mes in zijn hand.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0285 Het slaafgemaakte meisje Christina van de Caap werd ondervraagd door het gerecht. Ze was eigendom van landbouwer Jan Villiers de Jonge en woonde op zijn grond in het district Draken. Het ging over een brand in een woonhuis in februari.
De eigenaar had eerst zijn slavin Rosetta vastgebonden aan een balk en haar gevraagd of zij het huis in brand had gestoken. Rosetta bekende eerst, maar toen ze werd losgemaakt zei ze dat ze onschuldig was. Daarna werd ze naar de stal gebracht waar ze in aanwezigheid van de vrouw des huizes met een nijptang aan haar duim werd vastgezet.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0261 Op 5 april 1749 verscheen bij het gerechtsgebouw van Kaap de Goede Hoop de oud-heemraad Daniel van der Lith. De klerken Adriaan van Schoot en Hendrik Emanuel Blanckenberg waren getuigen. Op 6 april 1741 werd in aanwezigheid van zijn slaaf Alexander van Couchien een verklaring voorgelezen. Van der Lith bevestigde dat alles klopte en dat er niets aan toegevoegd of weggehaald moest worden. Hij verklaarde dat alles de zuivere waarheid was. De secretaris D.G. Carnspek heeft dit document ondertekend.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0282 De oud-heemraad Daniel van der Lith vertelt dat hij op 18 februari een slavin genaamd Aurora wilde laten arresteren omdat hij dacht dat ze gestolen had. Eerst liet hij voor de zekerheid zijn slaaf Alexander, die een relatie had met Aurora, vastbinden. Omdat zijn vrouw hier erg van schrok, liet hij Alexander weer los. Aurora omhelsde toen zijn vrouw en smeekte om genade, waarop ze ook mocht gaan.
De volgende ochtend vertelde zijn knecht Christoffel Iansz dat hij van andere slaven had gehoord dat Alexander, nadat hij was losgelaten, met een mes had gedreigd om zijn meester te doden. Van der Lith liet Alexander eerst nog vrij rondlopen omdat er mensen bij waren, maar op 24 februari liet hij hem boeien en overdragen aan de landdrost Pieter Lourensz.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0281 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/