Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Deze wettekst gaat over het uitbreiden van straffen naar vergelijkbare gevallen die niet letterlijk in de wet staan genoemd. De rechter mag in ernstige misdaden de bedoeling van de wet toepassen op andere situaties, ook al worden die niet specifiek in de wet genoemd. Volgens professor Voet in zijn commentaar op de Pandecten moet de rechter, omdat niet alles in de wetten kan worden opgenomen, vergelijkbare gevallen op dezelfde manier bestraffen. De aanklager concludeert dat hoewel de wet alleen spreekt over misdaden tegen 'heren en vrouwen', deze ook moet gelden voor het huidige geval. Hij eist dat de gevangene:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0341 De slaaf Goliath werd uit het huis gelokt en in de gevangenis gezet. Dit werd aan de rechter gemeld. De vrouw van de eigenaar vertelde bij thuiskomst dat Goliath die ochtend, in plaats van op het beschuit te letten, de hele tijd een mes had geslepen. Toen hem gevraagd werd waarom hij dat deed en of hij iemand bang wilde maken, antwoordde hij dat er geen goed mes in huis was en hij het nodig had om beschuit te snijden.
Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 24 februari 1768 in aanwezigheid van klerken Jochem Hendrik Borgwedel en Henricus Jacobus Storm. Het document werd ondertekend door klerk C.S. Faber.
De burger Hendrik de Jong verscheen later voor de Raad van Justitie waar hem deze verklaring werd voorgelezen. Hij bevestigde alles in aanwezigheid van de slaaf Goliath van de Kaap op 5 maart 1768. Dit werd ondertekend door H.D. Jongh, Lis Faber, D.D. Hillij en Johannes van Sittert.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0345 Hogendorp schreef in zijn boek over strafrecht dat boosheid uit onwettige redenen nooit een excuus is. Het gaat hier om de vraag welke straf er staat op slaven die hun meesters aanvallen. De wetten van Batavia zijn hier duidelijk over: als slaven hun eigenaren aanvallen, met of zonder wapen, worden ze ter dood veroordeeld. Dit komt overeen met artikel 2 van het document over het gedrag van slaven uit 1754.
In deze zaak heeft een slaaf Hendrik de Jong verwond. De Jong was echter niet zijn directe eigenaar - de slaaf behoorde toe aan zijn schoonvader, burger Christiaan Victor.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0339 Nadat hij gekalmeerd was, volgde hij zijn baas met een mes in de hand naar de galerij. Hij deed zijn baas verder geen pijn en ging terug naar de kombuis.
De gevangene raakte in een woede door:
Hij viel zijn werkgever aan met een mes. Als de steek niet op een kledingstuk was afgeketst of als het mes scherper was geweest, had dit de dood kunnen veroorzaken.
De gevangene verdedigde zich door te zeggen dat hij niet van plan was zijn baas te vermoorden en dat hij niet wist hoe het zover had kunnen komen. Hij zei dat het in grote haast en woede gebeurde.
Dit wordt gezien als een zwakke verdediging omdat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0338 Een dienaar bekende dat hij in grote woede een krachtige steek op de borst van zijn meester had gegeven met het mes in zijn verkeerde hand. Door de kracht van die steek was het mes krom gebogen. Hij probeerde zich te verdedigen door te zeggen dat hij geen kwade bedoelingen had en het mes had weggegooid om zijn baas niet bang te maken dat hij hem wilde vermoorden. Dit excuus was zwak, want zodra hij het kromgebogen mes had weggegooid, pakte hij meteen een ander mes van de tafel. Hij ging daarmee opnieuw naar zijn meester toe. Dit suggereert dat hij het eerste mes weggooide omdat het te krom was geworden om te gebruiken, en niet uit goede bedoelingen. Zijn meester bleef echter kalm en sprak hem rustig toe.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0337 De gevangene probeerde met mooie woorden zijn daad goed te praten. Hij had zijn meester met een mes gevolgd tot in de Galerij, maar daarna is hij zonder meer kwaad te doen teruggegaan naar de kombuis. De gevangene was zich ervan bewust dat hij iets verkeerds had gedaan tegen zijn meester, over wie hij eigenlijk nooit had kunnen klagen wat betreft slechte behandeling. Uit angst voor straf probeerde hij zich eerst te verdedigen met een ongeloofwaardig verhaal: hij zou zijn meester per ongeluk hebben geraakt toen hij snel naar de kombuis liep. Door het schommelen van zijn armen zou het mes, waarmee hij beschuit wilde schrapen, zijn meester hebben geraakt. De gevangene bleef hardnekkig bij dit verhaal tijdens zijn bekentenis en het opnieuw voorlezen daarvan. Het leek erop dat hij alleen door zwaardere middelen tot een echte bekentenis gebracht zou kunnen worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0336 De belangrijkste rechtbank in het gebied kreeg een aanklacht van hoofdaanklager Joachim van Plettenberg tegen de mannelijke slaaf Goliath uit Kaap. Goliath werd beschuldigd van het met een mes verwonden van zijn eigenaar, de burger Hendrik de Jong.
De aanklager benadrukt dat het belangrijk is om misdaden te bestraffen zodat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0333 De gevangene was uit de opslag naar voren gekomen en vroeg op een brutale manier aan slaven in het bijzijn van de Iong waar zijn zakdoek was. Hij wilde zijn zakdoek hebben. Zijn baas had hem daarover aangesproken. De gevangene had de zakdoek van een dienstmeisje gekregen en was daarna knorrend en mopperend naar de kombuis gegaan.
Kort daarna volgde zijn meester hem en vroeg wat hij te zeggen had. De meester zei dat hij zo'n gedrag niet wilde hebben en dat het dan beter was om uit elkaar te gaan. Maar de gevangene bleef niet rustig en gehoorzaamde niet aan zijn meester. Hij werd woedend en stak zijn meester met een mes in zijn borst om wraak te nemen. Hij deed dit met zoveel kracht dat het mes erdoor verboog.
De meester kreeg een wond midden in het bovenste deel van zijn buik, onder het kraakbeen. Dit staat in het verslag van de tweede hoofdchirurg van het bedrijfsziekenhuis. Toen de gevangene zag dat het mes krom was geworden, gooide hij het weg. Hij pakte meteen een ander mes dat op tafel lag en ging opnieuw naar zijn meester toe. Deze bleef staan omdat hij niets had om zich te verdedigen. Hij was bang dat als hij zou vluchten, de gevangene hem van achteren zou steken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0335 Een gevangene woonde bij Hendrik de Jong en moest daar dagelijks werk verrichten zoals brood bakken. Dit zou in eerste instantie als verzachtende omstandigheid kunnen worden gezien. Volgens de wet moeten straffen namelijk eerder verlicht dan verzwaard worden.
Toch gaat dit hier niet op omdat Hendrik de Jong gezien moet worden als de meester van de gevangene, om twee redenen:
Volgens de bekende rechtsgeleerde Mattheus moet bij het bepalen van de straf gekeken worden naar:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0340 Op 1 juni van dat jaar kwamen 2 slaven bij de officier van justitie. Ze vertelden hem dat een andere slaaf, die weggelopen was geweest, door hun eigenaar zo erg was geslagen dat hij de volgende dag was overleden. De slaaf was begraven op het land van hun eigenaar.
De officier liet het lichaam meteen opgraven en onderzoeken. Op het lichaam werden 3 verwondingen gevonden:
Dit blijkt uit het onderzoeksrapport van de chirurg. De zaak werd aangespannen tegen landbouwer Hendrik Greef vanwege zware mishandeling van zijn slaaf Jacob, die kort daarna overleed. De aanklacht werd ingediend bij rechter Jan Willem Cloppenburg en de rechtbank van dit gebied door Jacobus Johannes Le Sueur, de landdrost van Stellenbosch en Drakensteijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0145 De tekst is ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0141 De burger Willem Poulse getuigde onder ede dat hij de beklaagden nuchter heeft gekend. Hij heeft ze nooit dronken gezien en heeft nooit ruzie met hen gehad. Hij weet ook niet dat ze ooit met hun buren ruzie hebben gehad. Dit verklaarde hij op het kantoor van Justitie van Kasteel de Goede Kaap, in aanwezigheid van klerken Pieter Caspar Broedersz en Frederik Wilhelm Allemann. De verklaring werd ondertekend door secretaris C.L. Neethling.
Later verscheen Willem Poulse opnieuw voor de Raad van Justitie. Na het horen van zijn eerdere verklaring, bevestigde hij deze volledig. Hij voegde alleen toe dat hij 8 maanden naast de beklaagden had gewoond. Hij legde deze verklaring af onder ede op 24 december 1767, in aanwezigheid van tijdelijk fiscaal Otto Ludkr Hemmij.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0140 Op 15 december 1767 verscheen voor secretaris Christiaan Ludolph Neethling van de rechtbank in Kaap de Goede Hoop de burger Willem Poulse. Hij verklaarde op verzoek van de vrije vrouw Sara van de Caab het volgende:
Deze verklaring werd op 17 december 1767 voorgelegd aan de rechtbank en ondertekend door Johan Georg Set.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0139 De verklaring bewijst het tegendeel van wat Dil en zijn vrouw beweren. Zij hebben tegen de wet in de verdachten beledigd en geslagen. Ze zijn zelf de veroorzakers van de ruzie. De verdachten zijn onterecht zwartgemaakt bij de politie. Hierdoor zijn ze nu aangeklaagd en hebben ze kosten en problemen gekregen door deze valse beschuldigingen. De verdachten vragen de rechters om:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0138 Een zekere Dil en zijn vrouw hebben een klacht ingediend. Zij beschuldigden de gedaagde ervan hen zonder reden geslagen te hebben. Uit angst dat de gedaagde vrouw hierover zou klagen, zijn ze naar de officier van justitie gegaan met veel ongegronde beschuldigingen. Ze hebben bij rechter Doetstijn de gedaagde afgeschilderd als een onbeschaafde man, hoewel deze eigenlijk een fatsoenlijk persoon was die alleen dronken leek. De gedaagde is een eerlijke kuiper die zijn familie en medeburgers al jaren goed dient. Na de beledigingen tegen zijn familie heeft hij van de gouverneur toestemming gekregen om met de gedaagde vrouw te trouwen, na een samenwoning van 10 jaar. Hij wil zijn kinderen christelijk opvoeden zonder dat ze de gemeenschap tot last zijn. Hij heeft zelfs 150 rijksdaalders betaald aan haar meesteres voor haar vrijheid, waarvan hij nog een kwitantie heeft.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0137 Het gaat over een ruzie tussen de vrouw van Dil en een andere vrouw. De vrouw van Dil had eerst een kind geslagen op de openbare weg. Toen de andere vrouw hiernaar kwam vragen, heeft de vrouw van Dil haar eerst met valse beloftes binnen geroepen en daarna met geweld weggejaagd. De vrouw van Dil heeft toen:
Vervolgens heeft Dil zelf de vrouw een duw tegen haar borst gegeven waardoor ze over een rolstoel struikelde en in een andere stoel viel. Dit alles gebeurde alleen maar omdat Dil en zijn vrouw vonden dat ze niet beleefd genoeg werden aangesproken, hoewel ze dit niet kunnen bewijzen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0136 Er was een ruzie tussen de vrouw van timmerman Jan Christoffel Dil en een andere vrouw. Hun kinderen waren betrokken bij een incident over een gestolen zilveren halsversiering en een hemdknoop. Het kind van Dil had het kind van de andere vrouw geslagen, omdat die het kind van Dil had beschuldigd van diefstal. De moeder van het geslagen kind was hier erg verdrietig over.
De gebeurtenis vond plaats in het huis van burger Willem Paulse, waar de beklaagde vrouw zout vlees aan het brengen was. Ondanks dat ze meestal veel verdroeg en beledigingen negeerde voor de lieve vrede, kon ze deze keer haar moederlijke gevoelens niet onderdrukken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0135 De beklaagde had volgens een eerder vonnis van 10 jaar geleden een geldboete gekregen die hij niet volledig had betaald. De aanklager had hem toegestaan een lagere boete te betalen dan waartoe hij oorspronkelijk veroordeeld was. De beklaagde heeft 10 jaar lang in concubinaat (ongehuwd samenwonen) geleefd.
Volgens de aanklager en Mr. Simon van Leeuwen in het Rooms Hollands recht wordt concubinaat als volgt bestraft:
De aanklager wil de beklaagde nu zijn burgerrechten ontnemen en permanent verbannen, hoewel hij nog niet eerder voor concubinaat beboet is. De beklaagde vindt dit onredelijk, vooral omdat dit gedrag hem 10 jaar lang werd toegestaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0134 De gedaagde bedankt de rechtbank voor het ontvangen van een kopie van de aanklacht die tegen hem is ingediend. Hij vraagt de rechtbank om het volgende te overwegen:
Dit verzoekschrift is gericht aan de voorzitter Jan Willem Cloppenburg en de raad van justitie van dit gouvernement.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0133 Jan Jacob Doeksteen deed verslag van een voorval met Sara van de Kaap en Jurgen Sets. Hij vertelde dat hij Sara vroeg waarom ze ruzie had gemaakt met haar buren. Sara antwoordde dat ze een arm mens was en niemand kwaad deed. Zowel Sara als Sets waren dronken. Sets had tegen Doeksteen gezegd dat Sara zijn dienstmeid was, of dat ze zijn Ursel was waar hij voor moest zorgen. Omdat Doeksteen zag dat hij niets kon bereiken met Sets en Sara, vertrok hij en deed verslag aan het bestuur.
Dit werd vastgelegd in het kasteel de Goede Hoop op 30 november 1767 met als getuigen de klerken Pieter Caspar Broedersz en Frederik Wilhelm Allemann. De secretaris C.L. Neethling ondertekende het document.
Later, op 24 december 1767, werd dit verslag voorgelezen aan Doeksteen in aanwezigheid van burger Sets en de vrijgemaakte Sara van de Kaap. Doeksteen bevestigde dat alles waar was. Het document werd ondertekend door Doeksteen, de beëdigde klerk L.S. Faber, en de afgevaardigden D. Westerhoff en A. Brink.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0132 Een ambtenaar ging naar het huis van de voormalige hoofdtimmerman van de VOC, Jan Christoph Dilten, om een ruzie te onderzoeken tussen een vrije vrouw genaamd Sara van de Kaap en Dilten's vrouw. De vrouw had Dilten's vrouw uitgescholden. Daarna ging de ambtenaar naar het huis van burger Jurgen Sets, waar Sara van de Kaap woonde.
Bij het huis van Sets aangekomen, vond hij de bovendeur open en klopte op de onderdeur. Hij hoorde iemand vanuit de linkerkamer schreeuwen. Een onbekende soldaat kwam uit de rechterkamer en nodigde hem daar uit. De ambtenaar vroeg of Sets thuis was, waarop de soldaat antwoordde dat hij in de linkerkamer was. Op de vraag of Sara daar ook was, was het antwoord bevestigend.
De ambtenaar vroeg of ze dronken waren. De soldaat haalde zijn schouders op en zei dat ze zo zouden komen. Toen ze niet kwamen, dreigde de ambtenaar de hoofdaanklager te vertellen dat ze dronken waren. De soldaat haalde toen Sets en Sara, waarna Sets naar buiten kwam, gevolgd door Sara.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0131 Catharina Karsten verscheen voor de raad van justitie in het gouvernement. De tekst van haar verklaring werd aan haar voorgelezen in aanwezigheid van burger Jurgen Pets en de vrije vrouw Sara van de Kaap. Ze bevestigde dat alles de waarheid was. Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop op 24 december 1767. Het document werd ondertekend door:
Op 27 november 1767 verscheen Sara van de Kaap, echtgenote van burger Hendrik Borstelman, voor klerk Lucas Sigismundus Faber. Ze legde een verklaring af voor fiscaal Otho Luder Hemmij. De verklaring ging over een bezoek de vorige dag rond 12 uur bij timmerman Christoffel Del, waar kinderen ziek waren. Het document werd mede ondertekend door secretaris C.L. Weethling.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0128 Sara had het zoontje van de vertelster valselijk beschuldigd van het stelen van een zilveren slootje en knoopje. Het zoontje had dit mogelijk verzwegen. Sara reageerde daarop met "dat raakt mij niet!". Ze uitte daarna verschillende beledigingen, waaronder het scheldwoord "beddelbeest". Ook zwaaide ze met een ijzeren vork voor het gezicht van de vertelster.
Ondanks herhaalde verzoeken om rustig te blijven en het huis te verlaten, bleef Sara tieren en met de vork zwaaien. De man van de vertelster vroeg haar ook om weg te gaan. Uit angst dat Sara iemand zou verwonden met de vork, duwde hij haar tegen de borst. Sara struikelde over een kleine rol en viel. Daarna verliet ze vloekend en scheldend het huis.
Omdat Sara de vertelster al vaker onterecht had uitgescholden en er angst was voor verdere problemen, heeft de vertelster dit voorval gemeld bij de autoriteiten. Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop op 27 november 1767, in aanwezigheid van klerken Pieter Caspar Broedersz en Frederik Wilhelm Allemann.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0127 Sara van de Caab, de vrouw van de burger Hendrik Borstelman, kwam voor het gerecht. Ze bevestigde haar eerder afgelegde verklaring en wilde er niets aan toevoegen of weghalen. Dit deed ze in het bijzijn van burger Jurgen Pets en de vrijgemaakte slavin Sara van de Caab. Ze sprak een eed uit met de woorden "zo waarlijk helpe mij God Almachtig".
Dit gebeurde in het Kasteel de Goede Hoop op 24 december 1767. De verklaring werd opgetekend door klerk L.S. Faber in aanwezigheid van commissarissen D. Westerhoff en A. Brink.
Dit document werd opgesteld op verzoek van de tijdelijke aanklager Otto Luder Hemmij, door gerechtsdienaar Jan Jacob Doeksteen, die werd uitgezonden op donderdag 26 november.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0130 Een jongeman was zijn zilveren strop-dasslotje en een zilveren knoop kwijtgeraakt door diefstal. Het zoontje van Sets werd hiervan beschuldigd en kreeg daarom een klap. Simon had verklaard dat de zoon van de aangeklaagde het niet had gestolen, maar wel het zoontje van Sets. Toen het op de grond viel, had dat jongetje erbij gestaan en had het volgens hem in zijn zak gestoken. Christoffel Sets had dit bevestigd - toen er tegen zijn zak werd geslagen, hoorde men het klinken. Toen de zoon van de aangeklaagde het huis binnenkwam, kwam de vrijmeid Sara (die bij Sets woonde en van wie Christoffel een kind was) met haar kind aan de hand voor de deur staan. Ze maakte ruzie en vroeg waarom haar kind een klap had gekregen. Sara had:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0126 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/