Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Sara van de Caab heeft op 10 augustus 1762 aan Kaap de Goede Hoop haar verklaring afgelegd. Ze heeft dit bevestigd nadat haar verklaring was voorgelezen. In aanwezigheid van de slaaf April heeft ze met een kruisje ondertekend. Dit werd bevestigd door de aanwezige ambtenaren J.F. Tiemmen, W. Bottiger en L.S. Clercq.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1163 De openbare aanklager Ian Willem Cloppenburg heeft namens de rechtbank van het bestuur een aanklacht ingediend bij rechter Pieter van leede van Oudshoorn tegen drie verdachten:
De eerste twee worden beschuldigd van een geplande moord en diefstal, de derde van het verbergen van het gestolen geld op 23 van de vorige maand.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1333 De beschuldigingen gingen over een incident waarbij een kind werd begraven bij een oude amandelboom in de hoek van een sloot. Januari zei dat hij de begraafplaats kon aanwijzen. De slaven Jonas en Februari hadden het gat dichtgemaakt nadat het kind erin was gelegd. Voordat dit gebeurde, had men alle mensen naar een andere plek gestuurd. Andere jonge slaven en slavinnen ontkenden dit verhaal en noemden het leugens. De slavin Susanna had tegen April verteld dat de slaaf Haster de Jonge de borsten van Hilletje Gielelliar had uitgezogen en dat het meisje nog 3 dagen in leven was gebleven.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1086 Na zijn ontsnapping ging de beklaagde naar Hottentots-Holland, nabij het gebied van Daniel Mallang bij de rivier. Daar kwamen 's nachts bij hem: Datkan, Fortuijn van Le Roux, Fortuijn van Vatenhorst, en in februari ook een slaaf van Vatenhorst. Deze slaaf had een slavin vermoord. Ze gingen samen naar de Vishoek. De twee Fortuijns gingen op zoek naar eten en kwamen terug met een zak meel. Ze vertelden dat ze deze hadden gestolen uit het pakhuis van weduwe Radijn in Hottentots-Holland door het slot open te breken met een knuppel. Ze leefden verder van vis die ze vingen in de Vishoek.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1284 De raad van justitie van het gouvernement maakte deze verklaring. Dit gebeurde ten westen van Batavia. De slavin Hester heeft haar verklaring voorgelezen gekregen en bevestigde dat deze correct was. Ze wilde niets meer toevoegen of weghalen. Ze verklaarde dat alles de zuivere waarheid was. Dit document werd officieel vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 10 augustus 1763. Het werd ondertekend door Hester met haar merkteken en door L.J. Faber, de beëdigde klerk.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1110 Op 23 februari 1762 werd een document ondertekend in het Kasteel de Goede Hoop. Dit werd gedaan door:
Dit gebeurde op verzoek van Otto Luder, die tijdelijk als fiscaal werkte. Het document gaat over een slaaf genaamd Alexander, die eigendom was van de vrije zwarte man David. Alexander werd de dag ervoor naar de tuin gebracht van burger Michiel Smits Adriaansz, om aan te wijzen waar hij een slavin van Smits had gezien.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0292 Een slaaf uit Bengalen genaamd Januari en een slavin genaamd Susanna waren aanwezig bij het voorlezen van een document in het Kasteel de Goede Hoop op 22 juli 1762. Susanna bevestigde dat alles wat voorgelezen was de waarheid was en zette haar handtekening. De documenten werden ondertekend door secretaris L.S. Faber en de commissieleden D.D. Hillij en J. Serrurier.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1091
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1302 Roselijn van Maccasser werd gehoord en verhoord. Ze hield bij haar eerdere verklaring. Ze voegde toe dat ze na de moord op slavin Rachel niet had gesproken met slaaf Alexander, die ze niet kende. Ze wist niet waar de moord plaatsvond of waar het lichaam was gevonden.
In het Kasteel de Goede Hoop op 23 februari 1727 werd dit vastgelegd in aanwezigheid van Leaander.
Op verzoek van onderkoopman Otto Luder, tijdelijk aanklager, verklaarde de opperchirurg dat hij op 8 februari het dode lichaam van slavin Rachel van Bengalen heeft onderzocht. Zij was eigendom van burger Michiel Smuts Adriaansz. Dit onderzoek vond plaats in bijzijn van commissarissen Jasper Westpalm en Hendrik Oostwald Muller.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0305 Na de diefstal namen ze het gestolen geld mee. Madée pakte een zak met zilvergeld. Ze lieten de twee brandende kaarsen staan. Ze verlieten het pand via de achterdeur en de gang naar de straat. Madée had een lantaarntje meegenomen. Pauil had een porseleinen kom en een olielampje in de gang neergezet. Dit olielampje had hij gebruikt toen hij de bekentenisgever en Madée kwam roepen.
De bekentenisgever ging met Madée, die een brandende lantaarn droeg, naar zijn eigen woning. De bekentenisgever klopte meerdere keren op de deur. De slavin Silvia, zijn vrouw, deed open. Omdat Madée met zijn olielampje achterbleef, stapte de bekentenisgever in het donker naar binnen. Op de vraag van Silvia waar hij zo laat vandaan kwam, antwoordde hij: "Wat gaat jou dat aan." Hij ging in het donker via een ladder naar zijn slaapplaats. Even later kwam Madée daar ook, met gedoofde lantaarn.
De bekentenisgever weet niet waar Madée zijn geld verstopte. Zelf verstopte hij de zak met geld op zijn kamer en de blauwe zakdoek onder de matras. De grote zak met geld was nog op zijn kamer toen hij gearresteerd werd. Hij weet niet of Madée daarna zijn vrouw heeft geholpen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1361 Pluto van Masambicque, September van Mallebaar, en de slavin Silvia van Maccasser worden beschuldigd van verschillende overtredingen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1690 Op een avond rond 7 uur kwam een man genaamd Pan van Daalen bij de relatant (getuige) thuis. Deze man was waarschijnlijk een matroos. Pan van Daalen wilde de slavin genaamd Flora meenemen. Toen Flora bij de deur kwam, gaf hij haar een klap. Hij probeerde haar met geweld het huis uit te krijgen. Toen de relatant zei dat hij zijn vader zou roepen, antwoordde Pan van Daalen dreigend dat hij die slavin die avond nog zou vermoorden. Hij trok Flora ruw de kamer uit naar het voorhuis en bedreigde haar met fysiek geweld. De relatant ging zijn vader halen, maar toen deze thuiskwam was Pan van Daalen al vertrokken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0481 Op 16 februari 1762 kwam Roselijn van Maccasser, een slavin van de burger Michiel Smuts Adriaansz, verklaren voor de secretaris Christiaan Ludolph Neethling van de rechtbank in het gouvernement. Ze deed dit op verzoek van de onderkoopman Otto Luder Hemmi, die tijdelijk het werk van aanklager deed. Ze verklaarde dat de vermoorde slavin Rachel van Bengalen al lange tijd een klein knipmes met koperen handvat bij zich droeg in haar spullen. Dit mes werd niet gevonden bij het onderzoek van haar lichaam of tussen haar bezittingen na de moord. Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop in aanwezigheid van de klerken Jochem Hendrik Borgwedel en Pieter Caspar Broedersz.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0303 Alexander van Mandhaar, ongeveer 30 jaar oud en slaaf van de vrijgemaakte zwarte man David de oude, werd berecht door de rechtbank van het bestuur. Op zondag 7 februari was hij 's middags vis aan het verkopen als verkoper. Tijdens de kerkdienst verstopte hij zijn vissen en ging naar de groentenmarkt. Daar ontmoette hij een slavin genaamd Rachel, die eigendom was van de burger Michiel Smuts Adriaansz. Hij wilde met haar slapen en vroeg haar dat, maar zij wilde dat niet. Ze zei dat ze naar de tuin moest.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0311 De slavin Lea verscheen voor de rechters van het bestuur. Haar eerdere verklaring werd haar nog een keer voorgelezen. Ze bleef bij haar verklaring, maar wilde er nog aan toevoegen dat ze, toen ze met andere slaven en slavinnen van haar eigenaar het kasteel verliet, niets heeft gezegd of van anderen heeft gehoord. Dit werd toegevoegd aan haar verklaring.
De tekst werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 1105 Ongeveer een maand geleden zat de getuige met haar kind in de gaanderij van haar woning, het tweede huis vanaf dat van de burgemeester Jan Jacobsz. Daar kwam een slavin genaamd Flora, behorend aan haar buurman Jacobsz, binnen met een klein kind op haar arm. Ook kwam er een schoenmaker binnen, die volgens Flora Jan van Daalen heette.
Van Daalen vroeg de getuige of zij hengsels voor hemden te koop had. Voordat ze kon antwoorden, zag ze hoe Van Daalen slavin Flora bij haar haar pakte en haar één of meerdere klappen gaf. De getuige schrok hier erg van en was zo van streek dat ze verder niet goed oplette, vooral omdat Jan van Daalen direct daarna het huis verliet.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0487
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10962 / 0490 De slaaf Fortuijn van Boegies, ongeveer 30 jaar oud, verscheen voor de rechtbank van het bestuur. Hij was eigendom van de boer Jacobus Therrond. In de aanwezigheid van David van Mallebaar werd zijn verklaring voorgelezen in het Kasteel de Goede Hoop op 6 november 1761. De verklaring werd bevestigd door de gezworen klerk L.S. Faber en commissarissen R.S. Alleman en Jan Serrurier. De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Adriaan van Schoor, had verzocht om Fortuijn te ondervragen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10960 / 1038 Op 5 november 1761 legde Caatje van de Caab, een slavin van landbouwer Jacobus Theron, een verklaring af. Ze deed dit voor secretaris Christiaan Pudolph Neethling van de Raad van Justitie in het gebied. De verklaring was op verzoek van Adriaan Van Schoor, de landdrost van Stellenbosch en Drakensteijn.
Ze verklaarde dat nadat Magdalena Pretorius niet meer naar school ging bij de onderwijzer op de plaats van haar eigenaar, de slaaf Fortuijn van Boegies meerdere keren tegen haar had gezegd dat hij:
De verklaring werd op 6 november 1761 nagekeken in het kasteel de Goede Hoop door Philida van de Caab, in aanwezigheid van klerk L. Faber. Als commissarissen waren aanwezig R.S. Alleman en Ian Perruner.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10960 / 1034 Een slavenjongen genaamd Fortuijn uit Boegin zou hebben gezegd dat hij van plan was de dochter van landbouwer Jan Lodewijk Pretorius te vermoorden. Fortuijn was eigendom van landbouwer Jacobus Therrond uit Roodesand. De landdrost heeft Fortuijn direct gevangen laten nemen omdat dit ernstige gevolgen zou kunnen hebben. De landdrost stuurde vervolgens een rapport met 6 bijlagen naar Pieter van Reede van Oudshoorn, de president van de Raad van Justitie van het gouvernement, om de zaak uit te leggen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10960 / 1019 De aanklager stelde een verordening voor waarin twee dingen werden bepaald:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10960 / 0937 Op donderdag 18 juni zijn er bij het magazijn van de Oost-Indische Compagnie 100 planken geleverd aan privépersonen. Deze planken werden die dag niet opgehaald en bleven 's avonds in 10 stapels van 10 stuks liggen bij het pakhuis. De schildwacht Ulrich kwam om 18:00 uur aan om het hout van de Compagnie te bewaken. Een slavin van mandoer (opzichter) Manda vroeg Ulrich om ook op deze planken te letten. Ulrich deed dit en droeg om 20:00 uur zijn post correct over aan zijn vervanger. De gevangene nam om 00:00 uur de wacht over van een andere schildwacht. Hij zag planken liggen die niet aan hem waren overgedragen en deed zijn plicht niet goed.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10960 / 0440 Hendrik en Claas Ras gingen naar de broer van de landbouwer, Frans Smid. Ras en zijn zoon kwamen bij Claas Ras aan met een geweer. Ze vroegen direct naar een Hottentot die Cathrijn heette en zeiden dat ze daar moest zijn. Januarij vertelde hen dat die vrouw er niet was en ook niet was geweest, wat waar was. Hendrik en Claas Ras geloofden dit niet en doorzochten het hele huis. Ze dwongen hen om een kamer open te maken waar ze de twee kinderen van Arend vonden. Hendrik en Claas Ras bleven volhouden dat de vrouw er moest zijn. Claas Ras zei nog dat hij spijt had dat er geen kogel in het geweer zat, anders had hij geschoten. Ze vertrokken weer zonder de kinderen mee te nemen. In de avond kwam Cathrijn wel naar de plaats van de landbouwer, maar vertrok weer. De volgende ochtend kwamen Hendrik en Claas Ras terug zonder geweer en vroegen weer naar de Hottentot-vrouw.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10960 / 0758 Een gesprek vond plaats tussen de getuige en Philida over de slaafgemaakte jongen Fortuijn van Boegies, eigendom van Theron. Philida vertelde dat Fortuijn brutaal was en mensen aanviel. Op de vraag waarom dit zo was, antwoordde Philida dat Fortuijn had gedreigd om 'nonje Leentje' op straat op te wachten, haar op de grond te gooien en haar keel door te snijden. Enkele dagen later passeerde Kaatje van de Kaap, ook een slaafgemaakte van Theron, te paard. De getuige vroeg aan haar of dit verhaal waar was. Kaatje vroeg wie dit had verteld, waarop de getuige Philida noemde. Kaatje noemde Philida een 'kleine kreng' en zei dat zij in de problemen zou komen als dit bekend werd. Toen de getuige nogmaals vroeg of het verhaal waar was, bevestigde Kaatje dat Fortuijn dit inderdaad had gezegd. De getuige heeft dit vervolgens aan 'nonje' gemeld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10960 / 1030 De slavin Philida van de Caab, eigendom van landbouwer Jacobus Therron, legt op 5 november 1761 een verklaring af voor secretaris Christiaan Ludolph Neethling in aanwezigheid van de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Adriaan van Schoor. Ze verklaart dat ongeveer 3 maanden geleden de slaaf Fortuijn van Boegies haar vertelde over zijn plannen met Magdalena Pretorius, die les kreeg van een schoolmeester op hun erf. Fortuijn wilde Magdalena op het pad opwachten en haar aanranden. Hij zei dat hij haar daarna zou vermoorden. Hij herhaalde deze dreigementen meerdere keren tegen Philida.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10960 / 1032 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/