Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via tekst- (OCR) en handschriftherkenning (HTR) tot stand gekomen herkende teksten (transcripties) een samenvatting laten maken. Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond. De resultaten van de toepassing van (Europese) kunstmatige intelligentie zijn niet gecontroleerd door een mens.
Naar aanleiding van een brief van 18 november 1749 is Godfried Fredrik Koch bij aankomst bij de Honing Klip onverwacht gearresteerd door een plaatsvervanger. Deze zorgde ervoor dat Koch geen contact kon hebben met zijn slaven. Daarna zijn twee bestuursleden (Hillegard Muller en Petrus Sienaar), samen met een secretaris, eerst naar de Honing Klip en later naar de Mossel Baai gegaan. Op beide plekken hebben ze een inventarislijst gemaakt. Ze vonden niets van de lading van het schip de Maria, dat in de Plettenbergbaai was gestrand. Na het opmaken van de lijst werden de slaven apart ondervraagd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0076 De raad accepteerde het verzoek en leverde een kopie van het document dat de onafhankelijke aanklager op 8 oktober 1789 had ingediend. Ook werd het verzoek goedgekeurd om de notulen van 21 oktober 1789 samen met het ingediende verzoek toe te voegen aan de officiële stukken en deze naar de rechtbank van het kasteel in Batavia te sturen. Vervolgens werd, in aanwezigheid van de assistent-aanklager, een brief voorgelezen die de landdrost van de kolonie Swellendam had geschreven aan president Johannes Isaak Rhenius, die de rang van opperkoopman had.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0075 De Landdrost van de kolonies Stellenbosch en Drakenstein diende een klacht in over de burger Pieter Roux, die woonde aan de Heerivier. Roux moest op 18 maart voor de rechtbank verschijnen om te horen welke aanklachten er tegen hem waren. De zaak ging over het feit dat Roux, nadat hij schriftelijk was opgedragen om de Hottentot Lambert Boer zijn verdiende loon te betalen en hem met zijn vrouw te laten vertrekken, deze Lambert Boer met een riem had vastgebonden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0057 Dit is een lijst van rechtszaken en vonnissen van de VOC rechtbank, waarbij:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0529 Op donderdag 2 (maand onbekend) om ongeveer 5 uur 's middags kwam de oud-opperchirurgijn Pieter Domus bij de drost van Stellenbosch en Drakenstein, Hendrik Lodewijk Bletterman. Domus toonde twee grote sleutels en vertelde over diefstallen in het dorp.
Hij vertelde dat zijn slavin Sabina bij hem was gekomen met het verhaal dat:
Toen Domus via Rosetta de sleutel bij Bijleveld liet opvragen, liet mevrouw Bijleveld weten dat hij zelf moest langskomen omdat ze hem wilde spreken. Bij zijn bezoek vroeg hij de sleutel te zien.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0490 Enkele belangrijke besluiten en verzoeken:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0515 De tekst gaat over een slavin die Rosie heet en in opdracht van de rechtbank verkocht zou kunnen worden aan Coenraad Warner. De vertegenwoordiger van de rechtbank laat het aan het oordeel van de rechtbank over om te beslissen wat er moet gebeuren met de 3 kinderen van Rosie, die bij haar in de gevangenis verblijven. Het oudste kind is 7 jaar, het tweede 4 jaar en het jongste 2 jaar oud. De tekst is ondertekend door plaatsvervangend aanklager I. A. Fruter op 21 januari 1790.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0055 Een slavin ging naar de Raad-Ordinaris Vertrek (een soort rechtbank) om toestemming te vragen een overleden slavenkind te begraven. Ze vertelde dat haar eigenaar het kind aan een schoorsteenketting had opgehangen en vervolgens zo hard had geslagen dat het kind was overleden. De Raad-Ordinaris heeft toen het lichaam laten onderzoeken om te zien of deze beschuldiging waar was. Bij de inspectie door commissarissen van de Raad, samen met tweede oppermeester Leuwer, werden geen tekenen van mishandeling gevonden. De Raad-Ordinaris was daarom in eerste instantie van mening dat de slavin haar eigenaar valselijk had beschuldigd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0052 De Raad heeft geoordeeld over de zaak waarin slavin Rosie beweerde dat Coenraad Warner haar kind had mishandeld. Ze klaagde hem aan na de dood van haar kind. Warner had het kind inderdaad gestraft voor diefstal van geld, maar niet zo erg als Rosie had beweerd. De Raad vond haar klacht enigszins begrijpelijk omdat:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0053 's Avonds zijn er vanuit Plettenbergsbaai bij de Hoeningklip goederen uitgeladen die aan Koch toebehoorden. Deze waren ongeveer een maand eerder daar naartoe gebracht. Omdat alle verklaringen hetzelfde waren, is alleen die van de slavin Pieternel bijgevoegd. De slaaf Caesar, die dit aan Bouve en Goliad zou hebben gemeld maar nu alles ontkent, wordt ook naar de Kaap gestuurd. De autoriteiten kunnen hem daar ondervragen in aanwezigheid van Bouve en Goliad.
Dit werd ondertekend door A.A. Faure in Swellendam op 12 januari 1790. De plaatselijke rechter verzocht daarna dat de landdrost de volgende personen naar de Kaap zou sturen:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0077 De openbaar aanklager zegt dat C. Warner tijdens de inspectie door de hoogwaardigheidsbekleders zo dronken was dat hij nauwelijks vragen kon beantwoorden. De aanklager kon niet besluiten om de slavin zoals gebruikelijk terug te geven, omdat hij haar niet wilde blootstellen aan de dagelijkse dronkenschap en wraakzuchtige buien van Warner. Om ongelukken te voorkomen, die zowel de eigenaar als de slavin zouden treffen, heeft hij zich tot de rechtbank gewend met de vraag of zij in dit bijzondere geval zouden willen ingrijpen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0054 De onafhankelijke openbare aanklager Johan Nicolaas Steven van Lijnden verscheen voor de rechtbank van het kasteel in Kaap de Goede Hoop. Op 8 januari was er een slavin genaamd Rosie, eigendom van burger Coenraad Warner, naar de gevangenis gekomen. Ze was daar door haar eigenaar naartoe gestuurd om een briefje op te halen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0051 De Raad besprak een melding over de slaaf Rosie en haar 3 kinderen. De eigenaar Coenraad Warner stemde in met de verkoop. De Raad besloot dat vanwege het gedrag en karakter van burger Warner, de slaaf Rosie en haar kinderen via de rechter verkocht moesten worden. Dit was om problemen te voorkomen. Er werd als voorwaarde gesteld dat Rosie nooit meer onder de macht van Warner mocht komen. De plaatsvervangend officier van justitie Johannes Andreas Tuiter werd door het bestuur aangesteld in deze zaak.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0056 De gedaagde werd verzocht direct een antwoord te geven op de beschuldiging. De aanklager stelde dat dit nodig was omdat de gedaagde al een kopie van de verklaring had ontvangen en was opgeroepen om te reageren om lange rechtszaken te voorkomen. De gedaagde verdedigde zich met deze punten:
De aanklager reageerde dat dit allemaal zinloze excuses waren en dat zijn schuld duidelijk bleek uit de verklaring.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10989 / 0104 In 1737 gaf Johan Gesro Cramer een machtiging aan ambtenaar Quist Möllerstrom. Möllerstrom vluchtte in 1788 weg nadat hij geld had verduisterd. Deze zaak wordt nu behandeld door Jacobus ver Cuieil.
Het ging om de volgende bedragen:
De aanklager vreest dat hij bij de afhandeling van Möllerstrom's bezittingen moet concurreren met andere schuldeisers voor het terugkrijgen van zijn geld. Hij vindt dit oneerlijk omdat het geld hem in goed vertrouwen was toevertrouwd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0348 De Raad behandelde een zaak. Hierin diende Marinus Marinussen een duplicaat in als vertegenwoordiger van de Oost-Indische Compagnie. Op 20 deed Johan Philip Snegelsbergen, de onderbaas van het bedrijfsmagazijn, afstand van verdere procedures en zijn verzoek. De aanvrager zei ook af te zien van verdere stappen.
De Raad hield deze zaak aan voor beraad, maar eerst moesten de verklaringen worden gecontroleerd en onder ede bevestigd. Na afloop van de zitting presenteerde Jacobus Pereeuil, als vertegenwoordiger van burger Jan Jacob Meijer, een verzoekschrift aan president Johannes Isaak Rhenius en de andere raadsleden.
Johan Nicolaas Steven van Lijnden, de onafhankelijke aanklager van het gouvernement, werd gevraagd op zijn ingediende repliek een duplicaat in te dienen. Dit was tegen Johan Nicolaas Steven van Lijnden, die op zijn repliek een duplicaat moest indienen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0345 Op een donderdag werd een rechtszaak gehouden in Kaap de Goede Hoop. De onafhankelijke aanklager E.O. Eyser diende een strafzaak in tegen Jacobus Johannes van den Bergh, een burger uit Batavia die lijfeigene was. De raad hield de zaak in beraad. De zaak werd bijgewoond door notaris W.H. Ryneveld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0233 De raad heeft geoordeeld over drie soldaten van het Johann Michael Kalmbacher, Jacob Krieger en Joseph Schligter van het regiment van Württemberg, die in Breda gelegerd waren. Na een verzoek tot uitstel van 24 uur en een verzoek om bijstand van een advocaat, heeft de raad besloten dat de verdachten persoonlijk moeten verschijnen om vragen te beantwoorden die hen door de aangewezen commissarissen zullen worden gesteld.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0230 De overheid is ontevreden met de verklaringen die uit Graaffe Reinet komen. Deze zijn niet officieel opgenomen en niet beëdigd. Dit is niet volgens de regels uit artikel 4 van de instructie voor de Landdrost, en ook niet volgens artikel 14 van het reglement voor Landdrost en Heemraden van Graaffe Reinet van 19 juli 1786. De Landdrost moet zorgen dat heemraden verklaringen van Hottentotten en slaven goed opnemen en dat anderen hun verklaringen onder ede afleggen.
Verder kwam er een brief binnen van veldwachtmeester Willem Adriaan Nel uit de Hantam. Deze brief gaat over een taak die hem op 15 januari was gegeven. Het betreft vee dat op 27 maart 1788 door een vonnis was afgenomen van twee verbannen burgers, Adriaan van Zeijl en Johannes Wiezer, ten gunste van de Compagnie.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0121 De verdachte was ervan overtuigd dat de Hottentot niet door zijn toedoen was overleden, maar door eigen onvoorzichtigheid. Toch heeft de koopman en landdrost van de kolonie Graaffe Reinet, Morits Herman Otto Woeke, besloten om de verdachte voor de rechtbank te dagen. Omdat de verdachte ver weg woonde en niet lang in Kaap kon blijven, heeft hij via zijn advocaat G. D. Kotree verzocht om de zaak als civiele zaak te behandelen. De aanklager had begrip voor de situatie en wilde:
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0118 De burger Gerhardus Dirk Lotze woonde op een kleine veeplaats ver in het binnenland, in de buurt waar rovende Bosjesmannen-Hottentotten leefden. Hij had een Hottentot in dienst die "Gezwind" of "Kogelman" werd genoemd. Deze helper kreeg goed te eten en te drinken en werd goed betaald. Toch liet de Hottentot meerdere keren 's nachts het vee los in het veld, waardoor de Bosjesmannen-Hottentotten veel schade konden aanrichten.
Lotze sloeg daarop Gezwind een paar keer met een zweep. De Hottentot rende weg en kreeg tijdens zijn vlucht nog meer slagen. Toen Gezwind later terugkwam bij het huis, dronk hij veel koud water terwijl hij nog verhit was van het rennen. Hij viel flauw en ondanks dat Lotze probeerde hem te helpen, overleed de Hottentot twee dagen later.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0117 De openbare aanklager wil dat de koopman en landdrost van de kolonie Graaffe Reinet persoonlijk komt antwoorden op vragen in een strafzaak. De zaak is tussen:
De zaak gaat over de mishandeling van een Khoi (Hottentot) genaamd Geswind, die kort daarna is overleden. Het verzoek is gericht aan de president Johannes Jzaak Thenius en de raad van justitie van het gouvernement. De openbare aanklager Pieter Hugo zal de aanklacht indienen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0116 Geertruida Johanna Herhold, weduwe van Stijtler, werd veroordeeld tot een boete van 20 ducaten voor de schatkist. De zoon van Geertruida Johanna Herhold zou streng worden berispt door de Raad. De weduwe moest ook de proceskosten betalen. Het ging om een rechtszaak tussen de Fiscaal als aanklager en de weduwe van Nicolaas van der Hugo als gedaagde. De weduwe beweerde dat het verslag vol onwaarheden stond.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0115 Op een rechtszitting kwam een strafzaak aan de orde. De landrechter (landdrost) beschuldigde de landbouwer Pieter Zou dat hij zijn slaaf Fortuijn van Mallebaar zo erg had mishandeld dat deze overleed. De slaaf was na de mishandeling weggelopen, werd teruggebracht en stierf 12 dagen na het ontvangen van de slagen. Hij was begraven zonder dat dit was gemeld. Pieter Zou verdedigde zich door te zeggen dat hij de jongen alleen een normale afstraffing had gegeven die hij verdiende. Hij beweerde dat hij niet wist dat er iets met de slaaf aan de hand was en dat deze uit kwaadaardigheid had geweigerd te eten. Beide partijen bleven bij hun standpunt en zagen af van het indienen van verdere bewijsstukken.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0119 Op 5 februari 1789 was er een rechtszitting in Kaap de Goede Hoop. De voorzitter was Johannes Izaak Rhenius. Van Echten was afwezig wegens ziekte.
De voorlopige officier van justitie meldde dat geen van de gedaagden was verschenen. Het ging om:
De officier van justitie verzocht om deze personen te verbannen uit het gebied. Als ze later opgepakt zouden worden, zouden ze volgens verdienste gestraft worden.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.04.02 / 10988 / 0041 Zoek uw voorouders en publiceer uw stamboom op Genealogie Online via https://www.genealogieonline.nl/