Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
31 mei 1730 kwamen de gezanten uit Ceylon voor de vorst. Ze hadden zich al 10 keer voor hem neergeknield op een mat. De vorst vroeg of de gezanten sinds hun eerste audiëntie gezond waren gebleven en of ze goed behandeld waren in hun onderkomen. De gezanten antwoordden dat ze in goede gezondheid waren en dat ze door de gunsten van de vorst niets tekort waren gekomen. De vorst toonde zich hier zeer verheugd over en gaf de gezanten toestemming om te gaan zitten. Na de vorst nogmaals bedankt te hebben, gingen de gezanten met de schrijver zitten. De vorst vroeg of de gezanten buiten wat al in de eerste audiëntie was aangediend nog iets namens de hoge heren hadden te melden. De gezanten antwoordden met respect dat ze alles al aan de vorst hadden verteld wat hen was opgedragen. Ze vroegen alleen om de voortzetting van de gunstige welwillendheid van de vorst ten aanzien van de Compagnie en de trouwe Hollandse heren. De vorst antwoordde dat hij hen zonder ophouden vele gunsten zou blijven bewijzen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0806 Vanuit Ceylon onder 31 mei 1730 kwam een brief. De dessave van Saffragam en de 4 Corles, samen met een groep Mohotiaansen en enkele lagere ambtenaren, kwamen de gezanten ontvangen. De tweede rijksadigaar en de dessave van Saffragam lieten weten dat zij de koning over de komst van de gezanten zouden informeren. De gezanten vroegen toen of de schrijver en de appoehamy, die meegekomen was om als tolk te dienen, ook het genoegen mochten hebben om samen met hen voor de koning te verschijnen. Zij gingen dit aan de koning melden, en kwamen na binnen te zijn geweest weer naar buiten met het bericht dat de koning had toegestaan dat de schrijver en de appoehamy ook voor hem mochten verschijnen. Vervolgens gingen de ambassadeurs naar binnen, in gezelschap van de volgende heren:
Zij gingen naar de audiëntiezaal en stapten onder een afdak. Toen werden de gordijnen opengeschoven. Bij het zien van de koning op zijn troon knielden de gezanten en de schrijver. De verzamelde hofdelen en ikzelf betoonden de gebruikelijke eer volgens de gewoonte op 2 verschillende plaatsen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0805 Op vrijdag 10 maart, zaterdag 11 maart en zondag 12 maart viel er niets bijzonders voor.
Op maandag 13 maart en dinsdag 14 maart rond 4 uur 's middags kwam het bericht dat vanuit het hof 3 hofedelen naderden. Deze edelen heetten Attepatoe, Nanajakare Mohotiaar Dorenagame en Hoel Angamoewe Mohandirums. De gezanten gingen volgens de gewoonte samen met de aanwezige hoofden de aankomende heren tegemoet. Deze werden vervolgens naar het logement gebracht. Zij vertelden dat hun vorst van plan was om de gezanten een afscheidsaudiëntie te geven. Daarom waren zij namens zijn majesteit gestuurd om de ambassadeurs in het gezelschap van de aanwezige hoofden 's avonds rond 6 uur uit het logement te begeleiden.
Om half 9 waren zij dicht bij het hof gekomen. Daar kwamen hen een stuk verderop vanaf het hof tegemoet: 2 adgiaren en de 3e en 7e corles. Deze begeleidden hen tot aan de poort van het hof. Daar werd onder het geluid van trommels, trompetten, schalmei en tamboerijn door de dessave van Matule de majesteit weer gevraagd om ter verhoor te komen. Dit werd toen aangenomen om bij geschikte gelegenheid aan de majesteit voor te dragen. Ook kregen zij bij het groeten van de hofedelen volgens de gewoonte rozenwater over zich heen gesprenkeld en werden uitgeleide gedaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0804 De brief was uit Ceylon en gedateerd 31 mei 1730. Deze werd op diezelfde dag door de ambassadeurs in een brief naar uwel Edele groot achtbaar gestuurd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0803 31 mei 1730 kwam men vanuit Ceilon aan bij het logement van Ganoeroewe, waar twee mohandirams (functionarissen) terugkeerden naar het hof. De gezanten begeleidden hen tot aan de oever van de rivier. Toen de ambassadeurs met de overige hoofden bijna terug waren bij het logement, namen de hoofden ook afscheid en gingen naar hun eigen logies.
Vrijdag 3 maart 's ochtends omstreeks 10 uur verschenen vanuit het hof bij de gezanten de heren Attepattoe, Nanajabare Mohotiaar en een mohandiram. Zij kwamen op bevel van zijn koninklijke majesteit om naar de gezondheid van de gezanten te vragen. De gezanten antwoordden daarop volgens de gewoonte beleefd. Vervolgens verzochten de gezanten om aan zijn koninklijke majesteit bij goede gelegenheid uit hun naam in alle bescheidenheid te bevestigen dat zij groot respect en erkentelijke dankbaarheid hadden voor de zeer grote gunsten en eer die zijn majesteit hun tijdens de eerste audiëntie had bewezen. Dit werd door hen met genoegen aanvaard. Daarna wilden zij, terwijl ze zaten en enig gesprek voerden, terugkeren naar het hof. De gezanten besprenkelden hen met rozenwater en begeleidden hen volgens het gebruik tot buiten het logement.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0802 31 mei 1730 werd vanuit Ceylon gemeld dat wat Zijn Majesteit (de koning) toen zeer aangenaam zou zijn. Het geëerde verzoek dat uit naam van Zijn Majesteit gedaan was, namen de gezanten aan om bij hun terugkeer naar Colombo zonder enig gebrek eerbiedig aan uwel edelachtbare voor te dragen. De gezanten werden vervolgens samen met hun gevolg in een mandoe (draagstoel) geleid en daar door de koks van Zijn Majesteit met diverse soorten inlands gebak getrakteerd. Daarna vertrokken de gezanten in gezelschap van de tweede rijksadigaar (hoge ambtenaar), alle dessaves (districtshoofden), mohottiaars (dorpshoofden) en een aantal mindere dienaren. Ze werden door de eerdergenoemde hoofden verder dan de gebruikelijke afscheidsplaats begeleid. Daar zei genoemde rijksadigaar uit naam van de koning dat de 2 mohandirums (ambtsdragers) Dorenagamme en Hoelangamme, samen met de 7 hoofden die bij de gezanten waren gebleven, de gezanten tot aan Ganoeroewe zouden begeleiden. Ook moesten de eerstgenoemde 2 mohandirums daarna meteen naar het hof terugkeren. De gezanten verzochten dat hun zeer grote dankbaarheid bij een gunstige gelegenheid aan Zijn koninklijke majesteit voor alle bewezen gunsten en eer mocht worden overgebracht. Dit werd door de hoofden met veel tevredenheid aangenomen en zij beloofden dit zeker te zullen uitvoeren. De gezanten namen afscheid en nadat ze een kwartier gemarcheerd hadden, zei de dessave van Oedepalate en de verdere hoofden dat omdat de weg te ver en bovendien te laat in de nacht was, het voor de gezanten moeilijk zou zijn om deze te voet af te leggen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0801 Op 31 mei 1730 op Ceylon bedankte de koning met veel eerbied de Koning voor de eer die hij hem wilde bewijzen vanwege deze verneming. De vorst zei dat hij daarover zeer verblijd was. Hij zei ook dat hij zodra hij de koninklijke brief had gelezen de gezanten zou ontbieden voor een afscheidsaudiëntie en dan enkele zaken zou opdragen om aan de Edele Groot Achtbare te rapporteren. Verder zou hij toestemming verlenen om naar Colombo te mogen vertrekken, met enkele voorname geschenken erbij. Zijn majesteit zei dat de ambassadeurs tot Ganaroewe konden gaan wachten. De gezanten bedankten zijn majesteit op de nederigste manier en traden vervolgens samen met de genoemde hofgrootten achterwaarts de audiëntiezaal uit, onder de eerbewijzingen. Daar maakten de tweede rijksadigaar en de dessave van Saffragam namens zijn majesteit aan de gezanten bekend dat hun monarch graag door de Edele Groot Achtbare gediend wilde worden met enkele valken die bij hen weseremoen genoemd werden en ook met een soort vogels genaamd Daas. Deze waren vroeger ten tijde van de oude koningen door de vorige edele heren gouverneurs naar de havens van Sangoerangkette en Singodde e gale noewere gezonden. Daarom verzochten zij vriendelijk of deze vogels, als de Edele Groot Achtbare ze kon verkrijgen, bezorgd en met de aanstaande ambassade opgestuurd mochten worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0800 Vanuit Ceylon werd 31 mei 1730 een brief gestuurd met veel kracht. Er werd gehoopt dat zijn koninklijke majesteit tevreden zou zijn met een geschenk, namelijk een ambon (een soort hoge stoel of preekstoel) van een bepaalde soort genaamd Philander. Ook werden er 2 gestippelde vogels gegeven die op een bepaald eiland waren gevangen, samen met 2 mooie paarden. Deze paarden waren met veel moeite speciaal gestuurd voor het vermaak van zijn koninklijke majesteit en waren bij de geschenken gevoegd. De monarch toonde hierop zijn blijdschap en zei dat het heel goed was. De gezanten mochten daarom naar buiten gaan om de geschenken binnen te laten brengen. Nadat ze daar toestemming voor hadden gevraagd en gekregen, gingen de gezanten samen met alle hoofden achterwaarts de audiëntiezaal uit. Dit gebeurde met dezelfde eerbewijzen als bij de eerste binnenkomst. Vervolgens lieten ze alle geschenken voor zich naar binnen het paleis dragen en gaven de sleutels van de kelders en vaatjes in aanwezigheid van alle hoofdedelen over aan de dessave (bestuurder) van Saffragam. Daarna begaven de ambassadeurs zich samen met de hoofden en ikzelf voor de audiëntiezaal. Toen werden de 6 gordijnen geopend. Daar werden opnieuw de eerder genoemde complimenten uitgesproken en er werd een bewijzing gedaan tot op het altaar of dichtbij. Toen zijn majesteit daar gekomen was, gaf hij de gezanten toestemming om te gaan zitten. Vervolgens vroeg hij naar de geboorteplaats, leeftijd en hoedanigheid van de gezanten. Zij beantwoordden dit met groot respect zoals het hoorde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0799 30 mei 1730. Vanuit Ceylon werd vreugde getoond omdat de autoriteiten echte ambassadeurs hadden opgestuurd die ook werkelijk ambassadeurs genoemd mochten worden. Hierdoor verklaarde zijn majesteit dat hij nog beter begreep welke hoge achting de autoriteiten hadden voor zijn majesteit en ook voor het hof van Candy. De gezanten bedankten zijn majesteit namens de Compagnie zeer onderdanig voor de gunsten die zijn majesteit in het vorige jaar had verleend aan de kaneelschillers van de Compagnie, zodat deze in zijn landen en bossen zonder enige belemmering de schors hadden mogen oogsten en vervoeren. Ook bedankten ze voor de grote gunst die de bedienden hadden gekregen die de olifanten van de Compagnie het vorige jaar via Putulang naar Jaffnapatnam hadden vervoerd. De gezanten vroegen nederig of dit dit jaar weer zo zou kunnen verlopen. Zijn majesteit stemde met beide verzoeken in. De gezanten bedankten zijn majesteit eerbiedig en vroegen toestemming om de geschenken binnen te mogen laten brengen die zij namens de Compagnie onder hun toezicht hadden meegebracht om aan zijn majesteit aan te bieden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0798 Op 31 mei 1730 werd vanuit Ceylon bericht dat wanneer men dit heugelijke nieuws zou horen, men zich daar zeer over zou verblijden. Er werd gewenst dat Zijne Koninklijke Majesteit nog een lange reeks van jaren in volmaakte gezondheid mocht volharden. De vorst werd op krachtige wijze verzekerd van de welgemeendheid, zowel namens de heren meesters als namens de geadresseerden. De vorst zei daarover ten hoogste verheugd te zijn. De gezanten bedankten Zijne Koninklijke Majesteit met veel aandrang en zeiden dat men zeer gehecht was aan het dienen van Zijne Keizerlijke Majesteit. Dit omdat Zijne Koninklijke Majesteit de grote goedheid had gehad om onlangs 4 voorname hofedelen als ambassadeurs met een brief af te zenden. Het doel was om de behouden aankomst als gouverneur in Colombo te verwelkomen en te informeren naar de gezondheid. De gezanten verklaarden verder dat men, na te weten te zijn gekomen van Zijne Majesteits goede gunst, zich daarover ten zeerste had verheugd. Daarop betuigde de vorst zijn onuitsprekelijke blijdschap en tevredenheid. Ook toonde hij zijn waardering voor de grote beleefdheid en eer die aan de genoemde afgezanten was bewezen, zoals Zijne Majesteit bij hun terugkeer had vernomen. Zijne Majesteit betuigde eveneens zijn zeer grote vreugde.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0797 31 mei 1730. De gezanten kregen toestemming van Zijne Keizerlijke Majesteit om te mogen gaan zitten. Nadat zij hun nederige dankbaarheid hadden betuigd voor deze gunst, gingen zij zitten. Vervolgens vroeg Zijne Majesteit of de gezanten namens de gouverneur ook nog iets mondeling wilden mededelen. Dit werd bevestigd, en nadat toestemming was verkregen, zeiden de gezanten dat zij opdracht hadden om Zijne Majesteit met alle respect te groeten. Ook verzekerden zij de bereidheid van de Compagnie om de vriendschap met Zijne Majesteit te onderhouden. Tevens vroegen zij naar de gezondheid van Zijne Majesteit. Hierop antwoordde Zijne Keizerlijke Majesteit dat hij in goede gezondheid verkeerde om zowel de getrouwe Hollanders als zijn eigen onderdanen zonder onderscheid veel gunsten te bewijzen. De gezanten toonden hierover grote blijdschap en bedankten Zijne Majesteit met veel eerbied.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0796 31 mei 1730 werd er vanuit Ceylon opnieuw geantwoord. Zijn majesteit Edo zei dat hij daar zeer verheugd over was. Vervolgens vroeg hij of de gezanten nog welvarend waren en of zij sinds hun verschijning in het gebied van de koning tot op die dag naar behoren behandeld en behoorlijk gerespecteerd waren.
De gezanten antwoordden dat zij zich nog welvarend bevonden om zijn koninklijke majesteit te dienen. Ook zeiden ze dat door de heilzame vastgestelde bevelen van zijn majesteit aangaande de aan hen bewezen eer en ontvangst niets ontbroken had. De gezanten hebben zijn koninklijke majesteit op een zeer nederige wijze met veel genegenheid ten zeerste bedankt.
Zijn keizerlijke majesteit betuigde hierop zijn grote blijdschap en zei verder het volgende:
Zijn majesteit was zo gunstig geweest om de voorgevallen verhinderingen in zijn rijk en de oorzaak van deze vertraging uit te leggen. De ambassadeurs hebben zijn koninklijke majesteit hiervoor met diep respect en onderdanigheid bedankt. Zijn majesteit toonde zich hierover ten zeerste verheugd tegenover de gezanten. Hij zei dat zij nu een tijdje geknield hadden gezeten en dat dit hun zeer bezwaarlijk zou vallen om zo te blijven zitten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0795 31 mei 1730 werd op Ceylon geobserveerd dat de eerste gezant door de genoemde heren dichtbij de troon van zijn majesteit werd geleid. Daar moest hij knielen zodat zijn koninklijke majesteit de koninklijke brief eigenhandig uit de schotel kon ontvangen. Zijn majesteit ontving de brief eigenhandig, waarna de schotel boven het hoofd van de gezant door de dessave van Saffragam werd weggenomen, naar buiten gebracht en aan een van hun appoehamijs werd overhandigd. De gezant nam vervolgens zijn hoed af en groette zijn majesteit met veel eerbied. Samen met de andere hoofden stapte hij achterwaarts terug tot het midden van de zaal, waar hij met 1 knie geknield bleef zitten. De tweede gezant werd door de hoofden naar de linkerkant van de eerste gezant geleid en moest daar ook met 1 knie knielen. Zijn koninklijke majesteit vroeg naar de gezondheid van uw edelgrootachtbare, en zei: rechte en getrouwe edele heer gouverneur. Daarop antwoordde de eerste gezant met alle eerbied dat uw edelgrootachtbare bij het vertrek van de gezanten uit Colombo om zijn koninklijke majesteid allerlei soorten getrouwe en aangename diensten te verlenen, in zeer volmaakte staat van gezondheid verkeerde. Daarna informeerde zijn majesteit naar de gezondheid van de heren politieke leden, waarop de gezanten antwoordden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0794
Bekijk transcriptie NL-MtRHCL / 09.009 / 9248 / 0085 In 1730 werd op 31 mei een brief van Ceylon ontvangen. De gezanten gingen via de stenen trappen naar binnen tot voor de audiëntiezaal. Daar werden zij aan de rechterkant geplaatst. Naast hen stonden de volgende heren:
Nadat men een tijdje had gestaan werden achter elkaar de tapijten opgeschoven. Toen men zijn majesteit op de troon zag zitten, gingen de gezanten elk op 1 knie knielen en de aanwezige hoofden vielen samen met de schrijver 6 keer ter aarde. Vervolgens stonden zij op bevel van zijn majesteit op en deden 4 à 5 stappen de audiëntiezaal in. Daar werd opnieuw dezelfde eerbetuiging afgelegd. De 2e gezant bleef daar samen met Attapattoewe Nanajakare Mohotiaar en de eerdergenoemde Appoehamij. De 1e gezant ging samen met de schrijver en de overige hoofden verder tot op een tapijt dat voor de troon van zijn majesteit op de grond lag. Dit tapijt besloeg ongeveer 1/3 deel van de ruimte. Daar werden voor de 3e keer dezelfde ceremonies uitgevoerd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0793 31 mei 1738 kwamen de 3e en 7e Corles naar Ceylon. Zij zeiden dat ze door de koning gestuurd waren om de gezanten verder te brengen. De gezanten gingen volgens het vorige gebruik, terwijl brandende lampen werden gedragen en aan de andere kant olifanten stonden opgesteld, naar het eerste gedeelte van het paleis. Daar ontmoetten ze de heren dodangwoll eralehanij dessave van Saffragam, doembre ratteralehamij en enkele mohotiaars en mohanderums, samen met een aantal lagere bedienden. De 2e rijxadigaar en de dessave van Saffragam vertelden de gezanten dat ze daar konden wachten totdat hun koning over de komst van de gezanten met de koninklijke brief was ingelicht. De gezanten vroegen vriendelijk of de pennist quireijn Hevensz en appoehanij, die meegekomen was om de tolk dienst te leren, samen met de gezanten voor de koning mochten verschijnen. De afgevaardigden gingen naar binnen om dit te vragen en kwamen kort daarna weer naar buiten. Namens de koning zeiden ze dat de pennist Steevensz daar moest blijven wachten, en dat de gezanten met de koninklijke brief, samen met de schrijver en de genoemde appoehanij, voor de koning zouden verschijnen. De 1e gezant nam toen de koninklijke brief, die door de appoehanijs op hun hoofden gedragen was, op zijn hoofd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0792 31 mei 1738 vertrokken de gezanten vanaf Ceylon om een bezoek aan het hof te brengen. De gezanten werden begeleid door vertegenwoordigers die de keizerlijke brief en geschenken moesten begeleiden voor de audiëntie. Er werd aangegeven dat men de geschenken over de rivier zou brengen, wat de gezanten goedkeurden mits dit voorzichtig gebeurde. De geschenken, paarden, een dier genaamd philander en vogels werden vooruit gestuurd.
's Avonds om 6 uur vertrokken de gezanten in gezelschap van de 2 eerder genoemde en 7 hier verblijvende hoofden, samen met de brief. Er werden 20 saluutschoten gelost, begeleid door trompetten, trommels, tambijntjes, schalmeien en een escorte van laskareens uit Ganaroewe. Ze staken de rivier over.
Alle hoofden samen gaven te kennen dat de gezanten, omdat de reis naar het hof ver was, in draagzetels konden plaatsnemen. De gezanten wezen dit beleefd af en zeiden dat het voor hen een geluk zou zijn als zij de tocht te voet samen met de anderen mochten afleggen. De hoofden waren hier zeer tevreden over.
Ze ondernamen de reis en hielden onderweg op 2 plaatsen wat op. Bij Boogambre lieten ze de paarden opschrikken en vervolgden daarna de reis weer. Toen men omstreeks half 9 uur het hof naderde, kwamen daar ongeveer een kwartier lopen van het hof de heren Hoelangamoeweralehamij, de tweede rijksadigaar, en Maampittie Ralehamij, gouverneur, de gezanten tegemoet.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0791 31 mei 1730: Er gebeurde niets bijzonders op dinsdag 28 februari. Er was een goed moment om de keizer op de nederigste wijze te begroeten. Hierna werd hij besprenkeld met water en onder het toewensen van een behouden reis uitgeleide gedaan.
Woensdag: Er gebeurde niets.
Donderdag in de middag kwamen uit het logement van de gezanten 2 heren: Dorenagame en Hoelangamoewe, beiden mohandirum (ambtsdragers). Nadat de wederzijdse complimenten waren uitgewisseld, gaf de eerder genoemde mohandirum Dorenagame namens de koning te kennen dat:
De gezanten bedankten zijn majesteit op de nederigste wijze voor het laten doorgeven van dit belangrijke nieuws en antwoordden dat zij zonder enig verzuim gereed waren om voor zijn majesteit te verschijnen. Hierna vertrokken de 2 genoemde heren naar het hof.
In de middag om 16:00 uur verschenen opnieuw bij de gezanten de heren Madangwolle, Ekenaijke, Ralehamij (dessave van Matule en Balligalle) en Padikare Mohotiaar. De eerstgenoemde zei, nadat de wederzijdse complimenten volgens gewoonte waren afgelegd, dat zij beiden in opdracht van zijn keizerlijke majesteit waren verschenen om op 1 maart in gezelschap...
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0790 20 februari: er gebeurde niets bijzonders.
21 februari: er gebeurde niets bijzonders.
22 februari: er gebeurde niets bijzonders.
23 februari: er gebeurde niets bijzonders.
25 februari: er gebeurde niets bijzonders.
26 februari: er gebeurde niets bijzonders.
27 februari: 's middags om 4 uur gingen de gezanten volgens het vroegere gebruik 2 heren die van het hof kwamen tegemoet. Deze heren heetten Attapattoe Ranajakare Mohotiaar en Hoelangamoewe Mohandiram. Zij werden vervolgens naar de verblijfplaats gebracht en daar werden dezelfde vragen aan hen gesteld als op 19 februari was gebeurd. Deze heren antwoordden uitgebreid dat de maand februari niet alleen onmatig heet is, maar dat er ook wegens enkele verhinderingen aan het hof de gezanten tot nu toe niet voor audiëntie hadden kunnen worden gebracht. Namens de koning gaven zij de gezanten, de schrijver, de persoon zelf en de tolk die was meegegaan om te vertalen, ieder afzonderlijk 1 pakket met betels, arrak, nagels, noten, foelie en tabak. Hiervoor bedankten zij Zijne Majesteit zeer. Deze heren verzochten de koninklijke brief en geschenken te mogen bekijken, wat door de gezanten werd toegestaan. Nadat zij deze bekeken hadden en een poosje gezeten hadden, werden zij met arrak onthaald en bij hun vertrek verzochten de gezanten hen om een goede dienst.
24 februari: er gebeurde niets bijzonders.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0789 31 mei 1730. De mohotiaar Dorenagame Mohandirum werd door de Nederlandse gezanten in het logement ontvangen. De eerste gezant, de mohotiaar, vertelde dat de koning hem en zijn collega had gestuurd om te informeren naar de gezondheid van de Nederlandse gezanten. Ook wilde hij weten of de brief van de koning en de geschenken goed waren aangekomen en of de Nederlandse ambassadeurs en hun gezelschap goed waren voorzien van alles wat nodig was. Verder liet hij weten dat zij op deze plek alleen bleven om bepaalde zaken aan het hof af te handelen. De Nederlandse gezanten antwoordden hierop op de juiste manier en bedankten de koning op zeer onderdanige wijze voor zijn belangstelling. De 2 heren boden namens de koning 40 potten met honing aan de Nederlandse gezanten aan. De Nederlandse gezanten toonden grote blijdschap en vroegen of hun dankbaarheid voor dit kostbare geschenk bij een goede gelegenheid aan de koning kon worden overgebracht. De 2 heren namen deze nederige betuigingen van de Nederlandse gezanten aan en beloofden alles zonder enig gebrek bekend te maken. Vervolgens werden ze tijdens een gesprek getrakteerd op beetels en arrak, en bij hun vertrek besprenkeld met geurig water volgens de gebruikelijke gewoonte.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0788 Vanuit Ceylon meldde men 31 mei 1730 dat de koning hun had laten weten dat hun vorst de mohandirum padibare herrew had gestuurd om in plaats van de meedenhandirum dorne game als gezant te blijven, en dat de laatste zich volgens orders naar het hof moest begeven. De gezanten hadden hierover grote blijdschap getoond.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0787 Vanuit Ceylon hadden ze 31 mei 1730 laten weten dat ze bij een goede gelegenheid hun dankbaarheid wilden tonen aan hun hoogheid. Dit werd door hun hoogheid graag aanvaard en zou zo uitgevoerd worden. De gezanten werden bij hun vertrek besprenkeld met water en volgens oud gebruik naar de veerplaats van de rivier gebracht. De adigaar en de andere hoofdpersonen vertrokken daar met veel tevredenheid.
Kort daarna kwamen de gezanten en de hoofdpersonen die bij hen verbleven terug in hun verblijf. Daar werden namens zijn majesteit aan de gezanten en hun gezelschap geschenken aangeboden: verschillende potten met inlands suikergebak. De gezanten accepteerden dit met veel blijdschap en lieten zijn majesteit nederig bedanken voor dit aangename geschenk dat door zijn grote goedheid hierheen gezonden was.
Zaterdag 1 februari stuurden de afgezanten een brief naar uw edele grootachtbare en zonden die af. Diezelfde dag rond 3 uur 's middags verscheen een gabedenaal of dispensier bij het verblijf van de gezanten. Deze overhandigde namens de koning aan de ambassadeurs enkele zeldzaamheden van inlands suikergebak als geschenk. De gezanten lieten hun nederige dankbaarheid kenbaar maken voor datgene wat door de gunst van zijn majesteit hierheen was gesonden.
's Avonds, nadat de hoofdpersonen in het verblijf van de gezanten gekomen waren, werd gecommuniceerd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0786 30 mei 1730 kwamen gezanten van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in Ceylon aan bij het verblijf van Ganoeroewe. Ze werden vergezeld door 4 dragers met swiepen, 1 grote en 2 kleine vaandels, en een groep Lascorijns met hun pieken. Bij aankomst werden 12 saluutschoten afgevuurd en alle hoofden kwamen bij elkaar. Eerst wisselden beide partijen volgens oud gebruik beleefdheidsbegroetingen uit over elkaars gezondheid.
Daarna vertelde de tweede rijksbestuurder Hoelangamoewe Ralehanij dat de gezanten enige dagen in Attapitte hadden moeten verblijven omdat er aan het Candia-hof een groot feest was gehouden. De ambassadeurs zouden echter binnenkort in audiëntie worden toegelaten. Hij zei dat het bevel van Zijne Majesteit was dat de volgende 7 heren de gezanten van het nodige zouden voorzien tijdens hun verblijf:
De overige hoofden moesten zich naar het hof begeven. De gezanten toonden hierover grote blijdschap en deden vervolgens een verzoek.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0785
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0784 Op 31 mei 1730 waren de Nederlandse gezanten uit Ceylon vrijgesproken. De koning had de dessave (gouverneur) samen met zijn medewerkers speciaal deze kant op gestuurd om de koninklijke brief en geschenken, samen met de gezanten, bij gunstige gelegenheid met goede zorg naar de laatste rustplaats Gan-oeroende te begeleiden. Toen de gezanten deze nieuws hoorden, toonden zij grote vreugde en bedankten zij de heren zeer beleefd. Daarna bekeken die heren de koninklijke brief en de geschenken en toonden zich daar zeer tevreden over. Tijdens het zitten werden zij voorzien van betel en arrak. Vervolgens zeiden zij dat ze moe waren van de reis, stonden op en gingen naar hun verblijfplaats. Diezelfde dag stuurden de gezanten een brief naar uwel Edel grootachtbaar af.
9 februari 's morgens hoorden zij dat er op donderdag een vergadering werd gehouden voor het vertrek. De gezanten en hun gevolg maakten zich klaar om de reis te ondernemen. Rond 8 uur kwam de dessave van Matule bij het verblijf van de gezanten en zei dat men vandaag het vertrek zou beginnen, om die avond in Wal Gouagodde te zijn en de volgende dag Gan-oeroewe te bereiken. De gezanten stuurden toen een brief naar uwel Edel grootachtbaar in Colombo. Vervolgens begonnen zij 's middags rond 11 uur, samen met de koninklijke brief en geschenken en alle gezamenlijke hoofden, de reis, waarbij er 12 schoten met sprinkhaangeschut werden gelost.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 8952 / 0783 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/