Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Een slaafgemaakte vrouw Janetje betrapte een man terwijl ze bij het raam stond van haar eigenaar's huis. Janetje had de taak om op kalkoenen te passen en was al vaker gestraft toen kalkoenen stierven - ongeveer 8 waren er al dood gegaan. Ze zag de dader een kalkoenhen van het nest pakken en achter de muur verdwijnen.

Omdat Janetje bang was dat de kalkoen gestolen zou worden, en ook bang was voor straf als deze laatste broedhen zou sterven, volgde ze de man. Ze vond hem achter de muur waar hij probeerde de kalkoen seksueel te misbruiken. Hoewel de kalkoen luid schreeuwde, kon Janetje niet zien of de daad volledig werd uitgevoerd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0469  


De dief nam een klein pakketje mee met daarin verschillende zilveren voorwerpen:

Hij verstopte het pakket eerst onder een rots en ging er slapen. De volgende dag werd hij bang en wilde het terugbrengen naar het huis van Pagen, maar omdat er te veel mensen op straat waren, legde hij het neer bij het huis van burger Brand op het Veld.

Later stal hij nog meer spullen uit de kist van de tweede knecht:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0552  


Gysbert Rogiers, ongeveer 40 jaar oud, heeft in de gevangenis zonder dwang bekend wat er is gebeurd. De rechtbank heeft het volgende vastgesteld: Op woensdag 4 juni rond 7 uur 's avonds was Rogiers in de bakkerij van zijn werkgever, die met zijn vrouw uit was. Hij ontdekte dat de slavin Tjiendra, met wie hij een relatie had, zich met zijn medeslaaf Casar in de droogkamer boven de bakkerij bevond. Uit jaloezie klom Rogiers naar boven waar hij zag dat ze seks hadden. Hij sloeg Casar met zijn hand en ging weer naar beneden. Daarna ging Rogiers, gewapend met een mes, onder aan de ladder staan. Toen Tjiendra als eerste naar beneden kwam, stak hij haar van achteren met het mes.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0508  


Een slavin genaamd Tziendra viel neer bij een raam en bleef daar liggen. De jonge slaaf Ontong riep "loop, loop" en vluchtte. De verteller vluchtte ook het huis uit, gevolgd door Ontong die zei dat er een amok (gewelddadig incident) in het huis was. Ze wisten op dat moment niet wie er bij betrokken was. Ze meldden dit bij hun eigenaar. Later vertelde de jonge slaaf Januari dat de slaaf Cesar op de vlucht was toen de slaaf Pieter hem bij de voordeur had gestoken. Ze hadden niet gezien waar precies. De volgende ochtend zagen ze bloed liggen in de droogkamer en bij de ladder, maar ze wisten niet of dit het bloed was van de slavin die bij het raam dood was blijven liggen of van de slaaf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0501  


De gevangene ontkent een diefstal te hebben gepleegd in het huis van burger Pagen. Hij zegt dat hij van de Berg naar de Kaap kwam om brood te kopen bij Frans de Wikker. Toen hij langs het huis van Johannes Pagen liep, zag hij in de gang een man staan met een blauwe jas en slaapmuts. Deze man rende weg toen hij de gevangene zag. De gevangene vond toen een bundel met goederen in de gang die hij meenam. De rechters kunnen echter uit de ondervraging zien dat de gevangene liegt. Hij wordt bij verschillende gelegenheden van leugens betrapt. Bijvoorbeeld bij artikel 13, waar hij ontkent dat hij met de slavin Flora is weggelopen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0522  


De getuige vertelde dat hij een groene rok en oude schoenen droeg. Antro was al weg uit zijn huis. Op de avond was hij naar Kaap gekomen om voor een dubbeltje brood te kopen om van te leven. Hij heeft niet de nacht van 15 op 16 doorgebracht in het huis van burger Johannes Pagen. Hij had brood gekocht bij Frans de nekkar.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0549  


Op 29 december 1758 hebben de oud-raadsleden Andries Brink en Nicola Vlok in Clapmuts bij de woning van burger Martin Mel het lichaam van de slaaf August van Sambouwa onderzocht.

Ze vonden verschillende verwondingen op het lichaam:

Al deze verwondingen waren toegebracht met een scherp wapen. Het document is ondertekend door Willem Ferdinand Hoijer in Stellenbosch.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0244  


Anto werd vastgepakt nadat hij zijn mes had weggegooid en een stuk was weggelopen. Toen de slaven hem benaderden, draaide hij zich niet om en zei dat ze hem maar vast moesten maken. Hij vertelde dat hij een vrolijke dag had gehad en dat hij toch de galg had verdiend. Hij bekende dat hij in zijn land van herkomst nog meer mensen had vermoord - dit was volgens hem het 7e slachtoffer. De slaaf Jonas van de Caal trok Anto's hoofddoek af en bond hem daarmee vast. Diezelfde avond werd Anto naar het Stellenbosch gebracht en aan justitie overgedragen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0241  


Willem Ferdinand Hoijer, die als burger-chirurgijn in Kaap de Goede Hoop werkte, heeft op 6 januari 1759 een verklaring afgelegd aan R. I. Alleman en H. van der Heijde, leden van de Raad van Justitie. Hij hoorde van de slavin Lea dat zijn baas naar de Kaap was gereden, waarop hij zei "nu is het mijn tijd". De verklaring werd ondertekend door de ondervraagde en de beëdigde klerk L. S. Faber.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0243  


De getuige verklaart dat Augustus van Sambouwa werd aangevallen. Antonij heeft het mes in één hand gehouden. Nadat Augustus door verwondingen op de grond viel, is er iemand op hem gaan zitten. Deze persoon stak hem met een mes in beide handen, zelfs nadat Augustus al was overleden. Terwijl dit gebeurde kwam Anthonij van Nagapatnam, een medeslaaf, bij de situatie en riep iets. De dader sprong van het lichaam van Augustus van Sambouwa af toen hij andere slaven zag aankomen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0240  


Op 1 februari 1759 werd Augustus van Mandaar in het kasteel De Goede Hoop ter dood veroordeeld. Het vonnis luidde dat hij op de gebruikelijke plek ter executie gebracht zou worden. Daar zou hij:

Hij moest ook de kosten van het proces betalen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0249  


Antonio heeft bij de Dam een gesprek gehad met Augustus van Sambouwa in het Maleis. Toen Antonio vroeg waarom hij geslagen zou worden, kreeg hij als antwoord dat hij een grote mond had. Antonio kreeg vervolgens een klap, waarna hij zo kwaad werd dat hij zijn mes trok en Augustus een paar keer stak. Augustus, die ongewapend was, deed een paar stappen achteruit en viel dood neer op de grond. Op het eiland Madagascar waren ze bezig enkele vaten met water te vullen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0239  


Op 3 was het document ondertekend door:

Het document werd officieel gemaakt in aanwezigheid van secretaris C.L. Neethling. De toestemming voor uitvoering werd gegeven door R. Tulbagh.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0250  


De slaaf vroeg aan slavin Lea waar de baas naartoe was gereden. Zij antwoordde dat hij naar de Caal was gegaan. De slaaf ging naar de Dam om vuur te vragen van Augustus. Hij ontkent dat hij van plan was om Augustus van Dambouwa te vermoorden met diens mes dat aan een touw aan zijn broek hing. Lea had verteld dat de baas naar de Caa was gereden. De slaaf ontkent dat hij toen zei "Nu is het mijn tijd."

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0238  


Op 4 januari 1759 kwam de slaaf Fries van Madagascar voor de klerk Lucas Digismun Faber in Stellenbosch en Drakenstein. Hij deed dit op verzoek van de rechter Adriaan Van Le. Fries vertelde dat op 29 december, na het eten, hij samen met zijn medeslaaf Augustus van Boegie bij een dam water aan het scheppen was in vaten. Daar kwam een andere slaaf langs die ook Augustus van Boegie heette, die in het Maleis sprak met de eerste Augustus.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0224  


Anto verklaarde dat hij eerder een geschil had over een zakdoek. Zijn mes, dat hem werd getoond, had hij op een rots geslepen. Er werd gevraagd of hij dit mes had geslepen met het plan om zijn medeslaaf Augustus van Hambouwa aan te vallen en te vermoorden. Augustus was samen met de slaaf Vries van Madagascar aan het werk bij de dam. Ook werd gevraagd of Anto eerder al onenigheid of ruzie had met Augustus van Sambouwa, en wat er was gebeurd nadat zijn eigenaar met de wagen was vertrokken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0237  


Lea van de Caab verklaarde voor de Raad van Justitie van het kasteel in Kaap de Goede Hoop dat haar verklaring, die woord voor woord was voorgelezen, volledig waar was. Zij wilde er niets aan toevoegen of verwijderen. In aanwezigheid van de slaaf Augustus van Mandhaar bevestigde zij dat alles de zuivere waarheid was. Deze verklaring werd bevestigd in het kasteel van Kaap de Goede Hoop op 5 januari 1759, voor de raadsleden R. Salleman en H. van der Heijde. De betrokkenen en de beëdigde klerk ondertekenden het document. Het werd ondertekend door beëdigd klerk L.S. Faber.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0223  


Op de Kaap de Goede Hoop hebben de getuigen Otto Wilhelm Rotenburg en Carel Frederik Brink samen met de klerk een verklaring afgelegd. De verklaring werd ook ondertekend door Jonas van de Kaap, die verscheen voor de leden van de Raad van Justitie. De verklaring werd opgenomen in het kantoor van de secretaris van justitie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0234  


De slaaf Augustus werd achterhaald toen hij op de vlucht was. Hij gaf zichzelf aan met de woorden dat hij het verdiende opgehangen te worden, want hij had al eerder 7 mensen vermoord in zijn thuisland. De getuige trok de hoofddoek van Augustus' hoofd en bond hem daarmee vast. Ze gingen eerst kijken bij de gewonde Augustus (een ander persoon), die al dood op de grond lag. Daarna brachten ze hem naar het huis van zijn eigenaar, die niet thuis was. De eigenares gaf opdracht om Augustus naar de rechter in Stellenbosch te brengen en aan justitie over te dragen. Dit hebben ze gedaan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0233  


Jonas van de Caab, slaaf van burger Marten Melk, legde een verklaring af voor de rechtbank van justitie, vertegenwoordigd door klerk Lucas Digismund us Faber. Dit gebeurde op verzoek van de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Adriaan van Schoor, op 4 januari 1759. Hij verklaarde dat op 29 december na de middagmaaltijd het volgende was voorgevallen: Toen hij met andere slaven op de dorsvloer gerst aan het schoonmaken was, kwam de slaaf Anthonij van Mallebaar hen vertellen dat de slaaf Augustus van Boegies een andere slaaf met dezelfde naam bij de dam had vermoord met een mes.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0232  


De slavengetuige Anthonij uit Nagapatnam heeft op 5 januari 1759 in het kasteel de Goede Hoop zijn verklaring afgelegd. Na het voorlezen bevestigde hij dat alles klopte en er niets aan toegevoegd of weggehaald moest worden. In aanwezigheid van de slaaf Augustus uit Mandhaar verklaarde hij dat alles de zuivere waarheid was. Dit gebeurde voor de raadsleden R.S. Alleman en H. van der Heijde uit de Raad van Justitie. De akte is ondertekend door de getuige en de beëdigde klerk L. Faber.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0231  


Jochem Hendrik Borgwedel en Pieter Caspar gaven hun verklaring in aanwezigheid van de klerk. Ze zagen een kabel die aan een broek hing bij een dam waar de opslagplaatsen werden schoongemaakt. Deze verklaring werd afgelegd bij het secretariaat van justitie van het Kasteel de Goede Hoop.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0222  


Op 1 januari 1759 verscheen Anthonij van Nagapatnam voor Lucas Sigismund Faber, een beëdigd klerk bij het gerechtshof. Anthonij was een slaaf van burger Marten Melk. Hij legde een verklaring af voor de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Adriaan van Schoor. Anthonij verklaarde dat hij op vrijdag 29 december 's middags op de plaats Elsenburg bezig was met het schoonmaken van gerst op de dorsvloer. Toen hij naar het woonhuis wilde gaan om een kalebas met water te halen, hoorde hij een hard geschreeuw bij de nabijgelegen dam. Daar waren zijn medeslavenl Augustus van Sambouwa en Vries van Madagascar bezig met het vullen van enkele leggers (vaten) met water.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0228  


De beschuldigde vertelde, met een blijde uitdrukking op zijn gezicht, dat dit een vrolijke dag voor hem was. De ambtenaar legde dit vast, samen met andere getuigenissen. Dit vond plaats op de rechtbank van het fort De Goede Hoop in Kaapstad, in aanwezigheid van de klerken:

De aanwezigen en de beëdigde klerk ondertekenden de verklaring.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0230  


Op 4 januari 1759 en 18 januari 1759 vond een rechtszaak plaats waarbij een slaaf genaamd Lea van de Caal voor het gerecht kwam. De rechtszaak werd gedocumenteerd door de beëdigde klerk Lucas Digismunder Faber. Lijfeigene Van de Caal werd ter dood veroordeeld. Hij moest levend geradbraakt worden en daarna op een rad op een buitenlocatie worden tentoongesteld als prooi voor de vogels. Het vonnis werd ondertekend door A. van Schoor.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10958 / 0220  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/