Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Smuts ging kijken in de Tuin en trof het volgende aan:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0788 Op een middag gingen Rudolph Siegfried Alleman, Hendrik Lodewijk Bletterman, de secretaris en de tweede hoofdchirurg van het ziekenhuis Jan van der Riet naar de voet van de Tafelberg achter het kasteel. Daar vonden ze in een uitgelopen sloot het lichaam van de slavin Alima, die eigendom was van Hendrina Janson, de gescheiden vrouw van burger Pieter Therron. Alima's keel was doorgesneden. Dit kon ze niet zelf hebben gedaan omdat er geen bloed aan haar handen zat. Onder haar rug, waar veel bloed op de grond lag, vonden ze een bloot pokhout mes met bloed erop. Ongeveer twee stappen verderop lag een bundel met spullen in een servet met de letters G.B.D.R.12, met daarin:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0803 Op zaterdag 6 augustus 1746 deed burger Hermanus Smuts een melding bij rechter Pieter Reede van Oudshoorn. Hij vertelde dat hij die ochtend om 7 uur een slaaf naar zijn tuin in de Tafelvalleij had gestuurd. De slaaf kwam terug met het bericht dat hij bij aankomst de slaaf Antoni van Maccassar, die daar als bewaker werkte, dood voor de deur had gevonden. Hoewel de deur halfopen stond, durfde de slaaf niet naar binnen te gaan. Hij wist daardoor niet of de slavin Rosetta van Maccassar, die daar samen met Antoni woonde, nog leefde.
Hierop gingen de volgende personen naar de tuin:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0787 De dader van de moord is gevlucht. Ondanks veel moeite konden ze niet achterhalen wie verantwoordelijk was voor deze vreselijke daad. De volgende dag hebben twee hoofdartsen van het ziekenhuis onderzocht dat de schedel van de Chinese man vrijwel helemaal kapot was geslagen. Ze hebben dit gerapporteerd aan de heer Sergiu Swellengrebel. Hij gaf opdracht het lichaam te begraven. Op vrijdag 9 april 1756 kwam er een melding dat er aan de voet van de Tafelberg een slavin dood lag met afgesneden haar. De onafhankelijke aanklager Pieter Reede van Oudshoor ging erheen met hulp.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10956 / 0802 De slaaf Baatjoe uit Boegies was getuige toen iemand haar met een mes verwondde. Dit werd verklaard op 28 december 1756 aan de Kaap de Goede Hoop. De verklaring werd door de opzichter Lambert vertaald van het Madagaskars naar het Nederlands, voor de raadsleden Hillij en Bletterman. De klerk Faber bevestigde dit document. Het werd gedaan op verzoek van de Fiscaal Pieter Reede van Oudshoorn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 1010 De Indische gevangene Baatjoe van Boegies werd op 30 december 1756 in Kaapstad veroordeeld tot een straf die bestond uit:
Het vonnis werd ondertekend door Pr Reede van Oudijhoorn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 1000 De dader heeft, nadat het slachtoffer zijn geld weigerde, het geld op de grond gelegd. Met haar toestemming heeft hij haar overal aangeraakt. Daarna heeft hij geprobeerd haar te verkrachten. Toen dat niet lukte omdat hij niet met zijn geslachtsdeel bij haar kon binnendringen, heeft hij uit woede en omdat zij begon te schreeuwen een mes gepakt. Hij heeft haar onverwachts en kwaadaardig in haar geslachtsdeel gestoken. Volgens de verklaring van de hoofdartsen van het Hospitaal was de steekwond een grote vingerlengte lang en ongeveer twee vingers diep aan de onderkant. Hierbij zijn weefsel en bloedvaten beschadigd. Het slachtoffer is nu bijna genezen van deze verwondingen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0997 De onafhankelijke officier van justitie Pieter Reede van Oudehoorn diende een aanklacht in bij rechter Sergius Swellengrebel en de rechtbank van het bestuur. De aanklacht was tegen Paatjoe uit Boegies, een slaaf van burger Matthejs van Wielig. Paatjoe werd beschuldigd van het verwonden van een andere slaaf genaamd Sinana uit Madagascar. Als bewijs werden de bekentenis van de aangeklaagde en een verklaring van het slachtoffer voorgelegd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0995 De rechtbank in het Kasteel de Goede Hoop stuurde op 14 oktober 1756 een officiële oproep aan de burger Andries Tesselaar. Hij moest binnen 14 dagen naar het kasteel komen om zich te verantwoorden voor de rechtbank of een commissie daaruit. De reden was dat hij beschuldigd werd van doodslag op een andere burger genaamd Swens. Het document werd ondertekend door president P. Swellengrebel, P.L. Neethling als secretaris, en voorzien van het officiële stempel van de Compagnie in rode lak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0990 Op 19 juli ging De Baaijf 's ochtends met een geweer jagen. Hij kwam rond de middag thuis zonder iets geschoten te hebben en zette zijn geweer in een hoek achter de deur. 's Avonds ging hij met zijn logé Swens Cornelisz kaarten en wijn drinken in de herberg van De Baaijf. Ze speelden tot 3 uur 's nachts door en gingen toen zonder ruzie elk naar een aparte kamer om te slapen. De volgende ochtend, 20 juli rond 8 uur, stond De Baaijf op en ging met een fles jenever naar de kamer waar Swens Cornelisz nog lag te slapen. Hij maakte Swens Cornelisz wakker.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0982 De dokter J. V. D. Riet gaf aan dat een schuin lopende wonde bij iemands dijbeen liep tot aan het gewricht. De slagader en ader waren door de wond gescheurd en een groot deel van de spieren was kapot. De dokter verklaarde dat de verwonding dodelijk was door de schade aan de bloedvaten. Hij ondertekende dit aan de Kaap de Goede Hoop op 13 augustus 1756. De bestuurder Sergius Swellengrebel en de rechtbank ontvingen een verzoek van de openbare aanklager Pieter Reede van Oudshoorn over de situatie van de burger Andries Lesselaar die een drankzaak had.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0981 De tweede hoofdchirurg van het ziekenhuis van de VOC verklaarde op verzoek van hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn dat hij op 21 juli in het VOC-bierhuis in False Bay het lichaam van burger Sweris Cornelisz uit Kopenhagen had onderzocht. Hij vond een schotwond van hagel ter grootte van een halve zilveren dukaat aan de rechterkant van het geslachtsdeel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0980 Sweris Cornelisz probeerde tevergeefs iemand tegen te houden door heen en weer te rennen. Die persoon vluchtte zijn kamer in en deed de deur achter zich dicht. Hij zei tegen Sweris dat als hij in zijn kamer was en de deur dicht deed, Sweris dan buiten moest blijven. Sweris trok vervolgens de deur met een touwtje dicht, omdat er geen slot op zat. Terwijl de vluchteling probeerde de deur van binnenuit open te krijgen, zei Sweris spottend tegen vrijwachter Jan van Ceijlon en zijn stiefzoon dat ze die man daar in de gevangenis zouden houden. De man binnen reageerde hier niet op.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0935 De verdachte probeerde Sweris Cornelisz lastig te vallen. De verdachte had een kromme been en Sweris legde lachend zijn hand op zijn kuit terwijl hij een opmerking maakte over de kuiten van Amsterdam. Toen probeerde de verdachte Sweris achterlangs een schop te geven, maar tot twee keer toe vloog zijn muil (een soort schoen) van zijn voet: één keer tegen een balk en één keer door een open deur op een legger (een vat). De verdachte haalde zijn muil zelf weer op. Daarna dronken ze samen: de verdachte thee en Sweris koffie. Ook aten ze wat. Na het eten probeerde de verdachte Sweris aan zijn kleren te grijpen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0934 Op maandag 19 juli ging Sesselaar 's ochtends vroeg op jacht. Bij thuiskomst zette hij zijn geweer in een hoek van de kamer naast een vat. Hij ging vriendschappelijk kaarten met Swenis Cornelisz om een fles wijn als inzet. Ze speelden tot 3 uur 's nachts zonder ruzie. Na elkaar welterusten te hebben gewenst, gingen ze slapen tot ongeveer 8 uur 's ochtends. Toen kwam Sesselaar bij de nog slapende Swenis Cornelisz met een fles jenever. Nadat Cornelisz wakker was geworden, zich had aangekleed en gewassen, dronken ze samen een borrel en maakten ze grapjes.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0933 Andries Sesselaar wordt opgeroepen om zich te verantwoorden voor het doden van Sweris Cornelisz. Sesselaar was afwezig en werd daarom via klokluidingen officieel opgeroepen. Als hij niet zou komen opdagen, zou er een rechtszaak tegen hem worden gevoerd.
Na 4 verschillende oproepen is Sesselaar niet komen opdagen. Hierdoor verloor hij het recht om zich te verdedigen of uitzonderingen aan te vragen. De rechters zullen daarom de aanklacht in behandeling nemen.
Sweris Cornelisz had ongeveer 2 maanden bij Sesselaar in Simonsbaai gewoond voordat hij werd doodgeschoten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0932 De hoofdaanklager Pieter Reede van Oudshoorn diende op 30 september een aanklacht in bij rechtbankvoorzitter Sergius Stellengrebel en de Raad van Justitie tegen burger Andries Sesselaar. De aanklacht betrof doodslag.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0931 Op 23 juli 1756 verscheen voor Christiaan Ludolph Neethling, secretaris van de rechtbank in het kasteel in Kaap de Goede Hoop, de 15-jarige Hendrik Staat uit Kaap de Goede Hoop. Hij deed een verklaring op verzoek van Pieter Reede van Oudshoorn, de Fiscaal. Hendrik verklaarde dat zijn stiefvader Sweris Cornelisz en hij ongeveer twee maanden geleden naar de Baai waren gegaan. Daar verbleven ze bij Andries Tesselaar, een burger die drank verkocht in een herberg. Op maandag 19 juli was Tesselaar vroeg in de ochtend met een geweer op jacht gegaan. Toen hij rond het middaguur terugkeerde had hij niets geschoten. Hij legde zijn geweer in zijn kamer.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0957 De dokter werd geroepen om Sweris Cornelisz nog een keer te verbinden. De verteller werd ondertussen opgeroepen door de Neijs en ging daar naartoe. Bij terugkomst bleek dat de dader het huis had verlaten en de bergen in was gevlucht. Sweris Cornelisz werd steeds zwakker en overleed rond 10 uur.
Deze verklaring werd afgelegd op het gerechtelijk secretariaat in aanwezigheid van klerken Lucas Sigismundus Faber en Iochem Frederik Mentz als getuigen. Zij hebben samen met de verteller en secretaris C.L. Neeth het document ondertekend.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0972 De slavin Sinana van Madagaskar verscheen voor rechters van de Raad van Justitie. Na het voorlezen van haar eerdere verklaring, voegde ze hier aan toe dat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 1009 Baatjoe van het Boeginese volk, een slaaf van burger Matthijs van Wielig, verscheen voor afgevaardigden van de Raad van Justitie. Hij was ongeveer 36 jaar oud. Op verzoek van openbaar aanklager Pieter Reede van Oudshoorn verklaarde hij het volgende:
Op de ochtend van gisteren rond 8 uur ging hij water halen vanuit de woning van zijn eigenaar, die in de tuin Vreedenburg stond. Toen hij terugkwam met het water en bij de pottenbakkerij was, zag hij een slavin van de VOC die in de sloot aan het wassen was. Hij kende haar van gezicht maar wist haar naam niet. De slavin riep hem, vroeg om geld en bood aan dat hij haar mocht 'gebruiken'. Baatjoe ging naar haar toe en ze gingen samen opzij.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 1001 Nadat een man een jonge slavin genaamd Tinana had aangevallen vanwege haar weigering om aan zijn seksuele verlangens te voldoen, vertrok zij naar een steenbakkerij in de buurt. Daar vertelde ze over het voorval aan de mandoor (opzichter) Lambert van de Caab. Deze stuurde haar naar het ziekenhuis van de Compagnie en liet de dader oppakken. De verdachte is vervolgens overgedragen aan justitie. De aanklager vraagt nu wat voor straf de gevangene volgens de wet verdient en verwijst daarbij naar een jurist, Simon van.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0998 Van Leeuwen schrijft in zijn boek over Romeins-Hollands recht dat de straf voor misdaden vaak aan het oordeel van de rechter wordt overgelaten. Dit komt door wisselende omstandigheden die de straf kunnen verzwaren of verlichten. De gewonde slavin Tinana is nu weliswaar hersteld, maar dat is niet te danken aan de voorzichtigheid van de gevangene. Met zijn steek had hij haar gemakkelijk kunnen doden. De steek werd bovendien op een kwaadaardige, onverwachte en verraderlijke manier toegebracht, wat iedereen met verbijstering vervult. De aanklager eist daarom een voorbeeldstraf om anderen af te schrikken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0999 Op maandag 6 december verliet een gevangene zijn woning Vreethenburg om water te halen. Bij terugkomst zag hij samen met een slaaf genaamd Augustus een slavin genaamd Tinana, die hij alleen van gezicht kende. Ze was bezig met het wassen van vuile kleding in een sloot bij de pottenbakkerij van de Oost-Indische Compagnie. De gevangene ging bij haar staan, terwijl Augustus, die niets wist van zijn plannen, doorliep naar de sloot om zijn eigen kleding te wassen. De gevangene vroeg Tinana of hij seks met haar mocht hebben. Hij bood haar daarvoor een doek of een oud gescheurd hemd van zijn eigenaar aan, met een dubbeltje dat in de zoom van het hemd was geknoopt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0996 Toen de gevangene op 1 oktober de wacht hield bij het Fort de Knocke tussen 12 en 2 uur 's nachts, moest hij toezicht houden op bouwmaterialen voor het fort. Hij ging vermoeid op een stapel stenen zitten en viel in slaap. Een onbekende zwarte jongen, die nog niet lang in het gebied was, stal zijn geweer terwijl hij sliep.
Toen de gevangene wakker werd en dit ontdekte, zag hij de jongen nog lopen in het maanlicht. Hij achtervolgde hem en haalde hem in bij een watermolen (waarschijnlijk de graanmolen). De gevangene nam zijn geweer terug van de jongen, die het bajonet al had verloren. Hij dreigde de jongen met zijn zwaard.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10955 / 0880 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/