Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Op de rechtbank in Batavia diende een rechtszaak tussen slaaf Copia October en zijn medeslaaf Pharao van de Kaap. Ze waren beiden eigendom van landbouwer Matthijs Greef. De zaak werd aangespannen door de openbaar aanklager Pieter Reede van Oudshoorn. De voorzitter van de rechtbank was Rijk Tulbagh. Als bewijsmateriaal werd gebruikt:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0961  


Deze tekst bevat geen volledige of begrijpelijke informatie om een samenvatting van te maken. Het lijkt op een fragment van beschadigde of onleesbare tekst met losse letters, tekens en cijfers zonder duidelijke betekenis of context.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0959  


Tijdens een bezoek aan een ernstig zieke persoon in Stellenbosch heeft een medewerker van de Compagnie een verklaring afgelegd. Dit gebeurde op het secretariaat van Stellenbosch in aanwezigheid van:

Alle aanwezigen hebben het document ondertekend. De verklaring kon later onder ede bevestigd worden als dat nodig was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0958  


De landbouwer Jacob Pienaar legde op 13 oktober 1749 een verklaring af aan de landdrost Adriaan van Schoor in Stellenbosch en Drakenstein. Hij vertelde dat hij ongeveer 4 weken eerder op een zaterdagmiddag bij landbouwer Ian Lategaan in de Wagenmakersvallei was. Daar zei het kind van Lategaan, genaamd Hendrik, tegen Pienaar dat zijn vader die dag hun dienstmeid Regina had geslagen. Toen Lategaan uit de kamer kwam en hoorde wat het kind zei, bevestigde hij dat hij haar had geslagen vanwege haar slechte gedrag. Daarna gingen Lategaan en Pienaar naar de kelderdeur om wielen te repareren, maar Lategaan zei dat hij iets was vergeten en ging terug naar huis. Pienaar volgde hem even later en hoorde vanuit de voorkamer geluiden uit de kamer.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0957  


Een slavin genaamd Regina werd vermist, waarna haar kleding werd gevonden in de bergen boven een bepaalde plaats in Stellenbosch. Dit werd onderzocht door aangewezen bestuurders op 24 november 1749. Dit werd officieel vastgelegd in het bijzijn van voorlezer Abraham Faure en burger Gerrit Kemp als getuigen, die samen met een secretaris J.A.D. Hillij het document ondertekenden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0954  


Op 24 november 1749 werd in Stellenbosch en Drakenstein een verklaring afgelegd door de slaaf Julij van Bengalen. Hij was eigendom van landbouwer Jan Lategaan, die woonde in de Wagenmakersvallei. Op verzoek van landdrost Adriaan van Schoor verklaarde Julij het volgende:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0949  


De arts Willem Ferdinand Hooijer verklaart dat hij op 3 oktober 1749, op verzoek van landrechter Adriaan van Schoor, samen met commissarissen Jacobus van der Spuij en Pieter Boijens een overleden slavin heeft onderzocht. Het lichaam werd gevonden in een stekelvarkensgat boven de boerderij van Ian Lategaan in de Wagenmakersvallij. Lategaan herkende de slavin aan haar kleding als zijn eigendom. Het lichaam vertoonde alleen strepen of slagen op de dijen. Vanwege de sterke staat van ontbinding, na ongeveer 14 dagen in het gat, kon er geen verder onderzoek worden gedaan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0945  


Een document met rechtelijke handtekeningen dateert van 27 november 1749. Dit document bevatte de handtekening van A. van Schoor en was door een beëdigde klerk voorzien van aantekeningen in de kantlijn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0941  


Deze zaak gaat over het overlijden van de slavin Regina. Het is mogelijk dat ze 's nachts uit huis is gevlucht en door kou of andere redenen is overleden in het Eijservarkens gat. Er zijn twee verdachte zaken:

De onderzoeker vermoedt dat Lategaan verantwoordelijk is voor de dood van Regina, maar er is te weinig bewijs. Ook is onduidelijk hoe Regina in het Eijservarkens gat terecht is gekomen. De onderzoeker kan alleen een geldboete opleggen en vraagt om:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0940  


Lategaan vertelt dat hij ongeveer 2 maanden geleden zijn slavin Regina naar het veld had gestuurd om hout te halen. Toen ze niet terugkwam, ging hij haar zoeken. Hij vond haar slapend in het veld. Na haar wakker te hebben gemaakt, stuurde hij haar naar huis en gaf haar onderweg enkele slagen met een zweep op haar benen.

Thuis aangekomen gaf Lategaan zijn slaaf Julij opdracht om Regina met de zweep op haar billen te slaan. Daarna moest Regina van Lategaan meel zeven in de kamer. Terwijl ze daarmee bezig was, kwam Pienaar op bezoek bij Lategaan, maar vertrok kort daarna weer.

De volgende ochtend ontdekte Lategaan dat Regina, die 's nachts in het voorhuis had geslapen, verdwenen was. Ondanks veel zoeken kon hij haar niet meer vinden. Over de rest van Julij's verklaring zegt Lategaan niets te weten.

De slaaf Julij wordt beschreven als onbetrouwbaar omdat hij al eerder gestraft moest worden in Stellenbosch vanwege misdragingen bij zijn eigenaar.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0939  


Lategaan moest zijn slavin Regina straffen met een zweep op haar billen en rug. Daarna werd de slaaf Julij door zijn eigenaar naar de tuin gestuurd om te werken. In de tussentijd kwam landbouwer Jacob Pienaar op bezoek bij Lategaan. Julij werd teruggeroepen en moest van Lategaan kijken naar Regina die in de kamer was. Julij merkte dat Regina een koud gezicht had en niet praatte. Hij vertelde dit aan zijn eigenaar, die zei dat de slavin zich aanstelde.

Julij ging weer aan het werk. Later, nadat Pienaar was vertrokken en Julij klaar was met werken, moest hij van zijn eigenaar een bed maken in de voorkamer voor Regina. Hij droeg haar onder haar armen uit de kamer naar het bed in de voorkamer. Na het eten ging Julij slapen. De volgende ochtend werd hij vroeg gewekt door zijn eigenaar om licht aan te maken. Toen bleek dat Regina verdwenen was - alleen haar bed lag er nog. Op de vraag van Lategaan waar Regina was, zei Julij dat hij dat niet wist.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0938  


De burger Theunis van Aart werd aangeklaagd door landdrost Adriaan van Schoor van Stellenbosch en Drakenstein. De zaak werd voorgelegd aan gouverneur Rijk Tulbagh en de Raad van Justitie. Van Aart had zijn kudde schapen aan zijn slaaf October gegeven om op te passen. October had ongeveer 2 jaar geleden vreemde schapen tussen zijn kudde gekregen en deze samen met de andere schapen in de kraal gedreven. Dit gebeurde op de boerderijen Lammershoek en De Twee Kuilen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0455  


Deze tekst is te beperkt of te onleesbaar om een zinvolle samenvatting van te maken. Er lijken enkel namen in te staan zoals Brand, Bestbier en Tiemmendorff, die een officieel document ondertekenden, maar de context en inhoud zijn niet duidelijk genoeg weer te geven.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0453  


Ongeveer een half maand geleden sprak de slaaf Arend van de Velde, eigendom van landbouwer Jacobus Kruger de Jonge, terwijl hij opgesloten was met Coridon van Ceylon (een slaaf van landbouwer Jacobus Vivie). Arend vertelde dat de rechters hem ter dood wilden brengen omdat hij zijn medeslaaf Cupido zou hebben vermoord. Arend ontkende dit en zei dat zijn medeslaaf Bastiaan de moord had gepleegd voor Cupido's geld.

Arend vertelde verder dat hij bij het lichaam van Cupido een schede met twee messen had gevonden. Hij had:

Hij wilde het ivoren mes eerst verkopen, maar durfde dit niet omdat het te herkenbaar was. In plaats daarvan stak hij het mes vaak in het dak van zijn meesters huis.

Deze verklaring werd afgelegd op verzoek van Pieter Reede van Oudshoorn, de onafhankelijke aanklager.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0451  


Arend wilde weten waar Cupido was. Bastiaan antwoordde toen dat Cupido mogelijk was weggelopen. De volgende ochtend gingen Arend en Bastiaan het veld in en vonden het dode lichaam van de slaaf Cupido. Op de vraag van Arend hoe dit kon, bekende Bastiaan dat hij het had gedaan maar vroeg om dit niet te vertellen. Arend had eerder gezien dat Bastiaan een stok had klaargemaakt, maar wist niet waarvoor. Dit werd vastgelegd aan Kaap de Goede Hoop op 5 mei 1749, in aanwezigheid van de klerken Daniel Egbertus Pfeil en Michiel Daniel Leij als getuigen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0448  


Op 3 oktober kreeg de hoofdbestuurder van Stellenbosch en Drakensteijn bericht dat er een dood lichaam was gevonden in de bergen boven het terrein van boer Ian Lategaan bij de Wagenmakersvallij. Het lichaam werd uit een stekelvarkensgat gehaald. Lategaan herkende aan de kleding zijn slavin Regina van Ternaten, die volgens hem ongeveer 14 dagen eerder was weggelopen.

De arts Willem Ferdinand Hoijer onderzocht het lichaam. Hij zag alleen enkele strepen of slagen op de dijen. Hij kon het lichaam niet goed onderzoeken omdat het al ongeveer 14 dagen in het stekelvarkensgat had gelegen en erg vergaan was.

Om meer te weten te komen over deze zaak, nam de hoofdbestuurder Lategaans slaaf Julij van Bengalen mee naar Stellenbosch. Julij klaagde erg over zijn eigenaar. Hij vertelde dat Lategaan 's middags Regina in de keuken had vastgebonden, met haar handen op haar rug met een riem.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0937  


De slavin Para van Kaap de Goede Hoop verscheen voor de rechters van het gerecht van Kasteel de Goede Hoop. Het verslag werd aan haar voorgelezen en zij verklaarde dat:

Dit werd vastgelegd in Kasteel de Goede Hoop op 12 mei 1749. De rechters waren C. Brand en J.L. Bestbier. Het document werd ondertekend door de rechters, Para en de secretaris J.F. Tiemmendorf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0449  


Cupiao van Maccassar, slaaf van landbouwer Nicolaas Laubzer, heeft een bekentenis afgelegd aan de rechtbank van Kaap de Goede Hoop. Hij was ongeveer 40 jaar oud en zat gevangen. Hij werkte op de boerderij genaamd de Groene Rivier in het Grote Bokveld. In het ploegseizoen werkte hij samen met:

Ze waren bezig met eggen op het land. Gales droeg Cupiao en Titus op om door te gaan met eggen en Joris in de gaten te houden. Gales hield Joris vast omdat diens zoon (ook Joris genaamd) die voor Laubzer werkte, door nalatigheid een dier was kwijtgeraakt en daarna was weggelopen. Gales ging zelf de schapen controleren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0933  


Op de secretarie van Stellenbosch werd in aanwezigheid van burgers Gerrit Kemp en Johan George Torn een verklaring afgelegd over de vermissing van slavin Regina. Bij inspectie van haar lichaam in het gebergte boven de plaats van haar eigenaar werd haar kleding herkend als dezelfde die ze droeg op de dag dat ze vermist werd. De verklaring werd ondertekend door de getuigen, de compareant en secretaris I.D.D. Hillij.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0951  


De eigenaar van schapen gaf de dieren zonder precies de datum te weten over aan zijn slavin Steijntje. Hij gaf haar de opdracht om vreemde schapen die ze in het veld zou vinden tussen zijn kudde te drijven in plaats van ze terug in het veld te laten lopen. Als de rechtmatige eigenaren hun schapen zouden komen zoeken, konden ze deze beter uit zijn Craal (omheining) halen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0569  


De slaaf vertelt dat de slavin Regina bij het vuur in de kamer aanwezig was. Toen hij binnenkwam, merkte hij dat ze koud in haar gezicht was en niet meer sprak. Hij waarschuwde zijn eigenaar Jacob Pienaar, die zei dat de slavin zich aanstelde. Na zijn werk die avond maakte hij op bevel van zijn eigenaar een bed voor Regina in het voorhuis. Hij hielp haar uit de kamer naar dit bed.

Na wat gegeten te hebben, ging hij in de keuken slapen. 's Ochtends werd hij gewekt door zijn eigenaar om licht aan te maken. Toen bleek Regina verdwenen, alleen haar bed lag er nog. Hij wist niet waar ze was.

Een paar dagen later vertelde Catrijn, een Khoikhoi-vrouw die de dieren hoedde, dat ze in het gebergte boven de plaats een vreselijke stank had geroken bij een stekelvarkensgat. Ze dacht dat er een dood mens in lag. De slaaf vermoedde dat het Regina kon zijn en zei tegen Catrijn dat ze dit aan landbouwer Andries du moest melden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0950  


Bij de kudde van de slavin Sara kwamen 6 verdwaalde schapen terecht die aan het rechteroor met een halve maan gemerkt waren. De beschuldigde wist niet van wie de schapen waren en zei dat ze vast verdwaald waren. Hij gaf Sara de opdracht de schapen in de kudde te houden. De volgende dag kwam hij naar de kraal, bekeek de schapen en droeg Sara op ze nog 5 dagen te laten lopen. Na die tijd kwam hij 's ochtends terug. Hij liet Sara de 6 schapen vangen en vasthouden, waarna hij met een mes zijn eigen kindermerk in de oren van de schapen maakte. Hij zei tegen Sara dat ze trouw moest blijven en hem niet mocht verraden, anders zou haar eerder iets overkomen dan hem. Sara beloofde hem niet te verraden. 9 dagen later, tegen de avond, zag Sara weer 6 verdwaalde schapen toen ze haar kudde naar huis bracht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0460  


Op het fort in Kaap de Goede Hoop op 3 maart 1749 waren de klerken Otto Wilhelm Rotenburg en Michiel Daniel Leij aanwezig als getuigen. Zij ondertekenden samen met J.F. Tiemmendorf het document. De boer Hercules du Preez verscheen voor de rechters van het gebied. Na het voorlezen van zijn verklaring bevestigde hij dat deze correct was. Hij wilde alleen één wijziging: niet de slavin Christina maar de slavin Sara had tegen hem gezegd dat de gemerkte schapen aan haar baas zijn kinderen toebehoorden. Dit werd bevestigd in aanwezigheid van Theunis van Aard. De herziening werd gedaan in het kasteel van Kaap de Goede Hoop op 3 april 1749.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0514  


Rond 10 uur zijn ze met 4 personen naar het huis van Strous gegaan. Ze hebben elkaar opgetild naar een klein plat dak. Daar heeft Tjampaaij een touw aan een spijker vastgemaakt. Via dit touw zijn eerst de bekennende verdachte, toen Tjampaaij en tenslotte Cadere naar beneden geklommen. Ze kwamen in de keuken terecht. In de keuken stond een slavin van Strous, maar de bekennende verdachte heeft niet met haar gesproken. Tjampaaij wees de weg naar de kamer waar Strous sliep. Tjampaaij klopte zachtjes op de deur waarop Strous opendeed. De bekennende verdachte zag licht in de kamer en zag dat Strous een stok of iets dergelijks vasthield, maar kon niet goed zien wat precies. Tjampaaij viel toen Strous aan en stak hem in zijn hals. Daarna stak ook de bekennende verdachte hem in zijn buik of daaromtrent. Hij weet niet of Tjampaaij Strous nog meer verwondingen heeft toegebracht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0286  


De bandiet Lausoe van Boegis, 30 jaar oud, verklaarde voor de Raad van Justitie het volgende. De andere bandiet Zantjiep had hem ongeveer 5 dagen geleden gevraagd om te helpen bij een moord op een burger. Het slachtoffer was de eigenaar van een slavin waarmee Zantjiep een relatie had. De slavin had beloofd 20 rijksdaalders te betalen aan de helpers. Zantjiep had al twee andere bandieten benaderd, Tjampaaij en Caderé, die hadden ingestemd. Ieder zou 5 rijksdaalders krijgen.

Tjampaaij en Zantjiep hadden gisteren tegen de avond tegen Lausoe gezegd dat ze het die avond moesten uitvoeren. Ze hadden zich daarom niet gemeld bij de gebruikelijke aanwezigheidscontrole en wachtten bij de slavenverblijven tot het tijd was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10948 / 0285  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/