Transcripties » Recent gemaakte samenvattingen van herkende teksten

Fully AI-GeneratedGebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.


De pro Interim fiscaal (tijdelijke hoofdaanklager) Gabriel Exter laat weten dat ongeveer 8 tot 10 dagen geleden de burger Willem Vereveld bij hem kwam. Vereveld wilde een weggelopen slaafjongen genaamd Mentor van Mosambicque aangeven. Die ochtend had de eerste geweldpleger (gevangenbewaarder) gerapporteerd dat de jongen in de gevangenis was gebracht, maar dat hij zo erg met roeden was geslagen dat zijn achterste helemaal ontveld was. Dit wordt bevestigd door een bijgevoegde verklaring. Toen de aanklager dit aan de eigenaar van de slaaf meldde, vroeg deze direct of hij de jongen mocht vrijkopen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0116  


Op 27 oktober 1785 was er een zitting in Kaap de Goede Hoop met Pieter Hacker als voorzitter. Enkele leden waren afwezig wegens ziekte:

Als vervanging waren twee burgerraadsleden aanwezig:

De zaak betrof drie slaven van oud-burgerraadslid Johannes Carn Spek:

De aanklager was waarnemend fiscaal Gabriel Exter. Hij diende een schriftelijke aanklacht in met bijgevoegde documenten. De verdachten bleven bij hun eerdere bekentenissen. De raad hield de zaak in beraad voor bestudering. De secretaris C.L. Neethling heeft dit vastgelegd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0113  


Op 6 oktober 1785 werd een juridisch vertoog voorgelegd aan de Raad aan Kaap de Goede Hoop. Daarin ging het over een zaak tussen:

De Raad besloot dat de aanklager in deze zaak mocht doorgaan met de rechtszaak. Van der Lith vroeg en kreeg een kopie van de stukken en kreeg 6 weken om te reageren. De secretaris C.L. Neethling ondertekende het document.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0111  


Op 15 augustus kwam Andries Stephanus du Toit naar het bestuurskantoor in Stellenbosch. Hij had een onderzoeksrapport bij zich van veldwachter Abraham Josua le Roux over het doodschieten van zijn slaaf Louis van Mozambique. Dit was gedaan door:

Uit het rapport bleek dat Louis niet tijdens een achtervolging was doodgeschoten zoals beweerd, maar opzettelijk. Marais bekende later dat hij het geweer in de mond van de reeds mishandelde slaaf had gezet en geschoten had, waardoor Louis direct overleed. De gebroeders Roux hadden hiermee ingestemd.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0106  


Op 29 oktober 1785 werd in Kaap de Goede Hoop een verzoek besproken van de tijdelijke aanklager I. Gabriel Ecter. Het ging over een overleden soldaat van het kasteel, Johan Christiaan Pruisman uit Zal in Saksen. De aanklager vroeg toestemming om hem achter het kerkhof te begraven. Pruisman had gestolen goederen verborgen gehouden die door Havin Silia waren gestolen uit het huis van burger Jan Jacob Meijer. De gestolen spullen waren naar Anna, de moeder van Silia, gebracht, die bij Pruisman inwoonde. De leden van de Raad van Justitie gingen unaniem akkoord met het verzoek. Het document werd ondertekend door beëdigd klerk R.J. van der Riet.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0114  


Arft Legt vertelt dat hij al langere tijd Gree kent omdat deze een relatie had met zijn slavin Constantien. Op deze manier is hij met Gree in contact gekomen. Hij verklaart dat Gree 's avonds en 's nachts in de tuin en het slavenhuis bij zijn eigenaar was. Gree kwam regelmatig 's nachts naar boven bij zijn eigenaar's woonhuis en bleef daar bij Constantie.

Daniel heeft de gestolen goederen van Gree gekocht. Voor het gestolen deel heeft Gree in totaal 3 ducatons betaald. Arft heeft hiervan 1 ducaton ontvangen, en Tob en Daniel hebben ook ieder 1 ducaton gekregen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0527  


De tekst gaat over verschillende juridische zaken aan de Kaap. Het beschrijft rechtszaken en meldingen over diverse personen: Het gaat over:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0143  


De slaaf Anna van Bengalen was voor de rechtbank verschenen. Ze was eigendom van de burger Willem Hoppe en ongeveer 40 jaar oud. Ze woonde op zichzelf in een kamer samen met de soldaat Pruysman bij de burger Petrus de Kok. Ze heeft ongeveer 7 jaar buiten het huis van haar eigenaar gewoond en moest maandelijks 6 gulden aan hem betalen. Ze verdiende haar geld met wassen en strijken. De slavin Silia, die een dochter van Anna was, behoorde toe aan de burger Johan Jacob Meyer. Deze verklaring werd afgenomen op verzoek van de tijdelijke aanklager Gabriel Erter.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0846  


Op 3 november 1785 's ochtends kwam de rechtbank bijeen onder leiding van president Pieter Hacker. Een aantal leden was afwezig, waaronder Olof Marthini Bergh, Oloff Godlieb de Wet, Lodenlijk Christoff Warneik en Thobias Christiaan Rönnenkamp.

Er werd een rechtszaak behandeld tegen:

De aanklager was Gabriel Exter, die tijdelijk het ambt van officier van justitie waarnam. De verdachten bleven bij hun bekentenis en vroegen om genade.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0115  


Gabriel Exter werd gerapporteerd dat op 7 augustus een slavin genaamd Roosje van Maconda, die het eigendom was van burger Marthinus van der Spuy of diens zoon Melt van der Spuy, naar de gevangenis was gebracht. De slavin was ernstig mishandeld en geslagen. Op bevel van Gabriel Exter onderzocht een chirurg uit het hospitaal van de Compagnie de slavin. Hij stelde vast dat:

Gabriel Exter besloot hiervan verslag te doen aan de gecommitteerden van de Raad van Justitie van het kasteel De Goede Hoop.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0599  


De eerste en tweede beklaagde hadden herhaaldelijk geld gestolen uit een geldkist. De tweede beklaagde gaf toe dat ze door de eerste beklaagde was verleid vanwege haar jonge leeftijd. De eerste beklaagde had haar deel van het gestolen geld gegeven aan soldaat Jacob Bernhard, die inmiddels verbannen is uit het land. De tweede beklaagde had haar deel gegeven aan haar moeder, slavin Anna (de derde beklaagde). Deze had het geld aan soldaat Jan Christiaan Pruysman gegeven, die later in de gevangenis is overleden.

Bij Bernhard en Pruysman en in de kisten van de gevangenen is een bedrag van 550 rijksdaalders teruggevonden. De eigenaar van de slaven kon niet vaststellen hoeveel geld er precies was gestolen. In een land waar het recht wordt gehandhaafd, kunnen zulke slimme diefstallen niet worden getolereerd en moeten de daders worden gestraft als afschrikwekkend voorbeeld.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0855  


Johannes verklaart op 20 september 1785 aan Kaap de Goede Hoop voor Salomon van Echter dat hij:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0710  


De verdachte verklaart dat een slavin genaamd Tima geld bij hem in bewaring wilde geven. Ze wilde zichzelf vrijkopen maar was bang dat het geld gestolen zou worden in het huis van haar eigenaar. Als beloning zou Tima hemden aan de verdachte geven die ze hem nog schuldig was. De verdachte wist niet dat het gestolen geld betrof, omdat de slavin hem had bezworen dat ze het eerlijk had verdiend met naai- en breiwerk voor mensen. Hij ontkent dat hij opzettelijk heeft meegewerkt aan diefstal door de slavin.

Deze verklaring werd afgelegd in 1787.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0844  


Op 30-jarige leeftijd werd Jacob Bernhard van Reynveld uit Hesse ondervraagd door officier Gabriel Exte. Van Reynveld was soldaat in dienst bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Hij verklaarde dat hij:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0842  


In het jaar 1785 werden verschillende strafrechtelijke documenten in de Raad van Justitie behandeld en naar Nederland gestuurd, waaronder:

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0005  


In Kaap de Goede Hoop werd op 15 december 1784 een verklaring afgelegd. Dit gebeurde voor raadsleden Tobias Christian Rönnenkump en Johannes Karnspek. Bij deze verklaring waren aanwezig:

Op 27 april 1785 verscheen Candasa opnieuw voor de raadsleden. Ze bevestigde haar eerdere verklaring en gaf aan dat er niets aan toegevoegd of verwijderd moest worden.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0311  


Een soldaat genaamd Pruysman werkte als pruikenmaker in het kasteel. De slaaf Silvia kwam bij hem werken. Ze vroeg haar moeder Anna, die bij Pruysman woonde en eigendom was van burger Willem Hoppe, om mee te gaan naar het huis van haar eigenaar. Anna ging eerst zonder iets weg en kwam snel terug. De volgende dag ging ze weer en kwam terug met 194 rijksdaalders in papiergeld. Dit geld gaf ze aan Pruysman om te bewaren. Hij stopte het meteen in een kist. Anna zei bij het overhandigen dat ze het geld van haar kind Silvia had gekregen om te brengen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0837  


Op 13 september 1785 werd aan Kaap de Goede Hoop een verhoor afgenomen door twee leden van de Raad van Justitie, Johannes Marthinus Horak en Jan Coenraad Gie. Het verhoor betrof Tima van Batavia, die ongeveer 15 jaar oud was. Hij werd ondervraagd over gestolen geld en zijn betrokkenheid bij de diefstal van een slavin genaamd Pilia. Tima ontkende te weten van enige diefstal en beweerde geen gestolen geld te hebben ontvangen. De ondervraging werd vastgelegd door de beëdigde klerk H.J. van der Riet.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0852  


Op 15 december 1784 legde Ian Jacobs als burger aan Kaap de Goede Hoop een verklaring af in aanwezigheid van een commissie van de Raad van Justitie. Dit gebeurde na een verzoek van de onafhankelijke fiscaal Jan Jacob Serrurier. Het ging om een zaak die de slavin Constantia betrof. Panu heeft het document eigenhandig ondertekend, samen met S. Iacobse, H.L. Pletterman, Limmenhampe en Kamsper.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0479  


Een gerechtelijke aanklacht en uitspraak is gedaan door de tijdelijke aanklager Gabriel Exter tegen de soldaat Johan Ruller uit Keulen. De landrechter van Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewyk Bletterman, heeft hierbij ook een uitspraak gedaan over de slaaf Onlong. De tijdelijke aanklager deed ook uitspraken tegen:

Dit alles vond plaats in het Kasteel de Goede Hoop op 31 december 1785.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0008  


De mensen in deze zaak beweerden dat ze niet wisten dat het geld gestolen was en zeiden dat ze het hadden verdiend. Maar ze moeten er aan getwijfeld hebben dat dit geld op een eerlijke manier was verkregen. Dit blijkt uit het feit dat de slavin Tima volgens artikel 16 van haar bekentenis te horen kreeg "ik zal het verstoppen, maar zorg dat niemand er achter komt". De soldaat Pruysman noemde volgens artikel 13 van de verklaring van Silia haar "het kleine beest" en in artikel 4 van zijn antwoorden een "schurk".

Het is logisch te concluderen dat een slavin niet 350 rijksdaalders in 14 dagen kan verdienen, plus wat ze nog nodig had voor eigen gebruik. Bovendien wist de eerste beklaagde dat zijn eigenaar hem had verboden contact te hebben met deze slavin. Ook moet hij haar slechte reputatie al langer hebben gekend. Voor Pilia, die maar 12 jaar oud was, was het nog onwaarschijnlijker dat ze zoveel geld kon verdienen.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0832  


Jacob Bernhard had gehoord dat er een slavin was langsgekomen. Hij wilde graag met haar spreken. Toen de slavin voor de tweede keer kwam, werd dit aan haar doorgegeven. Ze beloofde te komen wanneer ze tijd had. Een paar dagen later kwam ze 's middags en sprak met Jacob Bernhard in een andere kamer. De inhoud van dit gesprek is onbekend. De slavin kwam enkele dagen later nog een vierde keer, nu met een klein kind. Ze sprak toen weer met Jacob Bernhard in de andere kamer.

Deze verklaring werd afgelegd in Kaap de Goede Hoop op 12 september 1785, voor raadsleden Johannes Marthinus Horak en Johan Coenrand Geeleiden. Het document werd ondertekend door hen en door klerk R J V D Riet.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0835  


Pilia van de Caal, een slaaf van ongeveer 7 jaar oud, werkte bij Jan Jacob Meyer. Ze paste 6 jaar op zijn kinderen en deed naai- en breiwerk. Ze sliep in dezelfde kamer als de slavin Tima. Tima stond soms 's nachts op om de kinderen water te geven. Tima maakte Pilia wakker om:

Pilia was hier eerst tegen, maar ging later toch mee en hielp door de deksel van de lessenaar vast te houden terwijl Tima het geld stal.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0821  


De procureur Gabriel Cater diende een strafzaak in bij de rechtbank van het kasteel in Kaap de Goede Hoop. Hij klaagde twee personen aan:

De zaak ging over twee slavinnen van burger Johan Jacob Meyer, genaamd Sima en Silia, die meerdere keren grote sommen geld stalen uit de lessenaar van hun eigenaar. Bij onderzoek bleek dat soldaat Jacob Bernhard en slavin Anna (die bij soldaat Johan Christiaan Pruysman woonde) medeplichtig waren door een deel van het gestolen geld te bewaren. Bernhard had al eerder contact met slavin Tima en wist dus dat hij haar kon vertrouwen in dit soort zaken.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0829  


Er was sprake van gestolen geld dat in 3 keer werd afgegeven, wat in ongeveer 14 dagen gebeurde. Het ging om een bedrag van 350 rijksdaalders. De moeder, Anna van Bengale, had van haar dochter, de slavin Silia (die bij burger Meijer woonde), een zilveren doos en andere dozen ontvangen. Ze wist niet hoe haar dochter daaraan kwam. Ook kreeg ze van Silia 5 stuks papiergeld ter waarde van 100 rijksdaalders. Dit geld gaf ze aan soldaat Johan Christiaan Pruijsman, met wie ze samenwoonde. Pruijsman vroeg zich af hoe Silia, die hij een beest noemde, aan dat geld kwam. Hij bewaarde het vervolgens in zijn kist.

Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10985 / 0830  



Vorige paginaVolgende pagina

Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/