Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De getuige verklaart dat er in een taal die hij niet kon verstaan een gesprek plaatsvond. Daarna heeft iemand een mes gepakt en daarmee de slaaf Augustus onverwachts neergestoken. De getuige zag de eerste steek niet, maar wel de tweede en derde. Hij ging meteen naar de andere slaven die op de dorsvloer aan het werk waren om hulp te halen. De dader was inmiddels weggerend. Ze vonden Augustus dood op de grond. De slaaf Jonas en een andere slaaf hebben de dader later gevangen genomen. De getuige verklaart dat de vermoorde Augustus zelf geen mes had getrokken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0225  


In de wettekst wordt verwezen naar het oorspronkelijke Goddelijke woord en naar verschillende rechtsgeleerden, waaronder van Leeuwen en Carel van Aller. Er wordt geëist dat verdachte Augustus van Mandhaar veroordeeld moet worden. Hij moet naar de gebruikelijke plaats voor het uitvoeren van straffen gebracht worden. Daar moet hij aan de beul worden overgedragen, die hem levend aan een kruis moet vastbinden. De straf moet zonder genade worden uitgevoerd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0219  


Een medewerker van de rechtbank (Clercq) heeft de verklaring van Vries van Madagascar voorgelezen in het bijzijn van getuigen Otto Wilhelm Rotenburg en Carel Frederik Brink. Dit vond plaats bij de rechtbank van het kasteel de Goede Hoop. Vries van Madagascar bevestigde dat zijn verklaring correct was opgeschreven.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0226  


De arts Willem Ferdinand Ho heeft onderzocht dat er bij het stoffelijk overschot deze verwondingen te zien waren:

In totaal waren er 7 verwondingen. Volgens de aanklager toont dit aan dat de verdachte deze moord met veel geweld heeft gepleegd. De aanklager wil dat de verdachte hiervoor wordt gestraft volgens de geldende wetten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0218  


Hij bekende tijdens zijn ondervraging dat hij, toen hij hoorde dat zijn meester weg was, zei "Nu is het mijn tijd". Dit toonde zijn slechte plan aan. Hij viel Augustus aan die geen wapens bij zich had. Hij stak hem eerst 3 keer. Daarna werd hij zo kwaad dat hij niet meer weet hoe vaak hij Augustus nog stak. Hij verklaarde ook dat de moorden die hij in zijn land pleegde tijdens een oorlog waren gebeurd. De verwondingen die hij Augustus had toegebracht werden onderzocht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0217  


Toen de slaaf de andere slaven zag naderen, draaide hij zich om en zei: "Boei me maar, ik heb vandaag een vrolijke dag gehad. Ik heb de galg verdiend want ik heb in mijn land al meer mensen vermoord." De andere slaven hebben hem vastgebonden en aan het gerecht overgedragen. Bij zijn ondervraging probeerde hij als een doorgewinterde crimineel zijn slechte bedoelingen en de gruwelijke moord te verbergen. Hij ontkende dat hij zijn mes op een rots had geslepen en dat hij van plan was om Augustus aan te vallen. Hij beweerde dat Augustus hem eerst in het gezicht had geslagen na een woordenwisseling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0216  


Na een ruzie over een zakdoek waren enkele slaven bezig met het vullen van watervaten. Toen er woorden in het Maleis werden gewisseld, viel één slaaf plotseling een andere slaaf genaamd Augustus aan met een mes. Nadat Augustus gewond op de grond viel, ging de aanvaller op hem zitten. Met het mes in beide handen bleef hij Augustus in de borst steken, zelfs nadat deze al was overleden. Na Augustus met 7 steekwonden op wrede wijze te hebben vermoord en zijn mes te hebben weggegooid, vluchtte de dader toen hij andere slaven zag aankomen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0215  


Op 29 december deed een slaaf op de boerderij van zijn meester bij de Klapmuts genaamd Elsenburg het volgende: terwijl hij met slavin Lea van de Kaap aan het wieden was in de tuin, sleep hij zijn mes op een steen. Nadat zijn meester met de wagen was vertrokken, vroeg hij aan Lea waar deze heen was gegaan. Toen hij hoorde dat zijn baas naar Kaap was gegaan, zei hij "Nu is het mijn tijd". Met het mes aan een touw aan zijn broek bevestigd ging hij naar de nabijgelegen dam. Daar waren andere slaven aan het werk: Vries van Madagascar en Augustus van Sambouwa.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0214  


Adriaan van Schoor, de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, diende een aanklacht in bij de rechtbank van deze regio. De voorzitter was Sergius Swellengrebel. De zaak betrof Augustus van Mandhaal, een slaaf van burger Marten Melk. Hij werd beschuldigd van moord op een andere slaaf, Augustus van Sambouwa. De landdrost leverde bij zijn aanklacht 6 bewijsstukken aan, gemerkt met de letters A tot en met F.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0213  


In aanwezigheid van de soldaat Frans van Holte heeft men in het Kasteel de Goede Hoop op 10 januari 1759 een verklaring geheel rechtmatig afgenomen. De verklaring is officieel vastgelegd door de raadsleden R. S. Alleman en Brand uit de Raad van Justitie, samen met de beëdigde klerk L. S. Faber.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0210  


De rechtbank veroordeelde Francies van Holte en Carel Kosterman tot de volgende straffen:

Dit vonnis werd uitgesproken in kasteel de Goede Hoop en ondertekend door secretaris C. L. Neethling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0021  


De rechtbank heeft in een zaak tussen:

De verdachte werd berecht voor een gewelddadige verwonding. Hij had geen verdediging. De rechtbank veroordeelde hem tot:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0024  


Op 5 januari 17 werd op het kasteel van Kaap de Goede Hoop een verhoor afgenomen door de rechters R.S. Alleman en H. van der Heijde. De verdachte Augustus van Mandhaar erkende dat hij de doodstraf verdiende voor een door hem gepleegde moord. Dit is vastgelegd door de beëdigde klerk.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0242  


Er waren 4 rechtzaken met bijbehorende documenten en vonnissen:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0106  


In deze rechtszaak kreeg Augustus van Mandhaar de doodstraf. De straf werd uitgesproken namens:

De veroordeelde moest naar de gebruikelijke plaats voor executies worden gebracht. Daar zou hij:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0023  


Deze verklaring is 5 januari 1759 voorgelezen in het kasteel de Goede Hoop. De slaaf Augustus van Mandhaar was hierbij aanwezig. De leden van de Raad van Justitie R. S. Alleman en H. van der Heijde hebben dit document ondertekend, samen met de beëdigde klerk L. L. Faber.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0235  


Op 1 februari 1759 vond een belangrijke rechtszaak plaats in de voormiddag. De vergadering werd voorgezeten door Serguis Swellengredel als president, samen met alle leden en drie burgerraadsleden.

De rechtszaak ging over Augustus van Mandhaar, een lijfeigen (slaaf) van burger Marten Melk. Hij werd beschuldigd van moord op zijn medeslaaf Augustus van Sambouwa. De landdrost van Stellenbosch en Drakenstijn presenteerde 5 verklaringen als bewijs.

Tijdens de rechtszaak bekende de beschuldigde schuld en gaf hij toe de doodstraf te verdienen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0022  


Marten Melk verklaarde aan landdrost Adriaan van Schoor van Stellenbosch en Drakenstein het volgende. Op vrijdag 29 december werkte hij met zijn medeslaaf Augustus van Mandhaar in de tuin van hun meester op diens landgoed Elsenburg. Augustus sleep zijn mes op een steen en vroeg waar hun meester was. Toen Marten vertelde dat deze naar de Kaap was gereden, zei Augustus: "Nu is het mijn tijd." Hierna vertrok Augustus met het mes.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0221  


Het register van strafrechtelijke zaken in het kasteel de Goede Hoop uit 1759 bevat de volgende verdachten:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0090  


De slaaf Augustus van Mandhaar had al bloed aan zijn hand toen hij werd aangetroffen. Hieruit werd geconcludeerd dat hij degene moest zijn die het slachtoffer had neergestoken. Dit werd vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 5 januari 1759, in aanwezigheid van raadsleden R. S. Alleman en H. van der Heijde. Het document werd ondertekend door deze raadsleden, de aangever en klerk L. L. Faber.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0227  


Augustus van Mandhaar, een 50-jarige slaaf van de burger Marten Melk, werd ondervraagd door het bestuur van Stellenbosch en Drakenstein. De slaaf woonde op de boerderij Elsenburg bij Clapmuts. In de tuin was hij op vrijdag in december aan het wieden met de slavin Lea.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0236  


De getuige zag dat twee jongens bovenop elkaar lagen. Hij ging er meteen naartoe. Dichterbij gekomen zag hij dat zijn medeslaaf Augustus van Mandhaar bovenop Augustus van Sambouwa zat. Augustus van Mandhaar hield met beide handen een mes vast waarmee hij Augustus van Sambouwa steeds in de borst stak. Toen de getuige riep "Hé, wat doe je daar?" liet Augustus van Mandhaar los en vluchtte weg. De getuige riep de andere slaven die op de dorsvloer werkten. Zij haalden Augustus van Mandhaar in en namen hem gevangen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0229  


De slaaf Augustus van Mandhaar, ongeveer 50 jaar oud en eigendom van burger Marten Melk, heeft zonder dwang of dreiging een bekentenis afgelegd aan de rechtbank. Op vrijdag 29 december bevond hij zich 's middags samen met de slavin Zea in de tuin van de boerderij Elsenburgh bij de Klapmuts. Ze waren daar aan het wieden. Augustus sleep zijn mes, dat aan een touw aan zijn broek hing, op een steen. Hij vroeg aan Zea waar hun eigenaar was. Toen zij antwoordde dat deze naar de Kaap was gereden, vertrok hij direct met de woorden "Nu is 't mijn tijd!"

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0245  


De slaaf Joseph vroeg aan een kleermaker een stuk zeebaard terwijl deze bezig was met het maken van een mousseline broek. Joseph nam dit mee naar het huis van dominee Johannes Appeldoorn, waar bleek dat het eigendom was van Appeldoorn's slavin Mina. De plaatsvervangende landrechter Coenraad Berkman liet daarop de kist van Casper Pluto openen. Daarin werden gevonden:

Deze spullen waren gestolen van de eerder genoemde slavin en werden door Berkman in beslag genomen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0210  


De daders hebben een houten klink van een raam losgedraaid om binnen te komen in een kamer waar slaven verbleven. De tweede dader klom door het raam naar binnen en opende de deur voor de eerste dader. Met een lantaarn en aansteker die de eerste dader had meegebracht, staken ze een kaars aan. Samen trokken ze zo lang aan een kist van de slavin Mina van Bougis totdat het deksel brak. Uit deze kist stalen ze:

De eerste dader stopte alle gestolen spullen in een van de kussenslopen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10957 / 0186  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/