Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De heer Pieter van Reede van Oudshoorn, die onafhankelijk aanklager was, heeft een aanklacht ingediend bij de rechtbank van deze kolonie. De president van de rechtbank was Sergius Swellengrebel. De aanklacht was tegen Pieter van Balij, een slaaf van luitenant Gijsbert Rogiers. Hij werd beschuldigd van het plegen van 2 geplande moorden.
Als bewijs werden de volgende documenten ingediend:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0491 Hij heeft bekend dat hij 5 dagen later rond het middaguur met een slavenjongen genaamd Cobus water ging halen bij de fontein. Ze hadden een kalebas bij zich. Bij het Vaderlands riet zagen ze een kalkoenhen met haar kuikens lopen. Hij werd weer door lusten gedreven en ving de kalkoenhen. Hij ging in het riet zitten met de kalkoenhen tussen zijn benen om seksuele handelingen te verrichten. Toen hij dit probeerde begon Cobus hard te schreeuwen. Daarop stond hij meteen op en ging terug naar de fontein. Daar kwam de slaaf Frans aan die hem vroeg wat hij met de kalkoenhen had gedaan en of hij er volgens Cobus iets verkeerds mee had gedaan. Hij ontkende iets verkeerds te hebben gedaan met de kalkoen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0487 Op 6 mei 1760 heeft een jonge slaaf genaamd Cobus uit Kaap de Goede Hoop een verklaring afgelegd. Hij was ongeveer 12 jaar oud en eigendom van luitenant Petrus Michiel Eksteen. Hij deed dit op verzoek van fiscaal Pieter van Reede van Oudshoorn bij klerk Lucas Sigismandus Faber. Cobus verklaarde dat hij samen met een andere slaaf genaamd Jonas water ging halen bij een fontein bij de Coeberg. Dit gebeurde voor het middageten. Terwijl Cobus water in een kalebas aan het scheppen was, ging Jonas naar wat riet waar een kalkoen met kuikens liep.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0482 De slavin Jannetje Van de Caab verscheen voor afgevaardigden van de Raad van Justitie van het Gouvernement in Kaap de Goede Hoop. De klerken Pieter Caspar Broedersz en Jacob Tossinck waren aanwezig als getuigen. De verklaring werd voorgelezen door L.S. Faber, beëdigd klerk. Jannetje bevestigde haar eerdere verklaring en wenste niets toe te voegen behalve dat ongeveer 8 kalkoense hennen in de loop van de tijd waren overleden. Ze verklaarde dat dit de waarheid was in het bijzijn van de slaaf Jonas, die zij in de wijngaard had betrapt.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0481 In de Wijngaart werd een incident gemeld waarbij een dienstmeid ontdekte dat Jonas ongepaste handelingen verrichtte met een kalkoen. Toen hij werd betrapt, smeekte hij haar om er met niemand over te spreken. De dienstmeid hield dit geheim omdat ze zich te beschaamd voelde om erover te praten, zelfs niet tegen haar werkgever. Ze was bang voor straf omdat haar werkgeefster haar altijd sloeg als er een kalkoen dood ging.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0480 Petrus Michiel Eksteen verklaarde, op verzoek van de onafhankelijke advocaat Pieter van Reede van Oudshoorn, het volgende: Toen hij vorig jaar in de namiddag aan het strijken was in het woonhuis van zijn meester in de Koeberg, zag hij door het raam dat de slaaf Jonas een kalkoense hen van haar nest haalde. De hen zat te broeden bij een waterkom waar gaten in de muur waren gemetseld. Hij moest op de kalkoenen letten, omdat hij anders straf zou krijgen van zijn meesteres als de dieren zouden sterven. Omdat dit de laatste kalkoen was, was hij bang voor straf en hield hij Jonas in de gaten. Toen Jonas achter de muur verdween en lang wegbleef, ging hij hem achterna omdat hij vreesde dat Jonas de kalkoen zou stelen om die in de Kaap te verkopen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0479 Een stalknecht stond op een avond in de schemer in de stal. De slaaf Jonas kwam binnen met een kalkoen onder zijn arm. De stalknecht vroeg wat Jonas met de kalkoen van plan was en of hij deze dood wilde maken. Jonas gaf geen antwoord, waarop de stalknecht de kalkoen afpakte en liet lopen.
Drie dagen later gingen de slaaf Jonas en een jonge slaaf genaamd Cobus met kalebassen naar de fontein om water te halen. De stalknecht ging ook die kant op met een kalebas. Hij hoorde Cobus schreeuwen en zag een kalkoen uit het riet lopen. Bij de fontein vroeg hij aan Cobus waarom deze had geschreeuwd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0476
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0474 De tekst gaat over een rechtzaak tegen een gevangene die herhaaldelijk strafbare en onzedelijke handelingen met kalkoenen pleegde. Hoewel er geen voltooide daad was omdat hij steeds werd onderbroken, laten de omstandigheden zien dat hij wel die bedoeling had. Dit blijkt uit:
Volgens de jurist Andreas Gail moeten deze pogingen gezien worden als voltooide daden. De doodstraf is daarom van toepassing op de gevangene.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0473 De gevangene werd beschuldigd van dierenmishandeling in een kippenhok. Toen Frans hem hierover ondervroeg, ontkende hij dit eerst. Door de veren die nog aan zijn broek zaten, moest hij door zijn stilzwijgen toch zijn misdaad toegeven. Later ging hij 's avonds, terwijl de slaafgemaakte jongens aan het eten waren, weer naar het kippenhok om een kippenveer te halen. Hij beweerde dat hij deze wilde gebruiken om zijn schoenen te repareren. De schoolmeester die bij zijn meester woonde, betrapte hem. De gevangene vluchtte en zwierf een tijd rond, totdat hij bij de Signet-bergen werd gepakt en aan justitie werd overgedragen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0472 De gevangene ging op een ochtend samen met de slaaf Cobus water halen bij de Fontein. Hij zag een kalkoenhen met haar jongen in het riet lopen. Terwijl Cobus water haalde, pakte de gevangene de kalkoenhen op en probeerde met het dier seksuele handelingen te verrichten. Cobus zag dit gebeuren en schreeuwde het uit toen hij de slaaf Frans zag aankomen. Cobus vertelde aan Frans over de verschrikkelijke daad die de gevangene met de kalkoenhen had gepleegd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0471 De slaaf meldt dit vieze gedrag toch niet bij zijn eigenaar uit schaamte over het onderwerp. Door dit stilzwijgen ontloopt de dader zijn verdiende straf. Hij leert hier niets van en gaat door met zijn slechte daden. Hij blijft doorgaan met zijn aanstootgevende gedrag. In de afgelopen zomer, tegen de schemering, toen de slaaf Frans in de stal de paarden vast aan het maken was, pakt de dader opnieuw een kalkoenhen bij het ganzenhok. Hij neemt deze onder zijn arm mee naar de paardenstal. Hij denkt dat er niemand in de stal is door de duisternis, en wil daar weer zijn lusten botvieren met de hen. De slaaf Frans staat echter in de stal en verhindert dit. Frans vraagt aan hem wat hij met de kalkoen komt doen en of hij deze wil doden. Door deze vragen schrikt de dader en kan geen antwoord geven. Daarop pakt Frans de kalkoen af en laat deze vrij.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0470 De rechter heeft bewijs ontvangen tegen een slaaf die was gevlucht van het erf van Eksteen. Deze slaaf zou ongeveer een jaar geleden op de woonplaats van Eksteen verschrikkelijke dingen hebben gedaan met kalkoenen. De aanklager heeft dit grondig onderzocht en heeft verschillende documenten verzameld als bewijs:
Uit deze documenten blijkt dat de gevangene ongeveer een jaar geleden naar de waterbak was gegaan. Daar haalde hij een kalkoen van haar nest dat in de muur zat. Hij nam het dier mee naar de wijngaard waar hij moest werken. Zijn bedoeling was daar het dier te misbruiken. Hij werd betrapt terwijl hij hiermee bezig was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0468 De onafhankelijke officier van justitie Pieter van Reede Van Oudshoorn heeft een aanklacht ingediend bij rechtbankvoorzitter Sergius Swellengrebel en de Raad van Justitie. De aanklacht is gericht tegen Jonas van de Kust Coromandel, een slaafgemaakte die eigendom was van luitenant Petrus Michiel Eksteen. Jonas werd beschuldigd van sodomie. Eksteen had deze zaak gemeld bij de officier van justitie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0467 Op 19 juni 1760 werd in het Kasteel de Goede Hoop een vonnis uitgesproken en op 19 juli 1760 werd dit vonnis uitgevoerd. Het document is ondertekend door:
De secretaris C.L. Weethling was aanwezig en het document is goedgekeurd door gouverneur R. Tulbagh. Een ambtenaar LVader bevestigde dat dit een echte kopie is.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0466 Een slavin die Regina heette werd aangevallen. De dader probeerde haar eerst met een mes te steken. Regina kon deze aanval afweren met haar linkerarm, maar kreeg daarbij wel een wond in haar elleboog. Ze probeerde te vluchten naar het slavenhuis, maar de dader achtervolgde haar en gaf haar een duw tegen haar borst. Toen vluchtte ze naar de paardenstal, maar de dader haalde haar in. Hij stak haar met een speer (assegaai) in haar rug waardoor ze op de grond viel. Terwijl zijn meester de andere slaven riep, bleef de dader Regina slaan met de speer. Ze kreeg een wond aan haar hoofd. Hij probeerde haar ook in haar linkerzij te steken met het mes, maar ze weerde dit weer af met haar linkerarm.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0814
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0812 Een gevangene had Regina, die een slavin was, gevraagd waarom zij met September omging en of hij haar kwaad had gedaan. De slavin antwoordde dat ze dat wilde doen en waarschuwde hem dat hij beter weg kon gaan, anders zou hij ongeluk krijgen. De slavin verliet toen de kombuis. De gevangene bleef in de deuropening staan totdat de slavin terugkwam. Toen ze terugkwam, zei ze nogmaals dat hij weg moest gaan. Daarop nam de gevangene zijn speer (assegaai) en stak ermee naar de slavin.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0813 Een slaaf vertelt in deze bekentenis dat hij tussen afgelopen zaterdag en zondag naar de keuken ging waar een slavin genaamd Regina sliep. Zij had een relatie met een huisjongen genaamd September. De slaaf was van plan haar te vermoorden en had daarom een speer en mes meegenomen. Het mes had hij van een Khoikhoi die in het slavenhuis had gegeten. Hij klom door een open raampje de keuken in. Toen hij binnen was, had Regina net vuur gemaakt. Hij vroeg haar waarom ze met September omging en of hij haar ooit iets had misdaan. Regina antwoordde dat ze zou doen wat ze wilde en dat hij naar zijn moeder moest gaan, anders zou hij een ongeluk krijgen. Daarna ging Regina naar buiten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0807 De slavin Martha van de Kaap verscheen voor de rechtbank. Op 13 november 1760 in Kaap de Goede Hoop bevestigde zij haar eerdere verklaring, die haar was voorgelezen. Ze gaf aan dat er niets meer aan toegevoegd of verwijderd moest worden. In aanwezigheid van de slaaf Anthonij van Bengalen verklaarde ze dat alles de waarheid was. Het document werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0877 Op 17 mei diende Pieter van Reede van Oudshoorn, de onafhankelijke openbare aanklager, een aanklacht in bij rechtbankvoorzitter Sergius Swellengrebel en de Raad van Justitie. De zaak ging tegen January van Bengalen, een slaaf van landbouwer Barend de Vries. January zat gevangen voor het gewelddadig verwonden van een slavin. Dit blijkt uit haar verklaring en zijn eigen bekentenis.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0789 Een ruzie tussen 3 personen wordt beschreven:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0915 De beklaagde vertelt dat de slavin Regina terugkwam terwijl hij in de deuropening stond. Ze zei dat hij maar weg moest gaan. Hierop pakte hij een assegaai (speer) en stak haar ermee, zonder te weten waar hij haar raakte. Regina vluchtte naar de paardenstal en hij achtervolgde haar. Hij stak haar nogmaals met de assegaai en daarna met een mes. Omdat hij dacht dat ze dodelijk gewond was en omdat de jongens van de plaats wakker werden, vluchtte hij het veld in. Na enkele dagen daar verbleven te hebben, ging hij naar de Oranje Fonteijn in de Groene Kloof. Daar werd hij gearresteerd door de weesmeester Jacobus Blanckenberg.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0808
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0810 De verdachte liet zijn mes vallen en pakte toen een Parrang (hakmes) uit zijn kist. Hij verwondde de slaaf Casar die op dat moment naar beneden kwam op 5 plekken bij de ladder. Hij stak hem in de linkerborst en in zijn zij, en ook in zijn rug. De slavin Tjiendra werd later dood aangetroffen bij het galerij venster op de achterplaats. De slaaf Casar viel neer bij de voordeur en overleed kort daarna. Bij onderzoek van de lichamen bleek dat de dodelijke verwondingen door het linker schouderblad en de linkerborst belangrijke organen hadden geraakt, wat een snelle dood veroorzaakte. De verdachte werd enkele dagen later 's avonds op straat bij het huis van zijn meester door twee bewakers gearresteerd en aan justitie overgedragen. Dit soort opzettelijke en gruwelijke moorden worden in een rechtvaardig land niet getolereerd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0509 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/