Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De rechtbank in Bengalen veroordeelde op 27 november 1760 een verdachte tot een zware straf. De straf werd op 29 november 1760 uitgevoerd. De veroordeelde moest naar de gebruikelijke executieplaats worden gebracht, waar hij:

De veroordeelde moest ook de proceskosten betalen. Het vonnis werd uitgesproken in kasteel de Goede Hoop en ondertekend door P. Swellengrebel, P. van Reede van Oudshoorn en J. Meijnertzhager.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0927  


Tulbagh, Neethling, Coningh, Cruijwagen, Hillij, Bletterman, Haszingh, Hacker, Brand, Meijnert, Tiemmendorf zijn aanwezig bij een bijeenkomst waar ze goedkeuring geven voor een uitvoering van een besluit.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0928  


Op 23 januari werd een officiële aanklacht ingediend bij de rechtbank van het bestuur. De aanklacht kwam van de onafhankelijke aanklager Pieter van Reede van Oudthoorn. Hij klaagde soldaat Godhie David Leijdenberger aan voor moord. Leijdenberger kwam uit Spirtgau bij Merseburg en werkte als jachtopziener bij de Rietvallei bij de boerderij van Jan Biesjes. Ten tijde van de aanklacht zat hij in de gevangenis.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0929  


De rechtbank besloot dat de veroordeelde op een kruis moest blijven liggen tot de dood zou intreden. Zijn dode lichaam zou daarna naar buiten worden gesleept en op een rad worden gelegd totdat vogels het zouden opeten. Hij moest ook de proceskosten betalen. De slaaf Anthonij van Bengalen werd naar Robbeneiland gestuurd. De aanklager, fiscaal Pieter van Reede van Oudshoorn, diende een schriftelijke aanklacht in met 4 bijlagen (A tot D) tegen Godhief David Leijden. Hij eiste de doodstraf. De aangeklaagde was een soldaat uit Merseburg die als jager werkte bij de Rietvallei bij Jan Riesjes boerderij. Hij vroeg de rechtbank om een eervolle dood, voor zijn familie.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0092  


Andries van Bengalen werd veroordeeld voor moord op een medeslaaf. Hij gaf toe de eerste slag te hebben toegebracht, terwijl zijn medeslaaf Anthonij het slachtoffer met een mes verwondde. Na het lezen van de aanklacht door de landdrost van Stellenbosch en Drakensteijn, P. Adriaan van Schoor, heeft de Raad namens de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden besloten dat Andries van Bengalen ter dood veroordeeld zou worden. Hij moest naar de gebruikelijke executieplaats gebracht worden, waar hij aan de beul werd overgedragen. Daar werd hij op een kruis gebonden en zonder genade levend geradbraakt.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0091  


Op 13 november 1760 werd bij Kaap de Goede Hoop een verklaring ondertekend door Anthonij van Bengalen in aanwezigheid van gezworen klerk L.S. Faber. Het document werd bovendien ondertekend door P. Hacker en J. Hasz. Op 7 oktober 1700 verscheen voor de gezworen klerk bij het gerechtshof, Lucas Digismundus Faber, de bastaard Robbert. Hij deed op verzoek van de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Adriaan van Schoor, een verklaring. Deze ging over een voorval in het voorgaande jaar, waarbij Robbert 's avonds in het slavenhuis op het landgoed van de weduwe van Jacobus de Wet in Roode Sand was. Daar hoorde hij de slaven Cupito en Andrees met elkaar praten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0918  


De slaaf Bacchus werd ondervraagd in het Kasteel de Goede Hoop op 8 oktober 1760. Dit gebeurde in aanwezigheid van raadsleden Jan Frederik Tiemmendorf en Op Haszingh. De zaak ging over een moord, maar er werd besloten om hem niet ter dood te brengen. De getuigenis werd vastgelegd door klerk L.S. Faber. Later verscheen de slaaf Anthonij van Bengalen voor de rechtbank. Na het voorlezen van de vragen en antwoorden bevestigde hij alles en wilde niets toevoegen of weghalen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0917  


Toen slaven zich samen vrolijk aan het maken waren, kregen de slaven Cupido en Andries ruzie. Cupido zei duidelijk tegen Andries dat hij niet met hem moest denken te leven zoals hij met de anderen had gedaan. Andries antwoordde daarop dat Cupido hem dan maar moest verklikken. Ze grepen elkaar daarop vast, maar werden door een andere slaaf genaamd Anthonij uit elkaar gehaald. Daarna was de ruzie voorbij. Dit werd officieel vastgelegd op het secretariaat van justitie van het kasteel, in aanwezigheid van de klerken Jochem Hendrik Borgwedel en Pieter Caspar Bredersz als getuigen, samen met de gezworen klerk L.S. Faber.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0873  


Valentijn van de Kaap, lijfeigene van landbouwer Gerrit Meijer, heeft een verklaring afgelegd. Dit gebeurde voor klerk Lucas Sigismundus Faber op het kantoor van justitie in het Kasteel de Goede Hoop op 28 augustus 1760. De verklaring werd gevraagd door de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Adriaan van Schoor. Valentijn vertelde over iets dat ongeveer een jaar eerder was gebeurd in het slavenhuis van weduwe de Wet op het Roode Sand.

Deze verklaring werd later bevestigd in aanwezigheid van slaaf Andries op 29 augustus 1760. Het document werd ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0872  


Na 14 dagen bedenktijd stemde de verdachte in met het plan van Anthonij om Bacchus te vermoorden. Bacchus bezocht regelmatig de slaven van de dominee Harders. Op een zaterdagavond hebben zij Bacchus opgewacht toen hij terugkwam. De verdachte sloeg hem eerst met een stok op zijn hoofd, waarna Anthonij hem met een mes meerdere keren stak en ook sloeg. Bacchus schreeuwde hard en viel toen op de grond. De verdachte vluchtte direct weg terwijl Anthonij bij het lichaam bleef staan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0879  


Voor de ambtenaren van het Kaap de Goede Hoop bestuur verscheen slaaf Raatjoe van Boegies, die eigendom was van Jacobus de Wet. De getuigenis die hij eerder had gegeven werd aan hem voorgelezen door klerken Jochem Hendrik Borgredel en Pieter Caspar Broedersz. Hij bevestigde dat alles correct was opgeschreven en wilde niets toevoegen of weghalen. Dit document werd ondertekend door secretaris C.L. Neethling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0871  


Andres, een slaaf uit Bengalen die eigendom was van Jacobus de Wet, was ongeveer 30 jaar oud en zat gevangen. Uit zijn bekentenis aan de rechtbank van het bestuur blijkt het volgende:

Ongeveer een jaar geleden ging Andres met zijn medeslaaf Anthonij van Bengalen naar de kelder van hun eigenares op het Rode Land. Dit gebeurde rond 20:00 uur. Anthonij had een sleutel waarmee ze binnen konden komen. Ze dronken wat wijn in de kelder. Toen ze weer naar buiten kwamen, werden ze ontdekt door een andere slaaf genaamd Bacchus, die zich bij een riviertje naast de wijnkelder bevond. Anthonij zei toen tegen Andres dat omdat Bacchus hen had gezien...

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0922  


Een onbekende getuige verklaarde op verzoek van de bestuurder van Stellenbosch en Drakenstein Pieter Adriaan van Schoor het volgende:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0870  


Op 27 november 1760 wordt de slaaf Baatjee van Boegies, die eigendom was van de overleden landbouwer Jacobus de Wet, veroordeeld tot de doodstraf. De straf moest worden uitgevoerd op de gebruikelijke plaats voor criminele straffen. Hij zou worden vastgebonden op een kruis en zonder verzachtende maatregelen worden geradbraakt terwijl hij nog in leven was. Zijn dode lichaam zou daarna naar buiten worden gesleept en daar blijven liggen als prooi voor de vogels. Hij moest ook de proceskosten betalen. Het vonnis werd ondertekend door A.V. Schoor en op 28 augustus 1760 bekrachtigd door secretaris Christiaan Ludolph Neethling.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0869  


Cupido kreeg ruzie met iemand in een kamertje. Hij dreigde toen dat hij hem de nek om zou draaien. De ander zei tegen de ruziënd persoon dat hij Cupido moest laten gaan en naar hem moet kijken.

Het document werd ondertekend op het secretariaat van justitie in het Kasteel de Goede Hoop door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0876  


De verklaring gaat over een gesprek tussen de overleden Capoido en Antonij. Antonij kwam huilend uit zijn kamer en zei tegen zijn broer Cupido dat als hij ruzie wilde maken, hij dat moest doen zonder bepaalde woorden te gebruiken. Cupido antwoordde dat Antonij de baas was en dat Antonij hem 's avonds altijd naar de tuin van Jullij lokte, net zoals Jallij Barchus had gedaan.

Antonij ontkende later tijdens zijn ondervraging (artikel 28) dat hij tegen de beschuldigde had gezegd dat als Cupido zou zorgen dat ze de volgende dag vastgezet zouden worden, zij ervoor zouden zorgen dat hij er ook bij betrokken zou raken.

Om deze redenen vroeg de aanklager of Antonij vanwege deze verdenkingen op Robber Eiland geplaatst mocht worden, totdat er meer bewijs gevonden zou worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0868  


De aanklager erkent dat de beschuldiging tegen Anthonij niet sterk genoeg is zonder aanvullend bewijs. Dit komt omdat:

De aanklager vindt dat er onvoldoende bewijs is om Anthonij te martelen voor een bekentenis. Toch denkt de aanklager dat Anthonij niet helemaal onschuldig is. Hij vermoedt dat Anthonij:

Dit vermoeden is vooral gebaseerd op de verklaring van de bastaard Hottentot Robbert.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0867  


Martha van de Caab, lijfeigene van de weduwe Jacobas de Wet, verklaarde op verzoek van de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Adriaan Van Schoon, het volgende: Ongeveer een jaar geleden, op een avond in het slavenhuis op de boerderij van bovengenoemde vrouw aan Roode Sand, hoorde zij een ruzie tussen de slaven Cupido en Andries. Cupido zei tegen Andries: "Durf jij mij ook zo verraderlijk te verraden, zoals je met de anderen hebt gedaan?" Daarop duwde de slaaf Anthonij, die ook eigendom was van dezelfde vrouw en daar aanwezig was, Andries een kamertje in terwijl hij tegen Cupido zei: "Je mag alles zeggen broer, maar die woorden moet je niet gebruiken." Andries stond op dat moment met zijn ellebogen voorovergebogen op het bed van Anthonij.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0875  


De slaaf Bacchus is op 500 stappen afstand van het huis van de weduwe vermoord. Zijn hoofd was verbrijzeld, zijn linkerarm was in stukken geslagen en hij had een steekwond in zijn linkerzij. De beschuldigde heeft de moord toegegeven. De aanklager stelt dat de beschuldigde volgens het woord van God (Genesis 9:16) en volgens de juristen Pappus, van Leeuwen en Carel van Aller de doodstraf niet kan ontlopen. Een andere slaaf, Anthonij, heeft alleen toegegeven dat hij samen met de beschuldigde wijn heeft gedronken in de wijnkelder van zijn meesteres. Voor de rest ontkent hij alle beschuldigingen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0866  


De slaaf Valenthijn van de Caab verschijnt voor het gerecht in de Kaap. De verklaring wordt aan hem voorgelezen op 29 augustus 1760. Hij bevestigt dat zijn eerdere verklaring de waarheid is en dit bevestigt hij in aanwezigheid van Andries. Hij wil niets toevoegen of weghalen. Hij zet zijn merk (handtekening) onder de verklaring. L.S. Fnber is als beëdigd klerk aanwezig, samen met commissielid P. Hacker en J. Haszingh. Op 12 november 1760 verschijnt hij opnieuw voor beëdigd klerk Lucas Sigismundus Feber van het gerechtssecretariaat.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0874  


De verdachte was al eerder thuisgekomen. Hij had Bacchas' kleren verstopt en in de rivier gegooid. Dit staat in zijn bekentenis en in de verhoren. De verdachte blijft wel ontkennen dat hij de vrouw van Holman heeft lastiggevallen. Hij liegt zelfs dat hij de soldaat Jan Harmen tegenkwam in den Berken, terwijl deze soldaat dit onder ede heeft verklaard. De verdachte beweert juist dat hij die dag niet buiten is geweest. Hij ontkent dit waarschijnlijk zo hardnekkig om geen zwaardere straf te krijgen, ook al geeft hij toe dat hij de doodstraf verdient voor het vermoorden van de slaaf Bacchus. De aanklager denkt echter dat zijn ontkenning over de aanranding niet veel betekenis heeft.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0865  


Anthoni stelde voor dat de verdachte samen met hem Bacchus zou vermoorden wanneer deze naar zijn baas in het Bos ging. Anthoni was bang dat Bacchus hen bij hun vrouw zou verraden. De verdachte wilde dit eerst niet doen. Toen stelde Anthoni voor om Bacchus te vermoorden op het pad naar de slaven van dominee Harders. Na 14 dagen stemde de verdachte toe. Op een zaterdagavond wachtten ze Bacchus op. De verdachte sloeg Bacchus met een stok op het hoofd. Anthoni stak hem met een mes en sloeg hem ook. Bacchus schreeuwde hard en viel op de grond. De verdachte vluchtte meteen weg, terwijl Anthoni bij het lichaam bleef staan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0864  


Andries van Bengalen, een slaaf van de weduwe van landbouwer Jacobus de Wet, ongeveer 30 jaar oud, bekende het volgende aan de rechtbank van Stellenbosch en Drakenstein, vertegenwoordigd door Adriaan van Schoor:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0878  


De rechtszaak gaat over een moord door de slaaf Cupido en Anthonij van Bengalen, beiden eigendom van de weduwe De Wet. In de rechtszaal werd de gevangen Anthonij opgeroepen om te getuigen over de verwijten die Cupido hem had gemaakt over de moord op Bacchus. Anthonij beschuldigde zowel zichzelf als de aangeklaagde slaaf Bacchus van de moord. Tijdens het verhoor voor de rechters vertelde de aangeklaagde dat hij ongeveer een jaar geleden rond 20:00 uur samen met Anthonij met een reutel (een soort stok) naar de wijnkelder van zijn meesteres was gegaan. Na wat wijn gedronken te hebben, kwamen ze Bacchus tegen bij een nabijgelegen waterloop.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0863  


In deze tekst uit 11 oktober 1740 en 25 oktober 1740 staat dat mensen die de regels overtreden een boete moeten betalen van 1000 gulden. Als ze dat niet kunnen betalen, moeten ze:

Het document is ondertekend door L.S. Faber, die werkte als administratief medewerker. Het gaat over regels voor Nederlandse bierhandelaren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10959 / 0820  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/