Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Er werd ontdekt dat een zilveren horloge was gestolen. Daarnaast waren er meer spullen verdwenen:

De sleutel van de grote kamer, die op de vensterbank in de slaapkamer had gelegen, was gebruikt om de kamer te openen. De betrokkene en zijn knechten zochten het huis door maar vonden niemand. Ze ontdekten dat de deur naar de straat open stond. In de gang vonden ze een paar oude schoenen en een rode zijden zakdoek die van de knecht Dirk Hermanus Thomasz was en die de dief daar verloren moet hebben.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0529  


De volgende spullen waren gestolen van de kamerknecht:

Van de tweede knecht Dirk Hermanus Thomasz was gestolen:

De persoon die dit meldde was erg geschrokken en ging naar zijn kleine slaapkamer.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0528  


In Den Holder, naast het hoekhuis tegenover de Schotse Tempel, lag een schoenmaker te slapen in een klein kamertje. De klok sloeg bijna 2 uur toen een van zijn schoenmakersleerlingen hem wakker maakte. De leerling riep dat er dieven in huis moesten zijn omdat zijn deken weg was. De schoenmaker dacht eerst dat de leerling, genaamd Christiaan Wiedo, zijn deken had laten vallen en het in het donker niet kon vinden. Hij zei lachend dat de leerling een kaars moest aansteken om te zoeken. Maar de leerling antwoordde dat hij al overal in het donker had gezocht. De schoenmaker sprong toen uit bed en liet een slaaf een kaars aansteken. Ze ontdekten toen dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0527  


Johannes Daagen van Rosenburg moest volgens een strafvonnis van Pieter van Reede van Oudshoorn worden vastgebonden aan een paal en gegeseld worden. Na het geselen werd hij gebrandmerkt en in kettingen gesloten. Hij moest 25 jaar zonder loon werken voor de Compagnie op Robbeneiland. Dit werd besloten op 8 juli 1760.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0526  


Frans Straathoff uit Bielefelt werd beschuldigd van diefstal. Hij deed zich voor als iemand die alleen maar gestolen goederen vond, maar was volgens de aanklacht zelf de dief. Dit soort dieven worden gezien als de meest sluwe criminelen. De aanklager verwijst naar:

Op basis hiervan eist de aanklager dat de gevangene Frans Straathoff naar de gebruikelijke plaats wordt gebracht waar criminele vonnissen worden uitgevoerd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0525  


De verklaring werd afgelegd in de secretarie van justitie van het Kasteel de Goede Hoop. Bij deze verklaring waren aanwezig de klerken Jochem Hendrik Borgwedel en Pieter Caspar Broedersz als getuigen. De secretaris C.C. Weethling heeft het document ondertekend. Willem Pool verscheen voor de commissie van de Raad van Justitie. Zijn verklaring werd hem voorgelezen en hij bevestigde deze in aanwezigheid van soldaat Frans Straathof.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0535  


De onafhankelijke aanklager Pieter Van Reede van Oudshoorn deed een aanklacht tegen de soldaat Frans Straaten uit Bielefeld, die gevangen zat. Bij deze aanklacht voegde hij de volgende bewijsstukken:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0515  


Arend de Waal heeft 14 dagen lang voor zichzelf gewerkt en is bij niemand anders in dienst geweest. Hij is later gaan weglopen van zijn werk omdat hij een plicht niet had uitgevoerd, namelijk het aflossen van de wacht. Er was ook een vrouwelijke slaaf genaamd Flora, eigendom van weduwe Van der Trans, die zonder dat hij het wist eerder was weggelopen. Hij heeft deze slavin bij zich gehad. Hij heeft haar niet meegenomen tijdens het weglopen maar ging wel weg omdat hij bang was vanwege haar en omdat hij de wacht niet had afgelost. Hij heeft de slavin niet meegenomen tijdens zijn vlucht. Hij verbleef ongeveer 4 of 5 dagen in een van de plathuisjes.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0547  


Nadat zijn hoofd en rechterhand werden afgehakt, is zijn lichaam naar het buitengerechtshof gebracht. Daar werd zijn lichaam op een rad gelegd, zijn hoofd op een pin boven het rad, en zijn rechterhand onder het rad. Dit moest zo blijven totdat het door de lucht en vogels zou zijn vergaan. Dit vonnis werd uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop op 10 juli 1760 en uitgevoerd op 19 juli 1760.

Het vonnis werd ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0511  


De straf die de Raad van Justitie gaf aan de gevangene Pieter van Balij was dat hij op de normale plaats waar straffen werden uitgevoerd, aan de beul moest worden overgedragen. De gevangene werd dan op een kruis vastgebonden en van beneden naar boven levend geradbraakt, zonder kans op een snelle dood. Hij moest daar blijven liggen tot hij zou sterven. De straf werd opgelegd door Pieter van Reede van Oudshoorn, die hoofdaanklager was namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden. Van Balij had bekend en er waren voldoende bewijzen tegen hem.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0510  


De tweede opperdokter van het VOC-ziekenhuis in Kaap verklaart dat hij op 4 juni om 20:30 uur samen met twee commissieleden van de Raad van Justitie, namelijk Ludolf Siegfried Alleman en Jan Meijndertsz Cruijwagen, een onderzoek heeft gedaan. Dit vond plaats in het huis van luitenant Gijsbert Rogiers. Ze onderzochten een mannelijke slaaf genaamd Casar van Bengalen en vonden 5 steekwonden:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0506  


De getuige verklaart dat ze Pieter vroeg waarom hij haar opdrachten niet beter naleefde, namelijk om te wachten tot haar man uit de kerk thuis zou komen. Pieter gaf hierop geen antwoord. Toen Pieter van achteren kwam aanlopen en haar in de kamer ontdekte, viel hij op zijn knieën en vroeg om vergiffenis omdat hij niet wist dat zij daar was. Ze verklaart ook dat ze niet gezien heeft dat Pieter de meid Tjiendra geslagen heeft.

Deze verklaring werd afgelegd aan Kaap de Goede Hoop in aanwezigheid van klerken Jochem Hendrik Borgwedel en Pieter Caspar Broeders als getuigen. De verklaring werd ondertekend door de getuige en de beëdigde klerk L.S. Fraber.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0505  


De dokter onderzocht een slachtoffer genaamd Tjiendra van Sambouwa. Deze slaaf had een 2,5 centimeter brede steekwond op zijn rug, tussen de onderkant van zijn linker schouderblad en zijn ruggengraat. De wond was diep en had waarschijnlijk de longen en het hart geraakt. Dit was veroorzaakt door een scherp voorwerp en werd als dodelijk beoordeeld.

Deze verklaring werd ondertekend door J. V. D. Riet aan de Kaap de Goede Hoop op 10 juni 1760. Dit onderzoek had te maken met Pieter van Balij, die een slaaf was van luitenant Gijsbert.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0507  


Op een zondagochtend, toen haar man naar de kerk was, was zij alleen thuis en in een van de voorkamers in haar kast bezig. Ze zag toen dat de later vermoorde dienstmeid Tjiendra uit de keuken kwam rennen, met de gevangen slaaf Pieter achter haar aan. Ze vroeg wat er aan de hand was. Pieter antwoordde dat Tjiendra de sleutel van zijn kist niet wilde geven. Ze sprak de meid hierover aan, die vertelde dat Pieter een stel knopen en een rode zakdoek van haar had gestolen en die niet terug wilde geven. Ze gaf Pieter opdracht om te wachten tot haar man terug zou komen van de kerk, dan zou hij de sleutel wel krijgen. Maar Pieter ging naar achteren, brak de kist open met een oude bijl en gooide Tjiendra's kleren uit de kist op de binnenplaats. Toen zij dit vanuit de hal zag gebeuren, ging ze naar achteren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0504  


Het gaat over een getuigenis waarin Flora vertelt dat bij haar weten de slavin Tjiendra alleen maar een relatie heeft gehad met de slaaf Pieter. Ze bevestigt dit in aanwezigheid van Pieter van Balij. Dit werd vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 19 juni 1760. Het document werd ondertekend door Flora, L.S. Faber (beëdigd klerk), P.S. Alleman en J.H. Cruijwagen.

Op 20 juni 1760 verscheen Johanna Sophia van der Poel, echtgenote van luitenant Gijsbert Rogiers, voor beëdigd klerk Lucas Sigismundus Faber. Zij legde een verklaring af op verzoek van belastingambtenaar Pieter van Reede van Oudshoorn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0503  


Op 4 juni 1760 om 7 uur 's avonds was Flora van Rio de Lagoa, een slavin van luitenant Gijsbert Rogiers, alleen in de keuken toen haar eigenaren weg waren. Ze hoorde een hoog geschreeuw vanaf de binnenplaats. Ze vroeg aan een kleine slaafgemaakte jongen genaamd Januari wat er aan de hand was.

Dit verslag werd op 19 juni 1760 vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop. Het werd ondertekend door Pieter van Balij en bevestigd door klerk L.S. Faber in aanwezigheid van commissarissen R.S. Alleman en J.H. Cruijwagen. Het verslag werd gemaakt op verzoek van de onafhankelijke aanklager Pieter van Reede van Oudshoorn.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0500  


Op 16 juni 1760 werd slavin Flora verhoord op het secretariaat van justitie in het kasteel op de Kaap de Goede Hoop. Ze gaf aan niet te weten of slaaf Casar daar gewond was geraakt en of er onenigheid was geweest. De klerken Jochem Hendrik Borgwedel en Pieter Caspar Broedersz waren getuigen en ondertekenden het document samen met secretaris C.L. Neethling. Toen Flora later haar verklaring werd voorgelezen door functionarissen van de Raad van Justitie, bleef ze bij haar woorden en wilde ze niets toevoegen of wijzigen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0502  


Pieter van Balij verscheen voor de rechters van het bestuur. Hij hoorde zijn eerder afgelegde bekentenis voorlezen en bevestigde deze volledig. Hij wilde niets toevoegen of weghalen, behalve dat hij nog wilde zeggen dat hij de dienstmeid Tjiendra nooit eerder met een jongen had gezien. Maar op de avond van de moord ontdekte hij de jongen Casar met Tjiendra in de droogkamer. Hij hoorde haar ademhaling, ging naar boven en pleegde de moord zoals eerder beschreven. Hij benadrukte dat hij zijn kapmes niet van tevoren had geslepen of scherp had gemaakt. Dat deed hij pas na de moord.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0499  


De verdachte verklaart dat de jongen naar beneden kwam en dat hij deze met een mes, dat hij eerder op de berg scherp had geslepen, heeft gestoken. Dit gebeurde zowel aan de voorkant als tijdens zijn vlucht. De verdachte kon niet zeggen hoeveel wonden hij had gemaakt. Hierna is hij naar het gebergte gevlucht, van waar hij 3 keer 's avonds naar Kaap de Goede Hoop is gekomen om bij zijn meester vergiffenis te vragen voor de verwondingen. Op vrijdag stond hij in de straat naast het huis van burger Hermanus Van Wieling bij de deur van burger Jan Kennebeek om een stuk brood te vragen aan een slaafgemaakte jongen van Van Wieling. Daar werd hij door twee gevangenbewaarders opgepakt en naar de gevangenis gebracht. Dit werd verklaard op 17 juni 1760 voor raadsleden Rudolph Ligfried en Jan Haszingh.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0498  


De verdachte had al een tijd gezien dat de slavin Tjiendra, met wie hij een relatie had, ook omging met medeslaaf Casar. Hij heeft dit aangekaart bij zijn eigenaren maar dit hielp niet. Ongeveer 12 à 13 dagen geleden, toen zijn eigenaren 's avonds weg waren, zag hij vanuit de bakkerij rond 7 uur dat Casar en Tjiendra boven op de droogkamer waren. Hij besloot de ladder op te klimmen naar die kamer. Toen hij zag dat ze daar samen intiem waren, vroeg hij wat ze aan het doen waren en sloeg hij Casar met zijn hand. Toen hij naar beneden ging en Tjiendra ook naar beneden kwam, stak hij haar van achteren met een mes, zonder te zien waar ze daarna heen ging. Het mes viel uit zijn hand.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0497  


De lijfeigene slaaf Pieter Van Balij, eigendom van luitenant Gijsbert Rogiers, verscheen voor de Raad van Justitie op 3 juli 1760. Pieter van Reede van Oudshoorn eiste een straf waarbij hij eerst moest wachten tot de veroordeelde zou overlijden. Daarna moesten zijn hoofd en rechterhand worden afgehakt. Deze lichaamsdelen moesten naar de executieplaats worden gebracht. Het lichaam moest op een rad worden gelegd, het hoofd op een paal boven het pad, en de rechterhand onder in het rad. Dit alles moest blijven staan tot de vogels alles hadden opgegeten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0496  


In deze zaak kan niet meer bewezen worden aangevoerd. De rechters zijn al volledig op de hoogte. Er hoeven geen nieuwe argumenten uit strafrechtelijke bronnen te worden gehaald. De aanklager zal alleen uitgaan van het natuurrecht en het gezonde verstand, waarmee God de mensen heeft begiftigd. Hij zal zich baseren op het principe 'gelijk met gelijk', wat de Romeinen de Wet van Vergelding noemden. Wreedheid moet met wreedheid worden bestraft zonder enig medelijden.

De aanklager concludeert dat de verdachte Pieter van Balij naar de gebruikelijke plaats voor het uitvoeren van strafvonnissen moet worden gebracht. Daar moet hij aan de beul worden overgedragen en zonder genade levend worden geradbraakt, vastgebonden op een kruis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0495  


Het gaat over een slaaf die Casar heet en een slavin Tjiendra. De slaaf was jaloers omdat hij dacht dat Tjiendra vreemdging. Hij had dit al eerder gemeld aan zijn eigenaren en vroeg om een oplossing, maar er gebeurde volgens hem niets. Hierdoor kreeg hij een grote haat tegen de slavin en hadden ze constant ruzie. Dit wordt bevestigd door de verklaring van de vrouw des huizes van Gijsbert Rogiers. Hij had toen al plannen gemaakt om moordwapens te maken. De aanklager legt dit voor aan de rechters en meldt dat er geen verzachtende omstandigheden zijn voor deze wreedheden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0494  


De slaaf Ger:e heeft de slaaf Casar met een machete op verschillende plekken, van voren, van opzij en van achteren aangevallen. Volgens de hoofdarts van het ziekenhuis waren er 5 verwondingen, die allemaal dodelijk waren. Ook de slavin Tjiendra werd verwond. Daarna vluchtte hij naar de bergen. Hij kwam twee keer 's avonds naar Kaap en werd uiteindelijk op 13 juni door twee politieagenten in een van de straten opgepakt en gevangen gezet. Tijdens het verhoor trok Ger:e zijn eerdere verklaring in over het zien van contact tussen Tjiendra en Casar. Hij gaf ook toe dat hij zijn machete pas na de moord had geslepen om cassave te kunnen hakken. Deze nieuwe verklaringen maken zijn misdaad niet minder erg, maar tonen juist aan dat hij liegt.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0493  


Ongeveer 5 weken geleden, op 4 juni, toen zijn werkgevers niet thuis waren, ontdekte Gerr, de opperbewaarder van het ziekenhuis, dat de slaaf Casar en de slavin Tjiendra seks hadden op de droogzolder. Gerr besloot de ladder op te klimmen naar de zolder waar hij hen vond en vroeg wat ze aan het doen waren. Hij sloeg Casar met zijn hand. Daarna klom hij weer naar beneden en wachtte daar met een mes en een kapmes die hij van tevoren aan beide kanten scherp had geslepen. Toen Tjiendra naar beneden kwam, stak hij haar meteen van achteren met zijn mes. Hij wist niet waar zij daarna naartoe ging en het mes viel uit zijn hand. Daarna kwam ook Casar naar beneden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0492  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/