Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Een dienstmeisje vertelt dat haar bazin tegen haar zei dat ze Eva moest volgen om te kijken waar ze een kind vandaan zou halen. Het dienstmeisje volgde een Hottentotse vrouw naar een fontein die ongeveer 500 tot 600 stappen van het woonhuis lag. De Hottentotse vrouw haalde daar een pasgeboren dood kind uit de slootkant. Ze brachten het dode kind naar het woonhuis waar het op bevel van de bazin in de kamer op de grond werd gelegd. Kort daarna werd het kind op bevel van de bazin in een kistje gelegd waar het bleef tot de volgende dag toen het werd onderzocht door afgezanten.
Deze verklaring werd afgelegd in Stellenbosch op 8 november 1746 in aanwezigheid van de burgers Pieter Wion en Gerrit Kemp als getuigen. De verklaring werd ondertekend door het dienstmeisje en secretaris A. Schephausen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1369
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1368 Een verklaring van Eva van Rio de la Goa, ongeveer 25 jaar oud en eigendom van de weduwe Borchard Brand. Ze vertelt over een Hottentot-vrouw genaamd Juliana die op de boerderij bij Joostenberg woonde. Ongeveer 3 weken geleden, op een dinsdag of woensdag, merkte Eva dat Juliana's lichaam dunner was geworden na een periode waarin ze een dikke buik had. Toen Eva vroeg of Juliana was bevallen, werd deze boos en schold haar uit met woorden als "loop naar de donder". De volgende dag zag Eva Juliana in de keuken bij het vuur staan, waar ze deeg maakte voor het personeel. Eva merkte druppels op die uit Juliana's borsten lekten en vroeg haar daarnaar.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1367 Op 26 november 1746 werd in Stellenbosch een verklaring afgelegd. Dit gebeurde in het bijzijn van de burgers Pieter de Vos en Gerrit Kemp als getuigen. De verklaring werd ondertekend door secretaris A. Schephausen.
Daarna verscheen Anna van der Bijl, weduwe van oud-raadslid Borchard Brand, voor de commissarissen van de Raad van Justitie van het Kasteel de Goede Hoop. De verklaring werd haar voorgelezen en zij bevestigde dat alles klopte. Ze wilde niets toevoegen of weghalen. In aanwezigheid van de Hottentotse vrouw Juliana bevestigde ze dat alles de waarheid was.
Op 30 november 1746 werd dit document opnieuw bekrachtigd in Kaap de Goede Hoop. Het werd ondertekend door Anna van der Bijl, secretaris J.F. Tiemmendorf en de commissarissen A. Decker en A. Clopperbim. De kopie werd gewaarmerkt door klerk A.P.D. Schoor.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1366 De slavin Eva vroeg wat de andere slavin Juliana had gezegd. Ze hoorde dat Juliana al vertrokken was om iets op te halen. De vrouw gaf Eva opdracht om Juliana te volgen. Later rond zonsondergang kwam Eva in het voorhuis en meldde dat ze een kind had. Juliana moest het kind, dat in een zakdoek en emmer lag, naar binnen brengen. In de kamer bleek het een doodgeboren baby te zijn. Ze lieten het kind in een kleine kelder leggen. De autoriteiten en een chirurg hebben de volgende dag het kind onderzocht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1365 Op een dag vroeg de getuige aan de Hottentotvrouw Julia of zij een kind had. Julia antwoordde hierop ontkennend. De getuige vroeg toen hoe het mogelijk was dat er melk uit iemands borst komt zonder dat diegene een kind heeft. Julia bleef ontkennen een kind te hebben.
De getuige zei tegen Julia dat ze had gezien dat haar buik dunner was geworden en dreigde naar de landdrost te gaan als Julia niet zou vertellen waar haar kind was.
Later die middag, toen de getuige in de voorkamer zat om een brief te schrijven over deze zaak, riep ze de slavin Eva. Ze vroeg Eva om nogmaals aan Julia te vragen of ze een kind had gekregen. Eva ging naar de keuken en kwam terug met het bericht dat Julia zei geen kind ter wereld te hebben gebracht, maar wel "iets anders".
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1364 Honoratus Maijnier, een chirurg, onderzocht op verzoek van landdrost Pieter Lourensz op 21 oktober 1746 een doodgeboren baby in het district van Stellenbosch nabij Joostenberg. Het kind was opgegraven door een Hottentotse vrouw genaamd Suliana. De baby was nog aan de moederkoek vast. Bij onderzoek bleek:
Maijnier concludeerde dat het kind had geleefd en waarschijnlijk was gestikt doordat het niet van de nageboorte was gescheiden. Hij ondertekende deze verklaring in Stellenbosch op 1 november 1746. A.P. Schoor heeft dit document als klerk bevestigd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1359 Op 24 oktober 1746 werd in Stellenbosch vastgelegd dat een kind werd meegenomen naar een plek bij een fontein, een stuk van het woonhuis vandaan. Daar werd in een zanderige sloot een gat gegraven waarin het kind werd begraven. De moeder verklaarde dat ze uit schaamte niemand had durven vertellen dat ze zwanger was en bevallen was. Dit document werd ondertekend door A. Brink en J.P. Giebeler, met J. Schoor als getuige.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1356 De commissie van Heemraden verklaart dat zij zich op verzoek van de Land-Drost Pieter Lourensz hebben begeven naar het huis van de weduwe van oud-Heemraad Borchard Brand. Dit huis lag in het district Stellenbosch bij Joostenberg. Daar heeft op 21 december de arts Honnoratus Maijnier een dood kind onderzocht van een Khoikhoi-vrouw genaamd Juliana.
Volgens de arts was het kind levend geboren en had het nog enige tijd geleefd. Er waren geen dodelijke verwondingen aan de buitenkant te zien. Na ondervraging vertelde Juliana dat zij in de nacht tussen 18 en 19 december, ongeveer 2 uur voor zonsopgang, was bevallen van een meisje. Ze had niemand geroepen en er was niemand bij de bevalling aanwezig. Ze had het pasgeboren kind in haar rok gelegd en toegedekt. Na ongeveer een uur keek ze weer naar het kind en toen was het dood.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1355 Een vrouw genaamd Juliana, die tot het Khoi-volk behoorde, legde een bekentenis af aan Kaap de Goede Hoop op 15 november 1746. Ze verklaarde haar pasgeboren kind in een rok te hebben gewikkeld uit schaamte, om dit voor haar meesteres en andere slaven verborgen te houden.
Later, op 30 november 1746, verscheen Juliana opnieuw voor de rechtbank. Na het horen van haar eerdere bekentenis, voegde ze toe dat ze het kind losjes in de rok had gewikkeld. Toen ze 's ochtends wakker werd, zag ze dat het kind al was overleden. Ze begroef het kind die middag.
De verklaringen werden afgenomen door raadsleden A. van Decker en A. Cloppenburg en werden ondertekend door secretaris J.F. Tiemmendorf.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1354 Op een middag rond 2 uur voor zonsondergang heeft een vrouw uit schaamte en angst voor spot van anderen, toen haar werkgeefster op de thee was en er in de keuken alleen een jongen en een dienstmeid waren, haar pasgeboren kind uit haar beddengoed gehaald. Ze bracht het kind naar een fontein vlakbij het huis. Toen ze de doeken opende, ontdekte ze dat het kind al dood was. Ze haalde het kind uit de genoemde doek en begroef het in een gat dat ze zelf met haar handen groef in een nabijgelegen sloot. Daarna ging ze terug naar huis en gooide de doek in het water.
De donderdag rond het middaguur bevond ze zich in de keuken toen de slavin Eva van Rio de Lagoa, die ook in de keuken was, zag dat er melk uit haar borsten lekte. Eva vroeg haar toen of ze al in bed had gelegen en waar haar kind was, omdat ze het kon zien. Toen de vrouw stilzweeg, zei Eva dat ze de waarheid moest vertellen, anders zou Eva het aan de werkgeefster vertellen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1352 Een jonge Khoikhoi vrouw genaamd Juliana (ongeveer 18 jaar oud) bekende bij de rechtbank van Kaap de Goede Hoop het volgende:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1351 De rechters kwamen overeen dat vrouwen die hun kinderen doodden meestal ter dood werden veroordeeld door ophanging, waarna hun lichamen aan een paal werden vastgemaakt. De ondertekenaars concludeerden dat de Khoikhoi-vrouw Juliana op de gerechtsplaats in Indië moest worden overgedragen aan de beul. Ze zou worden opgehangen tot de dood erop volgde. Daarna zou haar lichaam naar het galgenveld worden gesleept en op een rad worden tentoongesteld, tot het door weer en vogels zou zijn vergaan. Dit vonnis werd ondertekend door P. Lourensz.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1349 De beklaagde heeft haar zwangerschap geheim gehouden. Toen het kind werd geboren en begon te huilen, heeft ze het in haar rok verstikt om niet ontdekt te worden. Ze heeft haar eigen kind opzettelijk gedood.
Volgens de wetboeken van Carpzorius en Simon van Leeuwen moet iemand die opzettelijk een kind doodt door verwaarlozing of verstikking met de dood worden gestraft.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1348 Het document gaat over een vrouwelijke slaaf die wordt verdacht van het doden van haar pasgeboren kind. Er zijn verschillende dingen die haar schuldig lijken te maken:
Deze handelingen wijzen erop dat ze van plan was het kind in het geheim om het leven te brengen en de moord te verbergen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1347 Er werd een onderscheid gemaakt tussen moord en hulp weigeren, wat ook verschillende straffen betekende. Bij twijfel of een kind door verwaarlozing van de moeder stierf of door zwakte en andere omstandigheden, moest men voor de lichtste straf kiezen. Maar in dit geval bleek uit de bekentenis van de verdachte dat zij met voorbedachten rade een zeer ernstige moord had gepleegd. Ze had haar kind uit het beddengoed gehaald en naar de fontein gebracht om het te begraven, zonder te weten of het nog leefde. Dit werd gezien als bewijs voor haar schuld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1346 De wet zegt dat als een moeder haar pasgeboren kind niet helpt en het laat sterven in het vuil om haar buitenechtelijke relatie geheim te houden, dit ook als moord gezien wordt. Al doodt ze het kind niet direct, door het kind geen hulp te geven veroorzaakt ze de dood van het kind. In dit geval krijgt ze niet de gewone straf van verdrinking of het rad (als er geen rivier is), maar moet ze met het zwaard gedood worden. Dit komt omdat ze het kind niet direct heeft gedood, maar het heeft laten sterven door het geen hulp te geven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1345 Volgens de juridische tekst moet de beschuldigde volgens Carp worden gestraft met geseling en levenslange verbanning. Dit wordt bevestigd door Simon van Leeuwen in zijn juridisch handboek. Hoewel dit soort zaken meestal aan het oordeel van de rechter wordt overgelaten, kan er hier geen verzachtende omstandigheid zijn. De vrouw heeft namelijk het kind, terwijl het nog vastzat aan de navelstreng, naast zich neergelegd. Dit heeft ze ook bekend aan de onderzoekende ambtenaren. Volgens de verklaring van de chirurg is het kind hierdoor gestikt. Men zou kunnen denken dat ze het kind niet met opzet heeft gedood, maar dat de dood per ongeluk kwam doordat ze onervaren was - ze had immers nooit eerder kinderen gehad. Maar volgens Carpzorius in zijn handboek over strafrecht moet de gewone straf voor kindermoord worden toegepast.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1344 De ondertekende stelt dat de aangeklaagde vrouw, die van Aziatische afkomst is, haar kindermoord waarschijnlijk niet met opzet heeft gepleegd. Hij geeft hiervoor twee redenen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1343
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1342 De slavin Eva en haar metgezel brachten een dood pasgeboren kind naar een waterbron. Ze wikkelden het lichaam, dat nog aan de moeder vast zat, in een zakdoek en legden het in een oude emmer. Onderweg kwamen ze slavin Iannetje tegen, die met hen meeging. Bij thuiskomst ging slavin Eva naar haar meesteres, weduwe Brand, en meldde de aanwezigheid van het kind. Weduwe Brand beval dat het kind naar binnen gebracht moest worden. Het in de zakdoek gewikkelde lichaam werd in een kamer gelegd. Toen de zakdoek werd losgemaakt, zag weduwe Brand dat het een pasgeboren dood kind was. Ze liet een klein keldertje halen waar het kind in werd gelegd. Daarna werd er bericht gedaan aan een ondergetekende.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1341 Juliana Boost werd ondervraagd over melk die uit haar borsten liep. Toen haar meesteres vroeg of ze een kind had, ontkende ze dit. De weduwe Brand zei daarop dat het onmogelijk was dat er melk uit iemands borsten liep zonder dat diegene een kind had.
De meesteres merkte op dat ze had gezien dat Juliana's buik dunner was geworden en dreigde naar de landdrost te gaan als Juliana niet zou vertellen waar haar kind was.
Later die dag, toen weduwe Brand een brief aan het schrijven was, stuurde ze de slavin Eva om Juliana nogmaals te vragen of ze een kind had gekregen. Juliana antwoordde aan Eva dat ze geen kind had gebaard, maar "iets anders". Ze vertelde hetzelfde verhaal aan de slavin Jannetje.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1339 Het incident vond plaats rond twee uur 's middags voor zonsondergang, toen er in de keuken alleen een jongen en een meid aanwezig waren. De beklaagde gaf aan dat ze uit schaamte en angst voor spot van anderen handelde. Ze:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1337 In de nacht van 18 op 19 oktober beviel een dienstmeid in de keuken van het woonhuis van haar meesteres (weduwe Borchard Bru) heimelijk van een kind. Ze beviel alleen, zonder hulp. Ze wikkelde het kind, dat nog verbonden was aan de nageboorte, in een van haar rokken. De andere dienstmeiden die in de keuken sliepen hoorden het kind huilen bij de geboorte, maar wisten nergens van. De bevallen dienstmeid vertelde het aan niemand omdat:
Nadat ze het kind had neergelegd, viel ze in slaap. Toen ze wakker werd en zag dat het kind dood was, verstopte ze het in haar eigen beddengoed.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1336 De boer Coert Cnoetse heeft een verklaring afgelegd in de aanwezigheid van soldaat Christiaan Cok en Christiaan Serfts als getuigen. De oorspronkelijke verklaring was ondertekend door secretaris W. Bosman.
Bij het Kasteel de Goede Hoop heeft Coert Cnoetse zijn verklaring opnieuw bevestigd. Hij deed dit in aanwezigheid van soldaat Hendrik Iessenaar. Hij legde een plechtige eed af en zette zijn handtekening met een kruisje op 13 december 1746.
Het document werd ondertekend door secretaris J. Tiemmendorf en commissarissen D. D'Aillij en J. L. Bestbier. A. Schoor bevestigde als klerk de juistheid van het document.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10945 / 1333 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/