Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
De openbare aanklager eiste het volgende:
Dit document is ondertekend door C.V. Nuld en voorgelegd aan de rechtbank op 18 januari 1784.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0047 In deze tekst vraagt C. van Nuld onkruidt, landdrost van Swellendam, om uitstel aan het koloniale bestuur in een zaak tegen Elizabeth Rossouw, de vrouw van F.H. Conradi. Dit verzoek werd ingediend op 23 juni 1780. Hij wil tijd om meer verklaringen te verzamelen zodat de zaak volledig duidelijk kan worden. Hij benadrukt dat hij niet uit hebzucht handelt, maar uit menslievendheid. Het verzoek is gericht aan de President Hacker en de Raad van Justitie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0018 Elisabeth Rossouw, de vrouw van Frederik Hendrik Conradi, krijgt toestemming om namens haar zieke man zaken af te handelen. Dit wordt vastgelegd in Kaap de Goede Hoop op 15 juni 1783. De landdrost van Swellendam, P. Constant van Nuld Onkruijd, wordt gevraagd om hierover verslag uit te brengen. Frederik Hendrik Conradi bevestigt schriftelijk dat hij zijn vrouw Elisabeth Rossouw volmacht geeft omdat hij al een jaar ziek is. Dit wordt bevestigd door getuigen Josua Joubert en Jan Jacobes Nelson. De landdrost had Conradie eerder op 14 december 1782 per brief opgeroepen om naar Swellendam te komen voor een bespreking. Deze brief was geadresseerd aan zijn verblijfplaats aan de Coo, achter de Cogmans Kloof.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0017 Hendrik Conradi moest kiezen tussen het weggeven van 2 of 4 slaven. Omdat hij zonder slaven zijn landbouw niet kon voortzetten, besloot hij zijn slavin Janetje en haar kind voor 100 rijksdaalders te verkopen aan landdrost C. Nult Onkruid. Die liet de overdracht op naam van Bode Wolski zetten. In ruil daarvoor liet de landdrost twee mannelijke slaven van Conradi vrij, onder voorwaarde dat hij ze niet mocht slaan. Conradi waarschuwde de landdrost dat de slaven zonder straf hun oude gedrag zouden hervatten. Dit bleek waar: 6 dagen na hun vrijlating liepen ze weg. Ze werden aan de landdrost overgedragen, die toen wel toestond dat ze in boeien werden geslagen en behandeld zoals een eigenaar dat mocht. De klaagster vindt dat landdrost Sint Constant van Nult Onkruid:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0016 In december 1782 zijn de slaven van Frederik Hendrik Conradi weggelopen. Het ging om 2 mannelijke slaven (Abraham van Bengalen en Batjo van Bougies) en een vrouwelijke slavin (Janetje van de Kaap) met haar kind. Ze werden opgepakt door burger Frederik van Eeden en overgedragen aan de landdrost van Swellendam, P. Constant van Nulo Onkruijdt. De slaven vertelden de landdrost dat ze mishandeld werden door hun eigenaar. De landdrost geloofde dit verhaal en zette de slaven aan het werk:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0015 In Kaap de Goede Hoop op 31 december 1788 zijn er verschillende rechtszaken behandeld:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0014 Deze rechtszaak ging over een aanklacht van aanklager Gabriel Exter tegen verschillende verdachten:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0013
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0012 In 1787 werden in de rechtbank stukken ingediend door verschillende partijen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0011 Op 26 juli 1787 werd het verzoek van de rechtmatige eigenaar goedgekeurd om zijn slaaf genaamd Demas vrij te laten uit de gevangenis en terug te geven aan zijn eigenaar. Hier waren wel voorwaarden aan verbonden:
Dit werd vastgelegd aan de Kaap de Goede Hoop en ondertekend door secretaris C. van Aerssen. Het originele document was ondertekend door R.J. van der Riet.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0841 Op 28 juli 1787 werd een bijzondere vergadering gehouden onder leiding van de voorzitter Johannes Isaak Rhenius met alle leden aanwezig. Ze bespraken een rapport van de fiscaal Gabriel Exter over de derde meester Leendert Gyzendorp. Er werd besloten dat Gyzendorp gearresteerd moest worden.
Daarna presenteerde de beëdigde klerk Ryno Johannes van der Riet, die de zaken waarnam van de landdrost van Swellendam, Constant van Nult Onkruidt, een verzoekschrift aan het bestuur. Dit gebeurde ongeveer een maand na een eerdere vergadering.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0842 De slaaf Demas had niet de bedoeling iemand te doden en daarom zou hij niet met de dood maar met verbanning gestraft moeten worden. De openbare aanklager was het ermee eens dat zo'n straf zou volstaan. Bij het bepalen van de straf moet worden meegewogen dat Demas in grote onwetendheid is opgevoed. Zijn natuurlijke drift om genoegdoening te krijgen kan hem niet kwalijk worden genomen, ook al pakte zijn manier verkeerd uit. Hij zit al sinds januari van dit jaar gevangen en dat zou voldoende straf moeten zijn. Ongeveer 6 weken geleden is hij op verzoek van de aanklager naar Robbeneiland verplaatst. De verzoeker vraagt aan de rechtbank om Demas vrij te laten, onder voorwaarde dat zijn eigenaar hem direct moet verkopen in een ander district. Demas mag nooit meer terugkomen in het district waar zijn eigenaar woont. De proceskosten moeten worden betaald, of er moet een andere passende beslissing worden genomen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0840 De overtreder geeft uitleg over de zaak van vergiftiging waarbij Zara en Demas betrokken zijn. Voor een veroordeling voor gifmenging zijn volgens rechtsgeleerden 3 dingen nodig:
In deze zaak is alleen het eerste punt bewezen. Lara is niet overleden en er kan niet bewezen worden dat het middel echt giftig was. Ook is er geen bewijs dat Demas en Lara ruzie hadden of dat Demas voordeel zou hebben bij Lara's dood. Het lijkt meer op het geven van een liefdesdrank dan op een poging tot moord.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0839 De officier van justitie heeft onderzocht of een slaaf genaamd Maart schuldig was. Maart moest van ver komen en heeft zich vrijwillig bij de gevangenis gemeld aan het einde van maart. Na een confrontatie met Demas voor de rechters, bleek Maart volledig onschuldig te zijn. Dit werd aan de rechtbank gemeld met het verzoek om Maart vrij te laten. De officier van justitie stelt dat een verdachte alleen beschuldigd mag worden van wat bewezen kan worden door zijn eigen bekentenis of door ander geldig bewijs. Van Demas kan alleen bewezen worden dat hij tevergeefs probeerde de liefde te winnen van een slavin genaamd Saza. Uit wanhoop heeft hij haar toen iets te drinken gegeven, mogelijk op advies van anderen of op eigen initiatief, waarmee hij hoopte haar voor zich te winnen. Dit pakte echter ongelukkig uit.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0838 demas had Zara Lo bolletjes haar door middel van soep toegediend. Hij beweerde dat dit niet bedoeld was om haar te doden, maar om haar verliefd op hem te laten worden. Zara had aan Hugo verteld dat demas haar meermaals had gevraagd om een relatie met hem te hebben, wat zij steeds had geweigerd. demas werd gevangen genomen en werd ziek. In maart van dat jaar werd hij verhoord door de heren van de Raad. Hij gaf toe wat hierboven staat, maar ontkende dat hij tegen Lasa had gezegd dat hij haar wel zou krijgen. Hij zei dat het middel alleen bedoeld was om haar bij hem te houden. De verhoren en verklaringen van de gevangene demas zijn bij dit document gevoegd. Maart werd ook ondervraagd over deze beschuldiging en gaf waarschijnlijk omstandigheden aan waaruit blijkt dat de beschuldiging van demas tegen hem ongegrond was.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0837 De fiscaal meldde dat matroos Vincent Claasz een slaaf had achtergelaten die behoorde aan zijn kind, wiens moeder zich nog aan de Kaap bevond. Omdat de bezittingen van Claasz door de Raad werden beheerd, vroeg men wat er met deze slaaf moest gebeuren.
Er werd besloten de slaaf aan de moeder van het kind (de eigenaar) te geven, onder voorwaarde dat ze hem niet mocht verkopen voordat duidelijk was of er genoeg geld was om Claasz' schuldeisers te betalen. Als er te weinig geld was, kon de slaaf alsnog verkocht worden.
Vervolgens diende klerk Ryno Johannes van der Riet, die zaken waarnam voor de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, een verzoekschrift in bij Johannes Isaak Rhenius, president van de Raad van Justitie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0835 Een groep inwoners van de Kaap de Goede Hoop diende een verzoek in bij de raad. Ze waren geschokt dat hun medeburger David Naude was veroordeeld tot 14 dagen water en brood, plus een boete van 100 rijksdaalders aan de officier. Deze straf was opgelegd na een aanklacht van Hendrik Lodewijk Bletterman, de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein.
De inwoners betoogden dat:
Ze verzochten Izaak Rhenius, de president van de Raad van Justitie, om Naude vrij te laten uit detentie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0826 De tekst beschrijft een rechtszaak op juli 1787. De rechtbank heeft Bernard Christiaanze, Bernard Koningswinter en Johannes Kuipers ondanks gebrek aan bekentenis tijdens marteling veroordeeld tot verbanning naar het Robben Eiland. De officier van justitie Le Sueur baseert dit op verschillende rechtsgeleerden die stellen dat een verdachte ook zonder bekentenis een straf kan krijgen. De ballingen zouden op het eiland moeten blijven totdat er nieuw bewijs tegen hen zou opduiken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0825 Op 5 juli 1787 vond er 's ochtends een bijzondere vergadering plaats. Aanwezig waren de bestuurder Johannes Isaak Rheunius en alle andere leden, behalve de heer Naehling die verhinderd was. De aanklager diende een schriftelijke aanklacht in tegen Jacobus Johan van Le Sueur, die hoofdhandelaar en lid was van de Politieke Raad aan Kaap de Goede Hoop. De gouverneur had hem aangesteld als tijdelijk officier van justitie. De zaak betrof soldaat Hendrik Dreverman, die verdacht werd van het helen van gestolen geld. De verdachte verklaarde dat hij niet wist dat het geld gestolen was en dat hij Koningswinter maar 14 dagen kende. Na zorgvuldig overleg besloot de Raad dat soldaat Hendrik Dreverman naar Nederlands-Indië zou worden gestuurd. De verdere eisen van de aanklager werden afgewezen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0823 Christiaan Vlok had zich zo aan alcohol overgegeven dat hij bijna zijn verstand had verloren. Dit werd begin vorig jaar persoonlijk vastgesteld op zijn toenmalige woonplaats. Een arrestatie zou zijn toestand alleen maar verergeren. De procedures werden daarom stopgezet tot er wettelijk bewijs kon worden geleverd over zijn toestand.
Dit verzoek werd ingediend door H.L. Bletterman en voorgelezen op 28 juni 1787.
Verder verzocht Van der Riet namens de landdrost van Swellendam een dagvaarding voor Hendrina van Eede, dochter van burger Joseph van Eede, omdat zij haar kind te vondeling had gelegd. Het kind overleed dezelfde dag bij de Suipen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0821 Christiaan Vlok had zich niet gehouden aan een beslag dat was gelegd op zijn wagen en ossen bij de hoofdplaats. Hij werd gedagvaard om op 31 mei voor de Raad te verschijnen. Vlok verklaarde dat hij niet zou komen, zelfs als men hem zou laten verschepen of ophangen. Dit blijkt uit de schriftelijke dagvaarding en het verslag van de bode. Toen Vlok op 31 mei niet verscheen, kreeg de aanklager toestemming voor een tweede termijn van 6 weken. De aanklager bedacht dat als Vlok ook bij de volgende 3 dagvaardingen niet zou komen, er na de 4e keer verstek alleen een boete en persoonlijke straf zou kunnen volgen. Deze straf zou meestal bestaan uit:
Aan het laatste was al voldaan omdat de in beslag genomen goederen waren verkocht ten voordele van de belangrijkste schuldeiser.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0820 David Naudé werd door de landdrost van Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman, aangeklaagd voor het mishandelen van zijn slaven, waarvan er één door het drinken van water is overleden. De Raad heeft Naudé veroordeeld tot:
Ook wordt vermeld dat Van der Riet een schriftelijke eis heeft ingediend tegen Jacob van Reenen en een zekere Van Houten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0818 De tekst gaat over verschillende rechtszaken. Hendrik Bletterman, de hoofdofficier van Stellenbosch en Drakenstein, kreeg op 19 april van dat jaar toestemming om een rechtszaak te beginnen tegen de burger Christiaan Vlock. De zaak werd voorgelegd aan Johannes Isaak Rhenius, de voorzitter van de Raad van Justitie, en zijn mederechters.
Er waren ook zaken tegen:
De zaken werden door de Raad in beraad gehouden voor verdere bestudering.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0817 Op dinsdag 19 juni 1787 's ochtends vond er een bijzondere vergadering plaats bij Kaap de Goede Hoop. Johannes Isaak Rhenius was voorzitter en alle leden waren aanwezig, behalve Horak die verhinderd was.
De soldaat Johannes Kuijpers verscheen voor de raad. Hij bleef bij zijn eerdere verklaringen die hij onder marteling had gegeven. De raad besloot verdere marteling uit te stellen totdat de officier meer bewijzen zou hebben.
Jacobus Johannes Le Sueur, die was aangesteld als officier van justitie, vroeg toestemming om soldaat Hendrik Dreverman van het kasteel op te roepen. Dit werd toegestaan.
De slaaf Daniel Paul herhaalde zijn verklaring van de vorige dag, zonder dat er dwang werd gebruikt. Sip Albrecht de Oude zou ook zijn verhoor herhalen, maar omdat hij verwarde en onzinnige dingen vertelde, werd besloten hier niet mee door te gaan.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0808 Het dode lichaam van de gevangene werd naar buiten gesleept en daar weer opgehangen. Het zou zo blijven hangen tot het door weer en vogels verteerd zou zijn. De gevangene werd veroordeeld tot het betalen van alle gerechtskosten. Dit vonnis werd gedaan en getekend aan Kaap de Goede Hoop en uitgevoerd in de maand februari.
Het document werd ondertekend door:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10986 / 0240 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/