Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De wet maakt onderscheid in straffen op basis van de situatie en wie de misdaad pleegt. Als een misdaad alleen geprobeerd maar niet volledig uitgevoerd is, moet de straf bestaan uit verbanning naar een eiland. Tegenwoordig is dit vervangen door gewone verbanning of een andere straf die de rechter kiest.

Bij het bepalen van straffen wordt gekeken naar:

De wet maakt drie leeftijdscategorieën:

Volgens Carpzovius en Hogendop in hun juridische werken kan een kind nooit schuldig zijn aan een misdaad en dus ook niet gestraft worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0477  


De tekst gaat over een rechtszaak waarbij de leeftijd van een verdachte belangrijk is. Het beschrijft dat:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0478  


Een dienstmeid vertelt dat ze herhaaldelijk werd lastiggevallen door een jongen. Hij probeerde onder haar rok te komen en wilde met haar slapen. De dienstmeid joeg hem steeds weg met een stok. Een andere dienstmeid genaamd Martha die daar sliep had het verteld aan Hitzman. Die heeft de jongen verboden dit te doen. De dienstmeid had toen ongeveer een maand rust, totdat op dinsdag 13 deze maand 's avonds er weer iets gebeurde. Ze lag alleen met haar kind op haar kamer te slapen, met de deur en het raam op slot. Er brandde een klein kaarsje. Rond 4 uur 's ochtends werd ze wakker door de stank van een opgebrande kaars. Ze zag Calle op of naast haar liggen. Toen ze vroeg wat hij daar deed, zei hij "Hou je mond of ik steek je dood". Hij greep haar bij de keel en stak haar met een mes in haar wang. Ze worstelden waarbij hij haar nog:

Uiteindelijk liet hij het mes vallen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0464  


Sallé van Timor verklaarde in het Fort de Goede Hoop op 11 mei 1768 dat hij naar een kamer ging met de bedoeling om een vrouw te vermoorden met een mes als zij niet aan zijn lusten zou voldoen. Hij ontkende dat hij een sleutel had en dat hij de dienstmeid Christijn met een mes had gestoken nadat het mes uit zijn hand was gevallen.

Christijn van de Kaap, die een slaaf was van wijlen landbouwer Gerrit van Nieuwkerken, gaf een verklaring aan fiscaal Joachim van Plettenberg. Ze vertelde dat ze met haar meesteres woonde op de boerderij van Johan Anthon Hitsman bij het ronde bosje. Hitsman was getrouwd geweest met de dochter van haar meesteres. Ze sliep 's nachts met haar kind in een kamer in de galerij van het woonhuis. Daar kwam de slaaf Sallé van Timor, die eigendom was van Hitsman, 4 of 5 keer bij haar toen ze sliep.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0463  


Er wordt een mes gevonden dat bij de verwonding geen grote schade heeft veroorzaakt. De huisvrouw en Witzman kwamen naar de kamerdeur toen er geschreeuw was. De deur moest worden opengetrapt omdat deze van binnenuit niet open kon. Salee sprong daarop uit het raam. Het slachtoffer liet zich verzorgen door de burger Jan Willem Wilkens die woonde bij de Drie Koppen. In de middag vond het slachtoffer het mes, dat bot en van slechte kwaliteit was, achter een kist. Alles werd vastgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 20 april 1768. De klerken Jochem Hendrik Borgwedel en Henricus Jacobus Storm waren getuigen en ondertekenden het verslag samen met klerk L.S. Faber. Op 4 mei 1768 verscheen Clavin Christijn van de Kaap voor de Raad van Justitie. In aanwezigheid van de slaaf Salee van Timor werd de verklaring voorgelezen en bevestigde zij dat alles de waarheid was.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0465  


Een beklaagde verklaart dat hij Christijn had weggeduwd en haar bij de keel had gegrepen. Christijn had hem bij zijn haar gepakt en begon te schreeuwen. De beklaagde stak haar toen met een mes in haar schouder. Tijdens het gevecht viel de kaars om waardoor het donker werd. Hij stak haar toen nog enkele keren zonder te weten waar hij haar raakte. Het mes viel uit zijn handen tijdens het gevecht. Toen zijn eigenaar aan de kamerdeur klopte, werd de beklaagde bang en vluchtte door het raam. Hij verstopte zich 4 dagen op de vlakte. Vier jongens van zijn eigenaar vonden hem achter een rots en namen hem gevangen. Ze brachten hem eerst naar de plaats van zijn eigenaar en daarna naar de gevangenis in Kaap. De beklaagde verklaarde dat als hij de kans had gehad om Christijn dood te steken tijdens het gevecht, hij dat zou hebben gedaan. Deze bekentenis werd afgelegd in het Kasteel de Goede Hoop op 23 april 1768, voor de raadsleden Dirk Westerhoff en Jan Frederik Willem Bottiger. De secretaris C.L. Veethling ondertekende het document.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0462  


Salee van Timor moest volgens officier van justitie Joachim van Plettenberg worden veroordeeld. De uitspraak op 6 mei 1768 bepaalde dat de verdachte:

Ook wordt genoemd dat Johan Anthon Hitzman, een 30-jarige burger, een verklaring aflegde voor het gerecht over een gebeurtenis bij het huis van de weduwe van landbouwer Gerrit van Nieuwkerken bij het Ronde Bosje.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0460  


Als iemand van plan is om een misdaad te plegen en dit laat zien door bepaalde handelingen, dan kan dit volgens de wetboeken bestraft worden. Dit staat onder andere beschreven door Joost de Damhouder in zijn boek over strafrecht. Een voorbeeld hiervan is wanneer iemand een ander verwondt met de bedoeling deze te doden. Deze persoon wordt dan als moordenaar veroordeeld.

Simon van Leeuwen schrijft echter in zijn boek over Nederlands recht dat dit meestal minder zwaar wordt bestraft dan de normale straf. Hij zegt dat dit overal en in alle landen wordt aanvaard. Als er niet specifiek in de wet staat wat de straf moet zijn, wordt een poging tot moord meestal minder zwaar bestraft dan een voltooide moord.

Bij het bepalen van de straf voor moord moet volgens van Leeuwen goed gekeken worden naar:

Op basis hiervan wordt bepaald of iemand de normale doodstraf krijgt of een minder zware straf zoals verbanning. Veel omstandigheden kunnen namelijk zorgen voor strafvermindering.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0459  


Diederik van Hogendorp schreef dat bij het onderzoeken van een moord goed gekeken moet worden naar het gebruikte wapen. Maar in dit specifieke geval gaat het om een verdachte die meerdere keren een dienstmeid tot zijn vrouw wilde maken. Nadat alle pogingen mislukten en hij al eens gestraft was door zijn werkgever, besloot hij het nog één keer te proberen. Als het deze keer niet zou lukken, zou hij haar vermoorden met een mes.

De moordplannen waren dus afhankelijk van hoe zijn avances zouden aflopen. Zijn belangrijkste doel was niet om haar te vermoorden, maar om haar te verleiden. De moord was een gevolg van haar afwijzing.

Toen hij in haar kamer kwam en zij zijn avances afwees, sprong zij op en begon te schreeuwen. Daarop greep hij haar bij de keel en stak haar in de schouder. De kaars viel om en ging uit, waarna hij haar nog 4 keer stak. De officier van justitie concludeerde uit de lichte verwondingen dat de verdachte, ondanks zijn moorddadige plannen, toch terughoudend was bij het uitvoeren ervan.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0457  


Een meisje genaamd Christijn lag in bed toen ze een verdacht geluid hoorde. Ze had de deur op slot gedaan om veilig te zijn. Toen hoorde ze iemand die haar vroeg de deur open te maken. Ze weigerde dit. De dader ging toen naar zijn slaapkamer om iets te halen waarmee hij zich kon verdedigen, denkend dat er mogelijk meer jongens in de kamer waren. Ondertussen kwam de lijfwacht van Christijn erbij en opende de kamerdeur. De dader vluchtte toen via het raam naar de Vlakte. Na 4 dagen werd hij gevangen genomen door 4 jongens van de lijfwacht, die zich achter een rots hadden verstopt.

De dader had een mes bij zich toen hij naar de kamer van het meisje ging. Hij wilde haar dwingen met hem mee te werken, anders zou hij haar vermoorden. Hij had haar eerder al bedreigd dat hij haar wel zou krijgen. Het mes was echter volgens de dader bot geworden door het graven naar aardvruchten en dus niet geschikt om een moord mee te plegen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0456  


Een slaaf werd wakker door de stank van een kaarsje dat in een kandelaar brandde. Hij was bij een slavin Christijn gekomen. Toen zij hem opmerkte, stond ze meteen op en vroeg wat hij daar deed. Hij dreigde haar dood te steken als ze niet stil zou zijn. Christijn duwde hem weg en greep hem bij zijn haar. Ze begon hard te schreeuwen. De slaaf stak haar toen met een mes in haar schouder. Tijdens het gevecht viel de kaars om en ging uit. Hij stak haar toen nog meer keren. Volgens een verklaring van burger Jan Willem Wilkens, die de gewonde slavin moest verbinden, had zij de volgende verwondingen:

Christijn dacht dat de slaaf haar daarna nog met een sleutel stak, maar hij ontkent dit. Hij zegt dat hij haar niet meer verwondde nadat hij zijn mes had laten vallen. De eigenaar van de slaaf werd wakker door het lawaai.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0455  


Die avond had de slavin Christijn zich met haar kind in haar kamer teruggetrokken. Ze had de deur en het raam goed afgesloten. Maar door een kapot raam wist de gevangene rond 13 april om 4 uur 's ochtends binnen te komen. Hij had een mes bij zich en was van plan Christijn te vermoorden als zij niet zou doen wat hij wilde. Dit was gebeurd nadat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0454  


De onafhankelijke officier van justitie Joachim van Plettenberg diende een aanklacht in bij rechter Ian Willem Cloppenburg en de rechtbank van het gouvernement. De aanklacht was tegen Salel van Timor, een slaaf van burger Johan Anthon Hitzman, wegens een opzettelijke gewelddadige verwonding.

Als bewijs leverde de aanklager:

Uit deze documenten blijkt dat de gevangene probeerde een relatie te krijgen met de slavin Christijn, die bij het Ronde Boschje woonde met haar meesteres, de weduwe van landbouwer Gerrit van Nieukerken. De gevangene:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0453  


Goliath, een jonge slaaf uit Kaap de Goede Hoop, werd ondervraagd door justitieleden Johannes van Sitters en ambtenaren van het gouvernement. Het verhoor werd vastgelegd door klerk L.S. Faber op 14 maart 1768. Volgens een medisch rapport van de tweede opperchirurg C. Nelson van het VOC-hospitaal werd burger Hendrik de Jongh op 25 februari 1768 onderzocht. Hij had een oppervlakkige steekwond in het midden van zijn bovenbuik, onder het kraakbeen. De verwonding was niet levensbedreigend. Het rapport werd op 27 februari 1768 ondertekend op verzoek van onafhankelijk fiscaal Joachim van Plettenberg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0356  


Een persoon bekent dat hij een mes heeft geslepen om beschuit te snijden. Hij zegt dat hij daarmee in grote haast en driftigheid zijn meester heeft verwond, zonder dat hij van tevoren de bedoeling had om zijn meester te vermoorden. De meester had beloofd met de meid te zullen spreken. Hij en zijn meester waren samen in de galerij, waarna hij naar de kombuis is gegaan. Hij beseft dat hij zeer strafbaar is voor het verraderlijk verwonden van zijn meester. Uit dat besef heeft hij zijn meester om vergiffenis gevraagd toen hij al was overgedragen aan de gerechtsdienaren.

Dit verhoor vond plaats aan Kaap de Goede Hoop op 12 maart 1768, voor David D'Aillij en Johannes Art.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0355  


De rechtbank van justitie heeft de aanklacht en conclusie van hoofdaanklager Joachim van Plettenberg tegen de verdachte Goliath van de Kaap gelezen. Op basis van zijn eigen vrijwillige bekentenis en andere relevante zaken hebben ze een oordeel geveld namens de Staten-Generaal van de Verenigde Nederlanden.

De rechtbank veroordeelt Goliath om:

Deze straf werd uitgesproken in het Kasteel de Goede Hoop. De veroordeelde moet ook de proceskosten betalen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0360  


De getuige verklaart dat hij niet wist hoe het mes krom was geworden. Hij gooide het weg zodat zijn werkgever niet zou denken dat hij hem wilde vermoorden. Hij stond dicht bij zijn werkgever. Hij merkte niet of het mes krom was voordat hij het wegwierp.

Er wordt gevraagd of:

De getuige bevestigt dat hij zijn werkgever een harde duw op de borst heeft gegeven met de hand waarin hij het mes vasthield. Hij ging in een opwelling snel naar zijn werkgever toe. Het mes moet krom gebogen zijn door de duw die hij zijn werkgever gaf.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0354  


Anton had ruzie met een dienstmeid in het voorhuis. Zijn werkgever kwam daarop naar de kombuis en gaf hem opdracht om de dienstmeid met rust te laten. De werkgever had zich naar Anton toegedraaid en hem berispt over het voorval met de dienstmeid. De werkgever gaf Anton zijn zakdoek en geld terug, waarna Anton weer aan het werk ging. Anton had de zakdoek alleen van de dienstmeid afgenomen omdat hij beschuit in zijn hand had. Hij had geen mes getrokken, maar alleen zijn broeksband vastgepakt.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0353  


Goliath van de Caab, een slaaf van 21 jaar die eigendom was van burger Christiaan Victor, werd ondervraagd. De ondervraging ging over gebeurtenissen op dinsdag 23 februari. Hij werkte voor Hendrik de Jong, de schoonzoon van zijn eigenaar, en woonde ook bij hem in. Goliath ging die middag zonder toestemming via de voordeur naar buiten. De ondervraging werd uitgevoerd door de rechtbank van de Kaap onder toezicht van fiscaal Joachim van Plettenberg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0350  


De tekst is een ondervragingsverslag met onvoldoende context om een betekenisvolle samenvatting te maken. Er worden vragen gesteld over:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0352  


Goliath van de Kaap verklaarde dat hij per ongeluk zijn baas had geraakt met zijn hand waarin hij een mes vasthield. Hij deed dit niet met kwade bedoelingen. Om zijn baas niet ongerust te maken, gooide hij het mes meteen weg omdat de punt krom was geworden. Daarna pakte hij een ander mes van tafel om zijn beschuit mee schoon te maken. Hij gaf toe die ochtend een mes geslepen te hebben, maar alleen om beschuit schoon te maken.

Dit werd vastgelegd aan de Kaap de Goede Hoop op 2 maart 1768, voor David D'Hillij en Johannes van Sittert uit de Raad van Justitie, samen met de secretaris C.L. Neethling.

Op 5 maart 1768 werd deze verklaring voorgelezen aan Goliath van de Kaap in aanwezigheid van L.S. Faber, D. D'Hillij en Johannes van Sittert. Hij bevestigde zijn verklaring en zette zijn merkteken als handtekening.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0349  


De slaaf Moses uit Ambon werd op 5 maart 1768 in Kaap de Goede Hoop ondervraagd. Hij verklaarde dat alles wat hij eerder had gezegd waar was en hij wilde er niets aan toevoegen of weghalen. Dit bevestigde hij in aanwezigheid van de slaaf Goliath. De slaaf Goliath van de Kaap, 22 jaar oud en eigendom van burger Christiaan Victor, werd ook ondervraagd. Hij werkte bij Victor's schoonzoon Hendrik de Jong waar hij fijn gebak maakte. 8 dagen eerder, toen De Jong een middagdutje deed, was Goliath zonder toestemming naar het strand gegaan om vis te kopen. Dit gebeurde terwijl de vrouw van zijn meester in de kamer was en haar zus op het achterplein.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0347  


Op een middag was Hendrik de Io na zijn middagslaap rond half 4 opgestaan. Hij ging naar de keuken, waar hij merkte dat de slaaf Goliath van Kaap er niet was. Deze slaaf was eigendom van zijn inwonende schoonvader Christiaan Victor en was normaal bezig met het maken en drogen van beschuit en ander fijn gebak. Een andere inwonende slaaf, Moses, vertelde dat hij Goliath naar achteren had zien gaan en dat die de achterdeur had dichtgedaan. Hendrik ging op zoek naar Goliath en keek:

Toen hij Goliath niet vond, ging hij terug naar zijn vrouw en zus die in het voorhuis zaten. Zij vertelden dat Goliath die middag niet via de voordeur naar buiten was gegaan. Hendrik stopte toen met zoeken, maar ging een kwartier later weer naar de achterplaats. Dit document werd ingediend bij het gerecht op 24 maart en ondertekend door J. van Plettenberg.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0342  


Mose van Ambon, slaaf van de onderstuurman Laurens Buijs, deed onderzoek op verzoek van Joachim van Plettenberg op 24 februari 1768. Hij verklaarde het volgende:

Dit gebeurde in Kaap de Goede Hoop in bijzijn van klerken Jochem Hendrik Borgwede en Henricus Jacobus Storm.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0346  


Deze wettekst gaat over het uitbreiden van straffen naar vergelijkbare gevallen die niet letterlijk in de wet staan genoemd. De rechter mag in ernstige misdaden de bedoeling van de wet toepassen op andere situaties, ook al worden die niet specifiek in de wet genoemd. Volgens professor Voet in zijn commentaar op de Pandecten moet de rechter, omdat niet alles in de wetten kan worden opgenomen, vergelijkbare gevallen op dezelfde manier bestraffen. De aanklager concludeert dat hoewel de wet alleen spreekt over misdaden tegen 'heren en vrouwen', deze ook moet gelden voor het huidige geval. Hij eist dat de gevangene:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10968 / 0341  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/