Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


Op 13 september 1754 werd bepaald dat wie een gevluchte slaaf zonder toestemming van de eigenaar onderdak bood, een boete van 25 rijksdaalders per dag of nacht moest betalen. De straf werd zwaarder als dit langer duurde of als er meerdere weggelopen slaven betrokken waren.

Flora van Rio de Pagoa was ongeveer 5 jaar eerder al opgepakt voor soortgelijke overtredingen. Ze ontsnapte toen uit detentie. Door voorspraak van haar toenmalige meesteres, wijlen mevrouw Meuring, en haar belofte om haar leven te beteren, werd haar straf toen niet uitgevoerd. Ze verbeterde haar gedrag echter niet, ondanks herhaaldelijke waarschuwingen.

Op 13 november 1766 eiste openbaar aanklager Otto Lueder dat Flora levenslang te werk gesteld zou worden in de slavenverblijven van de Compagnie, waar ze voor kost en kleding zou moeten werken. Dit moest dienen als afschrikwekkend voorbeeld voor anderen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1685  


De geweldiger (politieman) nam een dronken meid mee en rapporteerde dit aan zijn baas. De verdachte had al langer een slecht leven geleid en luisterde niet naar waarschuwingen. Ze hield een bordeel en gaf onderdak aan weggelopen slaven. In haar huis werden ook een slavin van opperstuurman Hans de Wit en een kind van gemengde afkomst gevonden. Ze waren allemaal dronken en werden naar de gevangenis gebracht.

Volgens de wetten van beschaafde volkeren en de regels van de kolonie moest de zondag rustig en ordelijk verlopen, vooral tijdens de kerkdienst. Er mochten dan geen kroegen of bordelen open zijn. De huurster van het huis was hiervoor verantwoordelijk. De Staten-Generaal had bevolen alle bordelen uit te roeien. Dit staat in het wetboek van Van Zurch. Ook was het volgens een wet van 29 april verboden om slaven te laten rondzwerven.

Bijeenkomsten van "losbandige" slavinnen, mensen van gemengde afkomst en dergelijke groepen die zich bedrinken en met dronken mannen op bed liggen, werden gezien als onacceptabel in een goed bestuurde samenleving.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1684  


De plaatsvervangende politieagent deed op zondag 2 november zijn ronde aan de bovenkant van de Kaap. Tijdens de kerkdienst controleerde hij of alles rustig bleef op de straten. In een huurhuis achter het huis van de voormalige commissaris van burgerlijke en huwelijkszaken Joachim Johan Lodewijk Warnick ontdekte hij het volgende:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 1683  


Toen de getuigenis werd voorgelezen aan de Hottentotse vrouw Hester, bevestigde zij in het Kasteel de Goede Hoop op 10 mei 1766 dat haar verklaring compleet waar was en dat er niets aan toegevoegd of verwijderd moest worden. Dit gebeurde in aanwezigheid van:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0897  


De getuige zag dat September een gescheurde broek aan had. Hij vroeg hem wat er met het schaap aan de hand was. September antwoordde dat het schaap niet kon opstaan en dat hij niet wist waarom. Toen September het schaap optilde, merkte de getuige dat het dier wankelde en stijf was aan de achterkant. Daarna gingen ze verder met het hoeden van de schapen. De getuige vermoedde dat September iets verkeerds had gedaan met het schaap en vertelde dit aan zijn mede-slaven. De eigenaar gaf de getuige de opdracht om een verdwaald schaap te zoeken, terwijl September op de kudde zou passen. Na lang zoeken keerde de vermoeide getuige een paar uur voor zonsondergang terug. Hij ging in het veld bij de kudde zitten en zag toen dat September de schapen op een heuvel aan het drijven was en er één uit de kudde haalde.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0886  


Jan Krego werd plotseling angstig toen hij bij zijn schoonmoeder Jacob de Villiers was. Een slaaf genaamd September sprak met een andere slaaf, Baatjoe van Boegies, over een ernstige overtreding. De getuige wist niet hoe ernstig dit was en sprak er daarom met niemand over.

Dit is vastgelegd op het secretariaat van justitie van het Kasteel de Goede Hoop in aanwezigheid van klerken Pieter Caspar Broeders en Frederik Wilhelm. De secretaris C.L. Heethling heeft dit ondertekend.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0896  


Jacobus Johannes Le Sueur vertelt over een incident bij het landgoed van zijn heer bij Tellenborch. Een schaapherder ging zoals gewoonlijk met een slaaf genaamd September naar de schaapskooi om te slapen. Vanwege regen bleven ze eerst in het nabijgelegen slavenhuis. Toen de regen 's nachts minderde, gingen ze alsnog naar de schaapskooi. De herder maakte een vuurtje om zich te warmen. Nadat September een tijdje in de kooi was gebleven, ging de herder ook naar binnen om te zien wat September aan het doen was. Ondanks dat het donker was, zag hij dat September over een schaap heen stond dat op zijn rug lag met de poten omhoog.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0885  


De Hottentot Hester legde een verklaring af voor secretaris Christiaan Ludolph Heethling op verzoek van hoofdrechter Jacobus Johannes Le Sueur van Stellenbosch en Drakenstein. Ze vertelde dat ze een jaar geleden, tijdens de oogsttijd, bij de inmiddels overleden weduwe van boer Jacob de Villiers in Drakenstein woonde. Op een ochtend zag ze in de paardenstal dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0895  


De aanwezige gemengde Hottentot Hendrik legde een verklaring af in het Kasteel de Goede Hoop. Deze verklaring werd voorgelezen op 5 juni 1766. Daarnaast was er een slaaf uit Mozambique aanwezig om te bevestigen dat de verklaring waar was. De documenten werden ondertekend door meerdere personen, waaronder:

De oorspronkelijke verklaring werd afgelegd op 9 mei 1766.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0894  


Op een zekere ochtend ging de beklaagde op de boerderij van de weduwe Jacob Vilsiers naar de stal om de paarden los te maken. Hij plaatste een jonge witte merrie tegen de voederbak en bond haar kop vast aan een paal. Terwijl hij op de uitstekende stenen bij de voederbak stond, probeerde hij ontucht te plegen met het dier. Een vrouwelijke bediende van gemengde afkomst kwam op dat moment de stal binnen, waardoor hij moest stoppen. Nadat hij de merrie had losgemaakt en uit de stal had gejaagd, zag hij vocht uit het dier vloeien. Later werd hij gearresteerd en aan de rechtbank overgedragen.

Deze verklaring werd afgelegd in Kaap de Goede Hoop.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0883  


In Kaap de Goede Hoop deed een slaaf in september een verklaring. Hij vertelde dat hij had gezien hoe een schapenhoeder een schaap probeerde te misbruiken. De slaaf Baatjoe had dit gemeld aan zijn eigenaar. De eigenaar was daarna naar de Peerl gereden. Op maandag heeft Baatjoe aan de eigenaar en de slavin Clara het specifieke schaap aangewezen. Ze zagen dat het vrouwelijke schaap een gezwollen deel had. De eigenaar geloofde niet dat dit kwam door een mannelijk schaap, omdat hij zoiets eerder nooit had gezien. Baatjoe was op dinsdag weggelopen toen zijn baas naar huis kwam.

De verklaring werd afgelegd op het kantoor van justitie van het kasteel, in aanwezigheid van klerken Pieter Caspar Broedersz en Johann Adolph Kuuhe als getuigen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0893  


Ongeveer 9 dagen nadat een schaap ziek was, moest de herder Baatjer in opdracht van zijn baas een ander schaap verzorgen. In de middag, toen de schapen in een kleine vallei dichtbij de boerderij aan het grazen waren, heeft hij een ander schaap gevangen. Hij probeerde zich seksueel aan dit schaap te vergrijpen. Staaf Baatjoe kwam langs en vroeg wat hij aan het doen was met dat schaap. De herder maakte toen snel zijn broek vast en zei dat hij schildpadvoer uit de bek van het schaap haalde. Door deze onderbreking kon hij zijn daad niet afmaken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0882  


Op 8 april 1766 verscheen voor Lucas Sigismundus Faber, klerk bij het gerechtshof, de bastaard-Hottentot Hendrik die woonde bij boer Jan Krego. Hij legde een verklaring af voor landdrost Jacobus Johannes Le Sueur van Stellenbosch en Drakenstein.

Hendrik verklaarde dat op een maandag kort geleden Jan Krego's slaaf Baatjoe (van Bugische afkomst) aan het personeel had verteld dat zijn mede-slaaf September, met wie hij in de schaapskooi sliep, de vorige nacht iets slechts had gedaan met een ooi. Het personeel had Baatjoe toen gezegd dat als zoiets nog eens gebeurde, hij dit aan zijn eigenaar moest melden.

De zondag daarop was Baatjoe 's avonds thuisgekomen en vertelde dat hij op bevel van zijn eigenaar een verdwaald schaap moest zoeken terwijl September op de kudde paste. Na tevergeefs zoeken en toen hij dicht bij de schapen was gekomen...

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0892  


Een schapenhoeder wilde eigenlijk bij de schaapskooi gaan slapen, maar vanwege de regen bleef hij in het jongenshuis. Baatjoe, de Buginese schapenhoeder, bleef daar ook. Toen het midden in de nacht stopte met regenen, ging de eerste schapenhoeder naar de schaapskooi. Daar misbruikte hij een schaap. Toen hij Baatjoe de deur van het jongenshuis hoorde openen, liet hij het schaap los. Baatjoe kwam bij hem in de kooi en vroeg wat er met het op zijn rug liggende schaap aan de hand was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0881  


Clara van de Caab verscheen voor de rechtbank in Kasteel de Goede Hoop. Haar verklaring werd haar voorgelezen. Ze bevestigde dat alles wat ze eerder had gezegd waar was en dat er niets aan toegevoegd of weggehaald moest worden. Dit gebeurde op 5 juni 1766. Bij deze bijeenkomst waren aanwezig:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0891  


De aanklager stelt dat de verdachte meerdere keren met dieren seks heeft gehad. De verdachte heeft geen spijt getoond na eerdere ontdekkingen en liet zelfs zien dat hij dit nog zeker wilde herhalen. De aanklager zegt genoeg bewijs te hebben om de verdachte te kunnen veroordelen voor deze misdaad.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0879  


De vorige zondag had Baatjoe aan de Compagnie en andere mensen 's avonds verteld dat hij in het veld naar een verdwaald schaap had gezocht. Na een tijdje vruchteloos zoeken was hij voor zonsondergang teruggekeerd. Toen hij dichtbij de kudde schapen kwam, die door September was bewaakt, zag hij dat September de schapen bij elkaar had gedreven. September had er één uit gehaald, op de grond gegooid, zijn broek losgemaakt en het schaap misbruikt.

Baatjoe had dit aan hun landheer gemeld, die op maandag naar de Peerel was gereden. De baas had aan de Compagnie en de halfbloed Hottentot Hend het schaap aangewezen waarmee September zich had misdragen. Het geslachtsdeel van het vrouwelijke schaap was opgezwollen, zonder dat men wist waardoor. Baatjoe was dinsdag, toen hun landheer weer thuiskwam, weggelopen van de plaats.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0890  


Deze tekst gaat over het bepalen van straf bij seksuele misdaden. Volgens de genoemde geleerde jurist moet een overtreder ter dood veroordeeld worden als er penetratie heeft plaatsgevonden, zelfs als er geen zaadlozing was. De jurist zegt dat bij dit soort misdaden:

Bovendien waarschuwt de jurist dat als er uitzonderingen worden gemaakt wanneer iemand op heterdaad betrapt wordt, dit gevaarlijke gevolgen kan hebben omdat overtreders dan hun straf proberen te ontlopen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0878  


Als iemand van plan was een misdaad te plegen en al was begonnen maar niet helemaal afmaakte, moet deze persoon een lichtere straf krijgen dan normaal. Dit komt volgens Carp door een wet over buitengewone misdaden die zegt dat een niet-voltooide misdaad niet de normale straf krijgt. Andere rechtsgeleerden, zoals Damhr, vinden echter dat voor heel erge misdaden niet alle voorwaarden vervuld hoeven te zijn om toch de volle straf te geven. Als iemand alles heeft gedaan wat mogelijk was, maar werd tegengehouden door iets wat hij niet kon controleren, zou hij toch de normale straf moeten krijgen. Bohmer, Carpzec, Parinacius zijn het hier mee eens: als iemand al ver in de uitvoering van de misdaad was maar toevallig werd gestopt, moet deze persoon toch de normale straf krijgen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0877  


Een persoon probeerde een misdaad te plegen met een merrie, maar werd onderbroken door de komst van een Hottentotse vrouw genaamd Koster. Hij had het dier wel losgemaakt uit de stal en er kwam wat vocht uit het achterdeel van de merrie.

De rechters kunnen dit feit controleren in de bekentenis van de beschuldigde en in de bijgevoegde documenten. Nu moet alleen nog bepaald worden in hoeverre de gevangene schuldig is aan deze misdaad en welke straf hij verdient.

Volgens criminele rechtsgeleerden wordt sodomie gezien als één van de ergste misdaden die er zijn. Deze moet daarom zwaar bestraft worden. Er is wel discussie over de strafmaat als de daad niet volledig is uitgevoerd. Sommigen vinden dat de doodstraf alleen mag worden gegeven als de daad helemaal voltooid is met zaadlozing.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0876  


Een man werd beschuldigd van het seksueel misbruiken van een schaap. Hij kon zijn daad niet voltooien omdat iemand genaamd Batjoe, die in opdracht van zijn meester een schaap moest zoeken, hem betrapte. De verdachte beweerde dat hij schildpadschubben uit de huid van het dier wilde halen. Toen de verdachte nog bij zijn vorige meesteres Jacot de Vilkers woonde, ging hij op een ochtend naar de paardenstal om de paarden los te maken. Daar misbruikte hij een jonge schimmelmerrie, die hij aan een paal vastbond.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0875  


Een gevangene sliep normaal bij de schapenkraal. Op een regenachtige nacht schuilden hij en Baatjoe in het slavenhuis. Na middernacht, toen de regen stopte, gingen ze terug naar hun slaapplaats. De gevangene ging toen de schapenkraal in waar hij een ooi vastgreep en probeerde seksueel te misbruiken. Door pijn en het horen van geluid moest hij stoppen. Toen Baatjoe binnenkwam en vroeg wat er met het schaap aan de hand was, zei de gevangene alleen dat het ziek was. Hij tilde het schaap op en ging daarna samen met zijn medeslaaf slapen. Een paar dagen later, toen de gevangene in plaats van Baatjoe op de schapen moest passen, probeerde hij in de middag opnieuw een ooi te misbruiken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0874  


De ambtenaar maakte een verslag van het vonnis over de gevangene. De bestuurders handelden namens de hoge bestuurders van de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden. Ze veroordeelden de gevangene Fertuijn van Boegies. Hij moest naar de gebruikelijke executieplaats worden gebracht. Daar zou de beul Oreg hem aan een paal vastmaken met een ijzeren beugel. Hij zou levend worden verbrand. Het verbrande lichaam moest daarna naar buiten worden gebracht, waar het in een ijzeren pot op een paal zou worden gezet. Die pot stond symbool voor brandstichting. Het lichaam moest daar blijven tot het helemaal vergaan was. De veroordeelde moest ook de proceskosten betalen.

Dit vonnis werd uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop op 9 augustus 1766 en uitgevoerd op 11 augustus 1766.

Het document werd ondertekend door:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0872  


De landrechter van Stellenbosch, Jacobus Johan Le Sueur, diende een aanklacht in bij de president van de Raad van Justitie, Jan Willem Oppenbuorg. De aanklacht was tegen September van Mozambique, een voormalige slaaf van burger Jan Krego. In de aanklacht werd verwezen naar een bekentenis van de verdachte, en onderzoeksverslagen. Het ging om een zaak van sodomie die enkele maanden voor de aanklacht plaatsvond op de Llenbosch, waarbij September en zijn medeslaaf Batjoe van Boegies betrokken waren.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0873  


Op Kaap de Goede Hoop verscheen op 12 april 1766 voor de raadsleden Dirk Westerkoff en Jan Serrurier de slaaf September. De verklaring werd opgemaakt door klerk L.J. Faber. Na deze bekentenis kwam er een herziening. Later ging September akkoord met zijn eerdere verklaring en wilde er niets aan toevoegen of weghalen. Dit werd vastgelegd in Kasteel de Goede Hoop in juni 1766. September zette zijn merkteken, in aanwezigheid van klerk L.S. Faber en de commissieleden I.C. Ronnenkamp en O. Muller. Het document werd opgesteld op verzoek van de landdrost.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10966 / 0884  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/