Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De tijdelijke hoofdaanklager Gabriel Ester heeft de zaak voorgedragen aan de rechters van het bestuur. Hij vertelde dat hij op 21 september toestemming had gekregen om matroos Christiaan Jansen en matroos Vincent Claasen te arresteren. Deze arrestatie was omdat zij enkele muiters van het Franse schip La Rozette hadden verborgen in hun kroegen. Ze hadden de muiters ook geholpen om stiekem aan boord te komen van het schip Josephus de Tweede dat in de haven lag. Uit de verhoren van Jansen en Claasen bleek dat een zekere Michiel Rood ook wist van de verborgen muiters. Rood kwam vaak in de kroeg van Claasen. Hij had met Jansen overlegd hoe ze de gebroeders Taljastos en timmerman Francois Ros aan boord van de Josephus de Tweede konden krijgen om hen stiekem te laten vertrekken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0146 De rechtelijke ambtenaar kon Jan Blignault de Jonge en een andere burger niet bereiken op woensdag. Ze moesten het lichaam toen maar begraven. Er zijn twee bewijzen voor zowel de dader als de daad van doodslag. De ambtenaar vindt dat deze misdaad zwaar bestraft moet worden. Gezien de situatie in de kolonie en de woonplaats van de verdachte is het moeilijk om deze persoon te arresteren. Daarom vraagt de ambtenaar aan de raad om de verdachte officieel op te roepen om voor de raad te verschijnen. Daar zal hij dan de aanklacht horen en zich kunnen verdedigen. Dit verzoek is ingediend door H.L. Bletterman bij de raad aan Kaap de Goede Hoop op 19 oktober 1786.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0145 Op 25 september 1786 werd Jean Miessieux opnieuw verhoord over de eerder aan hem gestelde vragen, buiten de martelkamer. Hij bevestigde toen zijn eerdere verklaringen. De raad besloot door te gaan met het verhoor omdat ze ontdekt hadden dat twee gouden horloges en een snuifdoos, waarvan hij beweerde dat ze gestolen waren, tot vlak voor zijn marteling door hemzelf waren bewaard. Hij had deze spullen gegeven aan een medegevangene, Pierre Outrio. Tegen Outrio had hij gezegd dat die de spullen beter kon hebben dan 'de heren'. Dit zag de raad als een nieuw bewijs tegen hem. Jean Miessieux verscheen weer in de gevangenis waar hij, zonder vastgebonden te zijn, antwoord gaf op de vragen. Op 26 september 1786 kwamen de volgende mensen bij elkaar voor een buitengewone vergadering in Kaap de Goede Hoop:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0134 De veroordeelden Ethenne Paljasco, Antoine Paljasco, Francois Ros en Jean Meessieux werden als volgt gestraft:
De vijfde gevangene Augustinus Scheer werd opgehangen tot de dood erop volgde.
De lichamen werden naar het strand gebracht bij de duinen achter de molen. De lichamen van de eerste vier werden op een rad gelegd met hun hoofd en rechterarm op een paal. Het lichaam van Scheer werd aan een galg gehangen. Ze moesten daar blijven hangen als afschrikwekkend voorbeeld voor andere zeelieden, totdat ze door de elementen en vogels verteerd waren.
De zesde gevangene Willam Thoma werd aan een paal gebonden en met roeden op zijn blote rug gegeseld. Hij werd voor eeuwig verbannen uit het land.
William Ferdinand van Reede van Oudshoorn was het eens met de straffen voor de eerste vijf gevangenen. Voor de zesde gevangene stelde hij voor om hem eerst onder de galg te zetten met een strop om zijn nek, dan te geselen en daarna...
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0142 Op 22 september 1786 werd tijdens een extra vergadering waar Pieter Hacker en Johannes Isaak Rhenius als voorzitters aanwezig waren, Jean Michel verhoord in de gevangenis. Hij werd vastgebonden maar bleef volhouden onschuldig te zijn. Ook na het vastbinden bleef hij bij zijn verhaal en kon men geen bekentenis uit hem krijgen. Omdat de gevangene fysiek niet in staat was om verder verhoord te worden, besloot de raad dit uit te stellen tot 25 september. Dit werd vastgelegd in Kaap de Goede Hoop en ondertekend door secretaris C. van Aerssen.
Op maandag 25 september 1786 kwam men opnieuw bijeen voor een extra vergadering met voorzitters Pieter Hacker en Johannes Isaak Rhenius.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0133 Op 19 oktober 1786 kwamen de voorzitters Pieter Hacker en Johannes Isaak Rhenius samen met andere raadsleden, behalve van Echten (ziek) en Smuts (bezet). Rino Johannes van der Riet, beëdigd klerk, verscheen namens Hendrik Lodewik Bletterman, de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein. Bletterman meldde dat op 14 september de burger Carel Fredrik Paret naar Stellenbosch was gekomen. Paret had toen aan plaatsvervanger Christiaan Godhelp Rudolphi verteld over een gebeurtenis op maandag 4 september. Er werd besloten dat iemand:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0143 Ceres van Madagascar (ongeveer 30 jaar) en April van Ceylon (ongeveer 40 jaar), beiden slaven van burger Olthman Allers, hebben een bekentenis afgelegd aan de Raad van Justitie.
Op de boerderij in de Tijgerbergen had Ceres gedurende 4 jaar een relatie met slavin Lowisa, die ook eigendom was van hun meester. Op 18 februari moesten zij samen in de kelder werken. April zei toen tegen Ceres dat hij omging met Lowisa, die ook met andere mannen omging. Ceres antwoordde dat hij dat niet gezien had.
Ceres werd jaloers door deze opmerking. Toen ze rond 8 uur 's avonds klaar waren in de kelder, ging hij via de achterdeur naar de keuken waar April al was. Lowisa was daar thee aan het zetten voor de kinderen van hun meester. Ceres kwam lachend binnen, pakte zonder iets te zeggen Lowisa's hand en nam haar mee naar buiten via de achterdeur.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0289 In de middag ging Paret vissen bij een berg rivier, ongeveer 100 stappen van zijn huis. Hij kwam daar zijn slavin Diana tegen die water ging halen met een emmer. Hij vroeg haar om water uit een boot te scheppen, maar ze weigerde en mompelde iets onverstaanbaars.
Paret gaf haar een paar klappen vanwege haar ongehoorzaamheid, waarop zij hem een duw tegen zijn borst gaf waardoor hij in het water viel. In woede pakte hij een stuk hout ter dikte van een arm en sloeg haar, waardoor ze op de grond viel. Paret ontdekte dat hij haar schedel had gebroken. Hij verbond de wond, maar ze overleed die avond aan haar verwondingen.
Zonder dat een arts haar kon onderzoeken, liet Paret het lichaam de volgende woensdag begraven. Om zijn verhaal goed vast te leggen, liet Paret via Rudolphi een officiële verklaring opstellen. De burger David Beyer legde op de 18e ook een verklaring af die overeenkwam met Paret's verhaal, met als enige verschil dat Beyer naar veldwachtmeester Jan Blignault was gereden voor het onderzoeken van het lichaam.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0144 De burgerlijke brandmeester Van Mielig bezat een slaaf, genaamd Maij, afkomstig uit Mosambique. Deze was ongeveer 25 jaar oud. Carolus van Madagaskar, slaaf van burger Jacobus Louw, was ongeveer 30 jaar oud. Samon van Bougies, slaaf van burger Jacobus Bierman, was ongeveer 40 jaar oud. October van Nias, slaaf van burger Jan Bierman, was ongeveer 25 jaar oud.
Deze slaven hebben vrijwillig bekend dat October van Madagaskar en Felix van Timor, samen met Mentor (slaaf van Jan Franke), Bampij (slavin van Pieter Weijdeman), Fortuijn en November (slaven van Van Bierman) waren weggelopen. Ze gingen naar Hanglip waar ze Cupido van Ternaten ontmoetten, een weggelopen slaaf van de weduwe van Thomas Dreijer. Cupido werd later ziek in de gevangenis en overleed. Vanwege zijn vele diefstallen werd hij onder de galg begraven.
Carolus ging met Cupido en de nog voortvluchtige slaaf Job (van de weduwe Ekhard) naar het landgoed van burger Dan Otto. Daar stalen ze 2 paarden. De volgende ochtend werden ze achtervolgd door Otto en burger Jan Wilkens. Otto schoot Job neer met een kogel, maar de dieven wisten toch de paarden mee te nemen. Job werd niet gevangen en overleefde zijn verwonding.
Later braken Pieter en November in bij het molenhuis van oud-heemraad Willem Morkel. Ze stalen daar:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0507 Hendrik Lodewijk Bletterman ondervroeg de slaaf Cupido die eigendom was van de overleden burger Thomas Dreijer. Cupido vertelde dat hij geboren was in Ternate en 12 jaar geleden was weggelopen omdat zijn meester hem mishandelde. Hij verbleef bij de Honglip samen met andere weggelopen slaven:
Hij vertelde dat hij ongeveer een jaar met zijn groep daar was. In de maand juni of juli van het afgelopen jaar hebben ze 's nachts twee paarden gestolen op de plaats van burger Lob van weduwe Ekkert Jan Otto.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0465 Op zaterdag 18 februari moesten de slaven Ceres van Madagaskar en April van Ceylon van hun eigenaar Actman Allers in de kelder werken. 's Avonds rond 8 uur kwam Ceres in de keuken waar April al bij het vuur stond met andere slaven. Ceres ging naar de slavin Louisa, met wie hij al 4 jaar een relatie had. Hij pakte haar hand en zei tegen April: "Bewijs nu maar wat je gezegd hebt." Hij nam Louisa mee naar buiten via de achterdeur. Ceres beschuldigde Louisa ervan dat ze ook met andere mannen omging. Toen zij vroeg wie dat gezegd had, antwoordde hij dat April dat had gezegd en dat ze het hem zelf kon vragen. Toen Louisa dat aan April vroeg, gaf die geen antwoord.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0275 April zei dat een jongen hem had gevraagd of hij een relatie had met slavin Louisa, die ook met andere jongens omging. De ondervraagde zei dat hij dit niet had gezien. De jongen was ook buiten geweest, maar was bang geworden vanwege wat hij had gezegd en sprak toen niet meer met de slavin. Toen de ondervraagde met de slavin en April buiten de keuken kwam, vroeg hij aan de slavin of zij inderdaad met andere jongens omging. De slavin vroeg wie dat zei, waarop hij antwoordde dat April dit zei. De slavin vroeg aan April of dit waar was, maar deze gaf geen antwoord. Ze nam hem bij de hand en zei tegen de aanwezige slaaf April dat hij moest bewijzen wat hij had gezegd, waarna ze hem door de achterdeur naar buiten trok. Dit gebeurde rond 8 uur 's avonds in de keuken waar Sowisa thee aan het zetten was en waar meerdere slaven aanwezig waren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0280 Jonas verklaarde over de moord op de vrouw van Rotman, die met een knuppel (kirrij) was gedood door Hodries. Over de moord op de kinderen van Rotman zegt hij dat Getz er één doodde en Damon de andere.
Jonas heeft alleen de dienstmeid gezien, niet de twee kinderen. Jonas, Samon en Welkom gingen eerst naar binnen. Welkom brak alle kisten en kasten open.
De volgende spullen werden gestolen:
De dienstmeid had zich met twee kinderen van Rotman onder het ledikant verstopt. De slavin Martha werd verwond tijdens deze gebeurtenis.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0703 De rechtbank ontving op 27 oktober een brief van boer Sebastian Rotman. Hij vertelde dat in de nacht van 21 op 22 oktober zes jonge slaven bij hem thuis waren gekomen toen hij niet thuis was. Ze deden zich voor als slachtersknechten die vee wilden kopen en vroegen om onderdak. Zijn vrouw gaf hen eten en drinken.
Deze slaven pleegden vervolgens verschrikkelijke misdaden:
De daders zitten nu gevangen in het fort.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0578 Rijno Johannes van der Riet, klerk bij het gerechtshof van het gouvernement, trad op namens de landdrost van Swellendam, Constant van Nult Onkruijd. Hij stond tegenover een groep slaven en lijfeigenen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0577 De verdachte raakte gescheiden van zijn andere kompanen in het donker toen ze op weg waren naar hun schuilplaats. Bij het aanbreken van de dag werd hij gedwongen naar de plek van Hoppe te gaan omdat hij nog dicht bij die locatie was. Hoewel hij beweerde een slagersknecht te zijn die verdwaald was geraakt van zijn kompanen, werd hij toch gevangen genomen.
De Hottentot kapitein Adam Prins was daar aanwezig en had al orders gekregen om op de gevangene uit te gaan. Bij het passeren van de schaapskraal van Hop ontdekten ze door de nattigheid en modder dat er die nacht vreemde mensen waren geweest. Ze volgden de sporen ongeveer een half uur tot ze bij de Karnemelksrivier enkele jongens in de begroeiing ontdekten.
Zodra deze jongens de Hottentotten zagen, stelden ze zich te weer. Volgens verklaringen van de Hottentotten zei een van de jongens: "Het is nu tijd, nu moeten we ons verdedigen". De gevangenen en getuigen hebben unaniem verklaard dat deze jongen de 4e beschuldigde Damon was. De gevangenen werden uiteindelijk opgepakt en eerst naar Swellendam gebracht en daarna overgedragen aan het gerecht.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0596 De verdachten hebben op een onmenselijke manier mensen vermoord die hun juist vriendelijk en gastvrij hadden behandeld. Ze hebben niet alleen ondankbaar gehandeld, maar ook het vertrouwen tussen burgers zwaar beschadigd. Dit maakt dat mensen geen vertrouwensbriefjes meer zullen accepteren, wat vroeger wel gebruikelijk was. Dit kan alleen worden opgelost als de overheid ingrijpt. De verdachten hebben deze daad met voorbedachte rade gepleegd. Ze wisten van tevoren wat het resultaat zou zijn. De misdaad vond plaats midden in een afgelegen gebied. Het was puur uit hebzucht om rijk te worden. Ze hebben dit gruwelijke misdrijf gepleegd tegen een vrouw en haar kinderen, terwijl ze volgens hun eigen bekentenis:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0597 Adam Prins en Piet Prins, die bij de burger Ian Hoppe aan de Carnmelks rivier woonden, werden ongeveer 12 of 13 dagen geleden opgeroepen door de rechters Pieter Ferraire en Pret Pienaar. Ze moesten een groep weggelopen slaven opsporen die een vreselijke moord hadden gepleegd op de boerderij van Sebastiaan Rotman. De rechters hadden vernomen dat deze groep slaven niet verder het binnenland in was getrokken, maar was teruggekeerd en mogelijk naar de boerderij van Hoppe zou gaan, die aan de weg lag. Adam Prins maakte zich klaar om de volgende dag met 3 Hottentotten en een Hottentot genaamd Jan Paarl, die toevallig op bezoek was bij Hoppe, de weggelopen slaven te gaan zoeken. De volgende ochtend vroeg kwam een van de weggelopen slaven, Saripa, aan bij de boerderij van Hoppe. Toen knecht Leendert Franke hem vroeg van wie hij een slaaf was en waar hij vandaan kwam, antwoordde hij dat hij een slachtersjongen was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0728 De tekst beschrijft de bekentenissen en misdaden van twee hoofdverdachten in een gewelddadige zaak. De eerste verdachte:
De tweede verdachte, Andries:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0598 De commissieleden uit de raad van justitie van dit bestuur, Francois Du Minij (hoofduitruster), Egbertus Bergh (onderhandelaar en commissielid voor de monstering) en Johannes Gijsbertus van Reenen (luitenant van de burgerwacht) hebben een verklaring afgelegd. Deze verklaring werd hen voorgelezen, waarna ze bevestigden dat er niets aan toegevoegd of verwijderd mocht worden. Ze spraken elk apart de officiële eed uit "zo waarlijk helpe mij God almachtig". Dit gebeurde in Kaap de Goede Hoop op 21 november 1786. Ook J.M. Horak en A. van Pitbert waren aanwezig, evenals klerk R.P.V.D. Riet.
Op 28 september 1786 gaf J.V. van der Poel toestemming aan een groep jongens om naar Zondagsrivier te reizen om schapen en vee op te halen bij David Koen. Deze groep bestond uit:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0622 Op december 1785 kwam de slaaf August van de Kaap voor de rechtbank van het lokale bestuur. Hij was weggelopen van zijn eigenaar David Benjamin Daljee. August was ongeveer 26 jaar oud. De zaak werd behandeld door:
Dit verhoor vond plaats in het kasteel de Goede Hoop.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0624 De tekst gaat over een rechtszaak waarbij Jonas en anderen verdacht werden van een misdaad. Jonas had een beschermend briefje gekregen van priester Hormans, dat hem zou beschermen tegen allerlei gevaren en tegen arrestatie bij weglopen. Er waren meerdere verdachten, waarvan de 3e en 4e getuige bevestigden dat Jonas dit briefje van priester Hormans had gekregen.
De rechters merkten op dat Mohammedaanse gelovigen veel vertrouwen hadden in hun priesters en alleen waarheid van hen verwachtten. Hierdoor durfden de verdachten hun daden uit te voeren, in de overtuiging dat ze niet gepakt zouden worden.
Toen priester Hormans werd gearresteerd en verhoord, ontkende hij alles. Omdat er wel een misdrijf was gepleegd maar er niet genoeg bewijs was, besloten de rechters op verzoek van de officier van justitie om de priester voorlopig te verbannen naar de Banda-eilanden, totdat er meer bewijs zou zijn.
De verdachten bekenden ook dat de 3e, 4e, 5e en 6e gevangene allemaal speciale poeders bij zich hadden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0585 Op 2 september 1786 werd Jan Nicolaas Schlender veroordeeld door het gerecht aan de Kaap de Goede Hoop. De aanklacht werd ingediend door tijdelijk aanklager Gabriel Exter. Het vonnis werd op 27 juli 1786 uitgesproken en luidde:
De veroordeelde moest ook de proceskosten betalen. Het vonnis werd ondertekend door verschillende gezagsdragers waaronder P. Hacken, G.J. Cruijwagen, Johannes Smuts, en C. van Aerssen als secretaris.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0541 Op 31 mei werd Bachel van de Kaap op straat benaderd door Nicolaas Schlender, een voormalige onderbaas bij de Schuur. Schlender vroeg haar wanneer ze bij hem zou komen. Hij had al 11 jaar een relatie met haar en ze hadden samen 2 kinderen. Bachel antwoordde dat ze die dag geen tijd had maar de volgende dag zou komen.
Schlender greep haar bij haar hals. Toen Bachel protesteerde en zei dat mensen zouden kijken, stak hij haar van achteren in haar rug. Ze kon niet zien met wat voor mes of voorwerp hij dit deed. Bachel vertelde ook dat Schlender haar de vrijdag ervoor had geslagen en dat ze sindsdien niet meer bij hem was geweest.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0534 Hij probeerde zichzelf te doden. Dit maakt hem nog meer strafbaar omdat hij niet eerder schuldig is bevonden. De openbare aanklager wil daarom dat hij zwaar gestraft wordt. De rechtbank is van oordeel dat hij de volgende straffen moet krijgen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10984 / 0532 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/