Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De slavin Makondo uit Rio de La Goa legde een verklaring af. Op 4 december 1742 deed zij dit aan Kaap de Goede Hoop voor de raadsleden Cornelis Eelders en Daniel Pfeil van de Raad van Justitie. Op 10 december 1742 verscheen ze opnieuw voor raadsleden Cornelis Eelders en G. La Febre. Ze verklaarde toen dat haar eerdere verklaring helemaal klopte en dat ze er niets aan wilde toevoegen of veranderen. Ze benadrukte alleen dat ze rijst had ontvangen van April van Pieter van Bengalen en van niemand anders. In aanwezigheid van April van Pieter van Bengalen bevestigde ze dat alles de zuivere waarheid was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1122  


Deze tekst bevat onvoldoende samenhangende woorden om een betekenisvolle samenvatting te maken. Het lijkt een fragment van een historisch document met afkortingen en archaïsche spellingen, maar zonder volledige zinnen of duidelijke context kan ik geen correcte inhoudelijke samenvatting geven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1119  


De slaaf Andranavi werd gevangen genomen en in de gevangenis gezet bij de waterplaats. Hij bekende bij de Raad van Justitie in Kaap de Goede Hoop op 4 december 1742 voor de raadsleden Corns Eelders en D Pfeil.

Tijdens een tweede verhoor op 10 december 1742 bevestigde Andranavi zijn eerdere verklaring. Hij voegde alleen toe dat hij tijdens zijn verblijf van een dag en een nacht bij de waterplaats alleen eten had gekregen van April van Pieter van Bengalen. Dit verhoor vond plaats voor de raadsleden C Eelders en La Febro, met D Gs Caraspek als secretaris.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1118  


De slaaf Andranavie van Madagascar legde een verklaring af, geschat 40 jaar oud, aan de Raad van Justitie voor hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn. Andranavie verklaarde dat hij 2 weken geleden weggelopen was uit de tuin van de Oost-Indische Compagnie omdat hij dronken was en bang voor straf. Hij ging naar de waterplaats waar hij een slaaf genaamd April ontmoette die eigendom was van de vrije zwarte man Pieter van Bengalen. April gaf hem eten en verborg ook 3 andere weggelopen slavinnen:

April verborg de slavinnen overdag onder de rotsen en 's avonds kwamen ze tevoorschijn. April hielp Sara ook om haar kettingen los te maken met een pikhouweel en een steen. Andranavie hielp mee om de kettingen los te maken die om haar lichaam zaten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1117  


Deze tekst is te fragmentarisch en onsamenhangend om een coherente samenvatting van te maken. De tekst lijkt een deel van een historisch document te zijn met ondertekeningen en formele bewoordingen, maar door de incomplete of beschadigde staat is het niet mogelijk de originele betekenis te reconstrueren en samen te vatten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1115  


De slaaf April van Mallebaar bekende op 4 december 1742 aan Kaap de Goede Hoop dat hij samen met de slaaf Andranaig een ketting had afgeslagen. Hij werd 3 dagen eerder gearresteerd en gevangengezet. Deze bekentenis werd voorgelezen aan de Raad van Justitie, waarbij Cornelis Eelders en andere leden aanwezig waren.

Op 30 december 1742 werd de bekentenis nogmaals voorgelezen. April voegde toen toe dat hij 2 à 3 weken geleden 's nachts bij de waterplaats eten had gegeven aan een Europeaan. De slaaf Tomas, die eigendom was van Jacobus Hendriksz, had deze Europeaan ook eten gegeven. April verklaarde dat dit alles de waarheid was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1114  


Er werd besloten dat de eerste en tweede persoon gebonden aan een paal zouden worden vastgemaakt, dat zij daar werden gegeseld en gebrandmerkt. De derde persoon zou worden gegeseld zonder brandmerk. De eerste twee personen zijn veroordeeld om 10 jaar voor het bedrijf te werken in de ketting zonder daarvoor loon te ontvangen. Na deze periode moesten zij terug naar hun meesters. De derde persoon moest 3 jaar in de ketting lopen. De eerste twee moesten ook betalen voor de gerechtelijke kosten. Deze beslissing werd genomen door P. Reede van Oudshoorn en op 27 december 1742 officieel vastgelegd door secretaris Harnsper.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1112  


April van Mallebaar, slaaf van de vrije zwarte man Pieter van Bengalen, ongeveer 45 jaar oud, heeft een bekentenis afgelegd voor de Raad van Justitie. Dit deed hij op verzoek van hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn.

Hij vertelde dat hij in opdracht van zijn meester bij de waterplaats schelpen moest rapen. Ongeveer 1 of 2 maanden geleden kwamen daar weggelopen slaven van de Compagnie:

Hij gaf deze mensen ongeveer 2 maanden lang eten. In ruil daarvoor hielpen ze hem met schelpen rapen. Ook vertelde hij dat een jongen genaamd Tomas, die eigendom was van de vrije zwarte man Jacobus Hendriksz, deze weggelopen slaven eten gaf. Tomas was daar ook om schelpen te rapen in opdracht van zijn meester.

Ten slotte bekende hij dat hij op de dag dat Sara werd gevangen, samen met de slaaf Andranavie haar kettingen had losgemaakt met een bijl, houweel en een steen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1113  


Fortuijn van Bengalen, een 30-jarige slaaf van burger Carel George Wiesen, heeft vrijwillig bekend dat hij ongeveer 10 maanden geleden met andere slaven is weggelopen van de plaats Simons Valleij. De andere slaven waren:

Ze verstopten zich in het gebergte bij Riebeeks Kasteel. Van daaruit gingen ze 3 keer naar beneden om schapen te stelen bij de boerderij van Pieter Venter. Fortuijn en Cupido hielden de wacht achter een bosje, terwijl Gappa en Asdam naar de schaapskooi gingen. Ze hebben geen schapen kunnen stelen, maar alleen wat maïs en pompoenen meegenomen. Dit brachten ze naar Julij, die in het gebergte achterbleef om eten klaar te maken voor de anderen als ze op rooftocht waren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1105  


Fortuijn van Bengalen, een 30-jarige slaaf van burger Carel George Wilsen, heeft een verklaring afgelegd aan Pieter Reede van Oudshoorn, de onafhankelijke officier van justitie. Hij verklaarde dat hij ongeveer 10 maanden geleden met zijn inmiddels geëxecuteerde metgezel Juli van Nias en de voortvluchtige slaaf Asdam vertrok vanaf de plaats Simons Vallij naar het Ribeeks Casteels gebergte.

Daar troffen ze twee andere metgezellen: Gappa van Sambouwa en Cupia van Bengalen. Met hen en Asdam heeft Fortuijn na enige tijd drie keer geprobeerd schapen te stelen. Ze gingen 's avonds naar de boerderij van een landbouwer. Terwijl Gappa en Asdam naar de schaapskooi gingen, hielden Fortuijn en Cupido de wacht achter een bosje. Ze slaagden er niet in schapen te stelen, maar wisten alleen een tas met graan en wat pompoenen buit te maken, die ze naar hun metgezel Juli brachten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1101  


In hun vonnis van 27 december 1742 bepaalden de rechters dat de lichamen van de veroordeelden weer opgehangen moesten worden in de buitenlucht. Daar konden ze door vogels worden opgegeten of ondergaan wat de rechters verder nog passend vonden. Dit document werd ondertekend door P. Reede van Oudshoorn en de secretaris Harnsper.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1100  


Deze tekst gaat over de straf die staat op het slaan van een meester of meesteres door een slaaf of slavin. Als zij hun eigenaren slaan, met of zonder wapen, worden ze ter dood veroordeeld zonder genade.

De tekst beschrijft een vreselijke executiemethode waarbij de veroordeelde:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0527  


Makondo uit Rio de la Goa was een slavin die werkte in het gebouw van de VOC. Ze legde een verklaring af voor Pieter Reede van Oudshoorn, die hoofdaanklager was. Ze vertelde dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1121  


Tomas van Macasser, een slaaf van de vrije zwarte man Jacobus Hendriksz, ongeveer 50 jaar oud, verscheen voor het gerecht. Op verzoek van de hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn bekende hij dat:

Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 14 december 1742 voor de raadsleden Cornelis Celders en La Febro.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1135  


Het document werd voorgelezen en verklaard op 17 december 1742 aan Kaap de Goede Hoop. Het werd ondertekend door de raadsleden Cornelis Eelders en G. La Febro, en bevestigd door secretaris D.G. Carnspek en secretaris Harnspe.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1136  


Het lijkt erop dat de aangeleverde tekst onvolledig of beschadigd is. Er zijn alleen wat losse lettergroepen zichtbaar die geen begrijpelijke Nederlandse tekst vormen. Zonder een leesbare brontekst kan ik geen samenvatting maken volgens de gevraagde specificaties.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1137  


Op een dag probeerde een man geweld te plegen tegen een teef (vrouwelijke hond) in de kombuis (keuken). Hij werd hierin verhinderd door een tot slaaf gemaakte vrouw genaamd Lea van de Kaap. Lea was eerder die ochtend naar het land gegaan om andere tot slaaf gemaakten te waarschuwen dat ze thuis moesten komen om een dier te slachten. Bij haar terugkomst zag ze door de voordeur de man op de grond liggen terwijl hij de teef vasthield en misbruikte. De hond jankte hierbij hard. Na dit een tijdje te hebben aangezien, ging Lea stilletjes weg via de voordeur. Toen de man haar later in de kombuis zag binnenkomen, liet hij de hond meteen los en sprong weg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0766  


De slaaf April van Mallebaar (ongeveer 45 jaar oud), eigendom van de vrijgemaakte slaaf Pieter van Bengalen, heeft samen met Thomas van Macasser (50 jaar oud), slaaf van de vrijgemaakte slaaf Jacobus Hendriksz, en Andranavie van Madagascar (ongeveer 40 jaar oud), slaaf van de Oost-Indische Compagnie, een bekentenis afgelegd. Ze deden dit vrijwillig, zonder marteling of dreiging.

April van Mallebaar heeft de regels overtreden door weggelopen slaven te helpen. Bij de waterplek waar hij schelpen raapte voor zijn meester, heeft hij gedurende 2 maanden onderdak en eten gegeven aan de weggelopen slaven van de Oost-Indische Compagnie: Paij Lambo, Hermanus, Andranavie, en de slavinnen Sara, Makonde en Mamelaar.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1139  


Hij werd gestraft omdat hij weggelopen slaven en slavinnen gebruikte voor het verzamelen van schelpen. Dit was extra strafbaar omdat hij wist dat het weglopers waren die hij onderdak bood. Als dit bekend zou worden, zou hij streng worden gestraft. Ook had hij een weggelopen soldaat, die kleermaker zou zijn geweest, voor 3 weken onderdak gegeven bij de waterplek waar deze persoon al jaren schelpen raapte in opdracht van zijn meester. Bij diezelfde waterplek gaf hij ook de weggelopen slavinnen Lara en Mammelaar eten en onderdak. Alsof dit niet erg genoeg was, hielp hij de slavin Sara op de dag van haar arrestatie om haar ketenen los te maken met gereedschap.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1140  


Pieter Reede van Oudshoorn, die als onafhankelijk officier van justitie werkte, deed uitspraak in een zaak over een slavin genaamd Sara. Deze Sara droeg kettingen om haar lichaam en been. Met hulp van anderen werd geprobeerd deze kettingen te verwijderen. Dit werd gezien als een ernstige zaak omdat het tegen de regels van het bestuur inging. De Raad van Justitie besloot dat dit streng gestraft moest worden om anderen af te schrikken van soortgelijk gedrag.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 1141  


Op een zondagavond, toen de eigenaar en zijn vrouw in Kaap de Goede Hoop waren, kwamen op verzoek van de gevangene de volgende slaven bij elkaar:

Slamath riep na een korte tijd de medeslaaf November en de slavinnen Regina en Serantpina naar buiten. Hij stelde voor om samen weg te lopen en beloofde hen naar het land van de Khoikhoi te brengen. November weigerde omdat hij te oud was en niet zo ver kon lopen. De gevangene, Regina en Serpina stemden wel toe om mee te gaan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0378  


Een slavin met de naam Christina legde een verklaring af bij de rechtbank in Kaap de Goede Hoop. Na gesproken te hebben met de rechters, bevestigde ze haar eerdere getuigenis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0110  


De volgende personen waren betrokken bij strafzaken:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10941 / 0063  


Op dit stuk staat de aanklacht die is ingediend bij de rechterlijke raad van het Kasteel de Goede Hoop. De landdrost Pieter Lourensz deed dit namens zijn functie tegen Leander van Timor, die een slaaf was van heemraad Jacobus Blanckenbergh. Leander zat op dat moment gevangen en zou een ernstige strafzaak tegen zich horen. De zaak werd voorgelegd aan de president Rijk Tulbagh en de raad van justitie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0141  


Op 15 januari werd een weggelopen slaaf in de Duijnen gevangen door slaven van Eelders. Ze brachten hem naar zijn meester, de heemraad Jacobus Blankenberg, op diens landgoed aan de eerste rivier. Blankenberg vroeg waarom hij was weggelopen. De slaaf zei dat hij geen reden had.

Blankenberg droeg zijn zwager Alexander de Cok, die bij hem woonde, op om:

Toen de slaaf weigerde mee te gaan, sloeg de Cok hem met een stok. De slaaf pakte de Cok bij zijn arm en raapte een houten lat op om zich te verdedigen. Hij ging daarmee naar Blankenberg die in de deuropening stond, omdat die hem geen vergiffenis wilde schenken. Een slavin zag dit en deed snel de deur op slot.

Esaias de Cok trok de slaaf van achteren tegen de grond. Blankenberg kwam naar buiten met een zwaard, maar legde dit weg toen hij zag dat de slaaf op de grond lag. Zelfs toen probeerde de slaaf nog zijn meester bij de benen te pakken om hem om te gooien, terwijl hij riep dat ze hem maar dood moesten maken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10940 / 0142  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/