Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De slaaf Fortuyn van Dent kwam op 15 juli 1766 voor de Raad van Justitie in Kaap de Goede Hoop. Ook aanwezig waren Willem Cloppenburg, Otto Ender en Daniel Coenraad Braun. Het verhoor vond plaats in de gevangenis of martelkamer. De slavin Clavinde werd ergens van beschuldigd maar trok later haar beschuldiging in.

Op 7 augustus werd Fortuyn van Boegies verhoord. Hij bekende 's ochtends vroeg met vuur uit de keuken via een ladder naar het plat van de galerij te zijn geklommen.

De verklaring werd ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0867  


Een slavin was als boodschapper gebruikt om met de negers te onderhandelen over vrede. De negers wilden met assistent Leij spreken, die daarom naar boven ging. Kort daarna werd ook de verteller naar boven geroepen. De negers lokten met vriendelijke woorden nog meer Europeanen naar boven.

Vervolgens grepen de negers enkele Europeanen vast en bonden hen. Ze probeerden ook de verteller vast te binden, maar hij vroeg in het Madagaskars of ze zijn handen aan de voorkant wilden binden omdat zijn handen verbrand waren door het buskruit. Toen één neger zijn handen losliet en een ander een touw ging halen, maakte de verteller van de gelegenheid gebruik om weg te springen en te ontsnappen.

De negers wilden ook dat de gezaghebber naar boven zou komen, maar die kon niet komen vanwege zijn ernstige verwondingen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1631  


De Raad (namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden) heeft een oordeel geveld over twee zaken:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0053  


Er was een gevecht waarbij iemand een aanval met een speer in zijn linkerarm kreeg. Toen hij zich omdraaide, kreeg hij een tweede steek in zijn rechterarm. Hij probeerde naar de kajuit te vluchten om wapens te pakken, maar viel over een slavin. Een zwarte man gaf hem nog 2 of 3 steken in zijn rug die werden tegengehouden door zijn ruggengraat, plus een steek in zijn zij waarbij 3 ribben werden geraakt.

Na het vluchten in de kajuit pakte hij een speer en ging weer naar het dek. Hij riep naar de timmerman, bootsman en andere bemanningsleden die brandhout vasthielden, dat ze naar de mars moesten gaan en handgranaten moesten gooien. Maar de aanvallers drongen te sterk op en door bloedverlies werd hij zwak. Hij vluchtte via de kajuit en door het raam langs het roer naar de konstabelskamer.

Dit verslag is afgelegd op het secretariaat van justitie van het Kasteel de Goede Hoop op 27 mei 1766 in aanwezigheid van klerken Jochem Hendrik Borgwedel en Henricus Jacobus Storm als getuigen. Het document is ondertekend door gezworen klerk L.S. Faber.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0908  


De slaven namen tijdens een bewakingsmoment het dek over met veel kabaal. Het volk uit het prinsenkwartier kon niet naar boven komen omdat de slaven de luiken hadden afgesloten. De bemanning brak toen door naar de constabelskamer via het slavinnenverblijf, waar ze enkele andere bemanningsleden aantroffen. De zwarte opstandelingen behielden 3 dagen de controle over het schip. Op de derde dag deed stuurman Laurens met 9 anderen een uitval, waarbij: Diezelfde dag werd via een slavin vrede gesloten onder voorwaarde dat de Europeanen de zwarten terug naar hun land zouden brengen. Na de vrede werd assistent Leij door de zwarten aangesteld als hoofd van de Europeanen. Hij voerde overdag het commando volgens de orders van de gezaghebber.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1610  


De landman verklaart dat de Necker hem had aangeboden zijn kan met wijn te vullen. De landman bedankte hiervoor omdat zijn kan al gevuld was met bronwater. De Necker zei toen dat hij genoeg wijn had, een hele halve vaam op de wagen. De wijn die de landman dronk kwam uit een half anker.

De landman merkte dat zowel de Necker als de wagenrijder Andries enigszins vrolijk waren, maar niet dronken. Ze hadden ook geen ruzie met elkaar. De landman verklaart dat hij verder weinig over de Necker kan zeggen omdat hij hem niet goed kent.

Over de bastaard-Hottentot Andries weet hij alleen dat deze vroeger contact had met een slavin die eigendom was van Daniel Lombaard, toen Andries daar woonde. Dit was voordat de landman deze slavin van Lombaard had gekocht.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0532  


Omdat het grootste en beste deel van de bemanning al dood was en ze inzagen dat geweld tegen de opstandige slaven niet werkte, besloten ze te onderzoeken of ze de situatie op een andere manier konden oplossen om het schip te redden. Ze stuurden een slavin die bij hen was gebleven naar boven om de opstandelingen te vragen:

De opstandelingen antwoordden dat ze met de tweede ondertekenaar wilden praten. Deze ging naar het dek waar de opstandelingen zeiden dat ze vrede wilden sluiten onder voorwaarde dat ze teruggebracht zouden worden naar hun land. Daarna mocht het schip gaan waar het wilde. De tweede ondertekenaar ging terug naar de constapelskamer om dit met de eerste ondertekenaar en de rest van de bemanning te bespreken. Ze besloten de opstandelingen met deze belofte te sussen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1490  


Stephanus Kuhn heeft een slavin met een zweep voor ossen geslagen en haar kind bedreigd met de dood. De onderzoeker vond het nodig om:

De hoofdchirurg van het ziekenhuis heeft een verklaring afgegeven over de verwondingen. Toen Kuhn zich kwam verdedigen, gaf hij toe dat hij haar had gestraft, maar probeerde de ernstige mishandeling te ontkennen. Hij beweerde dat:

Kuhn vroeg de onderzoeker om niet verder te onderzoeken maar de zaak te schikken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0612  


Een bemanningslid had na een aanval een vat buskruit onder het grote luik aangestoken. Hierbij liep hij brandwonden op in zijn gezicht. Hij ontkende dat hij na het aansteken van het kruit naar de gezagvoerder was gegaan om meer kruit te vragen. De 2 vaten die er stonden waren alleen klaargezet voor als de zwarte opvarenden geen vrede wilden sluiten. Als de Europeanen zich dapper hadden verweerd maar niets bereikt hadden, wilden ze het dek met alle zwarte opvarenden opblazen. Dit om te voorkomen dat ze dezelfde vernederende dood zouden sterven als hun scheepsgenoten. Er werd besloten om een slavin naar boven te sturen om de zwarte opvarenden te waarschuwen dat als ze geen vrede wilden sluiten, ze met het dek de lucht in zouden vliegen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1630  


Er ontstond een gevecht waarbij de verteller werd aangevallen. Hij probeerde naar de kajuit te vluchten maar struikelde over een slavin. Hij kreeg een steek in zijn linkerzij waarbij 3 ribben werden gebroken. Ook kreeg hij 2 steken in zijn rug die het bot raakten. Deze verwondingen werden toegebracht met een speer door een zwarte man die nu gevangen zit. De verteller had vooraf niet gehoord dat opperstuurman/administrateur Crause al gewond zou zijn door de zwarte opstandelingen. Door de verwarring had hij niet gezien wat er op het dek gebeurde. In de kajuit vond hij een speer die hij meenam. Op het dek zag hij alleen enkele Europeanen bij de voorplecht, waaronder de timmerman, bootsman en bootsmansmaatje. Hij riep naar hen dat ze handgranaten van boven moesten gooien. De zwarte opstandelingen kwamen toen op hem af met een speer en een windboompje waarmee ze hem probeerden te steken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1648  


De verteller meldt dat een kano met 5 zwarte mensen, waaronder hun leider, en een Europese agent genaamd Jan Musku naar land was gevaren. Hij wist niet of deze Europeaan hier toestemming voor had van de gezaghebber. De verteller hoorde schieten toen hij bij de gezaghebber was. De zwarte mensen aan boord vroegen om kruit en kogels om tegen hun eigen volk te vechten, wat geweigerd werd. Er ontstond een nieuw gevecht tussen de Europeanen en de zwarte mensen nadat een geweer per ongeluk afging. Hierbij werd een Europeaan doodgeschoten. Daarna werd een wapenstilstand gesloten. Dezelfde dag kwam een tot slaaf gemaakte vrouw naar de Europeanen toe, zei dat ze bij hen wilde blijven en deed dat ook. De volgende ochtend gaven drie van de zwarte mensen zich over aan de verteller en de assistent Leij. Ze werden naar beneden gestuurd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1636  


Op een ochtend vroeg stond Sebastiaan Valentijn Scheller op. Hij was de boekhouder van de pakhuizen van de Compagnie. Er was veel lawaai bij de gang van de uitrusting van de Compagnie. Een jongen van Scheller stond op een mesthoop en waarschuwde zijn meester. De meester ging naar binnen om zich aan te kleden. De slavin Diana ging naar de keuken en vroeg namens haar meester wat er tegen de muur van de gang van Scheller stond. Toen zij antwoordden dat ze het niet wisten, ging de slaaf Jacob naar buiten op het kerkhof. Bij terugkomst vertelde hij dat het een blok was waar normaal gesproken de hond aan vastgebonden werd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0819  


Johannes Smidt, een burger van Batavia, werd beschuldigd van het ontvangen van gestolen goederen. Een groep slaven en arbeiders, waaronder Paris van Bengalen, Patra van Batavia, Wang Sa, Spadilje van Sambouwa, Ontong van Java, Jacob van Madras, Fortuijn van Ceylon en Gedult van Java waren hierbij betrokken. De laatste was een slaaf van koster Christiaan van der Schelde. Ontong was eigendom van boekhouder Sebastiaan Valentijn Scheller. De straf was:

Dit vonnis werd uitgesproken op 2 mei, 3 juli en 4 juli.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0059  


Op de derde dag hoorde de verteller, die door verwondingen niet kon bewegen, dat er een aanval werd gedaan. Hij was toen te zwak om te praten en wist hier van tevoren niets van. Hij hoorde wel het tumult en vernam later dat stuurman Laurens, die de leiding had over deze uitval, was doodgeschoten. Ook een andere man stierf en enkele gewone bemanningsleden raakten gewond.

Kort daarna was er een explosie van buskruit. Stuurman Daniel Carel Gulik had een vat buskruit aangestoken om de zwarte opstandelingen bang te maken. Daarna kwam de bemanning en de stuurman terug en vroegen om meer buskruit. Ze wilden het dek met de zwarten de lucht in laten vliegen. De verteller, die nog steeds niet kon bewegen, vroeg hen dit niet te doen. In plaats daarvan werd besloten een slavin naar boven te sturen om de zwarten [tekst lijkt hier af te breken].

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1650  


Na een opstand probeerden de zwarte slaven aan boord te onderhandelen. Er was een explosie van kruit in het benedenschip. Hierdoor waren de slaven erg geschrokken en bang. Na de explosie deden de Europeanen een aanval, waarbij stuurman Laurens en 3 andere mannen door de slaven werden doodgeschoten. Daarna werd een slavin naar boven gestuurd om vrede te vragen. De slaven wilden dat assistent Leij naar boven zou komen. Men kwam tot een overeenkomst dat de slaven terug naar hun land gebracht zouden worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1549  


De slaaf Flora zal openbaar worden verkocht ten gunste van de gedaagde en zijn gescheiden vrouw. De voorwaarde was dat deze slaaf nooit meer in handen van de gedaagde, zijn kinderen of andere familieleden mocht komen.

De onafhankelijke aanklager diende een schriftelijke eis in tegen Jan Willem Cleppenburgh met drie bijlagen. Jan Frederik Wille uit Potsdam, werkzaam als smid op het werkterrein van de Compagnie, beweert dat hij nooit van plan was om te vluchten. Hij zegt dat hij door het drinken van een soepje uit de fles van een Engelsman dronken werd en vraagt om genade voor desertie.

Na het onder ede afgenomen goede getuigenis van de opzichter van het werkterrein van de Compagnie, en gezien het feit dat het contract van de gedaagde over 2 maanden afloopt waarbij hij nog loon tegoed heeft van de Compagnie, spreekt de Raad hem vrij van de aanklacht, zonder kosten.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0033  


Op 10 april 1766 's ochtends deed Pieter van Reede van Oudshoorn een aankondiging. Hij had toestemming gekregen om voor persoonlijke zaken naar Nederland te reizen. Hij zou vertrekken met het retourschip de Schoonsigt. Hij droeg het voorzitterschap van de raad over aan de opperkoopman en fiscaal Jan Willem Cloppenburg, die op 18 maart van dat jaar was aangesteld als zijn opvolger. Er werd ook gesproken over een slavin die iets had gemeld over het snijden van kaas. De raadsleden vonden dat dit wrede en kwaadaardige wezen geen eervolle begrafenis verdiende. Dit werd voorgesteld door de fiscaal en goedgekeurd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0042  


Gerrit Hendrik Badenhorst moest binnen 3 weken 35 mud goede tarwe leveren aan de Oost-Indische Compagnie. Hij kreeg een boete van 50 rijksdaalders en moest de proceskosten betalen. Dit vonnis werd uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop op 27 februari 1766 en bekendgemaakt op 13 maart. C.L. Neethling was de secretaris.

Een tweede zaak betrof Jan Willem Cloppenburg, de onafhankelijke fiscaal, tegen burger Nicolaas Godfried Heijns op 13 februari. De zaak ging over buitensporige mishandeling van zijn slavin Flora. Namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden werd Heijns veroordeeld tot:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0032  


Toen de opstand uitbrak raakte een matroos gewond en kon zijn dienst niet goed doen. Later werd een slavin naar boven gestuurd en werd vrede gesloten. Toen ze 3 dagen later land zagen, gaf assistent Leij de matrozen aan het roer opdracht om naar het zuidwesten te sturen. Het schip strandde 's nachts door de sterke stroming, het kleine zeil dat gebruikt werd, en de onbruikbaarheid van verschillende zeilen die tijdens de opstand gescheurd en kapot geslagen waren. Ze waren ook met te weinig mensen om de zeilen goed te kunnen bedienen. De verteller weet niet of stuurman Daniel Carel ruzie had met de gezagvoerder, of dat de stuurman ongehoorzaam was aan de gezagvoerder. Hij kan ook niet zeggen of de gewone bemanning ongehoorzaam was, of dat de stuurman of bemanning ooit dronken waren geweest. De stuurman en de assistent...

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1606  


De slaaf werd naar boven gestuurd en er werd vrede gesloten, maar hij wist niet onder welke voorwaarden. Hij had steeds de wacht gehouden in de kamer en wist daarom niet wat er boven was gebeurd. Hij kon ook niet vertellen hoe het vaartuig 's nachts zo dicht bij land was gekomen. Hij had geen ruzies gezien of gehoord tussen de gezagvoerder, stuurman Daniel of de bemanning. Hij had ook niemand dronken gezien, hoewel er wel iets meer gedronken was dan het rantsoen toestond. Dit was nodig geweest omdat ze alleen droge aardappelen en wat rauw spek hadden, maar geen water. Deze verklaring werd afgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 22 mei 1766 voor de raadsleden Lodewijk Christoph Warneck en Tobias Christiaan Ronnenkamp van de Raad van Justitie. De verklaring werd ondertekend door de verteller, de raadsleden en de secretaris.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1565  


De landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Jacobus Johannes Le Sueur, heeft een rechtszaak aangespannen tegen vier slaven:

De eerste drie slaven waren eigendom van boer Hendrik Greef, de laatste van boer Urbanus Sauerman. Ze werden beschuldigd van het stelen van schapen en paarden.

Twee van de slaven beweerden dat ze enkele maanden eerder, tijdens de graanoogst, onterecht geslagen waren door hun eigenaar. Ze werden ervan verdacht te weten van de vlucht van twee andere slaven. Daarom zijn ze 's nachts samen met andere slaven, waaronder Damon, weggelopen van de woonplaats aan de Paardenberg. Na enkele dagen op de berg te hebben verbleven, gingen ze naar beneden met het plan om naar de boerderij van Jan Late te gaan voor voedsel.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1691  


Op 10 november 1766 werd op het gerechtshuis van kasteel de Goede Hoop een verklaring afgelegd over een drinkgelag bij Flora. Er was een halve liter wijn gebracht en er werd gezongen en gedronken. De politieman Kirchman kwam binnen en ontdekte daar een weggelopen persoon. Hij bracht vervolgens Lijbregts naar huis. De verklaring werd vastgelegd door klerken Jochemhend Borgweedel en Pieter Caspar Broederzz als getuigen. Het document werd ondertekend door de beëdigde klerk L.J. Faber en Waber.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1690  


De slaaf Carolus Van Mallebaar, eigendom van landbouwer Hendrik Greef, ongeveer 15 jaar oud, deed een bekentenis op 28 november 1766. Hij verklaarde aan landdrost Jacobus Johannes Le Lueur van Stellenbosch en Drakenstein het volgende:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1701  


De getuige Kirchman heeft tijdens de kerkdienst gezien dat soldaten luidruchtig aan het drinken waren. Hij heeft ze gevraagd de ramen te sluiten en stil te zijn. Hij trof in dezelfde kamer een dronken inheemse vrouw aan op een bed. Bij het doorzoeken van een ander vertrek vond hij twee ontsnapte slaven. Een slaaf hoorde bij burger Jan Smid, de ander bij bode Reedelinghuijs van de weeskamer. Een slaaf wist te ontkomen, de weggelopen vrouwelijke slaaf is naar haar eigenaar teruggebracht. Na melding bij de autoriteiten kreeg Kirchman opdracht om Flora, die al langere tijd slecht gedrag vertoonde en een bordeel runde, naar het strafgebouw te brengen. In het huis trof hij ook aan:

Deze laatsten waren net als Flora dronken en zijn ook opgesloten. Deze verklaring is afgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 6 november 1766, in aanwezigheid van klerken Jochem Hendrik Borgweedel en Pieter Caspar Broedersz als getuigen, ondertekend door secretaris C.L. Neeth.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1688  


Een rapport uit 5 november 1766 beschrijft hoe er een onderzoek plaatsvond in een huurhuis naast de woning van commissaris Joachim Johan Codewijk Warnich in De Goede Hoop. De politieman Carel Kirchman vond daar een ontsnapte slavin verborgen onder een bed, samen met Eva, die hij meenam. In het huis woonde Flora van Rio de Lagoa, die werd ondervraagd over de aanwezigheid van de ontsnapte slavin. Flora zei dat ze de slavin had gehuurd van Reedelinghuijsen van het weeskantoor, maar wist niet waarom de weggelopen slavin daar was. De verslaggever had Flora al eerder gewaarschuwd geen illegale activiteiten in haar huis toe te staan. Het verslag werd opgesteld door secretaris C.L. Neethling en ondertekend door de klerken Jochem Hendrik Borgweedel en Pieter Caspar Broederez.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1687  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/