Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De gerechtelijke conclusie van 3 juni 1749 stelt dat Alexander van Coetchin veroordeeld moet worden tot de doodstraf. Hij zal:

De conclusie is ondertekend door P. Lourensz en Traspel (secretaris).

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0280  


De tekst beschrijft een wet over de bestraffing van slaven. Als slaven hun meesters zouden aanvallen - met of zonder wapen - moesten ze zonder genade ter dood worden veroordeeld. Ook als dit alleen bij een poging bleef, moest er streng gestraft worden. Slaven moesten hun meesters gehoorzamen en niet bij het minste voorval met een mes dreigen.

Het document waarschuwt dat als dit soort misdaden niet zwaar bestraft worden, andere kwaadwillenden aangemoedigd zouden worden om hun boze bedoelingen uit te voeren. Er waren volgens de tekst veel van zulke potentiële boosdoeners in het land.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0279  


Een slaaf ging naar de scheepskeuken om tabak te snijden. Hij had een mes gebruikt en dit op de drempel geslepen. De slaaf was ongehoorzaam geweest en had brutale woorden gesproken. Een andere slaaf genaamd Pieter had dit gezien en erover verklaard.

De slaaf had zich verdacht gedragen toen hij naar zijn meester toe kwam in de scheepskeuken. De ondertekenaar van het document denkt dat de slaaf kwade bedoelingen had en mogelijk iemand wilde vermoorden. De verdediging van de slaaf dat hij geen kwaad in de zin had, wordt niet geloofd.

Er moet nu bepaald worden welke straf de slaaf moet krijgen voor:

Er wordt aangegeven dat een slaaf die zijn hand opheft tegen zijn eigenaar of diens vrouw om te slaan, gestraft moet worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0278  


De verdachte moest aangeven waar hij perziken had geplukt. Hij probeerde met veel uitvluchten zijn slechte bedoelingen te verbergen om zijn verdiende straf te ontlopen. Dat hij van plan was iets kwaads te doen blijkt uit vraag 96 van zijn ondervraging, waar hij toegaf gezegd te hebben: "Ja meester, u zult in mijn ziel steken of in een ander lichaamsdeel."

Bij vraag 17 zei de dienstmeid Sylvia tegen hem: "Foei jongen, schaam je, als iemand dit hoort ben je verloren." Bij vraag 38, waar hem gevraagd werd of hij tegen de meid had gezegd: "Dat gaat je niets aan, ik zoek mijn dood, laat me maar dood zijn", antwoordde hij ontwijkend: "Het kan wel zijn, maar ik weet het niet zeker."

Hoewel de verdachte in zijn antwoorden laat zien dat hij zich alles goed herinnert, beweert hij bij vraag 16 dat hij somber was. Dat dit niet waar kan zijn blijkt uit zijn antwoorden op vragen 8 en 45, waar hij zegt dat hij wat tabak had.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0277  


De beschuldigde geeft toe dat de meeste dingen waar zijn, maar ontkent volledig dat hij van plan was zijn meester te doden of verwonden. Van der Lith, zijn knecht Christoffel Jansz en de genoemde slaven kunnen niet met zekerheid zeggen of de beschuldigde dit echt wilde doen. Er is nergens bewijs dat hij dit heeft gedaan of geprobeerd heeft. Waarschijnlijk had hij geen goede kans of is hij uit angst voor straf tot inkeer gekomen.

Dat de beschuldigde er wreed en moordzuchtig uitzag blijkt uit de verklaring van de slaaf Pieter. Anders zouden Pieter en de slaaf Marinus hem niet hebben tegengehouden. De beschuldigde verwierp en sprak de bevelen van zijn meester en diens knecht tegen met veel kwaadaardigheid. Dit blijkt uit:

De beschuldigde liegt als hij zegt dat hij met slaaf Isaac naar de tuin ging om perziken te plukken en dat hij "ja baas, dat is goed" antwoordde. In plaats daarvan heeft hij Isaac van een afstand...

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0276  


Een slaaf van de weduwe Anthonij van der Lith, genaamd Sijlvia van Madagascar, bevond zich alleen in de keuken. Deze Sijlvia waarschuwde een jongen dat als iemand anders dit zou horen, hij naar de duivel zou gaan. De jongen antwoordde dat het haar niets aanging en dat hij zijn dood zocht. Daarna ging hij terug naar het slavenhuis.

Van der Lith hoorde de volgende dag van zijn knecht Christoffel Jansz dat de slaaf Pieter van de Kust Coromandel had verteld dat de beschuldigde van plan was geweest om Van der Lith te vermoorden. Omdat Van der Lith bezoek had, liet hij de beschuldigde eerst met rust. Op vrijdag 24 februari liet hij de beschuldigde vastbinden en overdragen aan de ondergetekende, samen met een verslag van wat er was gebeurd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0275  


Een slaaf wilde een slavin genaamd Aurora vastbinden omdat hij dacht dat ze gestolen had. Aurora smeekte haar meesteres om hulp. De beschuldigde man, die aan het eten was, had een mes in zijn broekzak, dat later door een andere slaaf genaamd Marinus eruit is gehaald. De vrouw van Van der Lith schrok van het gehuil van de slavin. Van der Lith liet toen zowel de slavin als de beschuldigde man vrij. De beschuldigde ging daarna naar een slavenhuisje op het erf waar hij een jasje aantrok. Met een mes in zijn zak ging hij terug naar de keuken. Omdat hij er wild uitzag, waarschuwde zijn medeslaaf Pieter de slaaf Marinus, die bezig was een wagen te smeren. Ze probeerden hem tegen te houden, maar hij zei dat ze zich er niet mee moesten bemoeien. In de keuken haalde hij het mes uit zijn zak, sleep het op de drempel en zei dat hij het in zijn ziel zou steken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0274  


Op 18 februari werd de slaaf Alexander van Coetchin, die eigendom was van de oud-raadslid Daniel van der Lith, tijdens het middageten in de kombuis op zijn meesters boerderij bij Klapmuts vastgebonden door de knecht Christoffel Jansz. Dit gebeurde in opdracht van zijn meester. Van der Lith verklaarde in zijn verslag (document A) dat dit uit voorzorg was gedaan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0273  


Alexander van Couchin, een slaaf van ongeveer 40 jaar oud, verscheen voor de commissie uit de gemeenteraad. Hij moest vragen beantwoorden op verzoek van de officier van justitie Pieter Lou. Alexander van Couchin was eigendom van oud-raadslid Daniel van der Lith en woonde op diens landgoed bij Clapmuts.

Op zaterdag 18 februari zat hij tijdens de lunch in de keuken van zijn meesters landgoed toen knecht Christoffel en enkele andere slaven hem op bevel van zijn meester vastbonden. Hij had toen een mes in zijn hand.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0297  


Een slaaf bekent dat hij zijn oude mes op de vensterbank in het jongehuis had gevonden. Hij ging ermee naar de kombuis om tabak te snijden. Nadat hij was losgemaakt, ging hij naar het slavenhuis waar hij een jasje aantrok. Met een bloot mes in zijn broekzak keerde hij terug naar de kombuis. Zijn meesteres raakte erg overstuur, waarop zijn meester hem niet meer liet losmaken. Toen de slavin Hurora op bevel van zijn meester vastgebonden zou worden, omhelsde ze zijn meesteres en smeekte om vergiffenis. De slaaf Marinus haalde het mes uit zijn zak.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0298  


Michiel Herda, een soldaat, en de slavin Lijsbet Van de Caab werden ondervraagd op 30 april 1739. Dit gebeurde bij het Kasteel de Goede Hoop. Smith bleef bij zijn verklaring over de slavin. Zowel Herda als Lijsbet ontkenden dat ze zoiets ooit hadden gezegd. Lijsbet ontkende dat ze wist van de diefstal. Herda voegde toe dat hij maar 2 keer in het houthok was geweest en 3 pakken met goederen had gestolen. Het document was ondertekend door secretaris D.G. Carnspik. Bij het verhoor waren aanwezig:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10938 / 0037  


Op zaterdag besliste de Raad in het kasteel van Kaap de Goede Hoop dat:

Het vonnis werd ondertekend door secretaris D.G. Carnspek.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10938 / 0039  


De volgende personen moesten voor de rechter verschijnen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10938 / 0096  


De onderkopman Johannes Den Eijs diende schriftelijk bewijsstukken in tegen 3 gevangenen:

De eerste twee verdachten waren soldaten in het kasteel. De eerste twee gaven hun misdaden toe, terwijl de derde ontkende. De tweede verdachte vroeg om genade. De eerste twee werden beschuldigd van inbraak en diefstal, de derde van heling van gestolen goederen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10938 / 0038  


Op de werf antwoordde de man door te zeggen "ga maar naar jouw bescheiden plaats". Na deze confrontatie waarop zijn hoed van zijn hoofd was geslagen, zei hij dat hij graag zou weggaan als hij zijn hoed terug zou krijgen. Een zwarte jongen gaf hem zijn hoed terug, waarna hij terug ging naar Kaap. Dichtbij de eerste huizen ontmoette hij de matroos Andries Andriesz waarmee hij naar de werf ging. Dit gebeurde bij Kaap de Goede Hoop in aanwezigheid van de klerken Adriaan van Schoor en Gerardus Johannes van Noorden als getuigen. De verklaring is ondertekend door de secretaris J. Begrandpreez.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0698  


Toen de slaaf Januari, eigendom van burger Abraham Cloppenburgh, zich bij de groep van Leander in de vishoek bevond, werd hij aangevallen door burger Anthonij Visser en zijn groep Europeanen en Hottentotten. De groep schoot op hen toen ze naar hun schuilplaats vluchtten. Januari werd in zijn arm geraakt.

Er werd ook geschoten op:

Niemand van hen werd geraakt. Toesima probeerde terug te schieten maar zijn geweer weigerde. Leander, Mars en Sara vluchtten naar een andere schuilplaats.

Ongeveer 3 jaar geleden verlieten Joumat, Adam, Mars en Samboe de groep van Leander. Later hoorden ze dat deze groep onderweg een slavin genaamd Dina uit Rio de la Goa had ontmoet, die een kleine jongen bij zich had van haar volk. Dina was de oorzaak van de dood van de slaaf Mars, omdat tussen hem en Joumat...

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0317  


Op 20 april 1737 legde Barkat van Leding, een 30-jarige slaaf van landbouwer Jan Lodewijk Putter, een verklaring af voor de rechtbank in Kaap de Goede Hoop. Hij vertelde op verzoek van landdrost Pieter Lourensz het volgende:

Ruim een jaar eerder was hij op de boerderij van zijn voormalige eigenaar Theunis van Aart. Terwijl andere slaven graan aan het dorsen waren, had hij achter de graanschuur seksueel contact met een jonge teef. Een slavin genaamd Flora betrapte hem hierbij. De vrouw van Theunis van Aart riep hem daarna binnen en sloeg hem voor wat hij had gedaan. Barkat erkende dat hij wist dat op deze daad de doodstraf stond.

De verklaring werd afgenomen in het Nederlands, wat Barkat redelijk goed sprak en begreep.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0457  


Op 15 juni 1737 verscheen voor de secretaris van de rechtbank in Kaap de Goede Hoop, Josephus de Grandpreez, een zeeman genaamd Hans Pietersz. Hij werkte als matroos op de werf. Hij deed een verklaring op verzoek van burger Jacobus Marshoorn. Hans Pietersz vertelde dat op de dag dat de laatste vloot vertrok, hij samen met kwartiermeester Jan Pool en matroos Andries Andriesz rond 8 uur 's avonds op weg was naar de steenovens van de VOC. Tussen de tuinen van burger Jacob Cloppenburg en Marshoorn werden ze plotseling aangevallen door onbekende mensen. Door de duisternis konden ze niet zien wie het waren. De aanvallers sloegen hen met stokken. Pietersz vluchtte naar de steenovens, waar hij ging zitten. Hij dacht dat de aanvallers, die hij aanzag voor de burgerwacht, hem daar met rust zouden laten. In plaats daarvan werd hij bij de steenovens opnieuw geslagen. Een dikke man, die werd bijgelicht door een slavin met een lantaarn maar die Pietersz niet herkende, kwam naar hem toe en vroeg hem iets.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0697  


Na het horen van de roddels over lood, ging hij weg zonder iets anders te doen. De volgende dag werd hij gevangen genomen in de duinen door twee slaven van de burger Jan Mechiel Molvanger. Deze slaven waren daar om een wagen met brandhout naar de Kaap te brengen. De gevangene had hen om tabak gevraagd. Uit alle feiten en misdaden die de gevangene achtereenvolgens heeft gepleegd, blijkt duidelijk dat hij schuldig is aan:

Hij heeft zich gewapend aangesloten bij een groep gewapende dieven die al meer dan 12 jaar de hele kolonie in angst hield. Vooral in de laatste tijd waren er vaak branden in de Kaap, waarvan er duidelijke aanwijzingen waren dat deze opzettelijk waren aangestoken. De slavin Anna heeft in haar bekentenis gezegd dat de grootste brand van het afgelopen jaar bij het bedrijfspand was aangestoken door Batjoe, die toen samen met Leander en Adam een schuilplaats had bij de Tafelberg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0224  


Lena van De Caeb, een 37-jarige slavin van de Oost-Indische Compagnie, heeft een verklaring afgelegd voor de raad van justitie van het kasteel van De Goede Hoop. Ze deed dit op verzoek van de onafhankelijke aanklager Daniel van Den Henghel. Ze verklaarde het volgende:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0615  


Op 25 maart was er een verbod afgekondigd via aanplakbiljetten en trommelslag om op het strand te komen en goederen van gestrande schepen te stelen. De straf hiervoor was ophanging aan een van de palen op het strand.

Een gevangene had deze waarschuwing genegeerd en was toch naar het strand gegaan. Hij beweerde dat hij alleen zijn eigen bezittingen wilde zoeken en bergen. Hij zei dat hij toestemming had gekregen van de dienstdoende officier om naar zijn tabakskisten te zoeken waar zijn naam en merkteken op stonden.

Hij beweerde ook dat hij een van zijn kisten had gevonden en deze aan de militaire wacht had gegeven. Dit bleek een leugen te zijn, want niemand wist iets van zijn tabakskisten af.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0504  


Op een onbekende datum heeft Daniel Van den henghel als aanklager een officiële klacht voorgelegd aan de gouverneur Adriaen Van Kervel en de rechtbank van het lokale bestuur. De zaak was tegen Andries hebelet uit Delft, 35 jaar oud. Hij was scheepscorporaal op een schip dat vergaan was. Hij werd beschuldigd van strandroof. De aanklager legde als bewijs een vrijwillige bekentenis van de gevangene voor, plus 3 beëdigde verklaringen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0503  


Op verzoek van Daniel van Den Henghel, de officier van justitie, verklaart de eerste hoofdarts van het bestuur dat hij op 9 april 1737 de volgende gewonde personen heeft onderzocht en verbonden:

Alle verwondingen waren veroorzaakt door een stomp voorwerp. De gewonden waren na ongeveer 14 dagen weer hersteld. De verklaring is ondertekend door J. Schoor in Kaap de Goede Hoop op 9 mei 1737.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0499  


In Kaap de Goede Hoop moest op 24 april 1737 een Chinese getuige genaamd Oanko zijn eerdere verklaring bevestigen. Hij deed dit in het bijzijn van drie soldaten: Frans Lodewyk Prison, Hendrik Tierffenbach en Johan Nicolaas Suring. De verklaring werd voorgelezen aan Oanko, die bevestigde dat alles klopte en er niets aan hoefde te worden toegevoegd of verwijderd. De bevestiging vond plaats voor de raadsleden R. Tulbagh en M. Bergh, en werd ondertekend door secretaris J. de Grandpreez.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0488  


De soldaat Hendrik Tieffenbach heeft een bekentenis afgelegd in Kaap de Goede Hoop op 23 april 1737. Hij probeerde zijn kameraden uit handen van de Chinezen te krijgen, maar toen dit niet lukte, is hij alleen weggegaan. Deze bekentenis werd gedaan voor de raadsleden R. Tulbagh en Hns Bergh.

Op 27 april 1737 verscheen Tieffenbach opnieuw voor de commissarissen van de Raad van Justitie van het kasteel in Kaap de Goede Hoop. Na het voorlezen van zijn bekentenis bevestigde hij dat alles klopte en dat er niets aan toegevoegd of weggehaald hoefde te worden. Dit gebeurde voor de raadsleden C. Branden en Tilbagh. De secretaris I. de Grandpreez heeft dit document ondertekend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10936 / 0478  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/