Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De daders hebben een houten klink van een raam losgedraaid om binnen te komen in een kamer waar slaven verbleven. De tweede dader klom door het raam naar binnen en opende de deur voor de eerste dader. Met een lantaarn en aansteker die de eerste dader had meegebracht, staken ze een kaars aan. Samen trokken ze zo lang aan een kist van de slavin Mina van Bougis totdat het deksel brak. Uit deze kist stalen ze:

De eerste dader stopte alle gestolen spullen in een van de kussenslopen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0186  


Pieter Coningh en Jan Hassingh, als leden van de rechtbank, en griffier L.S. Faber hebben op 24 februari 1758 in Kaap de Goede Hoop een verklaring opgesteld. De ondervraagde persoon bevestigde dat zijn eerdere verklaring volledig was en dat er niets aan toegevoegd of verwijderd moest worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0182  


Ruim 1 jaar geleden werd er ingebroken bij de weduwe van Johannes Verbeek die toen in het dorp Stellenbosch woonde. De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Adriaan van Schoor, klaagde hiervoor twee mannen aan bij het bestuur onder leiding van president Sergius Crillingrebel:

Ze werden aangeklaagd voor huisinbraak en diefstal.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0183  


In het begin van december rond 12 uur 's nachts werd er ingebroken bij het slavenverblijf van dominee Johannes Appeldoorn. Hierbij werden spullen gestolen. Dit was niet de eerste kleine diefstal die had plaatsgevonden. De aanklager heeft lang geprobeerd de daders te vinden. Hij had één van de verdachten zelfs 's nachts ingezet om de wacht te houden tegen diefstal. Later bleek dat deze verdachte samen met een tweede verdachte zelf de laatste diefstal had gepleegd. De tweede verdachte ontkende eerst alles tijdens zijn ondervraging.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0184  


Goolieb Rudolf Opperman verscheen voor het gerecht in Kaap de Goede Hoop op 23 februari 1758. Hij werd ondervraagd door de rechters Pieter Coningh en B. Haszingh over verboden veehandel met de Khoikhoi (destijds "hottentotten" genoemd). De antwoorden van de ondervraagde werden officieel vastgelegd door de beëdigde klerk.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0181  


Op een boerderij in het Roggeveld woonde een man die later verhuisde naar de Vier en Twintig Rivieren. Deze boerderij kreeg hij in bruikleen van de Oost-Indische Compagnie. Hij verklaarde meer dan 10 keer in de Hottentot nederzetting geweest te zijn, maar nooit om vee te ruilen.

De Hottentot hoofdman Oubaas kwam ongeveer 3 keer bij hem langs. Bij het eerste bezoek kreeg Oubaas 2 koeien. Bij het tweede bezoek klaagde Oubaas dat al zijn vee dood was gegaan, waarop hij een jonge koe kreeg. Later ruilde Oubaas 4 jonge ossen voor 2 koeien en 2 kalveren, plus wat kralen en andere kleine spullen. Dit gebeurde ongeveer 5 jaar geleden.

Oubaas en zijn zoon brachten de 4 ossen zelf naar de boerderij. De man zou ook twee keer te paard naar de nederzetting van hoofdman Oubaas zijn gegaan om telkens 2 ossen te ruilen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0179  


In de laatste maand oktober is Frederik Sigmond Modeman, die corporaal was bij de Buffeljagts Rivier, langs gekomen toen de verdachte niet thuis was. De vrouw van de verdachte en zijn broer Zacharias de Beer waren wel thuis. Ook kwamen er enkele hottentotten en later de boer Johannes Swanepoel langs. De corporaal had op aanwijzing van de hottentotten 6 koeien en ongeveer 50 schapen apart gezet van het vee dat eerder met de hottentotten was geruild. De schapen bleven daar, maar de koeien werden meegenomen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0175  


Eerste gedaagde is naar de tweede gedaagde in de slavenverblijven gekomen terwijl de andere slaven sliepen. Hij vroeg of de tweede gedaagde mee wilde gaan naar het huis van Heer Appeldoorn om in het slavenhuis te stelen. Hij stelde voor om een klein voorwerp mee te nemen. De tweede gedaagde stemde hiermee in, terwijl hij dit juist had moeten weigeren en voorkomen.

Samen klommen ze over de muur van het erf van Heer Appeldoorn. De tweede gedaagde wist goed hoe alles in elkaar zat omdat hij daar eerder als huurarbeider had gewerkt. Hij maakte het houten venster van het slavenverblijf open, dat naast het woonhuis stond. Het venster was alleen maar dichtgedaan. Hij brak met zijn hand een gat in een van de glasruiten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0185  


De slavin Mina van Bougis, ook bekend als van Schoor, die eigendom was van dominee Johannes Appeldoorn, deed een verklaring. Begin december vorig jaar ging ze 's ochtends vanuit het woonhuis van haar eigenaar in Stellenbosch naar het slavenverblijf om spullen op te halen. Daar aangekomen zag ze dat de deur en het raam openstonden. Het deksel van haar kist was opengebroken. Ze ging meteen terug om dit aan haar eigenaar en zijn vrouw te melden. Toen ze samen teruggingen naar het kamertje, zag ze ook dat er een gat in een van de ruitjes van het raam was gebroken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0205  


In antwoord op vragen over de inbraak zegt Anto dat hij niets weet van het openbreken van de slavenkamer. Er wordt hem gevraagd of Pluts met hem mee naar binnen kwam nadat de deur van binnen was geopend. Ook wordt gevraagd of hij:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0199  


De verdachte heeft bekend dat zij over de muur van het terrein van meneer Appeldoorn zijn geklommen. Ze gingen naar het onderkomen van de slaven. Daar vonden ze een houten raam dat open stond. Matthijs heeft toen het raam verder open gemaakt en een ruit gebroken. Met zijn vinger draaide hij de houten grendel om zodat het raam helemaal open kon. Daarna maakte Matthijs de deur van binnenuit open en kon de verdachte naar binnen. Matthijs stak met een tondeldoos, vuursteen en wat pluis een kaars aan. Vervolgens heeft Matthijs net zo lang aan het deksel van de kist getrokken die van de slavin Mina was (eigendom van de eerwaarde heer Appeldoorn), totdat deze brak.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0192  


Een slavin genaamd Mina werd voorgelezen wat ze eerder had verklaard over gestolen goederen uit een kist van de kashouder Pluto van Java. Ze bevestigde dat dit allemaal waar was en wilde niets toevoegen behalve dat de goederen die haar nu werden getoond inderdaad de spullen waren die van haar waren gestolen. Ze bevestigde dit in aanwezigheid van Pluto zelf. Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop op 17 maart 1758 voor de raadsleden S. Alleman en Pieter Coningh.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0208  


De slaaf Pluto bekende op 17 maart 1758 in het kasteel de Goede Hoop aan de raadsleden R.S. Alleman en Pieter Coningh dat hij een voorschoot had gestolen en in tweeën had geknipt. Hij had de stukken aan veldwachter Andries Nesenius gegeven om er een broek van te maken. De voorschoot bleek gestolen te zijn van de slavin Mina. Op bevel van de plaatsvervanger werd de kist van Pluto opengemaakt en doorzocht, waarin de rest van de gestolen goederen werd gevonden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0194  


De burger Jan Bruijns is gisteren overleden aan een verwonding. De hoofdofficier van justitie Pieter Reede van Oudshoorn liet hierop het hoofd van een overleden slaaf onderzoeken in het ziekenhuis. Dit deed hij samen met:

De hoofdchirurg Bartho de St Jean onderzocht het hoofd. Hij kon niet met zekerheid zeggen of de slaaf was geschoten of geslagen. Hij vermoedde wel dat de slaaf was geslagen omdat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0796  


Weggelopen slaven kwamen bij elkaar en pleegden misdaden zoals moord en diefstal. Ze hadden vuurwapens, kruit en kogels. Dit was schadelijk voor de inwoners. De slaven ontvluchtten hun meesters en meesteressen, wat voor problemen en hoge kosten zorgde. Ondanks dat hun medeplichtigen streng werden gestraft, verbeterden ze hun gedrag niet. In plaats daarvan boden ze weerstand als iemand hen probeerde te vangen.

Om dit gevaarlijke probleem aan te pakken werd besloten dat iedereen toestemming kreeg om op slaven te schieten die:

Het maakte niet uit of de slaven hierbij levend of dood werden gepakt.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0805  


De gouverneur Maurits Pasques de Charonna, buitengewoon raadslid van de Nederlandse Oost-Indische Compagnie (VOC) aan Kaap de Goede Hoop, en zijn raad maken bekend dat er steeds meer klachten binnenkomen over weggelopen slaven die zich verzamelen op het platteland. Bij de beschrijving van gevonden spullen werden aangetroffen:

Op bevel van de gouverneur werd het aangetroffen lichaam begraven. Dit verslag werd ondertekend door secretaris J. F. Riemmendorf en bevestigd door klerk L. S. Faber.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0804  


De kok vond rond negen uur 's avonds bij een Chinese bewoner de achterpoort open. Hij ging met zijn lantaarn naar binnen. De hoofdofficier ging samen met Nicolaas Heijning, Henning Joachim Prehn, de hoofdchirurg Bartho de St Jean en de secretaris rond elf uur kijken wat er aan de hand was. Ze vonden de Chinees alleen en dood op de grond liggend. Hij lag op zijn rug met een dik en bebloed hoofd. Naast hem lag:

Er leek niets gestolen te zijn. De voordeur zat op slot en de sleutel was onvindbaar. De achterdeur stond open.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0801  


Op zondag 14 februari 1751 werd 's ochtends vroeg bij de Roode Blom aan het strand een gewonde slaaf gevonden. Hij werd naar het ziekenhuis gebracht. De slaaf, Cupido, had een ernstige hoofdwond aan de linkerkant. Hij had een stok onder zijn linkerarm. De verwonding was waarschijnlijk met geweld en op verraderlijke wijze toegebracht, zo blijkt uit het rapport van de hoofdchirurg. Na zijn overlijden werd opdracht gegeven het lichaam te begraven. De documenten werden ondertekend door L. Neethling en P.S. Faber als beëdigde klerken op woensdag 17 februari 1751.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0795  


Op 24 oktober 1748 heeft de opperchirurg Bartho de St Jean het lichaam van een slaaf onderzocht. Dit gebeurde in het ziekenhuis in aanwezigheid van fiscaal Pieter Reede van Oudshoorn, David D'Hileij en Henning Joachim Trehn. De slaaf heette Cupido en kwam uit Bengalen. Hij was eigendom van landbouwer Jacob Kruger de Jonge. Cupido was op 27 oktober vermist geraakt en werd de volgende dag dood gevonden. Het lichaam lag ongeveer een kwartier lopen van de boerderij van Kruger bij de Blauwe Berg. Hij was op een verschrikkelijke manier vermoord.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0794  


Nordje van Harden vertelde dat hij zijn wagen bij de zoute rivier had stilgezet. Om 12 uur 's nachts ging hij naar de kroeg om een fles brandewijn te halen. Daar vond hij twee jongens, waarvan April op een kist lag te slapen. Om 1 uur ging Nordje samen met een zoon van boer Gijsbert Verweij weer naar de kroeg. Ze klopten op de deur maar kregen geen antwoord. Ze gingen toen via de achterdeur naar binnen, die open bleek te zijn. De zoon van Verweij struikelde over een lijk. Toen ze de gruwelijke situatie zagen, zijn ze meteen weggerend. Van Aarden ging daarna zelf vanuit zijn huis naar de kroeg en trof dezelfde situatie aan. Na het melden bij de gouverneur werd opdracht gegeven om de twee lijken te onderzoeken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0793  


Na het vinden van een Deens muntje hebben mensen zich vanuit de tapperij naar buiten begeven. Daar zagen zij bloed op de grond en een druppel bloed op een steen. Men dacht dat de moordenaar via de achterdeur van de tapperij en door een poortje van het erf was gevlucht. Dit leek te kloppen omdat omstanders zeiden dat ze sporen hadden gezien van 5 mensen: 3 op blote voeten en 2 met veldschoenen. Ze hadden 2 sporen tot aan de rivier gevolgd en 3 door het veld richting de duinen of het ronde bosje. Van Aarden vertelde dat hij wakker was gemaakt door een zoon van landbouwer Jan Nortje om 1 uur.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0792  


De tweede oppermeester van het bestuur, Dirck Weijdenaar, heeft in een verklaring bevestigd dat twee tot slaaf gemaakten zijn vermoord. Van beiden zijn de benen afgehakt. Bij één van hen was ook de rechterhand verbrijzeld.

Op de plaats van de misdaad werd het volgende gevonden:

Al deze spullen lagen verspreid en waren met bloed bevlekt. Er stond ook een opengebroken kist waarvan de inhoud bebloed was. Van Aarden, die na het horen over de moord naar de herberg ging, verklaarde dat er 50 rijksdaalders in de kist hadden moeten zitten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0791  


Op 8 december 1740 gingen de onafhankelijke openbare aanklager Pieter Reede van Oudshoorn, samen met David D'Hillij en Jan Laurens Bestbier naar de boerderij van burger Johannes van Aarden bij de Soute rivier. Ze hadden gehoord dat er in de nacht ervoor twee slaven waren vermoord. Bij aankomst bracht Van Aarden hen naar de kroeg achter zijn woonhuis. Daar lagen twee dode slaven:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0790  


Er werden 2 slaven vermoord. Bij het onderzoek zijn in de tuin een rode fluwelen hoed en een borstrok met dunne knopen van één van de slachtoffers gevonden. Buiten de tuinmuur waren blootvoetse sporen te zien. De dader is niet bekend. Na een rapport aan de gouverneur is bevolen de lichamen te begraven. De 2 opperchirurgen van het gouvernement hebben de wonden van de lijken onderzocht in het hospitaal. Hun verklaring is vastgelegd door secretaris Jan Anton Siemmendorp.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0789  


De veroordeelde Bal Balij werd volgens een vonnis op 7 juli 1757 ter dood veroordeeld. Hij moest worden overgedragen aan de beul en levend worden geradbraakt, waarna zijn lichaam naar buiten de stad moest worden gesleept. Daar moest zijn lichaam op een rad blijven liggen tot het door de natuur en vogels zou zijn vergaan. De kosten van het proces moesten door hem worden betaald. Het vonnis werd ondertekend door I. van Reede van Oudshoorn en voor echt verklaard door klerk L.S. Faber.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0786  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/