Gebruikers van Open Archieven kunnen van de via handschriftherkenning tot stand gekomen transcripties een samenvatting laten maken.
Beide kunstmatige intelligentie taken zijn niet perfect, maar vaak ruim voldoende zodat het historische document begrijpelijk wordt. In de transcripties zijn namen groen onderstreept en klikbaar (om de persoonsvermeldingen op Open Archieven op de betreffende naam te doorzoeken), de herkende datums hebben een licht grijze achtergrond en herkende plaatsnamen hebben een licht paarse achtergrond.
Op
31 maart 1771 verscheen
I.P.H. Muzelius, die woonde in
Paramaribo maar op dat moment op zijn plantage
Pabriam verbleef, voor
Daniel Godeob Schlick, een ambtenaar van de kolonie
Suriname.
Muzelius verklaarde dat hij zijn vrouw,
Susanna Muzelius-Nepveu, volmacht gaf om:
- alle zaken, zowel juridisch als zakelijk, namens hem te regelen, zowel aanvallend als verdedigend;
- de gezamenlijke bezittingen (vastgoed, losse goederen en geld) te beheren;
- indien nodig wissels (schuldbrieven) te ondertekenen;
- alles te doen wat Muzelius zelf zou kunnen als hij aanwezig was.
Muzelius gaf haar dezelfde bevoegdheden als een officiële beheerder volgens de lokale wetten en gewoonten. Hij beloofde ook alles wat zijn vrouw in deze hoedanigheid deed te zullen goedkeuren en te erkennen.
Als
Muzelius later zou besluiten om naar het vaderland of elders te verhuizen en zijn vrouw zou kiezen om hem niet te volgen, mocht zij:
- iemand anders aanwijzen om hun gezamenlijke bezittingen te beheren;
- een eerder opgestelde en ondertekende overeenkomst (opgesteld door Schlick en bewaard bij de kolonie) openen, 2 dagen voor haar vertrek.
Muzelius gaf haar hiermee de nodige toestemming. Dit alles werd vastgelegd in
Paramaribo op de genoemde datum.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 558 / 0363
Johannes Dolyh van Claveren Berkhoff en
Hermanus Willem Kerkhoven waren getuigen toen iemand (de
comparant) beloofde om zichzelf en zijn bezittingen verantwoordelijk te houden voor beslissingen van de rechtbank.
Deze afspraak gold speciaal voor het
Hof van Civiele Justitie (een rechtbank voor burgerlijke zaken). Het document werd ondertekend op dezelfde datum en plaats als hierboven genoemd (
9 [datum onvolledig] in
Paramaribo).
De getuigen bevestigden dit met hun handtekening, en
S.S.G. Schuck, een beëdigd ambtenaar, maakte het officieel.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 364 / 0394
Op
14 juli 1710 verscheen
Pieters Hailhoff, een beëdigd klerk van de secretarie van de kolonie
Suriname (inclusief de rivieren en omliggende gebieden), voor notaris. Bij hem was
P. Berkhoff, die in het bijzijn van getuigen een verklaring aflegde.
Berkhoff verklaarde dat hij, volgens het vonnis van het
Hof van Civiele Justitie in
Suriname van dezelfde maand, zich borg stelde voor
C.F. Georgie. Dit was ter zekerheid van
J.D. Dutrij, die een rechtszaak tegen
Georgie had aangespannen.
Berkhoff gaf hierbij alle mogelijke juridische bezwaarprocedures op.
De borgstelling betrof twee wisselbrieven, ondertekend door
Js Wourques en
C.F. Georgie op
25 augustus 1766. De bedragen waren:
- ƒ 6.278,16
- ƒ 6.562,01 (en 4 penningen)
Deze wissels waren getrokken op naam van
J.o. De Dutrij als betaling voor drie achtste deel van de koopsom van plantage
Marias Lust. De kosten waren voor rekening van
Herman van de Poll in
Amsterdam.
Berkhoff beloofde dat, als de wissels bij vervaldatum niet betaald zouden worden en met protest terugkwamen, hij
Dutrij zou vrijwaren van alle schade en claims die hieruit konden voortvloeien. Dit gold specifiek voor
Dutrij zijn handtekening (endossement) op de wissels.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 364 / 0393
Op 161 werd er grond verkocht op de heide Hader Kamp bij Twello:
Het totale bedrag dat met deze verkopen werd verdiend, was 2204 gulden.
Daarnaast:
Het totale transportbedrag (totaal van alle verkopen) was 2530 gulden.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1370 / 0522
Op
15 augustus 1786 verscheen voor
Johannes Jacobus Wohljahre, beëdigd secretaris van de kolonie
Suriname en de omliggende rivieren en districten, in aanwezigheid van twee genoemde getuigen:
De betrokkenen, die allemaal in
Paramaribo woonden, verklaarden het volgende:
Toen
M.E. Trey de plantages en grond eerder had overgedragen aan
J.R. Morin (die toen zaakwaarnemer was van
Dirk Luden en
Jacob Speciaal), had zij als voorwaarde gesteld – en ook onder ede bevestigd – dat:
- De slavin Abba (die toen nog geen kinderen had) niet bij de overdracht hoorde, maar in ruil daarvoor de slavin Constantia werd overgedragen. Constantia was eigendom van M.E. Trey en stond niet op de inventaris van de plantage, dus hoorde zij ook niet bij de plantage.
- Met toestemming van J.P. Morin behield M.E. Trey ook de slavin Maria en haar twee kinderen. Dit kwam doordat Maria de min was geweest van het kind van de overleden N.O. Pelichet (uit zijn huwelijk met M.E. Trey).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 133 / 0245
Op 13 februari 1771 werd een overeenkomst gesloten voor het Hof van Civiele Justitie in de kolonie Suriname. Deze overeenkomst werd goedgekeurd door het hof en betrof een hypotheek die geregistreerd stond in het hypotheekregister van Suriname (register nummer 3, pagina 382 en volgende).
De betrokkenen waren:
In de overeenkomst van 13 februari 1771 stond dat Pieter Wilkes zijn helft van de plantage Onverwagt afstond aan Nicolaas Olivier Pelichet. Vanaf dat moment werd Pelichet beschouwd als de enige eigenaar van de hele plantage, alsof hij deze vanaf het begin alleen had gekocht. Pieter Wilkes had vanaf dat moment geen rechten meer op de plantage.
Pelichet werd gemachtigd om de helft die oorspronkelijk van Wilkes was, op zijn eigen naam te zetten of over te dragen. Hij beloofde ook dat de erven van Pieter Wilkes geen aanspraak meer konden maken op de plantage.
De overeenkomst werd opgesteld in Amsterdam en later, op 17 maart 1773, bevestigd door notaris Isaac Pool. Op 12 juni 1786 werd de akte geregistreerd in Suriname door J.J. Fallmann, een beëdigd griffier.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 740 / 0032
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 730 / 0540
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 545 / 0305
4 oktober 1827 om 12:00 uur trouwden in
Amsterdam:
De ambtenaar las voor:
- De huwelijksaankondigingen van 23 en 30 september 1827.
- Geboorteakten van het paar.
- Overlijdensakte van Hendriks moeder.
- Verklaring over de afwezigheid van Hendriks vader.
- Overlijdensakte van Johanna’s moeder.
- Notariële akte van Johanna’s vader.
Na toestemming ("ja") verklaarde de ambtenaar hen volgens de wet getrouwd. Getuigen:
---
18 oktober 1827 om 11:00 uur trouwden in
Amsterdam:
De ambtenaar las voor:
- De huwelijksaankondigingen van 7 en 14 oktober 1827.
- Geboorteakten van het paar.
- Overlijdensakte van Eeonores vader.
Na toestemming ("ja") verklaarde de ambtenaar hen volgens de wet getrouwd. Getuigen:
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2433155 / 217
De Procureur Generaal merkte op dat de slechte staat van schoenen bij gevangenen kwam doordat ze niet werden onderhouden. Hij vroeg daarom om bij de maandelijkse uitdeling van spullen ook schoensmeer te mogen geven aan vrije gevangenen.
Hij stelde voor om de volgende kleding uit te delen aan mannelijke gevangenen:
Daarnaast kreeg:
Voor van Heeren werden extra spullen voorgesteld, zoals:
De Procureur Generaal wachtte op een beslissing van de Minister van Koloniën over een eerder voorstel (25 juni 1865), maar stelde voor om alvast toestemming te geven voor de uitdeling van kleding, schoenen en schoensmeer. Ook mochten er 3 paren schoenen gemaakt worden. De kosten hiervoor kwamen uit het budget van 1865.
De overheid ging akkoord met dit voorstel. De Procureur Generaal en de Administrateur van Financiën kregen een kopie van deze beslissing (23 juli 1865).
Op 2 juli 1865 vroeg Salomon Soesman, beheerder van plantage Adrichem (in de rivier Beneden-Cottica), toestemming om de slaaf Isack (geboren in 1831, zoon van Maria) over te schrijven op naam van D. S. Lanches. Isack was namelijk door Soesman verkocht aan Lanches voor zijn vrijheid. Omdat er geen bezwaar was gemaakt tegen dit verzoek, werd de overdracht goedgekeurd.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 6847 / 0074
Op 31 oktober 1878 werd een officiële brief geschreven over een verzoek om een schuld af te lossen. De brief verwijst naar een lening met nummer Loed. 8 450, 1483 3 en benadrukt dat alle gegevens precies moeten worden overgenomen.
De gouverneur had het volgende gelezen:
Met verwijzing naar eerdere besluiten van de overheid (18 mei 1871 en 12 december 1872) werd besloten:
Het recht op beslag (vanwege niet-betaling) wordt opgeheven voor de verkoop van de plantage Adrichem (aan de Malapicakreek) aan N. S. Schouten voor een bedrag van ƒ5200.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.02 / 6914 / 0183
Louis Cilbert, directeur van plantage
Adrichem V in
Paramaribo, bezocht op
20 juli 1809 een notaris. Hij was helder van geest en bevestigde dat zijn testament van
6 augustus 1807 (opgesteld voor dezelfde notaris en getuigen) nog steeds volledig geldig was.
Wél trok hij een eerdere clausule in: die over het uitsluiten van onbekerde (niet-christelijke) familieleden van zijn erfenis. Deze beslissing schrapte hij nu.
Vervolgens benoemde hij twee
executeurs (personen die zijn testament moeten uitvoeren en zijn bezittingen afhandelen):
Deze executeurs kregen volmacht om alles te doen wat nodig is voor een goede afwikkeling, inclusief het inschakelen van de rechtbank als dat nodig mocht zijn.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 93 / 0043
In
1543 vaardigde keizer
Karel de Vijfde een nieuwe wet uit voor de
Nederlanden. Deze wet verenigde 17 verschillende gebieden, zoals
Holland,
Zeeland en
Vlaanderen, onder één bestuur. Hierdoor hoefden de gebieden niet langer apart belasting te betalen aan de keizer, maar konden ze samen beslissen over geldzaken.
De wet had drie belangrijke regels:
- De gebieden mochten hun eigen lokale wetten en gewoontes houden.
- Er kwam één centrale raad, de Geheime Raad, die de keizer adviseerde over bestuur en rechtspraak.
- Er werden drie centrale instellingen opgericht:
De gebieden behielden wel hun eigen bestuurders, zoals de
Staten van Holland of de
Staten van Vlaanderen. De keizer wilde met deze wet de
Nederlanden sterker maken en makkelijker besturen. Ook hoopte hij zo meer steun te krijgen in de strijd tegen
Frankrijk en de opstandige Duitse vorsten.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 262 / 0071
Op 8 en 9 juni 1784 werd op de plantages Onverwagt en Klein Onverwagt een inventaris opgemaakt. Hierin stond dat:
- Er later nog dingen aan de inventaris toegevoegd of verwijderd konden worden, als Sequa (de eigenaar) dat wilde.
- De plantages onder leiding van Roeters bleven doordraaien, en hij moest hierover verantwoording afleggen aan Sequa.
- Sequa nam de plantages en de bijbehorende grond officieel over onder toezicht van een bestuur (zijn "Wel Edele Achtbaare Administratie"). Hij beloofde hierover later verantwoording af te leggen waar dat nodig was.
Aanwezig als getuigen waren:
Jan Cornelis de Carenabe, Solan Brandet, H. Pollender, Johs Brandt (als gezworen klerk van de provincie).
De inventaris werd ondertekend door:
B. m. Roeters, A. D. de Graaff, S. F. Steevens en C. Lind (van Geenerenoue, als nieuwe pachter).
De Carenabe bevestigde als getuige dat alles correct was verlopen.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 262 / 0069
Jan Nagel en zijn vrouw (de
comparanten) beloven in deze overeenkomst het volgende:
- Zij zullen Jan Frederik Fusscher, heer van Hunderen (de vader van de vrouw), vertegenwoordigen in alle zaken, ongeacht of deze gaan over:
- zaken en onderhandelingen;
- familieaangelegenheden;
- bezittingen die zij al hebben in het vaderland;
- toekomstige bezittingen die zij krijgen via koop, erfenis of op een andere manier.
- Specifiek zullen zij de belangen behartigen bij het overlijden van Jan Frederik Fusscher, die nu getrouwd is met Sara Couisa Charlotia van Overmeer en weduwnaar is van Cornelia Buijs (de moeder van de vrouw).
- Jan Nagel (de man) wijst ook zijn twee broers, Jan Nagel Sunn en Pieter Nagel, aan als zijn vertegenwoordigers bij zijn overlijden.
- Bij overlijden van een van de drie broers zal de langstlevende optreden als:
- uitvoerder van de laatste wil (testament);
- beheerder van de erfenis;
- voogd (indien nodig);
- erfgenaam.
- De langstlevende moet zorgen voor:
- het openen en uitvoeren van het testament of codicil (aanvulling op een testament);
- het opmaken van een lijst met bezittingen (inventaris) van de overledene;
- het bijhouden van de administratie en financiële afhandeling;
- het controleren en goedkeuren van alle inkomsten, uitgaven en beheer van de erfenis;
- het afgeven van een kwijting (bewijs dat alles correct is afgehandeld) en vrijwaring voor verdere claims.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.05.11.14 / 566 / 0338
Op 5 februari 1821 om 5 uur trouwden in Amsterdam twee stellen:
-
Urbanus Heiger, 26 jaar, handelaar uit Amsterdam, wonend in Amsterdam, minderjarige zoon van de overleden Clamer Adolf Helger en Catharina Maria Bakhuysen (winkelierster, ook wonend in Amsterdam),
met
Henrica Petronella de Wolff, 27 jaar, dienstmeid uit Amsterdam, wonend in Amsterdam, meerderjarige dochter van de overleden Jan de Wolff en Maria Loentjes (zonder beroep, ook wonend in Amsterdam).
Catharina Maria Bakhuysen (moeder van de bruidegom) en Maria Loentjes (moeder van de bruid) gaven toestemming.
Getuigen: Merrit Meuwsen (44, winkelier), Pieter Arins (27, dienstknecht), Pieter Hendriks Peperboom (26, papiermaker) en Jacob van de Trampel Junior (37, zonder beroep), allen wonend in Amsterdam.
-
Egbert van Isseldijk, 53 jaar, zonder beroep, weduwnaar van Adriana Sakperom, wonend in Nieuwkoop (district 's-Gravenhage, provincie Zuid-Holland), meerderjarige zoon van de overleden Egbert van Isseldijk en Cornelia Wolsink,
met
Johanna Judith Zeelt, 70 jaar, zonder beroep uit Amsterdam, wonend in Amsterdam, meerderjarige dochter van de overleden Willem Zeelt en Catharina Bongaardt.
Getuigen: Arie van Berkel (62, timmerman, broer van de bruidegom), David Hendrik Kok (37, fabrikant), Gerrit Plantin (62, voormalig ambtenaar van de burgerlijke stand) en Jan Balke (30, tuinman uit Zaanbrugge).
Bij beide huwelijken werden eerst de vereiste documenten voorgelezen, zoals uittreksels uit registers, doop- en overlijdensaktes van de ouders. Daarna vroeg de ambtenaar M.V. Bieker de Sonse (lid van de commissie voor de burgerlijke stand van Amsterdam) of de partners elkaar als man en vrouw aannamen. Na hun "ja" verklaarde hij hen volgens de wet van 20 Ventôse jaar 11 (Franse republikeinse kalender) tot echtpaar.
Op 14 maart 1821 om 12 uur herhaalde Cornelis van Isseldijk (53, zonder beroep, weduwnaar van Adriana Sakperom, wonend in Nieuwkoop) en Johanna Judith Zeelt (70, zonder beroep, wonend in Amsterdam) hetzelfde ritueel voor ambtenaar H.J. Backer de Sonse. Ook hier werden de vereiste akten voorgelezen, waaronder een uittreksel uit het register van Rijswijk (4 en 11 maart 1821) en overlijdensaktes van hun ouders. Getuigen waren opnieuw Arie van Berkel, David Hendrik Kok, Jan Balke en Gerrit Plantin.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1931696 / 99
Jacob Koppel, de ontvanger van
Apeldoorn, handelde namens notaris
C.L. Araars uit
Twello. Op
6 februari 1841 meldde hij dat er een openbare verkoop zou plaatsvinden op
16 februari 1841 om 10 uur 's ochtends. Deze verkoop was in opdracht van boer
Jan Tol uit
Twello en betrof landbouwgoederen (geen goud of zilver).
Bij de verkoop werden de volgende zaken verkocht aan verschillende kopers, soms met borgstelling door anderen:
- Hendrik Isseldyk (boer uit Swello) kocht hout voor 3,20 gulden (geen borg, direct betaald).
- Hendrik Wieckers (boer uit Deventer) kocht hout voor 4,60 gulden.
- Jan Kolkman (boer uit Deventer) kocht hout voor 4,60 gulden.
- Jan Willem van den Bolt (daghuurder uit Twello) kocht wilgenhout voor 4 gulden.
- Willem Vol (boer uit Twello) kocht wilgenhout voor 2 gulden.
- Lalof Beunier (boer uit Twello) kocht wilgenhout voor 2,60 gulden.
- Jan Vorderman kocht wilgenhout voor 2,40 gulden en later nog een perceel voor 4,60 gulden.
- Bonestokken werden verkocht voor 1,50 gulden en 1,70 gulden.
- Stoelen werden verkocht voor 0,70, 0,60 en 0,40 gulden (twee stoelen per bedrag).
- Een broodkastje ging voor 2,80 gulden naar Gerrit Diks (daghuurder uit Wilp), met Jan Roest en Heemerik van den Brink (beide daghuurders uit Wilp) als borg.
- Een kleerkast werd verkocht voor 6,20 gulden aan Gerrit Diks.
- Bedden werden verkocht aan:
De totale opbrengst van de verkoop was
1829,10 gulden, plus extra kosten. De verkoop werd vastgelegd in het register van openbare verkopen.
Bekijk transcriptie NL-AhGldA / 0168 / 1394 / 0699
-
Op 28 augustus 1800 werd om 14:00 uur de overlijdensakte opgemaakt van Derk van Isseldyk. Hij was overleden op 27 augustus 1800 om 23:00 uur in Amsterdam, op 36-jarige leeftijd. Hij woonde aan de Lauwiergracht 30 en was kantoorbediende. Hij was ongehuwd en de zoon van Derk van Isseldyk en Cornelia Adriana van Leendt, die beide al overleden waren. Hij liet geen onroerende goederen of kinderen na. De verklaring werd afgelegd door zijn broer Hendrik van Isseldijk (33 jaar, zelfde adres) en Hendrik Lamperendrikszoon (46 jaar, Middelstoot 683), een bekende. De akte werd ondertekend door de getuigen en bevestigd door H. Van Ysseltijke Ab van Meuz, lid van de burgerlijke stand van Amsterdam.
-
Op 31 augustus 1800 werd om 10:00 uur de overlijdensakte opgemaakt van Jan Putting. Hij was overleden op 29 augustus 1800 om 17:00 uur in Amsterdam, op 3,5 jaar. Hij woonde aan de Rozengracht 130 en was geboren in Amsterdam als zoon van Jan Hendrik Putting en Geertruida Maria de Graaf. Hij liet geen onroerende goederen of kinderen na. De verklaring werd afgelegd door zijn vader (42 jaar, zelfde adres) en Hendrik Bleekstijn (32 jaar, Handboogstraat 12, schoenmaker). De akte werd ondertekend door de getuigen en bevestigd door J. H. Putting C. Backer en Hk. Bleekstyn de Wyf Gezole doorons groat H. Telman F. Klerk J. A. J. Wilsterman, leden van de burgerlijke stand.
-
Op 28 augustus 1800 werd om 14:00 uur de overlijdensakte opgemaakt van Johannes Willebrordus Bouvy. Hij was overleden op 19 november 1800 (vermoedelijk een fout in de datumnotatie) door een schipbreuk van het schip Vigilantie, gevoerd door Eins Federsen Hollm, bij Strahholm. Hij was zoon van Paulus Anthonius Bouvy en Petronella Catharina Jansen en liet geen onroerende goederen of kinderen na. De akte werd bevestigd op basis van een autorisatie van de rechtbank van eerste aanleg in Amsterdam (31 juli 1800).
-
Op 31 augustus 1800 werd om 10:00 uur de overlijdensakte opgemaakt van Jacob Joseph Achtienribben. Hij was overleden op 30 augustus 1800 om 06:00 uur in Amsterdam, op 59-jarige leeftijd. Hij woonde aan de Jodenbreestraat 77 en was visboer, getrouwd met Sara Moses de Metz. Hij liet geen onroerende goederen of kinderen na. De verklaring werd afgelegd door Pieter Nicolaas Struwer (61 jaar, Jodenbreestraat 59, winkelier) en Johannes Beuwer Junnien (40 jaar, Eengehoutstraat 34, schoenmaker). De akte werd ondertekend door de getuigen en bevestigd door P. N. Struwer Barker S. Beumen d Sinb, lid van de burgerlijke stand.
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 2447158 / 193
De tekst gaat over uitkeringen van pensioenen en eenmalige beloningen (gratificaties) in de 18e eeuw. Hier volgt een overzicht van de betalingen en verzoeken:
-
Janneke en de kinderen van Lijda Keuijnder ontvingen 25 gulden (afkorting: Atbil.). De weduwe C. Smeefs kreeg 24 dukaten als laatste betaling.
-
S. Martheile kreeg jaarlijks een pensioen van de Raad van Nijmegen (afgekort als R. V. N.). Op 4 juli en 4 februari werden betalingen gedaan aan Ettsr. en de 4 Assistenten-boden (elk 25 gulden).
-
Op 1 augustus ontvingen 6 Ambachtsdienaren geld vanwege sneeuwruimen. Op 8 maart werd 124 gulden uitgekeerd voor de bedelaars.
-
L. L. Goertner, weduwe van Redt de Rochemons, kreeg 150 onsor (een oude munteenheid) voor een schuld, toegevoegd aan het orgel op 11 maart.
-
J. Sablerolle kreeg een pensioen dat eerst aan D. Armengand toekwam (15 mei). Op 15 mei werd 1315 rijksdaalders betaald voor het planten van de Meytor (een boom of plantsoen).
-
S. Boijer, S. G. en St. Middelhorp, en S. J. van Dusseldorp dienden verzoeken in voor gratificaties (21 mei).
-
D. L. Hateij (voormalig ambtenaar) en de weduwe Sophia Gock van E. Resini dienden verzoeken in (23 mei en 20 december). Resini kreeg 1300 rijksdaalders voor een eerder gegeven lening.
-
14 Molenaars ontvingen een gratificatie vanwege de "Turkse Papieren" (obligaties of schuldbrieven, 3 april).
-
A. van Isseldyk, weduwe van W. Nevels, kreeg 150 gulden (30 mei). De kinderen van de overleden griffier van Hoge en Lage Mark kregen 2 jaar belastingvrijstelling als genadegeld.
-
F. d' Aigence en J. D. la Villotte dienden verzoeken in voor gratificaties (4 en 6 juni).
-
De Gereformeerde Gemeente in Gemert kreeg een pensioen voor een dominee en schoolmeester goedgekeurd (14 augustus).
-
J. Jaaren kreeg een pensioen van 1500 gulden goedgekeurd (4 april).
-
C. B. Henegouw, weduwe uit Rosmalen, en J. L. Vos, weduwe van Sutherland, dienden verzoeken in (18 april).
-
De postkoetsier D. van Oossendorp kreeg 150 gulden (17 juli) en later 100 gulden (15 oktober).
-
E. H. Sas, S. A. S. Sittig, en C. Heuselaar (weduwe van Willemsen) dienden verzoeken in voor gratificaties (11 juni, 8 juli).
-
A. C. van Eip, J. J. en M. L. Heijder, en de Gebroeders de Heijder ontvingen gratificaties (tussen 6 en 11 dukaten per persoon, 11 juni).
-
Molaquin (weduwe) en de weduwe Burggraaf dienden verzoeken in voor jaarlijkse gratificaties (12 en 19 juni).
-
C. Gottiak kreeg 6 dukaten (15 juli), E. Sahsa diende een verzoek in (21 juni), en de Condij en Boden in Raalt ontvingen 200 gulden (21 juni).
-
G. Spouw (weduwe van de Riemer), S. Henselaar, en A. C. van Erp dienden verzoeken in voor gratificaties (21, 27 juni, en 2 juli).
-
D. de la Pecoline vroeg toestemming om enkele jaren buiten de Republiek (Nederland) te verblijven en zijn pensioen te laten uitbetalen aan zijn huisvrouw (18 juli, goedgekeurd voor 4 jaar).
-
Op 8 juli werden gratificaties uitgekeerd aan diverse personen, waaronder S. A. en J. Ravens (110 gulden), C. W. en S. G. Frenk (100 gulden), en Luitenant Janson (weduwe van Gainend, 60 gulden).
-
Andere uitkeringen gingen naar d'Argence (50 gulden), Hen L. Touljes (150 gulden), Attneus (100 gulden), Wt Itembaar (50 gulden), Aedae Hoop (150 gulden), J. en W. van Dedem (150 gulden), Burghoven en Burggraaf (75 gulden), D. van Tol (100 gulden), de Voogd (weduwe Moraquin, 75 gulden), de Riemer (50 gulden), en de Ontvanger van Goor (15 gulden).
-
L. Vos, weduwe van Sutherland, kreeg 4 dukaten (24 december), en de postiljon A. Smits kreeg 10 dukaten (6 december).
-
S. D. Ginne, weduwe van Consul Paravicini, kreeg 6 maanden belastingvrijstelling als genadegeld (21 november).
-
D. van Tol kreeg 130 gulden voor het onderhouden van brandweermateriaal (22 oktober), en Capitein Spada kreeg 10 dukaten (1 oktober).
-
4 Assistenten-boden en H. dirok dienden verzoeken in voor jaarlijkse gratificaties (3 augustus en 12 september).
-
P. de Boode kreeg 10 dukaten uit de raming (begroting, 1 oktober).
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3585 / 0143
Op 11 januari 1873 werden in Amsterdam verschillende geboortes officieel geregistreerd door de ambtenaar van de burgerlijke stand, Driessen:
- Losses Levie Bendien, 36 jaar en werkzaam als handelaar (commissionair), woonachtig aan de Lange Houtstraat 312, meldde de geboorte van een meisje op 10 januari 1873 om 11:00 uur. Het kind heet Clara en is geboren uit Vrouwtje Matteman, zijn echtgenote. Getuigen waren Siac Bendien (onderwijzer, 40 jaar) en Barend Mattesman (arbeider, 47 jaar). Omdat het op een sabbat was, konden Bendien en de getuigen niet schrijven, maar gingen ze akkoord met de doorhalingen in de akte.
- Pieter Bergmejer, 28 jaar en pakhuisknecht, woonachtig aan de Haarlemmerhouttuinen Buurt Y4, nr. 140, meldde de geboorte van een meisje op 9 januari 1873 om 21:00 uur. Het kind heet Saria Christina en is geboren uit Maria Christina Dibo, zijn echtgenote. Getuigen waren Hendrik Makthyt (bediende, 26 jaar) en Bertus Stergmeyer (slager, 26 jaar).
- Arnoldus Wilhelmus Marianus Hendrikus Isseldyk, 33 jaar en lijstenmaker, woonachtig aan de Voetboogstraat Buurt D, nr. 277, meldde de geboorte van een meisje op 10 januari 1873 om 6:00 uur. Het kind heet Berendina Alijda en is geboren uit Hendrika Vrielink, zijn echtgenote. Getuigen waren Hendrik Alexander Michael Heillot (winkelier, 43 jaar) en Jan Hendrik Kather (bediende, 49 jaar).
- Elisabeth Aletta Kröber, 41 jaar en vroedvrouw, woonachtig aan de Boomstraat Buurt Z4, nr. 543, meldde de geboorte van een meisje op 10 januari 1873 om 16:00 uur in het huis aan de Anjeliersstraat 494. Het kind heet Johanna Hendrika Jacoba en is geboren uit Catharina Slijst, huisvrouw van Johannes Rodenberg (winkelier), die op dat moment afwezig was. Getuigen waren Stephanus van Kinderen (kleermaker, 44 jaar) en Simon Hutten (64 jaar, zonder beroep).
- Hernardus Reindert Kapelle, 35 jaar en timmerman, woonachtig aan de Binnen Visschersstraat Buurt S, nr. 1343, meldde de geboorte van een jongen op 10 januari 1873 om 14:00 uur. Het kind heet Cornelis en is geboren uit Cornelia van der Pelas, zijn echtgenote. Getuigen waren Bernardus Starink (timmerman, 33 jaar) en Abraham Benist (timmerman, 43 jaar).
- Adriaan Willem Weissman, 29 jaar en bediende, woonachtig aan de OZ Armsteeg Buurt M1, nr. 300, meldde de geboorte van een jongen op 10 januari 1873 om 13:00 uur. Het kind heet Gerrit en is geboren uit Elisabeth Cornelia Oostindien, zijn echtgenote. Getuigen waren Stephanus Oostendigen (kleermaker, 44 jaar) en Simon Hutten (64 jaar, zonder beroep).
Bekijk transcriptie NL-AsdSAA / 1931704 / 56
Deze tekst bevat militaire gegevens over verschillende soldaten uit de 19e eeuw. Hier volgt een samenvatting per persoon:
Manel Voorsanri werd niet goedgekeurd voor militaire dienst wegens onbekende redenen. Hij werd op 22 oktober 1869 ingeschreven. Zijn dossier verwijst naar eerdere documenten uit 17 januari 1865 en 18 juli 1870. Op 23 augustus 1870 vertrok hij uit Batavia (nu Jakarta) met een certificaat van goed gedrag.
Carl Ludwig Drielem (39 jaar) raakte gewond door een schot op 24 april 1871. Hij diende bij de tweede bestorming van Atehin op 9 juli 1870 en ontving soldij. Hij werd op 17 december 1879 ontslagen uit Indië.
De namen, geboorteplaatsen, geboortedata, laatste woonplaatsen en signalementen van enkele soldaten zijn:
- Vader Arceclreech en moeder Civilonta Boyer, geboren in Bummelsburg, Pruisen op 12 oktober 1530, woonde laatst in Bemelt. Bij aankomst bij het korps: lengte 1 el, 6 palmen, 4 duimen.
- Vader Hlette en moeder Eselbrgje Gerela, geboren in Lemmer, Friesland op 14 juli 1556, woonde laatst in Utrecht. Bij aankomst bij het korps: lengte 1 el, 4 palmen, 5 duimen.
- Vader Hervrceus en moeder Gesina Isseldyk, geboren in Heelphen, Gelderland op 12 december 1439, woonde laatst in Vteenderen. Bij aankomst bij het korps: lengte 1 el, 5 palmen, 11 duimen.
Signalementen van de soldaten:
- Rond gezicht, grijze ogen, gewone neus, gewone mond en kin, donkerbruine wenkbrauwen, donker haar, geen bijzondere kenmerken.
- Ovaal gezicht, blauwe ogen, gewone neus, gewone mond en kin, blond haar, geen bijzondere kenmerken.
- Ovaal gezicht, blauwe ogen, gewone neus, gewone mond en kin, blond haar, voorhoofd met strepen, geen bijzondere kenmerken.
Militaire loopbanen:
- Een soldaat diende in het 3e Dragonder Regiment in Pruisen voor 3 jaar vanaf 24 september 1655.
- Een andere soldaat meldde zich vrijwillig bij het Koloniaal Wervingsdepot op 13 juli 1557 voor 6 jaar dienst in de overzeese bezittingen, met een vertrekpremie van 150 gulden. Hij vertrok op 15 september 1557 uit Nieuwediep en kwam aan in Batavia op 30 december 1557. Hij diende bij de Generale Staf en later bij de Artillerie vanaf 1 februari 1558.
- Een soldaat kreeg op 30 november 1565 toestemming om naar Nederland terug te keren en vertrok met het schip Hewicette. Hij werd opnieuw geworven op 15 maart 1571.
- Een soldaat werd op 31 augustus 1544 vrijwillig geworven voor 6 jaar dienst in Indië met een vertrekpremie van 150 gulden.
- Een soldaat uit Sneek, Friesland werd op 30 april 1655 ingedeeld bij het Vestingsregiment voor 5 jaar. Hij ging op 31 mei 1555 vrijwillig voor 6 jaar dienst met een premie van 20 gulden.
- Een soldaat werd op 12 december 1657 overgeplaatst naar het Algemeen Wervingsdepot en werd op 1 januari 1559 bevorderd tot Fourier (beheerder van voedsel en kleding).
- Een soldaat werd op 19 februari 1642 overgeplaatst en op 2 mei 1563 ontslagen wegens "expiratie van dienst" (einde diensttijd).
- Een soldaat werd op 2 juli 1563 ingedeeld als militair boekhouder voor 5 jaar als plaatsvervanger voor Hamers.
- Een soldaat uit Amersfoort, Utrecht werd op 1 juni 1565 ingeschreven bij het 2e Regiment Oost-Indië en ging op 3 juli 1565 vrijwillig voor 6 jaar dienst met een premie van 30 gulden.
- Een soldaat werd op 6 juni 1541 overgeplaatst naar het Koloniaal Wervingsdepot voor 6 jaar dienst in Indië met een premie van 158 gulden.
Een soldaat raakte gewond aan zijn linkerbeen en diende bij het 1e Regiment Infanterie vanaf 25 april 1558.
Een soldaat kreeg op 5 november 1663 de Bronzen Medaille zonder kwalificatie. Hij was korporaal-schrijver.
Een soldaat, Hruygen Le Amllerilien, werd op 16 september 1688 genoemd. Een andere soldaat, Dontr Jueri Eulr, werd op 15 augustus 1576 genoemd en had 310 jaar gediend.
Een soldaat vertrok op 12 oktober 1878 uit Madura en kwam op 24 november 1878 aan in Nieuwediep. Hij werd overgeplaatst op 7 december 1878.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 2.10.50 / 150 / 0162
- Mowat en anderen eisten in 1745 het schip Good Intention terug, dat door Zeeland was ingenomen. De Admiraliteit van Zeeland moest hierover bericht krijgen. Een civiele aanvraag van Mogge werd ingewilligd.
- Mutilen vroeg om behoud van zijn rang en moest hierover ondervraagd worden. Een rapport hierover werd naar de Raad van State gestuurd.
- Er werd gemeld dat het derde regiment van Waldek in Breda in garnizoen was gekomen en het commando had overgenomen.
- Moller vroeg om goedkeuring van een benoeming. De Ontvanger van 's-Gravenhage moest hierover advies geven. De Generaliteits Rekenkamer werd geïnformeerd en keurde het goed.
- Munix had een vraag over de erfenis van Heres. Commissarissen-Instructeurs moesten dit onderzoeken.
- De regering van Münster vroeg om betaling voor doormars. De Raad van State moest hierover advies geven.
- Diverse personen kregen een paspoort voor het importeren of exporteren van goederen:
- Muysman kreeg een antwoord van Van Hoey op zijn verzoek, dat door Holland was overgenomen.
- Van Nassau plaatste meerdere advertenties. Een paspoort werd verleend voor het uitvoeren van proviand en bagage naar Engeland.
- De Raad van State moest beslissen over het transport van zeven compagnieën uit Brakel met Engelse troepen. Later werd bevolen dat de troepen moesten terugkeren.
- De Nay de Richecourt kreeg ontslag en nieuwe aanbevelingsbrieven. La Rocque en zijn regiment werden zonder vergunning binnengelaten en later vertrokken zij.
- Het commando over Zas van Gent werd overgedragen aan kapitein Burmania.
- De erfgenamen van Nyeveen kregen een half jaar uitstel.
- Ockers moest uitleggen waarom hij generaal Molck met 400 mannen de toegang had geweigerd. Gouverneur en commandeurs kregen hierover instructies voor de toekomst.
- Diverse betalingen werden gedaan:
- 4 dukaten aan straatmakers.
- 6 gulden aan timmansknechten en leiddekkersknechten.
- 18 gulden aan Van den Bergh.
- 25 gulden aan Van der Linden.
- Ockers kreeg een pensioen van 100 gulden per jaar, met een gereguleerde ingangsdatum.
- Van Nispen had een vraag over het plaatsen van grenspalen.
- Er waren betalingen voor postmeesters, postknechten en boden.
- Valentin had een nieuwe uitvinding voor sluitstukken (snaphanen). De Raad van State moest hierover beslissen.
- Nimphius vroeg om een pensioen. De Raad van State moest hierover advies geven.
- Er was een rechtszaak tussen Neale en Ruylenburgh.
- Neaume vroeg eerst om een gratificatie, wat werd afgewezen, maar kreeg later 150 gulden.
- Er werden verschillende octrooien (vergunningen) verleend, onder andere aan:
- De Vries, Maria Faas, Jacob Faas, Huyssen, Geelhart, Van Belle, Ens & Fabritius, Vryen & Veere, Malphe & Soeters, Schultens & Van der Beecke, Andriessen & Klis, Cotshuysen, Uyttewilligen.
- Onderwater werd door Holland afgevaardigd naar de Admiraliteit op de Maas. Hij wilde zijn rang boven kolonel Van Oyen behouden en werd benoemd tot majoor de brigade. Hij kreeg ook een paspoort om 16 paarden uit te voeren.
- De Oostindische Compagnie in Zeeland moest bericht krijgen over klachten van de Deense Oostindische Compagnie over de behandeling van hun schip. Ook waren er berichten over de aankoop van drie Franse schepen door de gouverneur van Batavia en over het schip Hercules.
- Er was een kredietbrief voor La Riviere als resident van Oost-Friesland. Burgemeesters van Emden vroegen om steun voor hun kooplieden.
- Er waren diverse verzoeken om kwijtschelding van belastingen of schulden uit Overkwartier van Gelderland (bijv. Venlo, Roosteren, Vlodrop, Offenbach, Belfeld). De Raad van State moest hierover advies geven.
- Van der Meer, heer van Osen, vroeg om verlenging van kwijtschelding. Dit werd verleend aan regenten van Venlo, Stevensweert, Obbicht en Papenhove en Laak.
- Er was een proces tussen Compers en Van Gink. De Landsadvocaat moest hierover advies geven.
- Er waren declaraties voor Oosterdijk en Overduyn.
- Nichot werd door Stad en Landen afgevaardigd naar de Generaliteits Rekenkamer.
- Er was een proces tussen Ockers en Stamborst. Ockers legde een eed van geheimhouding af.
- Weel kreeg brieven voor aanbeveling aan het hof van Engeland.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3800 / 0038
-
In 1745 werden verschillende vergunningen afgegeven voor het vervoer van goederen, paarden en militaire uitrusting. Zo mocht:
Elias kleding leveren aan zijn regiment in Oudenaarde.
Plattel, Morseau, Lemmens, Snoukaart, Krusius, Sonnemans, Fretiere, van Lith, Asser, Bodger, vande Pol en Warin, Wisson, Coris, Schoordyck en Vreeswyck, vander Hout en Huybers, Denis, Backhuysen, Huybertsen, Janssen en Santvliet, Terwen, Schemmel, Elin, Suyderend en Patyn, Nebbens, en Versuys reizen naar alle plaatsen (ad omnes Populos).
Lemmens kleding leveren aan de regimenten van Crommelin in Namen, Hirzel in Doornik, Mackay in Mons, Cronstrom in Lier, en een artilleriecompagnie in Sluis (Vlaanderen). De laatste drie vergunningen werden met 3 weken verlengd.
Smits kleding leveren aan de regimenten van Clabbeeck, een artilleriecompagnie in Maastricht, Namen, en Doornik. De levering aan Clabbeeck en de artilleriecompagnie in Maastricht werd met 3 weken verlengd.
Linkers 400 hoeden met veren, kokardes en handschoenen leveren aan het regiment van Heeuft van Oyen in Breda.
van Texel kleding leveren aan de regimenten van Pretorius in Doornik, Guards Dragonders in Lier, Eck van Panthaleon in Doornik, Buys in Mons, Buddenbroek in Brussel, en van Leyden in Namen.
Monnier en Renaud en Griesen kleding leveren aan respectievelijk het regiment van Sandouville in Ath en de regimenten van de Bedarides in Maastricht en de Guy in Ath.
Elin en Zoons kleding leveren aan het regiment van van Dorth in Oudenaarde en tlin en Zoons aan het regiment van van Oyen in Maastricht (beide verlengd met 3 weken).
van Maanen 100 sabel en degen leveren aan het regiment van van Oyen in Maastricht.
Burmania 700 hoeden, 700 paar kousen en ceintuurs (riemen) uitvoeren.
de Brose 600 karabijnen met bajonetten en 733 paren pistolen in- en uitvoeren.
Schmelingh 2 paarden uitvoeren naar Breda.
Eckhard 20 paarden, vander Worve 17 paarden, Bax wagens, paarden en karren, Buys 40 paarden, vander Beeke 26 paarden, Schack 8 paarden, vander Duyn 9 paarden, Roper 16 paarden, Ooms en Isseldyk 20 paarden, Grave 10 paarden, van Outenweerde 6 paarden, Schultz van Hagen 20 paarden, Aeronius 3 paarden, vander Gronden zijn uitrusting (equipagie), de Groot en Compagnie 100 paarden, Cronstrom 21 paarden, Hoolwerf 5 paarden, Buschman en Compagnie 410 paarden, Rumpf 13 paarden, de la Rocque 8 paarden, Coenders 8 paarden, Nassau-Beverweert 8 paarden, du Faget van Assendelft 16 paarden, van Kinschot 300 paarden, Trevor 1000 paarden, de Prince van Hessen-Philipsthal en Graaf van Rechteren 58 paarden, Schwartzenbergh 10 paarden, en Boetzelaar een koets uitvoeren naar Brussel.
Buck 6000 pond koperen platen invoeren.
Podewils postwagens van Keulen naar Kleef laten rijden tijdens de veldtocht.
Holland bommen en andere goederen uit Duitsland invoeren.
de Raad van State 108.000 pond buskruit van 's-Hertogenbosch naar Maastricht transporteren, 18.000 pond buskruit naar Namen, 20.000 pond buskruit van Amsterdam naar Brussel, levensmiddelen naar Namen, en goederen naar Duitsland uitvoeren.
Hoyman zijn goederen uit Antwerpen invoeren.
Schutier zijn meubels naar Namen en Carlen voedsel naar Doornik uitvoeren.
Steinhousen meubels uitvoeren.
de Gravinne van Sintzendorf en Mevrouwe van Steinhaus reizen naar alle plaatsen.
de St. Cil meubels uitvoeren.
Trevor de bagage van de Hertog van Cumberland in- en uitvoeren.
Seinsheim zijn vrouw, bedienden en bagage uitvoeren.
Bekijk transcriptie NL-HaNA / 1.01.02 / 3800 / 0040
Nicolaas van Kampen was op
1 november 1791 in
Rotterdam getrouwd met
Jan Ouwejan. Op dat moment was de minderjarige pupille (een kind onder toezicht) van de betrokkenen, als enig kind van de overleden
Willem van Kampen (een broer van
Nicolaas van Kampen), de rechtmatige eigenaar van een kapitaal van 12.000 gulden.
De betrokkenen (voogden of vertegenwoordigers) verklaren namens de pupille dat zij van
Elisabeth Stertius – de weduwe van
Nicolaas van Kampen, die nu hertrouwd is met
Jan Ouweran – contant het volledige bedrag van 12.000 gulden hebben ontvangen. Hiervan is alleen 350 gulden, 13 stuivers en 8 penningen ingehouden. Dit bedrag was eerder door
Nicolaas van Kampen in
1787 en
1788 besteed aan juridische procedures voor de minderjarige, gerelateerd aan de afhandeling van de erfenis van diens vaderlijke goederen. Daarnaast werd 43 gulden, 11 stuivers en 8 penningen ingehouden voor de rente over dit voorgeschoten bedrag, berekend tegen 3% per jaar tot
31 maart van dat jaar.
De betrokkenen beloven namens de pupille dat
Elisabeth Stertius, haar huidige man en hun erfgenamen geen verdere claims zullen indienen over dit kapitaal, onder geen enkele voorwaarde. Zij zullen hen ook vrijwaren van eventuele toekomstige vorderingen. Dit wordt bevestigd met afstand van alle mogelijke juridische uitzonderingen of voordelen.
Om dit officieel vast te leggen, werd een notariële akte opgemaakt in
Haarlem, in aanwezigheid van de getuigen
Jan van Proosdij,
Willem Arnoldus Haselaar en anderen. De notaris
J.V. Proosdij en anderen ondertekenden de akte.
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974899 / 503
Bekijk transcriptie NL-HlmNHA / 4974899 / 502
Vorige paginaVolgende pagina